Categorie IV. (deel 1) Beleidsregel Instructie organieke matching
De functiebeschrijvingen met leidinggevende aspecten, ongeacht of leiding wordt gegeven aan de uitvoering van de politietaak en waarbij op die beschrijving minimaal salarisschaal 14 staat vermeld, worden ingedeeld in het domein Leiding.
Toelichting:
De indeling van alle functiebeschrijvingen met leidinggevende aspecten in vier categorieën is noodzakelijk om hiermee op consistente wijze het juiste domein te kunnen bepalen. Bestaande aspecten van leidinggeven in korpsfunctiebeschrijvingen komen terug in het domein Uitvoering (zoals alle LFNP functies Operationeel Expert en de LFNP functies Operationeel Specialisten B tot en met F) of het domein Ondersteuning (zoals de LFNP functie Gespecialiseerd Medewerker C en de LFNP functies Bedrijfsvoering Specialisten B tot en met F). Hiertoe hanteert het LFNP de begrippen: operationele sturing in de vorm van organisatorische coördinatie, operationele sturing in de vorm van zaakscoördinatie, regie(posities) in netwerken.
De functiebeschrijvingen met leidinggevende aspecten in categorie I hebben betrekking op operationeel leiding geven aan een groep, in het LFNP vertaald naar operationele sturing en regie(posities) in netwerken. Het referentiemateriaal vermeldt in de regel het niveaubepalend element ‘(voortgangs)verantwoordelijkheid’. Voor deze functiebeschrijvingen is het meest vergelijkbare domein het domein Uitvoering of het domein Ondersteuning.
De functiebeschrijvingen met leidinggevende aspecten in categorie II zijn unithoofden, waarbij volgens die beschrijving leiding wordt gegeven aan de uitvoering van de politietaak. Het referentiemateriaal vermeldt in dat kader doorgaans het niveaubepalend element ‘eindverantwoordelijkheid’. Het gaat dan in de regel om grotere aantallen medewerkers die deel uitmaken van een unit.
De functiebeschrijvingen met leidinggevende aspecten in categorie III (tot en met salarisschaal 13) geven volgens die beschrijving geen leiding aan de uitvoering van de politietaak, maar het betreft functionarissen die (deels) leiding geven aan (staf)afdelingen.
De zwaarte van deze functies wordt ontleend aan de noodzakelijke en specifieke vakinhoudelijke kennis. Dit volgt uit het technische functiewaarderingssysteem dat spreekt over ‘specialismen’ (zie artikel 1 juncto bijlage 1 van de Regeling vaststelling systeem functiewaardering Nederlandse politie (Stcrt. 1994, 134 en 2005, 126). Daarnaast is voor deze functies altijd minimaal een HBO werk- of denkniveau vereist. Voor deze functiebeschrijvingen is het meest vergelijkbare domein niet Leiding, maar het domein Uitvoering of het domein Ondersteuning omdat hierin de hooggekwalificeerde specialistische LFNP functies voorkomen. Zie voor het domein Uitvoering het vakgebied Operationeel Specialisten en voor het domein Ondersteuning het vakgebied Bedrijfsvoering Specialisten.
De functiebeschrijvingen met leidinggevende aspecten in categorie IV betreffen alle beschrijvingen waarop minimaal salarisschaal 14 vermeld staat. Deze functiebeschrijvingen, ongeacht de aard of omvang van het leidinggeven, worden ingedeeld in het domein Leiding. Bij dergelijke functiebeschrijvingen gaat het om het (mede-)bepalen van het (strategisch) beleid. Dit volgt uit het hiervoor al genoemd technische functiewaarderingssysteem.
De handelwijze bij functiebeschrijvingen met leidinggevende aspecten is als volgt:
• Op basis van de functiebeschrijving wordt beoordeeld of sprake is van leidinggeven en zo ja, in welke categorie deze functie valt.
• Indien de functiebeschrijving geen of onvoldoende uitsluitsel geeft over de categorie en daarmee de keuze van het meest vergelijkbare domein, dient het fuwa-advies -dat onderliggend is aan de functiebeschrijving- geraadpleegd te worden.
• Indien geen fuwa-advies aanwezig is of wanneer dit onvoldoende uitsluitsel geeft, dient het referentiemateriaal te worden geraadpleegd.
