wetzoeker

Beleidsregels vereveningsbijdrage zorgverzekering 2012

Soort
ZBO-regeling
Geldend vanaf
03-05-2012
Rechtsgebied
Gezondheidsrecht en farmaceutisch recht
Ministerie
Zorginstituut Nederland
BWB-id
BWBR0031522
Versie
2012-05-03_0
SHA-256 bron
8d2d01ce1e58d135cfb9e4c1d445d14d197196a44236844c763d95ffc78b4d43

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (134)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3
  4. Artikel 4
  5. Artikel 5
  6. Artikel 6
  7. Artikel 7
  8. Artikel 8
  9. Artikel 9
  10. Artikel 10
  11. Artikel 11
  12. Artikel 12
  13. Artikel 13
  14. Artikel 14
  15. Artikel 15
  16. Artikel 16
  17. Artikel 17
  18. Artikel 18
  19. Artikel 19
  20. Artikel 20
  21. Artikel 21
  22. Artikel 22
  23. Artikel 23
  24. Artikel 24
  25. Artikel 25
  26. Artikel 26
  27. Artikel 27
  28. Artikel 28
  29. Artikel 29
  30. Artikel 30
  31. Artikel 31
  32. Artikel 32
  33. Artikel 33
  34. Artikel 34
  35. Artikel 35
  36. Artikel 36
  37. Artikel 37
  38. Artikel 38
  39. Artikel 39
  40. Artikel 40
  41. Artikel 41
  42. Artikel 42
  43. Artikel 43
  44. Artikel 44
  45. Artikel 45
  46. Artikel 46
  47. Artikel 47
  48. Artikel 48
  49. Artikel 49
  50. Artikel 50
  51. Bijlage 1 — Prevalentie-ontwikkeling 2011–2012 per morbiditeitsrisicoklasse per FKG 2012
  52. Bijlage 2 — Toewijzing FKG’s 2012 in het geval van samenloop van FKG’s diabetes (diabetes I, diabetes IIA of diabetes IIB)
  53. Bijlage 3
  54. Gewichten voor het criterium leeftijd en geslacht (in euro’s per verzekerde) voor het deelbedrag kosten van dbc-zorgproducten in het vrije segment
  55. Bijlage 4
  56. Gewichten voor het criterium FKG’s (in euro’s per verzekerde) voor het deelbedrag kosten van dbc-zorgproducten in het vrije segment
  57. Bijlage 5
  58. Gewichten voor het criterium DKG’s (in euro’s per verzekerde) voor het deelbedrag kosten van dbc-zorgproducten in het vrije segment
  59. Bijlage 6
  60. Gewichten voor het criterium aard van het inkomen (in euro’s per verzekerde) voor het deelbedrag kosten van dbc-zorgproducten in het vrije segment
  61. Bijlage 7
  62. Gewichten voor het regiocriterium (in euro’s per verzekerde) voor het deelbedrag kosten van dbc-zorgproducten in het vrije segment
  63. Bijlage 8
  64. Gewichten voor het criterium sociaal economische status (in euro’s per verzekerde) voor het deelbedrag kosten van dbc-zorgproducten in het vrije segment
  65. Bijlage 9
  66. Gewichten voor het criterium meerjarig hoge kosten (in euro’s per verzekerde) voor het deelbedrag kosten van dbc-zorgproducten in het vrije segment
  67. Bijlage 10
  68. Gewichten voor het criterium leeftijd en geslacht (in euro’s per verzekerde) voor het deelbedrag variabele kosten ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp
  69. Bijlage 11
  70. Gewichten voor het criterium FKG’s (in euro’s per verzekerde) voor het deelbedrag variabele kosten ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp
  71. Bijlage 12
  72. Gewichten voor het criterium DKG’s (in euro’s per verzekerde) voor het deelbedrag variabele kosten ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp
  73. Bijlage 13
  74. Gewichten voor het criterium aard van het inkomen (in euro’s per verzekerde) voor het deelbedrag variabele kosten ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp
  75. Bijlage 14
  76. Gewichten voor het regiocriterium (in euro’s per verzekerde) voor het deelbedrag variabele kosten ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp
  77. Bijlage 15
  78. Gewichten voor het criterium SES (in euro’s per verzekerde) voor het deelbedrag variabele kosten ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp
  79. Bijlage 16
  80. Gewichten voor het criterium meerjarige hoge kosten (MHK) (in euro’s per verzekerde) voor het deelbedrag variabele kosten ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp
  81. Bijlage 17
  82. Gewichten voor verzekerden onder achttien jaar voor het deelbedrag geneeskundige GGZ voor verzekerden onder achttien jaar
  83. Bijlage 18
  84. Gewichten voor het criterium leeftijd en geslacht (in euro’s per verzekerde) voor het deelbedrag geneeskundige GGZ voor verzekerden van 18 jaar en ouder
  85. Bijlage 19
  86. Gewichten voor het criterium FKG’s psychische aandoeningen (in euro’s per verzekerde) voor het deelbedrag geneeskundige GGZ voor verzekerden van achttien jaar en ouder
  87. Bijlage 20
  88. Gewichten voor het criterium aard van het inkomen (in euro’s per verzekerde) voor het deelbedrag geneeskundige GGZ voor verzekerden van achttien jaar en ouder
  89. Bijlage 21
  90. Gewichten voor het criterium GGZ-regio (in euro’s per verzekerde) voor het deelbedrag geneeskundige GGZ voor verzekerden van achttien jaar en ouder
  91. Bijlage 22
  92. Gewichten voor het criterium SES (in euro’s per verzekerde) voor het deelbedrag geneeskundige GGZ voor verzekerden van achttien jaar en ouder
  93. Bijlage 23
  94. Gewichten voor het criterium woonachtig in Nederland op een éénpersoonsadres (in euro’s per verzekerde) voor het deelbedrag geneeskundige GGZ voor verzekerden van achttien jaar en ouder
  95. Bijlage 24
  96. Gewichten voor het criterium GGZ-kosten lage drempelklasse voor het deelbedrag geneeskundige GGZ voor verzekerden van achttien jaar en ouder
  97. Bijlage 25
  98. Gewichten voor het criterium GGZ-kosten hoge drempelklasse voor het deelbedrag geneeskundige GGZ voor verzekerden van achttien jaar en ouder
  99. Bijlage 26
  100. Gewichten voor het criterium leeftijd en geslacht (in euro’s per verzekerde) voor het deelbedrag overige prestaties
  101. Bijlage 27
  102. Gewichten voor het criterium FKG’s (in euro’s per verzekerde) voor het deelbedrag overige prestaties
  103. Bijlage 28
  104. Gewichten voor het criterium DKG’s (in euro’s per verzekerde) voor het deelbedrag overige prestaties
  105. Bijlage 29
  106. Gewichten voor het criterium aard van het inkomen (in euro’s per verzekerde) voor het deelbedrag overige prestaties
  107. Bijlage 30
  108. Gewichten voor het regiocriterium (in euro’s per verzekerde) voor het deelbedrag overige prestaties
  109. Bijlage 31
  110. Gewichten voor de SES klasse (in euro’s per verzekerde) voor het deelbedrag overige prestaties
  111. Bijlage 32
  112. Gewichten voor het criterium meerjarig hoge kosten (MHK) (in euro’s per verzekerde) voor het deelbedrag variabele kosten ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp
  113. Bijlage 33
  114. Gewichten voor de eigen risico opbrengst per verzekerde per klasse naar leeftijd en geslacht (in euro’s per verzekerde)
  115. Bijlage 34
  116. Gewichten voor de eigen risico opbrengst per verzekerde per klasse naar aard van het inkomen (in euro’s per verzekerde)
  117. Bijlage 35
  118. Gewichten voor de eigen risico opbrengst per verzekerde per risicoklasse naar regio (in euro’s per verzekerde)
  119. Bijlage 36
  120. Gewichten voor het criterium leeftijd en geslacht (in euro’s per verzekerde) voor het deelbedrag geneeskundige GGZ voor verzekerden van achttien jaar en ouder
  121. Bijlage 37
  122. Gewichten voor het criterium FKG psychische aandoeningen (in euro’s per verzekerde) voor het deelbedrag geneeskundige GGZ voor verzekerden van achttien jaar en ouder
  123. Bijlage 38
  124. Gewichten voor het criterium aard van het inkomen (in euro’s per verzekerde) voor het deelbedrag geneeskundige GGZ voor verzekerden van achttien jaar en ouder
  125. Bijlage 39
  126. Gewichten voor het criterium GGZ-regio (in euro’s per verzekerde) voor het deelbedrag geneeskundige GGZ voor verzekerden van achttien jaar en ouder
  127. Bijlage 40
  128. Gewichten voor het criterium sociaal economische status (in euro’s per verzekerde) voor het deelbedrag geneeskundige GGZ voor verzekerden van achttien jaar en ouder
  129. Bijlage 41
  130. Gewichten voor het criterium woonachtig in Nederland op een éénpersoonsadres (in euro’s per verzekerde) voor het deelbedrag geneeskundige GGZ voor verzekerden van achttien jaar en ouder
  131. Bijlage 42
  132. Gewichten voor het criterium GGZ-kosten lage drempelklasse voor het deelbedrag geneeskundige GGZ voor verzekerden van achttien jaar en ouder
  133. Bijlage 43
  134. Gewichten voor het criterium GGZ-kosten hoge drempelklasse voor het deelbedrag geneeskundige GGZ voor verzekerden van achttien jaar en ouder

