wetzoeker

Artikel 1.2 Voorzieningenstelsel Buitenlandtoeslagen Rechterlijke Ambtenaren (VBRA)

Algemene bepalingen

1 Indien de belanghebbende reeds uit anderen hoofde aanspraak heeft op voorzieningen – al dan niet in natura – ter zake van zijn verblijf in een gebied buiten Nederland, zal de aanspraak op voorzieningen op grond van deze regeling geheel of gedeeltelijk komen te vervallen.

2 Indien de echtgenoot van de belanghebbende over hetzelfde tijdvak aanspraak kan maken op voorzieningen op grond van deze regeling of op daarmee gelijk te stellen voorzieningen voor ambtenaren behorende tot de overheid:

a. komt de aanspraak van de belanghebbende op voorzieningen op grond van deze regeling te vervallen, indien het Standaard Netto Nederland van de echtgenoot hoger is;

b. wordt de aanspraak op voorzieningen verleend aan degene die daarvoor door beiden gezamenlijk is aangewezen, indien het Standaard Netto Nederland van de belanghebbende en dat van zijn echtgenoot gelijk zijn.

3 De belanghebbende, bedoeld in het tweede lid, onder a, alsmede de belanghebbende bedoeld in het tweede lid, onder b, die niet door beiden gezamenlijk is aangewezen, heeft aanspraak op de voorzieningen waarop de ongehuwde rechterlijk ambtenaar, bedoeld in artikel 1.1 onderdeel f, aanspraak zou hebben.

Regeling
Voorzieningenstelsel Buitenlandtoeslagen Rechterlijke Ambtenaren (VBRA)
Afkortingen
VBRA
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-01-2019
BWB-id
BWBR0031747
Versie
2019-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl