wetzoeker

Wijzigingswet Mediawet 2008, enz. (aanpassing rijksmediabijdrage, beëindiging wettelijke taken Stichting Radio Nederland Wereldomroep en aanpassingen van meer technische aard)

Wet van 28 juni 2012 tot wijziging van onder meer de Mediawet 2008 in verband met aanpassing van de rijksmediabijdrage, beëindiging van de wettelijke taken van de Stichting Radio Nederland Wereldomroep en aanpassingen van meer technische aard

Soort
Wet
Geldend vanaf
01-01-2015
Rechtsgebied
Cultureel recht
Ministerie
Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
BWB-id
BWBR0031791
Versie
2015-01-01_0
SHA-256 bron
562bab852f9562c9c04e571df48a983e8d98150ed8f6cebda04c7bf72c40f201

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (7)
  1. Artikel I
  2. Artikel II
  3. Artikel III
  4. Artikel IV
  5. Artikel V
  6. Artikel VI
  7. Artikel VII

Artikel I

Wijzigt de Mediawet 2008.

Artikel II

Wijzigt de Wijzigingswet Mediawet 2008 (erkenning en financiering publieke omroep).

Artikel III

Wijzigt de Mediawet BES.

Artikel IV

Ten behoeve van de financiële verantwoording over het kalenderjaar 2012 met betrekking tot de Stichting Radio Wereldomroep Nederland blijven de artikelen 2.81, 2.82, 2.171 tot en met 2.173 en 2.175 tot en met 2.177 van de Mediawet 2008, zoals die luidden op 31 december 2012, van toepassing. Artikel 2.138a van die wet is van overeenkomstige toepassing.

Artikel V

In afwijking van artikel 2.5 van de Mediawet 2008 kan de raad van toezicht van de Stichting Nederlandse Publieke Omroep tot 1 januari 2016 bestaan uit een voorzitter en ten hoogste zes andere leden. Als de periode van vijf jaar waarvoor een of meer leden zijn benoemd of herbenoemd, is verlopen dan wel een of meer leden al dan niet op hun verzoek zijn ontslagen, blijft de benoeming van een of meer leden achterwege, voor zover als gevolg van die benoeming of benoemingen het aantal van een voorzitter en vier andere leden zou worden overschreden.

Artikel VI

Vervallen

Artikel VII

1 Deze wet treedt met uitzondering van artikel I, onderdelen DDa, DDb, WWb en ZZa, in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

2 Artikel I, onderdelen DDa, DDb, WWb en ZZa, treedt in werking met ingang van 1 januari 2013. Indien het Staatsblad waarin deze wet wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 31 december 2012, treedt de bepaling, bedoeld in de eerste volzin, in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin deze wet wordt geplaatst.