Invoerings- en aanpassingswet Politiewet 2012
Wet van 12 juli 2012 tot invoering van de Politiewet 2012 en aanpassing van overige wetten aan die wet (Invoerings- en aanpassingswet Politiewet 2012)
- Soort
- Wet
- Geldend vanaf
- 01-01-2020
- Rechtsgebied
- Openbare orde en veiligheidsrecht
- Ministerie
- Veiligheid en Justitie
- BWB-id
- BWBR0031794
- Versie
- 2020-01-01_0
- SHA-256 bron
- d0a2a293787c854b8755d512e0870c2fca1ff751c145115d4053ecc21a583c08
Inhoud (73)
- Artikel 1
- Artikel 2
- Artikel 3
- Artikel 4
- Artikel 5
- Artikel 6
- Artikel 7
- Artikel 8
- Artikel 9
- Artikel 10
- Artikel 11
- Artikel 12
- Artikel 13
- Artikel 14
- Artikel 15
- Artikel 16
- Artikel 17
- Artikel 18
- Artikel 19
- Artikel 20
- Artikel 21
- Artikel 22
- Artikel 23
- Artikel 23a
- Artikel 24
- Artikel 25
- Artikel 26
- Artikel 27
- Artikel 28
- Artikel 29
- Artikel 30
- Artikel 31
- Artikel 32
- Artikel 33
- Artikel 34
- Artikel 35
- Artikel 36
- Artikel 37
- Artikel 38
- Artikel 39
- Artikel 40
- Artikel 41
- Artikel 42
- Artikel 42a
- Artikel 43
- Artikel 44
- Artikel 45
- Artikel 46
- Artikel 47
- Artikel 48
- Artikel 49
- Artikel 50
- Artikel 51
- Artikel 52
- Artikel 53
- Artikel 54
- Artikel 55
- Artikel 56
- Artikel 57
- Artikel 58
- Artikel 59
- Artikel 60
- Artikel 61
- Artikel 61a
- Artikel 62
- Artikel 63
- Artikel 64
- Artikel 65
- Artikel 66
- Artikel 67
- Bijlage A — als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de Invoerings- en aanpassingswet Politiewet 2012
- Bijlage B — als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Invoerings- en aanpassingswet Politiewet 2012
- Bijlage C — als bedoeld in artikel 7, tweede lid, van de Invoerings- en aanpassingswet Politiewet 2012
Hoofdstuk 1 — Invoering van de Politiewet 2012
Artikel 1
Met ingang van het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet zijn de korpsbeheerders van de regio’s, bedoeld in artikel 21 van de Politiewet 1993, eervol uit hun ambt ontslagen.
Hoofdstuk 1 — Invoering van de Politiewet 2012
Artikel 2
1 Het personeel van de regio’s, van het Korps landelijke politiediensten en van de voorziening tot samenwerking Politie Nederland gaat op de datum van inwerkingtreding van deze wet over in dienst van de politie op dezelfde voet en ook overigens in dezelfde rechtstoestand als waarin het op de dag, voorafgaand aan die datum, werkzaam was.
2 Op de datum van inwerkingtreding van artikel 25, eerste lid, van de Politiewet 2012 blijft voor de vervulling van en benoeming in de functies, genoemd in bijlage A van deze wet, hoofdstuk VII.b van het Besluit algemene rechtspositie politie buiten toepassing. Artikel 3 van het Besluit overleg en medezeggenschap politie 1994 is hierop niet van toepassing.
Hoofdstuk 1 — Invoering van de Politiewet 2012
Artikel 3
1 De vermogensbestanddelen van de regio’s, van de Staat die aan het Korps landelijke politiediensten kunnen worden toegerekend, en van de voorziening tot samenwerking Politie Nederland gaan met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze wet onder algemene titel over op de politie zonder dat daarvoor een akte of betekening wordt gevorderd.
2 Onze Minister van Veiligheid en Justitie kan in overeenstemming met Onze Minister van Financiën bepaalde vermogensbestanddelen van de Staat die aan het Korps landelijke politiediensten kunnen worden toegerekend, uitzonderen van de in het eerste lid bedoelde overgang.
