wetzoeker

Besluit continuïteit mobiele telecommunicatiedienstverlening

Besluit van 17 juli 2012 tot vaststelling van de procedure voor verlenging van vergunningen als bedoeld in artikel 20.2 van de Telecommunicatiewet ten behoeve van de continuïteit van dienstverlening (Besluit continuïteit mobiele telecommunicatiedienstverlening)

Soort
AMvB
Geldend vanaf
27-09-2012
Rechtsgebied
Informatierecht, Telecomrecht
Ministerie
Economische Zaken
BWB-id
BWBR0031844
Versie
2012-09-27_0
SHA-256 bron
c2a9a5b991fd8652d16f59a942cbfd05b324dee1fe6b5620e9f8bebbb211648f

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (5)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3
  4. Artikel 4
  5. Artikel 5

Hoofdstuk 1 — Verlenging ten behoeve van de continuïteit van dienstverlening

Artikel 1

1 Indien zich rondom een procedure van vergunningverlening omstandigheden voordoen die dat naar het oordeel van Onze Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie nodig maken, kan Onze Minister besluiten dat een vergunning als bedoeld in artikel 20.2 van de Telecommunicatiewet voor een door Onze Minister te bepalen termijn kan worden verlengd om te voorkomen dat de continuïteit van de dienstverlening in gevaar kan komen.

2 In het geval een vergunning wordt verlengd kunnen de aan de vergunning verbonden voorschriften en beperkingen worden gewijzigd en kunnen nieuwe voorschriften en beperkingen aan de vergunning worden toegevoegd, waaronder het voorschrift bedoeld in artikel 16, derde lid, van het Frequentiebesluit. Indien het voorschrift, bedoeld in artikel 16, derde lid, van het Frequentiebesluit wordt toegevoegd, is artikel 16, vierde en vijfde lid, van het Frequentiebesluit van overeenkomstige toepassing. De wijzigingen en toevoegingen bedoeld in de eerste volzin kunnen ingaan op een eerdere datum dan die waarop de looptijd van de te verlengen vergunning verstrijkt.

3 Onze Minister maakt het besluit omtrent de verlengbaarheid van de vergunning bekend in de Staatscourant, alsmede, voor zover dit redelijkerwijs mogelijk is, de voorschriften en beperkingen die bij verlenging aan de vergunning zullen worden verbonden. Onze Minister stelt de houder van een verlengbare vergunning in kennis van zijn besluit.

4 Een aanvraag om verlenging wordt ingediend binnen een bij ministeriële regeling te bepalen periode. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de procedure tot verlenging.

5 Vergunningen waarvoor overeenkomstig het bepaalde in of krachtens het eerste en vierde lid verlenging is aangevraagd, en die niet op grond van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht buiten behandeling zijn gesteld, worden verlengd. Van deze verlenging wordt mededeling gedaan in de Staatscourant.

Hoofdstuk 2 — Wijzigingen in andere regelgeving

Artikel 2

Wijzigt het Frequentiebesluit.

Hoofdstuk 3 — Slotbepalingen

Artikel 3

Het Besluit vergunningen mobiele telecommunicatievoorzieningen wordt ingetrokken.

Hoofdstuk 3 — Slotbepalingen

Artikel 4

Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip en vervalt op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Hoofdstuk 3 — Slotbepalingen

Artikel 5

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit continuïteit mobiele telecommunicatiedienstverlening.