wetzoeker

Artikel 2:4 Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging vrijheidsbenemende en voorwaardelijke sancties

Voorwaarden voor erkenning

De instemming van Onze Minister met de toezending van de rechterlijke uitspraak is niet vereist indien:

a. de veroordeelde Nederlander is en in Nederland zijn vaste woon- of verblijfplaats heeft;

b. de veroordeelde Nederlander is, geen vaste woon- of verblijfplaats in Nederland had, maar na invrijheidstelling naar Nederland kan worden uitgezet als gevolg van een daartoe strekkende beslissing in de uitvaardigende lidstaat.

Regeling
Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging vrijheidsbenemende en voorwaardelijke sancties
Soort
Wet
Geldend vanaf
01-10-2024
BWB-id
BWBR0031814
Versie
2024-10-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl