Artikel 9 — Overige ontslaggronden (deel 1) Reglement Participatiefonds voor de Expertisecentra voor het schooljaar 2012–2013
Overige ontslaggronden
Lees dit artikel voordat u het formulier ‘Opgave persoons-gebonden redenen en anders’ invult.
Overige gronden voor toewijzing van het vergoedingsverzoek kunnen zijn:
a Ontslag op grond van ongeschiktheid voor de functie, anders dan op grond van ziels- of lichaamsgebreken; ongeschiktheid voor het onderwijs, anders dan op grond van ziels- of lichaamsgebreken
Ontslaggrond
De reden voor het ontslag is gelegen in:
I de ongeschiktheid voor de functie, anders dan op grond van ziels- of lichaamsgebreken van betrokkene;
II ongeschiktheid voor het onderwijs, anders dan op grond van ziels- of lichaamsgebreken;
Onvermijdbaarheid ontslag
Toewijzing van het vergoedingsverzoek op basis van de in dit artikel genoemde ontslaggrond doet zich voor indien het bevoegd gezag aantoont dat het in redelijkheid niet anders dan tot het ontslag van betrokkene kon komen, ondanks het feit dat het betrokkene de mogelijkheden heeft geboden het functioneren te verbeteren en dat anderszins maatregelen zijn genomen om gedwongen ontslag te voorkomen. Het bevoegd gezag geeft aan hoe de beoordelingsprocedure is doorlopen.
Indien tegen het ontslagbesluit bezwaar en/of beroep is ingesteld, stelt het bevoegd gezag het Participatiefonds daarvan in kennis. Het Participatiefonds kan in het geval dat betrokkene tegen het ontslagbesluit rechtsmiddelen heeft aangewend de beslissing op de vergoedingsaanvraag aanhouden tot het moment waarop de in bezwaar dan wel beroep genomen (gerechtelijke) beslissing onherroepelijk is geworden.
Beëindigingovereenkomst
In plaats van bovengenoemd afschrift van het ontslagbesluit waarin de reden voor het ontslag genoemd is, of een afschrift van het document waaruit blijkt dat de daadwerkelijke reden voor het ontslag, zoals genoemd in artikel 9 sub a, aan betrokkene is kenbaar gemaakt, kan het bevoegd gezag ook een afschrift van een beëindigingovereenkomst overleggen waaruit tenminste blijkt dat:
1 het dienstverband met wederzijds goedvinden is beëindigd,
2 het bevoegd gezag heeft voorgesteld het dienstverband te beëindigen, en
3 de reden daarvoor is gelegen in de in dit artikel genoemde ontslaggrond.
Tevens overlegt het bevoegd gezag een afschrift van het ontslagbesluit waarin de reden voor het ontslag genoemd is, of wanneer het besluit nog niet is opgemaakt of de reden voor het ontslag niet genoemd wordt, een afschrift van het document waaruit blijkt dat de daadwerkelijke reden voor het ontslag, zoals genoemd in artikel 9 sub a, aan betrokkene is kenbaar gemaakt.
Bij de beëindiging van een tijdelijk dienstverband verstrekt het bevoegd gezag, wanneer er geen ontslagbesluit wordt opgemaakt, een afschrift van de akte van benoeming en een afschrift van het document waaruit blijkt dat de daadwerkelijke reden voor de beëindiging, zoals genoemd in artikel 9 sub a aan betrokkene is kenbaar gemaakt.
Inspanningsverplichting
Bij een ontslag op grond van artikel 9 sub a, dient het bevoegd gezag bij een vast dienstverband te voldoen aan de inspanningsverplichting, artikel 4, categorie I, II, III en IV-A; Bij einde tijdelijk dienstverband dient het bevoegd gezag te voldoen aan de inspanningsverplichting, artikel 4, categorie I, II en IV-B. Hieronder volgen de eisen die het Participatiefonds in dit kader aan een ontslag op grond van artikel 9 sub a, stelt:
Categorie I Functionerings- en beoordelingsgesprekken
1 overzicht met data van functionerings- en beoordelingsgesprekken, lesbezoeken en begeleidingsgesprekken, die hebben plaatsgevonden in de periode van een jaar voorafgaand aan de ontslagdatum.
2 overzicht met data van re-integratiegesprekken.
Categorie II Vormen van begeleiding
1 interne begeleiding door de leiding van de school; of
2 externe begeleiding door onderwijsbegeleidingsdienst, pedagogisch centrum, particulier instituut.
Categorie III Hulp bij behoud van werk, intern
1 intern een andere passende functie aanbieden; of
2 scholing, gericht op herplaatsing binnen het bevoegd gezag.