Hoofdstuk I — Algemene bepalingen

Artikel 1

Deze beleidsregels verstaan onder:

a. college: het College voor zorgverzekeringen, bedoeld in artikel 58, eerste lid Zorgverzekeringswet;

b. zwaarte: het deel waarvoor de verzekerde meetelt in een betreffende klasse;

c. macroverzekerdenraming: de raming van het aantal verzekerden op macroniveau op basis van de opgave van de zorgverzekeraars en trends van het CBS naar aantal inwoners in Nederland;

d. MHK: meerjarige hoge kosten als bedoeld in artikel 1, onderdeel z van het Besluit zorgverzekering;

e. FKG GGZ: FKG’s psychische aandoeningen als bedoeld in artikel 1, onderdeel q van het Besluit zorgverzekering;

f. GGZ-kosten lage drempel: Kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg boven de lage drempel als bedoeld in artikel 1, onderdeel x van het Besluit zorgverzekering;

g. GGZ-kosten hoge drempel: Kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg boven de hoge drempel als bedoeld in artikel 1, onderdeel y van het Besluit zorgverzekering;

h. PKB: persoonskenmerkenbestand; een bestand dat bestaat uit de opgave van de zorgverzekeraar met per gepseudonimiseerd burgerservicenummer de persoonskenmerken geslacht, geboortemaand en geboortejaar, viercijferige postcode en gepseudonimiseerd adres;

i. VPPKB: verzekerde periode en persoonskenmerkenbestand; een bestand dat bestaat uit a) de opgave van de zorgverzekeraar van verzekerden mét een geverifieerd gepseudonimiseerd burgerservicenummer dat per gepseudonimiseerd burgerservicenummer de verzekerde periode, de persoonskenmerken geslacht, geboortemaand en geboortejaar, viercijferige postcode en gepseudonimiseerd adres bevat en b) de opgave van de zorgverzekeraar van verzekerden zonder een geverifieerd burgerservicenummer en verzekerden zonder burgerservicenummer dat per verzekerde de verzekerde periode, de persoonskenmerken geslacht, geboortemaand en geboortejaar en viercijferige postcode bevat;

j. verzekerde woonachtig in het buitenland: een persoon die een zorgverzekering heeft afgesloten en geen ingezetene van Nederland is;

k. vereveningsbijdrage: de bijdrage, bedoeld in de artikelen 32 en 34 van de Zorgverzekeringswet;

Hoofdstuk I — Algemene bepalingen

Artikel 2

Het college past de bepalingen uit het Besluit zorgverzekering en de Regeling risicoverevening 2012 met betrekking tot de toekenning en vaststelling van de bijdrage aan de zorgverzekeraars toe met inachtneming van het bepaalde in deze beleidsregels.

Hoofdstuk I — Algemene bepalingen

Artikel 3

Het college gaat bij de verdeling van de macro-deelbedragen 2012 en de berekening van de normatieve bedragen en de vereveningsbijdragen ervan uit dat alle zorgverzekeraars die gedurende 2011 actief zijn geweest ook in 2012 als zorgverzekeraar actief zullen zijn.

Hoofdstuk II — Toekenning van de vereveningsbijdrage 2012 aan een zorgverzekeraar

Artikel 4

1 Het college raamt de verzekerdenaantallen 2012 voor het macro-deelbedrag kosten van dbc-zorgproducten in het vrije segment, voor het macro-deelbedrag variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp en voor het macro-deelbedrag kosten van overige prestaties per criterium met inachtneming van het bepaalde in de volgende leden.

2 Het college baseert zich bij de raming van de verzekerdenaantallen op de macroverzekerdenraming 2012 en het PKB 2011.

3 Het college baseert zich bij de raming van de verzekerdenaantallen per zorgverzekeraar op het PKB met als peildatum de datum van de nominale premieprolongatie van de maand juni 2011, zoals de zorgverzekeraars dat hebben aangeleverd op 15 juni 2011.

4 Wanneer een verzekerde bij meerdere zorgverzekeraars tegelijkertijd is ingeschreven, bepaalt het college de verzekeringsduur voor die verzekerde naar rato van het aantal zorgverzekeraars waar de verzekerde over die periode ingeschreven is geweest.

5 Het college baseert zich voor het geraamde aantal verzekerden voor het criterium leeftijd en geslacht per zorgverzekeraar op het PKB 2011met als peildatum de datum van de nominale premieprolongatie van de maand juni 2011.

6 Het college herschaalt het geraamde aantal verzekerden voor het criterium leeftijd en geslacht naar de macroverzekerdenraming.

7 Het college baseert zich voor het geraamde aantal verzekerden voor het criterium aard van het inkomen per zorgverzekeraar met betrekking tot:

a. de leeftijd op het PKB 2011;

b. de zelfstandigen op de opgave per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van de Belastingdienst naar inkomensbron op peildatum 30 juni 2010;

c. de arbeidsongeschikten, bijstandsgerechtigden en de referentiegroep op de opgave per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van het UWV naar inkomensbron op peildatum 30 juni 2010.

8 Voor de indeling in een klasse van het criterium aard van het inkomen deelt het college een verzekerde, die in meerdere klassen is in te delen, in op basis van de hierna genoemde volgorde:

1. 0 tot en met 17 jaar of 65 jaar en ouder;

2. arbeidsongeschikten;

3. bijstandsgerechtigden;

4. zelfstandigen, voor zover zij niet zijn ingedeeld onder 1 tot en met 3 of inkomsten uit dienstbetrekking of werkloosheidsuitkering hebben;

5. referentiegroep, alle verzekerden omvattend die niet zijn ingedeeld onder 1 tot en met 4.

9 Het college herschaalt het geraamde aantal verzekerden voor het criterium aard van het inkomen naar de macroverzekerdenraming.

10 Het college baseert zich voor het geraamde aantal verzekerden voor het criterium regio per zorgverzekeraar met betrekking tot:

a. de indeling, op de regioclusters somatisch naar viercijferige postcode voor 2012 uit bijlage 9 bij de brief van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 30 september 2011 Z/F-3084546;

b. de viercijferige postcode, op het PKB 2011.

11 Het college herschaalt het geraamde aantal verzekerden voor het criterium regio naar de macroverzekerdenraming.

12 Het college baseert zich voor het geraamde aantal verzekerden voor het criterium FKG’s per zorgverzekeraar op:

a. de indeling in FKG somatische zorg 2012 uit bijlage 6 bij de brief van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 30 september 2011 Z/F-3084546;

b. de opgave per 1 juni 2011 van declaraties farmaceutische hulp 2010 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van de zorgverzekeraars aan het college.

13 Bij de bepaling van de FKG’s zijn de volgende farmaceutische middelen uitgesloten:

a. middelen die in de G-standaard van Z-Index zijn aangemerkt als niet voor vergoeding in aanmerking komend op grond van artikel 2.8 Besluit zorgverzekering;

b. middelen die in de G-standaard van Z-Index zijn aangemerkt als grond- en hulpstoffen.

14 Het college hanteert een drempel van meer dan 180 standaarddagdoseringen. Beneden deze drempel kent het college geen FKG aan een verzekerde toe.

15 Onverminderd het bepaalde in het veertiende lid hanteert het college voor de FKG Kanker een drempel van ten minste 3 receptregels. Beneden deze drempel kent het college geen FKG Kanker aan een verzekerde toe.

16 Het college koppelt de opgave bedoeld in het twaalfde lid onderdeel b met behulp van het gepseudonimiseerde burgerservicenummer aan het PKB 2011 en bepaalt op basis hiervan en met inachtneming van de drempels bedoeld in het veertiende en vijftiende lid in welke FKG klassen de verzekerde valt. Aan de verzekerde koppelt het college een zwaarte van 1 voor de betreffende klasse.

17 Bij samenloop van FKG’s wijst het college alle toepasselijke FKG’s toe met inachtneming van de volgende uitzonderingen:

a. In geval van samenloop bij FKG’s Diabetes I, Diabetes IIa en Diabetes IIb deelt het college aan de hand van de tabel in bijlage 2 van deze beleidsregels een verzekerde in bij een klasse van het criterium FKG’s;

b. Indien een verzekerde is ingedeeld bij FKG Diabetes I, FKG Diabetes IIa of FKG Diabetes IIb, deelt het college deze verzekerde niet in bij FKG Hoog cholesterol;

c. Indien een verzekerde is ingedeeld bij FKG Hartaandoeningen, deelt het college deze verzekerde niet in bij FKG Hoog cholesterol;

d. Indien een verzekerde is ingedeeld bij FKG Psychose, Alzheimer en Verslaving deelt het college deze verzekerde niet in bij FKG Depressie;

e. Indien een verzekerde is ingedeeld bij FKG COPD/Zware astma deelt het college deze verzekerde niet in bij FKG Astma;

f. Indien een verzekerde is ingedeeld bij FKG Reuma: TNF-alfa-remmers, deelt het college deze verzekerde niet in bij FKG Reuma: overige middelen;

g. Indien een verzekerde is ingedeeld bij FKG Kanker, deelt het college deze verzekerde niet in bij FKG Hormoongevoelige tumoren.

18 Het college past per verzekerde per FKG 2012 een trendfactor toe voor de geraamde prevalentieontwikkeling, zoals weergegeven in bijlage 1 van deze beleidsregels. Het college vermenigvuldigt de zwaarte, bepaald in het zestiende lid, met de prevalentieontwikkeling en berekent de uiteindelijke zwaarte voor de verzekerde voor de betreffende klasse. Het college past op verzekerden die in het PKB 2011 voor het eerst voorkomen per FKG de gemiddelde prevalentie van de overige verzekerden in het PKB toe.

19 Als een verzekerde niet in een FKG klasse 1 t/m 25 2012 valt, deelt het college deze verzekerde per zorgverzekeraar in bij FKG klasse 0.

20 Het college herschaalt het geraamde aantal verzekerden voor het criterium FKG’s naar de macroverzekerdenraming.

21 Het college baseert zich voor het geraamde aantal verzekerden voor het criterium DKG’s per zorgverzekeraar op:

a. de indeling in DKG’s 2012 uit bijlage 8 bij de brief van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 30 september 2011 Z/F-3084546;

b. de opgave van de zorgverzekeraars per 1 juni 2011 aan het college van de declaraties per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van DBC’s die in 2009 geopend zijn.

22 Het college bepaalt door een koppeling op basis van het gepseudonimiseerde burgerservicenummer tussen de opgave bedoeld in het vorige lid onderdeel b en het PKB 2010 per verzekerde in welke DKG klasse 1 tot en met 13 de verzekerde valt. Het college stelt voor de toepasselijke klasse waarin de verzekerde valt de zwaarte op 1.

23 Het college past op de verzekerden die in het PKB 2010 voor het eerst voorkomen per DKG de gemiddelde prevalentie naar leeftijd en geslacht voor de betreffende klasse van de overige verzekerden in het PKB 2010 toe. Vervolgens koppelt het college de verzekerden aan het PKB 2011, waarbij de verzekerden een zodanige zwaarte krijgen dat de prevalentie naar leeftijd en geslacht per DKG constant blijft.

24 Als een verzekerde niet in een DKG klasse 1 tot en met 13 2012 valt, deelt het college deze verzekerde per zorgverzekeraar in bij DKG klasse 0.

25 Het college herschaalt het geraamde aantal verzekerden voor het criterium DKG’s naar de macroverzekerdenraming.

26 Het college baseert zich voor het geraamde aantal verzekerden voor het criterium SES per zorgverzekeraar met betrekking tot:

a. de leeftijd, op het PKB 2011;

b. het inkomen, op de opgave per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van de Belastingdienst over het jaar 2009;

c. het inkomen wanneer voor 2009 geen gegevens beschikbaar zijn, op gegevens over het jaar 2008;

d. de adresgegevens, op het gepseudonimiseerde adres per gepseudonimiseerd burgerservicenummer in de opgave van de Belastingdienst over het jaar 2010;

e. de adresgegevens indien deze in de opgave van de Belastingdienst ontbreken, op het PKB 2011.

27 Het college herschaalt het geraamde aantal verzekerden voor het criterium SES naar de macroverzekerdenraming.

28 Het college baseert zich voor het geraamde aantal verzekerden voor het criterium MHK per zorgverzekeraar op:

a. declaraties met betrekking tot vereveningsjaar 2007 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer voor de deelbedragen variabele kosten van ziekenhuisverpleging en specialistische hulp en de kosten van overige prestaties tot en met 31 december 2009, zoals zorgverzekeraars die op 1 juni 2011 bij het college hebben aangeleverd;

b. declaraties met betrekking tot vereveningsjaar 2008 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer voor de deelbedragen variabele kosten van ziekenhuisverpleging en specialistische hulp en de kosten van overige prestaties tot en met 31 december 2010, zoals zorgverzekeraars die op 1 juni 2011 bij het college hebben aangeleverd;

c. declaraties met betrekking tot vereveningsjaar 2009 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer voor de deelbedragen variabele kosten van ziekenhuisverpleging en specialistische hulp, de kosten van B-dbc’s en de kosten van overige prestaties, zoals zorgverzekeraars die op 1 juni 2011 bij het college hebben aangeleverd.

29 Het college herleidt de percentages van de risicoklassen MHK met betrekking tot vereveningsjaar 2007, 2008 respectievelijk 2009 tot drempelbedragen MHK 2007, 2008 respectievelijk 2009.

30 Het college bepaalt op basis van de drempelbedragen uit het vorige lid en een koppeling met het PKB 2010 in welke MHK klasse een verzekerde valt.

31 Vervolgens koppelt het college de verzekerden aan het PKB 2011, waarbij de verzekerden een zodanige zwaarte krijgen dat de prevalentie per MHK klasse 1 tot en met 6 constant blijft.

32 Als een verzekerde niet in een MHK klasse 1 tot en met 6 valt, deelt het college de verzekerde in bij MHK klasse 0.

33 Het college herschaalt het geraamde aantal verzekerden voor het criterium MHK naar de macroverzekerdenraming.

34 Voor de toepassing van artikel 15 bepaalt het college per zorgverzekeraar het totaal aantal verzekerden.

35 Het college deelt verzekerden woonachtig in het buitenland uitsluitend in bij de criteria leeftijd en geslacht, aard van het inkomen en MHK.

Hoofdstuk II — Toekenning van de vereveningsbijdrage 2012 aan een zorgverzekeraar

Artikel 5

1 Het college raamt de verzekerdenaantallen 2012 voor het macro-deelbedrag geneeskundige geestelijke gezondheidszorg met inachtneming van het bepaalde in de volgende leden.

2 Het college baseert zich bij de raming op de macroverzekerdenraming 2012 en het PKB 2011.

3 Het college baseert zich bij de raming van de verzekerdenaantallen per zorgverzekeraar op het PKB 2011met als peildatum de datum van de nominale premieprolongatie van de maand juni 2011, zoals de zorgverzekeraars dat hebben aangeleverd op 15 juni 2011.

4 Wanneer een verzekerde bij meerdere zorgverzekeraars tegelijkertijd is ingeschreven, bepaalt het college de verzekeringsduur voor die verzekerde naar rato van het aantal zorgverzekeraars waar de verzekerde over die periode ingeschreven is geweest.

5 Het college baseert zich voor het geraamde aantal verzekerden onder de achttien jaar per zorgverzekeraar op het PKB 2011 met als peildatum de datum van de nominale premieprolongatie van de maand juni 2011.

6 Het college herschaalt het geraamde aantal verzekerden voor het criterium leeftijd onder achttien jaar naar de macroverzekerdenraming.

7 Het college baseert zich voor het geraamde aantal verzekerden van achttien jaar en ouder voor het criterium leeftijd en geslacht per zorgverzekeraar op het PKB 2011 met als peildatum de datum van de nominale premieprolongatie van de maand juni 2011.

8 Het college herschaalt het geraamde aantal verzekerden van achttien jaar en ouder voor het criterium leeftijd en geslacht naar de macroverzekerdenraming.

9 Het college baseert zich voor het geraamde aantal verzekerden van achttien jaar en ouder voor het criterium aard van het inkomen per zorgverzekeraar met betrekking tot:

a. de leeftijd, op het PKB 2011;

b. de zelfstandigen, op de opgave per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van de Belastingdienst naar inkomensbron op peildatum 30 juni 2010;

c. de arbeidsongeschikten, bijstandsgerechtigden en de referentiegroep, op de opgave per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van het UWV naar inkomensbron op peildatum 30 juni 2010.

10 Het college deelt een verzekerde die in meerdere klassen voor het criterium aard van het inkomen is in te delen, in op basis van het bepaalde in artikel 4, achtste lid.

11 Het college herschaalt het geraamde aantal verzekerden van achttien jaar en ouder voor het criterium aard van het inkomen naar de macroverzekerdenraming.

12 Het college baseert zich voor het geraamde aantal verzekerden van achttien jaar en ouder voor het criterium GGZ-regio per zorgverzekeraar met betrekking tot:

a. de indeling, op de regioclusters geneeskundige GGZ naar viercijferige postcode voor 2012 uit bijlage 10 bij de brief van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 30 september 2011 Z/F-3084546;

b. de viercijferige postcode, op het PKB 2011.

13 Het college herschaalt het geraamde aantal verzekerden van achttien jaar en ouder voor het criterium GGZ-regio naar de macroverzekerdenraming.

14 Het college baseert zich voor het geraamde aantal verzekerden van achttien jaar en ouder voor het criterium FKG GGZ per zorgverzekeraar op:

a. de indeling in FKG GGZ 2012 uit bijlage 7 bij de brief van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 30 september 2011 Z/F-3084546.

b. de opgave per gepseudonimiseerd burgerservicenummer per 1 juni 2011 van declaraties farmaceutische hulp 2010 van de zorgverzekeraars aan het college.

15 Bij de bepaling van de FKG GGZ zijn de volgende farmaceutische middelen uitgesloten:

a. middelen die in de G-standaard van Z-Index zijn aangemerkt als niet voor vergoeding in aanmerking komend op grond van artikel 2.8 Besluit zorgverzekering;

b. middelen die in de G-standaard van Z-Index zijn aangemerkt als grond- en hulpstoffen.

16 Het college hanteert een drempel van meer dan 180 standaarddagdoseringen. Beneden deze drempel kent het college geen FKG GGZ aan een verzekerde toe.

17 Het college koppelt de opgave bedoeld in het veertiende lid onderdeel b, met behulp van het gepseudonimiseerde burgerservicenummer aan het PKB en bepaalt op basis hiervan en met behulp van de drempel bedoeld in het zestiende lid in welke FKG GGZ klassen de verzekerde valt. Aan de verzekerde koppelt het college een zwaarte van 1 voor de betreffende klasse.

18 Het college past per verzekerde per FKG GGZ 2012 een trendfactor toe voor de geraamde prevalentieontwikkeling, zoals weergegeven in bijlage 1 van deze beleidsregels. Het college vermenigvuldigt de zwaarte, bepaald in het vorige lid, met de prevalentieontwikkeling en herberekent de zwaarte voor de verzekerde voor de betreffende klasse. Het college zet verzekerden die in het PKB 2011 voor het eerst voorkomen per FKG GGZ op de gemiddelde prevalentie van de overige verzekerden in het PKB.

19 Als een verzekerde niet in de FKG GGZ klasse 1 tot en met 5 valt, deelt het college deze verzekerde per zorgverzekeraar in bij FKG GGZ klasse 0.

20 Het college herschaalt het geraamde aantal verzekerden voor het criterium FKG GGZ naar de macroverzekerdenraming.

21 Het college baseert zich voor het geraamde aantal verzekerden van achttien jaar en ouder voor het criterium SES per zorgverzekeraar met betrekking tot:

a. de leeftijd, op het PKB 2011;

b. het inkomen, op de opgave per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van de Belastingdienst over het jaar 2009;

c. het inkomen op gegevens over het jaar 2008 wanneer voor 2009 geen gegevens beschikbaar zijn;

d. de adresgegevens, op het gepseudonimiseerde adres per gepseudonimiseerd burgerservicenummer in de opgave van de Belastingdienst 2010;

e. de adresgegevens, op het PKB 2011indien deze ontbreken in de opgave van de Belastingdienst.

22 Het college herschaalt het geraamde aantal verzekerden van achttien jaar en ouder voor het criterium SES naar de macroverzekerdenraming.

23 Het college baseert zich voor het geraamde aantal verzekerden van achttien jaar en ouder voor het criterium éénpersoonsadres per zorgverzekeraar met betrekking tot de adresgegevens op het PKB 2011.

24 Het college herschaalt het geraamde aantal verzekerden van achttien jaar en ouder voor het criterium éénpersoonsadres naar de macroverzekerdenraming.

25 Het college baseert zich voor het geraamde aantal verzekerden van achttien jaar en ouder voor het criterium GGZ-kosten lage drempel per zorgverzekeraar op het GGZ kostenbestand over 2009 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer dat door onderzoeksbureau APE voor de raming 2012 is gebruikt en dat op 24 juli 2011 bij het college is aangeleverd.

26 Het college bepaalt door een koppeling op basis van het gepseudonimiseerde burgerservicenummer tussen het GGZ kostenbestand, bedoeld in het vorige lid en het PKB 2010 per verzekerde of de verzekerde in de GGZ-kosten lage drempelklasse 1 valt. Het college stelt voor de toepasselijke klasse waarin de verzekerde valt de zwaarte op 1.

27 De verzekerden die in het PKB 2010 voor het eerst voorkomen, worden per GGZ-kosten lage drempelklasse op de gemiddelde prevalentie naar risicoklasse naar leeftijd en geslacht voor de betreffende klasse van de overige verzekerden in het PKB 2010 gezet. Vervolgens koppelt het college de verzekerden aan het PKB 2011, waarbij de verzekerden een zwaarte krijgen dusdanig dat de prevalentie naar leeftijd en geslacht per GGZ-kosten lage drempelklasse constant blijft.

28 Als een verzekerde niet in de GGZ-kosten lage drempelklasse 1 valt, deelt het college deze verzekerde per zorgverzekeraar in bij GGZ-kosten lage drempelklasse 0.

29 Het college herschaalt het geraamde aantal verzekerden voor het criterium GGZ-kosten lage drempel naar de macroverzekerdenraming.

30 Het college baseert zich voor het geraamde aantal verzekerden van achttien jaar en ouder voor het criterium GGZ-kosten hoge drempel per zorgverzekeraar op het GGZ kostenbestand over 2009 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer dat door onderzoeksbureau APE voor de raming 2012 is gebruikt en dat op 24 juli 2011 bij het college is aangeleverd.

31 Het college bepaalt door een koppeling op basis van het gepseudonimiseerde burgerservicenummer tussen het GGZ kostenbestand, bedoeld in het vorige lid en het PKB 2010 per verzekerde of de verzekerde in de GGZ-kosten hoge drempel klasse 1 2012 valt. Het college stelt voor de toepasselijke klasse waarin de verzekerde valt de zwaarte op 1.

32 De verzekerden die in het PKB 2010 voor het eerst voorkomen worden per GGZ-kosten hoge drempelklasse op de gemiddelde prevalentie naar risicoklasse naar leeftijd en geslacht voor de betreffende klasse gezet van de overige verzekerden in het PKB 2010. Vervolgens koppelt het college de verzekerden aan het PKB 2011, waarbij de verzekerden een zwaarte krijgen dusdanig dat de prevalentie naar leeftijd en geslacht per GGZ-kosten hoge drempelklasse constant blijft.

33 Als een verzekerde niet in de GGZ-kosten hoge drempelklasse 1 valt, deelt het college deze verzekerde per zorgverzekeraar in bij GGZ-kosten hoge drempelklasse 0.

34 Het college herschaalt het geraamde aantal verzekerden voor het criterium GGZ-kosten hoge drempel naar de macroverzekerdenraming.

35 Het college deelt verzekerden woonachtig in het buitenland jonger dan achttien jaar uitsluitend in bij GGZ verzekerden jonger dan achttien jaar.

36 Het college deelt verzekerden woonachtig in het buitenland van achttien jaar en ouder uitsluitend in bij de criteria leeftijd en geslacht en aard van het inkomen.

Hoofdstuk II — Toekenning van de vereveningsbijdrage 2012 aan een zorgverzekeraar

Artikel 6

1 Het college raamt de verzekerdenaantallen 2012 voor de normatieve eigen risico opbrengst per criterium met inachtneming van het bepaalde in de volgende leden.