3 Met betrekking tot de in het eerste lid bedoelde vermogensbestanddelen die in openbare registers te boek zijn gesteld, zal verandering van de tenaamstelling in die registers plaatsvinden door de bewaarders van die registers. De daartoe nodige opgaven worden door de zorg van de regio’s en Onze Minister van Veiligheid en Justitie, voor zover het betreft de voorziening tot samenwerking Politie Nederland en het Korps landelijke politiediensten, aan de bewaarders van de desbetreffende registers gedaan.
4 Ter zake van de in het eerste lid bedoelde overgang van vermogensbestanddelen blijft heffing van overdrachtsbelasting achterwege.
Hoofdstuk 1 — Invoering van de Politiewet 2012
Artikel 4
1 Archiefbescheiden van de regio’s, het Korps landelijke politiediensten en de voorziening tot samenwerking Politie Nederland betreffende zaken die op de datum van inwerkingtreding van deze wet nog niet zijn afgedaan alsmede zaken die op dat tijdstip zijn afgedaan, worden overgedragen aan de politie, voor zover zij niet overeenkomstig de Archiefwet 1995 zijn overgebracht naar een archiefbewaarplaats.
2 Archiefbescheiden van Onze Minister van Veiligheid en Justitie voor zover betrekking hebbend op de rijksrecherche betreffende zaken die op de datum van inwerkingtreding van deze wet nog niet zijn afgedaan, worden overgedragen aan het College van procureurs-generaal, voor zover zij niet overeenkomstig de Archiefwet 1995 zijn overgebracht naar een archiefbewaarplaats.
Hoofdstuk 1 — Invoering van de Politiewet 2012
Artikel 5
1 In wettelijke procedures en rechtsgedingen, waarbij een regio, het Korps landelijke politiediensten of de voorziening tot samenwerking Politie Nederland is betrokken, treedt met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze wet de politie, dan wel de korpschef, bedoeld in artikel 27 van de Politiewet 2012, in de plaats van de regio, de Staat of de voorziening tot samenwerking Politie Nederland, dan wel de korpsbeheerder van de regio, Onze Minister van Veiligheid en Justitie of de voorzitter van het algemeen bestuur van voorziening tot samenwerking Politie Nederland.
2 In wettelijke procedures en rechtsgedingen, waarbij de rijksrecherche is betrokken, treedt met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze wet het College van procureurs-generaal in de plaats van Onze Minister van Veiligheid en Justitie.
Hoofdstuk 1 — Invoering van de Politiewet 2012
Artikel 6
1 In zaken waarin voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet aan de Nationale ombudsman is verzocht een onderzoek te doen dan wel de Nationale ombudsman een onderzoek heeft ingesteld naar een gedraging die kan worden toegerekend aan een bestuursorgaan van een regio, van de voorziening tot samenwerking Politie Nederland of Onze Minister van Veiligheid en Justitie voor wat betreft het Korps landelijke politiediensten, treedt de korpschef, bedoeld in artikel 27 van de Politiewet 2012, op dat tijdstip als bestuursorgaan in de zin van de Wet Nationale ombudsman in de plaats van dat bestuursorgaan.
2 In zaken waarin voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet aan de Nationale ombudsman is verzocht een onderzoek te doen dan wel de Nationale ombudsman een onderzoek heeft ingesteld naar een gedraging die kan worden toegerekend aan Onze Minister van Veiligheid en Justitie voor wat betreft de rijksrecherche, treedt het College van procureurs-generaal op dat tijdstip als bestuursorgaan in de zin van de Wet Nationale ombudsman in de plaats van Onze Minister van Veiligheid en Justitie.
Hoofdstuk 1 — Invoering van de Politiewet 2012
Artikel 7
1 Na inwerkingtreding van deze wet berusten de algemene maatregelen van bestuur, genoemd in bijlage B van deze wet, voor zover deze berustten op de Politiewet 1993, op de in deze bijlage genoemde artikelen van de Politiewet 2012.
2 Na inwerkingtreding van deze wet berusten de ministeriële regelingen, genoemd in bijlage C van deze wet, voor zover deze berustten op de Politiewet 1993, op de in deze bijlage genoemde artikelen van de Politiewet 2012.
3 Na inwerkingtreding van deze wet berusten de krachtens artikel 8, zevende lid, van de Politiewet 1993 genomen besluiten van Onze Minister van Veiligheid en Justitie op artikel 7, zevende lid, van de Politiewet 2012.
4 Na inwerkingtreding van deze wet berust de Beschikking van de Minister van Justitie van 25 september 2003, houdende aanwijzing van functionarissen en ambtenaren in het arrondissement Amsterdam voor de uitvoering van de dienst bij de gerechten en het transport van personen die rechtens van hun vrijheid zijn beroofd (Stcrt. 189), voor zover deze berustte op de Politiewet 1993, op artikel 9, zesde lid, van de Politiewet 2012.
5 Na inwerkingtreding van deze wet berusten de bij of krachtens de artikelen 25, eerste en derde lid, en 42, eerste en tweede lid, onderscheidenlijk artikel 52 van de Politiewet 1993 genomen koninklijke besluiten op artikel 28, derde lid, onderscheidenlijk 45, tweede lid, van de Politiewet 2012.
6 Na inwerkingtreding van deze wet wordt een aanwijzing als bedoeld in artikel 60, tweede lid, van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2002 van de korpsbeheerder van een regionaal politiekorps of Onze Minister van Veiligheid en Justitie wat betreft het Korps landelijke politiediensten, aangemerkt als een aanwijzing van de korpschef, bedoeld in artikel 27 van de Politiewet 2012, ten aanzien van de in de aanwijzing genoemde persoon bij de regionale eenheid in het gebied waar hij op de dag voor inwerkingtreding van deze wet werkzaam was onderscheidenlijk bij een landelijke eenheid. Na inwerkingtreding van deze wet wordt de aan de aanwijzing gegeven instemming van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties aangemerkt als een instemming ten aanzien van de in de aanwijzing genoemde persoon bij de in de eerste volzin bedoelde regionale eenheid of landelijke eenheid. Een aan de instemming verbonden bepaling dat bij wijziging van de functieaanduiding, dan wel bij inhoudelijke wijziging van de functie, de aanwijzing vervalt, blijft buiten toepassing.
Hoofdstuk 2 — Wijziging van andere wetten › § 1 — Ministerie van Algemene Zaken
Artikel 8
Wijzigt de Noodwet rechtspleging.
Hoofdstuk 2 — Wijziging van andere wetten › § 1 — Ministerie van Algemene Zaken
Artikel 9
Wijzigt de Wet buitengewone bevoegdheden burgerlijk gezag.
Hoofdstuk 2 — Wijziging van andere wetten › § 1 — Ministerie van Algemene Zaken
Artikel 10
Wijzigt de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2002.
Hoofdstuk 2 — Wijziging van andere wetten › § 1 — Ministerie van Algemene Zaken
Artikel 11
Wijzigt het Wetboek van Koophandel.
Hoofdstuk 2 — Wijziging van andere wetten › § 2 — Ministerie van Veiligheid en Justitie
Artikel 12
Wijzigt de Algemene wet bestuursrecht.
Hoofdstuk 2 — Wijziging van andere wetten › § 2 — Ministerie van Veiligheid en Justitie
Artikel 13
Wijzigt de Faillissementswet.
Hoofdstuk 2 — Wijziging van andere wetten › § 2 — Ministerie van Veiligheid en Justitie
Artikel 14
Wijzigt de Overleveringswet.
Hoofdstuk 2 — Wijziging van andere wetten › § 2 — Ministerie van Veiligheid en Justitie
Artikel 15
Wijzigt de Uitvoeringswet Internationaal Strafhof.
Hoofdstuk 2 — Wijziging van andere wetten › § 2 — Ministerie van Veiligheid en Justitie
Artikel 16
Wijzigt de Uitvoeringswet internationale kinderbescherming.
Hoofdstuk 2 — Wijziging van andere wetten › § 2 — Ministerie van Veiligheid en Justitie
Artikel 17
Wijzigt de Uitvoeringswet Speciaal Tribunaal voor Libanon.
Hoofdstuk 2 — Wijziging van andere wetten › § 2 — Ministerie van Veiligheid en Justitie
Artikel 18
Wijzigt de Uitvoeringswet internationale kinderontvoering.
Hoofdstuk 2 — Wijziging van andere wetten › § 2 — Ministerie van Veiligheid en Justitie
Artikel 19
Wijzigt de Veiligheidswet BES.
Hoofdstuk 2 — Wijziging van andere wetten › § 2 — Ministerie van Veiligheid en Justitie
Artikel 20
Wijzigt het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
Hoofdstuk 2 — Wijziging van andere wetten › § 2 — Ministerie van Veiligheid en Justitie
Artikel 21
Wijzigt het Wetboek van Strafvordering.
Hoofdstuk 2 — Wijziging van andere wetten › § 2 — Ministerie van Veiligheid en Justitie
Artikel 22
Wijzigt de Wet bescherming persoonsgegevens.
Hoofdstuk 2 — Wijziging van andere wetten › § 2 — Ministerie van Veiligheid en Justitie
Artikel 23
Wijzigt de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur.
Hoofdstuk 2 — Wijziging van andere wetten › § 2 — Ministerie van Veiligheid en Justitie
Artikel 23a
Wijzigt de Wet controle op rechtspersonen.
Hoofdstuk 2 — Wijziging van andere wetten › § 2 — Ministerie van Veiligheid en Justitie
Artikel 24
Wijzigt de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden.
Hoofdstuk 2 — Wijziging van andere wetten › § 2 — Ministerie van Veiligheid en Justitie
Artikel 25
Wijzigt de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens.
Hoofdstuk 2 — Wijziging van andere wetten › § 2 — Ministerie van Veiligheid en Justitie
Artikel 26
Wijzigt de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten.
Hoofdstuk 2 — Wijziging van andere wetten › § 2 — Ministerie van Veiligheid en Justitie
Artikel 27
Wijzigt de Wet op de identificatieplicht.
Hoofdstuk 2 — Wijziging van andere wetten › § 2 — Ministerie van Veiligheid en Justitie
Artikel 28
Wijzigt de Wet op het LSOP en het politieonderwijs.
Hoofdstuk 2 — Wijziging van andere wetten › § 2 — Ministerie van Veiligheid en Justitie
Artikel 29
Wijzigt de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus.
Hoofdstuk 2 — Wijziging van andere wetten › § 2 — Ministerie van Veiligheid en Justitie
Artikel 30
Wijzigt de Wet politiegegevens.
Hoofdstuk 2 — Wijziging van andere wetten › § 2 — Ministerie van Veiligheid en Justitie
Artikel 31
Wijzigt de Wet tijdelijk huisverbod.
Hoofdstuk 2 — Wijziging van andere wetten › § 2 — Ministerie van Veiligheid en Justitie
Artikel 32
Wijzigt de Wet tot instelling van het Internationaal Tribunaal voor vervolging van personen aansprakelijk voor ernstige schendingen van het internationaal humanitair recht op het grondgebied van het voormalige Joegoslavië 1991.
Hoofdstuk 2 — Wijziging van andere wetten › § 2 — Ministerie van Veiligheid en Justitie
Artikel 33
Wijzigt de Wet veiligheidsregio’s.
Hoofdstuk 2 — Wijziging van andere wetten › § 2 — Ministerie van Veiligheid en Justitie
Artikel 34
Wijzigt de Wet wapens en munitie.
Hoofdstuk 2 — Wijziging van andere wetten › § 2 — Ministerie van Veiligheid en Justitie
Artikel 35
1 Wijzigt deze wet.
2 Wijzigt de Wet aanpassing bestuursprocesrecht.
Hoofdstuk 2 — Wijziging van andere wetten › § 2 — Ministerie van Veiligheid en Justitie
Artikel 36
1 Wijzigt deze wet.
2 Wijzigt de Wijzigingswet Algemene wet bestuursrecht, enz. (vastlegging uitzonderingen toepasselijkheid positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen Dienstenwet).
Hoofdstuk 2 — Wijziging van andere wetten › § 2 — Ministerie van Veiligheid en Justitie
Artikel 37
1 Wijzigt deze wet.
2 Wijzigt de Wijzigingswet Wetboek van Strafvordering, enz. (introductie DNA-verwantschapsonderzoek en DNA-onderzoek naar uiterlijk waarneembare persoonskenmerken van het onbekende slachtoffer en regeling enige andere onderwerpen).
Hoofdstuk 2 — Wijziging van andere wetten › § 2 — Ministerie van Veiligheid en Justitie
Artikel 38
1 Wijzigt deze wet.
2 Wijzigt de Wijzigingswet Wetboek van Strafvordering (herziening regels betreffende de processtukken in strafzaken).
Hoofdstuk 2 — Wijziging van andere wetten › § 2 — Ministerie van Veiligheid en Justitie
Artikel 39
1 Wijzigt deze wet.
2 Wijzigt de Wijzigingswet Wet politiegegevens, enz. (implementatie kaderbesluit van de Raad van de Europese Unie 2008/977/JBZ).