Categorie IV-A Hulp bij behoud van werk, extern (bij ontslag uit een vast dienstverband)
1 extern een passende functie zoeken (indien aangesloten, gebruik maken van een mobiliteitscentrum/arbeidspool, zoeken bij een ander bevoegd gezag, of buiten het onderwijs); en
2 (vervallen)
3 aanbieden van faciliteiten die de positie op de arbeidsmarkt verbeteren; of
4 aanbieden van outplacement (outplacement vervangt de inspanningen 1 tot en met 3 van deze categorie).
Categorie IV-B Hulp bij behoud van werk, extern (bij ontslag uit een tijdelijk dienstverband)
1 (vervallen)
2 aanbieden van faciliteiten die de positie op de arbeidsmarkt verbeteren; of
3 aanbieden van outplacement (outplacement vervangt de inspanningen 1 en 2 van deze categorie).
b Ontslag op grond van denominatie
Ontslaggrond
De reden voor het ontslag is gelegen in de denominatie.
Onvermijdbaarheid ontslag
Toewijzing van het vergoedingsverzoek op basis van de in dit artikel genoemde ontslaggrond doet zich voor indien het bevoegd gezag aantoont waarom betrokkene naar het oordeel van het bevoegd gezag, niet langer kan functioneren overeenkomstig de grondslag en doelstelling van de instelling.
Tevens overlegt het bevoegd gezag een afschrift van het ontslagbesluit waarin de reden voor het ontslag genoemd is, of wanneer het besluit nog niet is opgemaakt of de reden voor het ontslag niet genoemd wordt, een afschrift van het document waaruit blijkt dat de daadwerkelijke reden voor het ontslag, zoals genoemd in artikel 9 sub b, aan betrokkene is kenbaar gemaakt.
Indien tegen het ontslagbesluit bezwaar en/of beroep is ingesteld, stelt het bevoegd gezag het Participatiefonds daarvan in kennis. Het Participatiefonds kan in het geval dat betrokkene tegen het ontslagbesluit rechtsmiddelen heeft aangewend de beslissing op de vergoedingsaanvraag aanhouden tot het moment waarop de in bezwaar dan wel beroep genomen (gerechtelijke) beslissing onherroepelijk is geworden.
Beëindigingovereenkomst
In plaats van bovengenoemd afschrift van het ontslagbesluit waarin de reden voor het ontslag genoemd is, of een afschrift van het document waaruit blijkt dat de daadwerkelijke reden voor het ontslag, zoals genoemd in artikel 9 sub b, aan betrokkene is kenbaar gemaakt, kan het bevoegd gezag ook een afschrift van een beëindigingovereenkomst overleggen waaruit tenminste blijkt dat:
1 het dienstverband met wederzijds goedvinden is beëindigd,
2 het bevoegd gezag heeft voorgesteld het dienstverband te beëindigen, en
3 de reden daarvoor is gelegen in de in dit artikel genoemde ontslaggrond.
Bij de beëindiging van een tijdelijk dienstverband verstrekt het bevoegd gezag, wanneer er geen ontslagbesluit wordt opgemaakt, een afschrift van de akte van benoeming en een afschrift van het document waaruit blijkt dat de daadwerkelijke reden voor de beëindiging, zoals genoemd in artikel 9 sub b, aan betrokkene is kenbaar gemaakt.
Inspanningsverplichting
Indien het bevoegd gezag stelt dat betrokkene niet meer aan de grondslag voldoet, dient het bevoegd gezag bij een ontslag op grond van artikel 9 sub b, te voldoen aan de inspanningsverplichting, artikel 4, categorie IV. Hieronder volgen de eisen die het Participatiefonds in dit kader aan een ontslag op grond van artikel 9 sub b, stelt:
Categorie IV-A Hulp bij behoud van werk, extern (bij ontslag uit een vast dienstverband)
1 extern een passende functie zoeken (indien aangesloten, gebruik maken van een mobiliteitscentrum/arbeidspool, zoeken bij een ander bevoegd gezag, of buiten het onderwijs); en
2 (vervallen)
3 aanbieden van faciliteiten die de positie op de arbeidsmarkt verbeteren; of
4 aanbieden van outplacement (outplacement vervangt de inspanningen 1 tot en met 3 van deze categorie).
Categorie IV-B Hulp bij behoud van werk, extern (bij ontslag uit een tijdelijk dienstverband)
1 (vervallen)
2 aanbieden van faciliteiten die de positie op de arbeidsmarkt verbeteren; of
3 aanbieden van outplacement (outplacement vervangt de inspanningen 1 en 2 van deze categorie).
- Regeling
- Reglement Participatiefonds voor de Expertisecentra voor het schooljaar 2012–2013
- Soort
- ZBO-regeling
- Geldend vanaf
- 01-08-2013
- BWB-id
- BWBR0031842
- Versie
- 2013-08-01_0