wetzoeker

Aanpassingswet zbo’s IenM aan de Kaderwet zbo’s

Wet van 13 september 2012 tot wijziging van een aantal wetten, houdende regels betreffende zelfstandige bestuursorganen die onder de Minister van Infrastructuur en Milieu ressorteren en enige wijzigingen ter actualisatie, vereenvoudiging en verduidelijking (Aanpassingswet zbo’s IenM aan de Kaderwet zbo’s)

Soort
Wet
Geldend vanaf
01-01-2021
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Staats- en bestuursrecht
Ministerie
Infrastructuur en Milieu
BWB-id
BWBR0032046
Versie
2021-01-01_0
SHA-256 bron
5a09b6fc6dfd62bd6589ab9c3cb2f98c3e869eb11ba2d1ae679603e87735454a

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (18)
  1. Artikel I
  2. Artikel II
  3. Artikel III
  4. Artikel IV
  5. Artikel V
  6. Artikel VI
  7. Artikel VII
  8. Artikel IX
  9. Artikel X
  10. Artikel XI
  11. Artikel XII
  12. Artikel XIII
  13. Artikel XIV
  14. Artikel XV
  15. Artikel XVI
  16. Artikel XVII
  17. Artikel XVIII
  18. Artikel XIX

Artikel I

Wijzigt de Wegenverkeerswet 1994.

Artikel II

Wijzigt de Wijzigingswet Wegenverkeerswet 1994 (regeling verzelfstandiging Rijksdienst voor het Wegverkeer).

Artikel III

Wijzigt de Wet luchtvaart.

Artikel IV

Wijzigt de Organisatiewet Kadaster.

Artikel V

Wijzigt de Wet wegvervoer goederen.

Artikel VI

Wijzigt de Wet rijonderricht motorrijtuigen 1993.

Artikel VII

Wijzigt de Binnenvaartwet.

Artikel IX

Wijzigt de Loodsenwet.

Artikel X

Met ingang van het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, onderdelen R tot en met W, gaan de vermogensbestanddelen van de Stichting Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen onder algemene titel over op het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen.

Artikel XI

Archiefbescheiden van de Stichting Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen betreffende zaken die op het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, onderdelen R tot en met W, nog niet zijn afgedaan, worden overgedragen aan het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen voor zover zij niet overeenkomstig de Archiefwet 1995 zijn overgebracht naar een archiefbewaarplaats.

Artikel XII

1 In wettelijke procedures en rechtsgedingen waarbij de Stichting Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen is betrokken, treedt met ingang van het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, onderdelen R tot en met W, het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen in de plaats van de Stichting Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen.

2 In zaken waarin voor het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, onderdelen R tot en met W, op grond van artikel 12 van de Wet Nationale ombudsman aan de Nationale ombudsman is verzocht een onderzoek te doen of de Nationale ombudsman op grond van artikel 15 van die wet een onderzoek heeft ingesteld naar een gedraging die kan worden toegerekend aan de Stichting Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen, treedt het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen op dat tijdstip in de plaats van de Stichting Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen.

Artikel XIII

Bij de eerste samenstelling van de directie van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen wordt bij de benoeming rekening gehouden met de periode van benoeming in de directie van de Stichting Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen.

Artikel XIV

1 Bij de eerste samenstelling van de raad van toezicht van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen wordt bij de benoeming rekening gehouden met de periode van benoeming in de raad van toezicht van de Stichting Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen.

2 Bij de eerste samenstelling van de raad van toezicht van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen benoemt Onze Minister van Infrastructuur en Milieu, in tegenstelling tot het bepaalde in artikel 4ah, derde lid, Wegenverkeerswet 1994, de voorzitter van de raad van toezicht, zonder dat hij de raad hoort.

Artikel XV

Wijzigt deze wet.

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Artikel XVI

Wijzigt de Wegenverkeerswet 1994.

Artikel XVII

Na de inwerkingtreding van deze wet berust de Regeling eisen examinatoren (Stcrt. 2012, 6444) mede op artikel 4aa, derde lid, van de Wegenverkeerswet 1994.

Artikel XVIII

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

Artikel XIX

Deze wet wordt aangehaald als: Aanpassingswet zbo’s IenM aan de Kaderwet zbo’s.