Toelichting:
Tussen korpsen bestaan grote verschillen qua benamingen van functiebeschrijvingen. Zo komen in de leiding van de basispolitiezorg bijvoorbeeld de volgende benamingen voor: chef wijkteam in schaal 10, chef basisteam in schaal 11, chef wijkpolitie in schaal 12. Alle korpsen hebben met elkaar gemeen dat zij gebruik dienen te maken van het referentiemateriaal functiewaardering Nederlandse politie (zie de Regeling vaststelling systeem functiewaardering Nederlandse politie; Stcrt. 1994, 134 en 2005, 126). Indien een functiebeschrijving geen uitsluitsel geeft over de vraag in welke categorie deze ingedeeld dient te worden, zal het fuwa-advies in de meeste gevallen uitkomst bieden. In het hiervoor gegeven voorbeeld van de leiding basispolitiezorg zal dan blijken dat het in casu gaat om respectievelijk de referentiefuncties (Wijk)unithoofd A, (Wijk)unithoofd B en (Wijk)unithoofd C zodat indeling in categorie II dient te volgen. Mocht het fuwa-advies geen uitsluitsel geven, dan kan in laatste instantie het referentiemateriaal worden geraadpleegd.
Keuze voor een domein:
Alle leidinggevende functies in categorie II en categorie IV worden ingedeeld in het domein Leiding. Alle leidinggevende functies in categorie I en categorie III worden ingedeeld in het domein Uitvoering of het domein Ondersteuning.
Alle overige functies worden ingedeeld in het domein Uitvoering of het domein Ondersteuning.
De keuze voor het domein Uitvoering of het domein Ondersteuning wordt vastgesteld op basis van het meest vergelijkbare domein, waarbij kern en / of doel van de functie hiertoe in aanmerking wordt genomen.
Hulpmateriaal:
– Ingevulde oriëntatieformulieren.
Uitkomst per functie vastleggen en motiveren op functievergelijkingsformulier (Bijlage 4: functie-vergelijkingsformulier)
Resultaat:
Een indeling van een functiebeschrijving in een LFNP domein.
Stap 6: De functiebeschrijvingen binnen het LFNP domein Leiding indelen
Indien op basis van stap 5 indeling heeft plaatsgevonden in het domein Leiding, wordt daarna op de hierna vermelde wijze de meest vergelijkbare functie vastgesteld.
Functiebeschrijvingen met daarop vermeld de salarisschalen 8, 10, 12, 14, 16 en 18 worden gematcht met de daarmee overeenkomende LFNP functie in het domein Leiding waarvoor dezelfde salarisschaal geldt. Voorbeeld: de functiebeschrijving chef basiseenheid met daarop vermeld schaal 10 wordt gematcht met de LFNP functie teamchef B, immers ook schaal 10. Hiermee wordt uitvoering gegeven aan hetgeen is bepaald in artikel 3, vierde lid, onderdeel c, van de Regeling overgang naar een LFNP functie.
Functiebeschrijvingen met daarop vermeld de salarisschalen 9, 11, 13, 15 en 17 worden gematcht met de meest vergelijkbare LFNP functie, zijnde de naast hogere of naast lagere LFNP functie in het domein Leiding. Voorbeeld: de functiebeschrijving chef districtsrecherche met daarop vermeld schaal 11 dient te worden gematcht met de naast hogere of naast lagere LFNP functie, derhalve met teamchef B in schaal 10 of teamchef C in schaal 12. Hiermee wordt uitvoering gegeven aan hetgeen is bepaald in artikel 3, vijfde lid, van de Regeling overgang naar een LFNP functie.
Stap 7: De functiebeschrijvingen binnen het LFNP domein Uitvoering of Ondersteuning indelen in een LFNP vakgebied
Nadat het domein is bepaald, vindt vervolgens indeling plaats in een vakgebied. Hiertoe wordt kern en / of doel van de functie in aanmerking genomen en vergeleken met de resultaatomschrijvingen van de LFNP vakgebieden uit het betreffende domein en zoals genoemd in bijlage 2. In principe wordt een functiebeschrijving ingedeeld in één vakgebied. Wanneer niet aanstonds een keuze voor een vakgebied kan worden gemaakt, wordt de functiebeschrijving ingedeeld in het vakgebied dat het meest vergelijkbaar is. Hiermee wordt uitvoering gegeven aan hetgeen is bepaald in artikel 3, vierde lid, onderdeel b van de Regeling overgang naar een LFNP functie.
Hulpvragen:
– Wat is de kern en / of het doel van de functie?
Hulpmateriaal:
– Ingevulde oriëntatieformulieren.
- Regeling
- Beleidsregel Instructie organieke matching
- Soort
- Beleidsregel
- Geldend vanaf
- 17-05-2013
- BWB-id
- BWBR0031608
- Versie
- 2013-05-17_0