wetzoeker

Beleidsregel vergunningverlening schelpdierverplaatsingen

Beleidsregels van de Staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie van 6 juni 2012, nr. 267278, houdende vaststelling van beleidsregels inzake schelpdierverplaatsingen

Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
25-08-2017
Rechtsgebied
Milieurecht, Ruimtelijke ordening en milieu
Ministerie
Economische Zaken
BWB-id
BWBR0031671
Versie
2017-08-25_0
SHA-256 bron
f7d57b233643f0f9c18e41a29d5c835212635e039b11a54c50efc45f8dcbb553

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (6)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 1a
  3. Artikel 2
  4. Artikel 3
  5. Artikel 3a
  6. Artikel 4

Hoofdstuk I — Definities

Artikel 1

In deze beleidsregels wordt verstaan onder:

minister: Minister van Economische Zaken;

probleemsoorten: een soort waarvan op basis van de best beschikbare wetenschappelijke kennis kan worden aangenomen dat deze een significant negatief effect kan hebben voor de instandhoudingsdoelen van een Natura 2000-gebied.

Hoofdstuk I — Definities

Artikel 1a

Deze beleidsregel is gebaseerd op artikel 2.7 van de Wet natuurbescherming en artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht.

Hoofdstuk II — Importvoorwaarden Oosterschelde

Artikel 2

De minister kan voor het importeren en uitzaaien in de Oosterschelde van mariene schelpdieren een vergunning op grond van artikel 2.7 van de Wet natuurbescherming verlenen als is voldaan aan de volgende voorwaarden:

1. De vergunningaanvraag heeft betrekking op mariene schelpdieren afkomstig uit kustgebieden uit OSPAR regio II (Noordzee) en regio III (Keltische zee).

2. Er is aangetoond dat voldoende maatregelen zijn genomen om te voorkomen dat probleemsoorten levend in de Oosterschelde terecht kunnen komen.

3. Er is gebruik gemaakt van een integrale risicobeoordeling en er zijn kritische beheerspunten opgesteld in een control- en managementplan.

4. Het control- en managementplan bevat een schelpdier afhankelijke soorten inventarisatie van het herkomstgebied waaruit blijkt dat er geen probleemsoorten voor het importgebied in het herkomstgebied zijn aangetroffen.

5. Onderdeel van het control- en managementplan is een retrospectieve monitoring om te bewaken dat er toch geen probleemsoorten zijn of worden geïntroduceerd in het importgebied.

6. Indien uit de retrospectieve monitoring blijkt dat probleemsoorten of in potentie probleemsoorten worden gevonden dan dienen er corrigerende maatregelen te worden genomen. Mogelijk te nemen corrigerende maatregelen zijn in het plan vastgelegd.

Hoofdstuk III — Zuid-Noordtransporten

Artikel 3

De minister kan voor het transport van mosselzaad uit de Oosterschelde naar de Nederlandse Waddenzee een vergunning op grond van artikel 2.7 van de Wet natuurbescherming verlenen als is voldaan aan de volgende voorwaarden:

1. Er is aangetoond dat voldoende maatregelen zijn genomen om te voorkomen dat probleemsoorten levend in de Waddenzee terecht kunnen komen.

2. Er is gebruik gemaakt van een integrale risicobeoordeling en er zijn kritische beheerspunten opgesteld in een control- en managementplan.

3. Het control- en managementplan bevat een schelpdier afhankelijke soorten inventarisatie van het herkomstgebied binnen de Oosterschelde waaruit blijkt dat er geen probleemsoorten voor de Waddenzee in het herkomstgebied zijn aangetroffen.

4. Onderdeel van het control- en managementplan is een retrospectieve monitoring van het importgebied om te bewaken dat er toch geen probleemsoorten zijn of worden geïntroduceerd in de Waddenzee.

5. Indien er probleemsoorten of in potentie probleemsoorten worden gevonden als gevolg van de retrospectieve monitoring dan dienen er corrigerende maatregelen te worden genomen. Mogelijk te nemen corrigerende maatregelen zijn in het plan vastgelegd.

Hoofdstuk IV — Slotbepalingen

Artikel 3a

Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel vergunningverlening schelpdierverplaatsingen.

Hoofdstuk IV — Slotbepalingen

Artikel 4

Deze beleidsregels treden in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.