Hoofdstuk 2 — Wijziging van andere wetten › § 2 — Ministerie van Veiligheid en Justitie
Artikel 40
1 Wijzigt deze wet.
2 Wijzigt de Wijzigingswet Wet veiligheidsregio’s (oprichting Instituut Fysieke Veiligheid en in verband met de volledige regionalisering brandweer).
Hoofdstuk 2 — Wijziging van andere wetten › § 2 — Ministerie van Veiligheid en Justitie
Artikel 41
Wijzigt de Politiewet 2012.
Hoofdstuk 2 — Wijziging van andere wetten › § 2 — Ministerie van Veiligheid en Justitie
Artikel 42
1 Wijzigt deze wet.
2 Wijzigt de Evaluatie- en uitbreidingswet Bibob.
Hoofdstuk 2 — Wijziging van andere wetten › § 2 — Ministerie van Veiligheid en Justitie
Artikel 42a
1 Indien het bij koninklijke boodschap van 9 september 2011 ingediende voorstel van wet tot wijziging van de Wet op de rechterlijke indeling, de Wet op de rechterlijke organisatie en diverse andere wetten in verband met de vermindering van het aantal arrondissementen en ressorten (Wet herziening gerechtelijke kaart) (32 891) tot wet is verheven, en artikel I van die wet later in werking treedt dan artikel 25, eerste lid, van de Politiewet 2012, is er, in afwijking van artikel 25, tweede lid, van de Politiewet 2012, tot het tijdstip waarop artikel I van de Wet herziening gerechtelijke kaart in werking treedt, een regionale eenheid als bedoeld in artikel 25, eerste lid, onder a, van de Politiewet 2012 in elk van de gebieden, genoemd in de artikelen 4 tot en met 13 van de Wet op de rechterlijke indeling, zoals die luiden na het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet herziening gerechtelijke kaart.
2 Degene die op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel 25, eerste lid, van de Politiewet 2012 is benoemd in het ambt van hoofdofficier en voor wie op diezelfde dag is vastgesteld dat hij het ambt van hoofdofficier vervult bij het arrondissementsparket te Amsterdam, onderscheidenlijk het arrondissementsparket te ’s-Gravenhage, onderscheidenlijk het arrondissementsparket te Maastricht, onderscheidenlijk het arrondissementsparket te Utrecht, onderscheidenlijk het arrondissementsparket te Haarlem, onderscheidenlijk het arrondissementsparket te Groningen, onderscheidenlijk het arrondissementsparket te ’s-Hertogenbosch, onderscheidenlijk het arrondissementsparket te Arnhem, onderscheidenlijk het arrondissementsparket te Rotterdam, onderscheidenlijk het arrondissementsparket te Breda, treedt met ingang van de datum van inwerkingtreding van artikel 25, eerste lid, van de Politiewet 2012 voor de uitoefening van de taken en bevoegdheden opgedragen bij de Politiewet 2012 op als hoofdofficier van justitie in het gebied, genoemd in artikel 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12 onderscheidenlijk 13 van de Wet op de rechtelijke indeling, zoals dat luidt na het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet herziening gerechtelijke kaart.
3 Wijzigt de Wet veiligheidsregio’s.
4 Omtrent de uitoefening van de taken of bevoegdheden van de hoofdofficier van justitie, bedoeld in de artikelen 38, tweede lid, 39, eerste, tweede en derde lid, 41 en 71, zesde lid, van de Politiewet 2012 en de artikelen 12, eerste lid, 15, vierde lid, 19, eerste lid, 39, tweede lid, en 46, eerste lid, van de Wet veiligheidsregio’s, overlegt de hoofdofficier van justitie, bedoeld in het tweede lid, met de andere hoofdofficieren van justitie of fungerend hoofdofficieren van justitie in dat gebied.
Hoofdstuk 2 — Wijziging van andere wetten › § 3 — Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Artikel 43
Wijzigt de Gemeentewet.
Hoofdstuk 2 — Wijziging van andere wetten › § 3 — Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Artikel 44
Wijzigt de Kieswet.
Hoofdstuk 2 — Wijziging van andere wetten › § 3 — Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Artikel 45
Wijzigt de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens.
Hoofdstuk 2 — Wijziging van andere wetten › § 3 — Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Artikel 46
Wijzigt de Wet privatisering ABP.
Hoofdstuk 2 — Wijziging van andere wetten › § 3 — Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Artikel 47
Wijzigt de Vreemdelingenwet 2000.
Hoofdstuk 2 — Wijziging van andere wetten › § 3 — Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Artikel 48
Wijzigt de Wet kaderregeling vut overheidspersoneel.
Hoofdstuk 2 — Wijziging van andere wetten › § 3 — Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Artikel 49
1 Wijzigt deze wet.
2 Wijzigt de Wet modern migratiebeleid.
Hoofdstuk 2 — Wijziging van andere wetten › § 3 — Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Artikel 50
Wijzigt de Politiewet 2012.
Hoofdstuk 2 — Wijziging van andere wetten › § 3 — Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Artikel 51
Vervallen
Hoofdstuk 2 — Wijziging van andere wetten › § 4 — Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Artikel 52
Wijzigt de Leerplichtwet 1969.
Hoofdstuk 2 — Wijziging van andere wetten › § 5 — Ministerie van Financiën
Artikel 53
Wijzigt de Algemene douanewet.
Hoofdstuk 2 — Wijziging van andere wetten › § 5 — Ministerie van Financiën
Artikel 54
Wijzigt de Algemene wet inzake rijksbelastingen.
Hoofdstuk 2 — Wijziging van andere wetten › § 5 — Ministerie van Financiën
Artikel 55
Wijzigt de Wet op belastingen van rechtsverkeer.
Hoofdstuk 2 — Wijziging van andere wetten › § 6 — Ministerie van Infrastructuur en Milieu
Artikel 56
Wijzigt de Scheepvaartverkeerswet.
Hoofdstuk 2 — Wijziging van andere wetten › § 6 — Ministerie van Infrastructuur en Milieu
Artikel 57
Wijzigt de Spoorwegwet.
Hoofdstuk 2 — Wijziging van andere wetten › § 6 — Ministerie van Infrastructuur en Milieu
Artikel 58
Wijzigt de Wegenverkeerswet 1994.
Hoofdstuk 2 — Wijziging van andere wetten › § 6 — Ministerie van Infrastructuur en Milieu
Artikel 59
Wijzigt de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.
Hoofdstuk 2 — Wijziging van andere wetten › § 6 — Ministerie van Infrastructuur en Milieu
Artikel 60
Wijzigt de Wet explosieven voor civiel gebruik.
Hoofdstuk 2 — Wijziging van andere wetten › § 7 — Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie
Artikel 61
Wijzigt de Flora- en faunawet.
Hoofdstuk 2 — Wijziging van andere wetten › § 7 — Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie
Artikel 61a
Wijzigt de Visserijwet 1963.
Hoofdstuk 2 — Wijziging van andere wetten › § 8 — Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Artikel 62
Wijzigt de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen.
Hoofdstuk 2 — Wijziging van andere wetten › § 8 — Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Artikel 63
Vervallen
Hoofdstuk 3 — Slotbepalingen
Artikel 64
1 Indien ingevolge enig wettelijk voorschrift:
a. over het ontwerp van een regeling of het voornemen tot het treffen van een regeling advies moet worden gevraagd,
b. van het ontwerp van een regeling kennis moet worden gegeven, of
c. de voordracht voor een algemene maatregel van bestuur moet worden gedaan door een andere minister dan Onze Minister van Veiligheid en Justitie,
geldt dat voorschrift niet ten aanzien van het Aanpassingsbesluit Politiewet 2012.
2 Het eerste lid, onderdeel a, is niet van toepassing op het horen van de Raad van State.
Hoofdstuk 3 — Slotbepalingen
Artikel 65
De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.
Hoofdstuk 3 — Slotbepalingen
Artikel 66
Deze wet wordt aangehaald als: Invoerings- en aanpassingswet Politiewet 2012.
Hoofdstuk 3 — Slotbepalingen
Artikel 67
Voor het tijdstip van plaatsing in het Staatsblad vervangt Onze Minister van Veiligheid en Justitie de in deze wet voorkomende aanduiding «201X» door het jaartal van het Staatsblad, waarin het bij koninklijke boodschap van 21 november 2006 ingediende voorstel van wet houdende vaststelling van een nieuwe Politiewet (Politiewet 2012) (30 880), na tot wet te zijn verheven, is geplaatst.
Bijlage A — als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de Invoerings- en aanpassingswet Politiewet 2012
Bijlage A — als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de Invoerings- en aanpassingswet Politiewet 2012
– korpschef;
– directeur operatiën, tevens plaatsvervangend korpschef;
– directeur operatiën;
– directeur bedrijfsvoering;
– politiechefs;
– hoofd operatiën, tevens plaatsvervangend politiechef;
– hoofd operatiën (van de landelijke en regionale eenheden);
– hoofd bedrijfsvoering (van de landelijke en regionale eenheden);
– chief information officer;
– directeur financiën;
– directeur HRM;
– directeur facilitair;
– directeur communicatie;
– hoofd korpsstaf;
– hoofd dienst infrastructuur;
– hoofd dienst landelijke recherche;
– hoofd landelijke operationeel centrum;
– hoofd dienst landelijke informatieorganisatie;
– hoofd dienst landelijke operationele samenwerking;
– hoofd dienst bewaken en beveiligen;
– hoofd dienst speciale interventie.
Bijlage B — als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Invoerings- en aanpassingswet Politiewet 2012
Bijlage B — als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Invoerings- en aanpassingswet Politiewet 2012
Naam algemene maatregel van bestuur | Grondslag in de Politiewet 2012
Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke marechaussee en andere opsporingsambtenaren | Artikelen 7, zevende lid, en 9, eerste en vierde lid
Besluit van 25 april 1994, houdende aanwijzing van de personen, bedoeld in artikel 6, tweede lid, van de Politiewet 1993, over wie de politietaak van de Koninklijke marechaussee zich mede uitstrekt (Stb. 353) | Artikel 4, tweede lid
Besluit algemene rechtspositie politie | Artikel 47, eerste lid
Besluit beschikbaarstelling politieambtenaren ten behoeve van vredesmissies | Artikel 47, eerste lid
Besluit bezoldiging politie | Artikel 47, eerste lid
Besluit bovenwettelijke werkloosheidsuitkering politie | Artikel 47, eerste lid
Besluit Kroonbenoemingen politie | Artikel 45, tweede lid
Besluit melden vermoeden van misstand bij Rijk en Politie | Artikel 47, eerste lid
Besluit overleg en medezeggenschap politie 1994 | Artikel 47, eerste lid
Besluit rangen politie | Artikel 48
Besluit rechtspositie vrijwillige politie | Artikel 47, eerste lid
Besluit reis-, verblijf-, en verhuiskosten politie | Artikel 47, eerste lid
Besluit suppletieregeling gedeeltelijk arbeidsongeschikten sector politie | Artikel 47, eerste lid
Besluit zorgaanspraken AWBZ | Artikel 47, eerste lid
Bijlage C — als bedoeld in artikel 7, tweede lid, van de Invoerings- en aanpassingswet Politiewet 2012
Bijlage C — als bedoeld in artikel 7, tweede lid, van de Invoerings- en aanpassingswet Politiewet 2012
Naam regeling | Grondslag in de Politiewet 2012
Regeling van de ministers van Justitie, van Binnenlandse Zaken en van Defensie van 29 maart 1994 (nrs. 430241/594/GBJD, EA 94/U894 en CWW 85/008), houdende aanwijziging van de overige luchtterrein waarop de Koninklijke marechaussee de politietaak uitvoert (Stcrt. 70) | Artikel 4, eerste lid, onderdeel c
Klachtenregeling politietaken Koninklijke Marechaussee/krijgsmacht 2004 | Artikel 69, eerste lid
Klachtenregeling Rijksrecherche | Artikel 68, eerste lid
Regeling bijstand bestrijding luchtvaartterrorisme | Artikel 58, tweede lid
Regeling C2000 en GMS | Artikel 23, eerste lid, onderdeel a, en tweede lid
Regeling informatiebeveiliging politie | Artikel 23, eerste lid, onderdeel a en b
Samenwerkingsregeling bestrijding terroristische misdrijven | Artikel 23, eerste en tweede lid
Regeling Dienst speciale interventies | Artikel 59, vierde lid
Samenwerkingsregeling mobiele eenheden | Artikel 5
Samenwerkingsregeling politie-Koninklijke marechaussee | Artikel 5
Aanwijzing ambtenaren belast met vervoer arrestanten (Stcrt. 1998, 204) | Artikel 9, zesde lid