2 Het college baseert zich bij de raming van de verzekerdenaantallen op de macroverzekerdenraming 2012 en het PKB 2011.

3 Het college baseert zich bij de raming van de verzekerdenaantallen per zorgverzekeraar op het PKB met als peildatum de datum van de nominale premieprolongatie in de maand juni 2011, zoals de zorgverzekeraars dat hebben aangeleverd op 15 juni 2011.

4 Wanneer een verzekerde bij meerdere zorgverzekeraars tegelijkertijd is ingeschreven, bepaalt het college de verzekeringsduur voor die verzekerde naar rato van het aantal zorgverzekeraars waar de verzekerde over die periode ingeschreven is geweest.

5 Het college baseert zich voor het geraamde aantal verzekerden van achttien jaar en ouder met een FKG klasse 1 tot en met 25 per zorgverzekeraar op artikel 4, twaalfde tot en met negentiende lid van deze Beleidsregels.

6 Het college herschaalt het geraamde aantal verzekerden van achttien jaar en ouder met een FKG klasse 1 tot en met 25 naar de macroverzekerdenraming.

7 Het college baseert zich voor het geraamde aantal verzekerden van achttien jaar en ouder zonder een FKG klasse 1 tot en met 25 op artikel 4, twaalfde tot en met negentiende lid van deze Beleidsregels.

8 Het college baseert zich voor het geraamde aantal verzekerden van achttien jaar en ouder zonder een FKG klasse 1 tot en met 25 voor het criterium leeftijd en geslacht per zorgverzekeraar op het PKB 2011 met als peildatum de datum van de nominale premieprolongatie in de maand juni 2011.

9 Het college herschaalt het geraamde aantal verzekerden van achttien jaar en ouder zonder een FKG klasse 1 tot en met 25 naar de macroverzekerdenraming.

10 Het college baseert zich voor het geraamde aantal verzekerden van 18 jaar en ouder zonder een FKG klasse 1 tot en met 25 voor het criterium aard van het inkomen per zorgverzekeraar met betrekking tot:

a. de leeftijd, op het PKB 2011;

b. de zelfstandigen, op de opgave per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van het UWV en de Belastingdienst naar inkomensbron op peildatum 30 juni 2010;

c. de arbeidsongeschiktheiden, bijstandsgerechtigden en de referentiegroep, op de opgave per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van het UWV naar inkomensbron op peildatum 30 juni 2010.

11 Het college deelt een verzekerde die in meerdere klassen is in te delen, in op basis van het bepaalde in artikel 4, achtste lid.

12 Het college herschaalt het geraamde aantal verzekerden van achttien jaar en ouder voor het criterium aard van het inkomen naar de macroverzekerdenraming.

13 Het college baseert zich voor het geraamde aantal verzekerden van 18 jaar en ouder zonder een FKG klasse 1 tot en met 25 voor het criterium regio per zorgverzekeraar met betrekking tot:

a. de indeling, op de regioclusters somatisch naar viercijferige postcode voor 2012 uit bijlage 9 bij de brief van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 30 september 2011 Z/F-3084546;

b. de viercijferige postcode, op het PKB 2011.

14 Het college herschaalt het geraamde aantal verzekerden van achttien jaar en ouder voor criterium regio naar de macroverzekerdenraming.

15 Het college deelt verzekerden woonachtig in het buitenland van 18 jaar en ouder uitsluitend in bij de criteria leeftijd en geslacht en aard van het inkomen.

Hoofdstuk II — Toekenning van de vereveningsbijdrage 2012 aan een zorgverzekeraar

Artikel 7

1 Voor de verdeling van het macro-deelbedrag kosten van dbc-zorgproducten in het vrije segment hanteert het college de volgende gewichten als uitgangspunten:

a. de gewichten kosten van dbc-zorgproducten in het vrije segment per verzekerde per klasse 2012 naar leeftijd en geslacht, genoemd in bijlage 3 van deze beleidsregels;

b. de gewichten kosten van dbc-zorgproducten in het vrije segment per verzekerde per FKG klasse 0 tot en met 25 2012, genoemd in bijlage 4 van deze beleidsregels;

c. voor verzekerden woonachtig in het buitenland 45% van het normgewicht van de FKG klasse 0;

d. de gewichten kosten van dbc-zorgproducten in het vrije segment per verzekerde per DKG klasse 0 tot en met 13 2012, genoemd in bijlage 5 van deze beleidsregels;

e. voor verzekerden woonachtig in het buitenland 55% van het normgewicht voor de DKG klasse 0;

f. de gewichten kosten van dbc-zorgproducten in het vrije segment per verzekerde per aard van het inkomen klasse 2012, genoemd in bijlage 6 van deze beleidsregels;

g. de gewichten kosten van dbc-zorgproducten in het vrije segment per verzekerde per regio klasse 2012, genoemd in bijlage 7 van deze beleidsregels;

h. de gewichten kosten van dbc-zorgproducten in het vrije segment per verzekerde per SES klasse 2012, genoemd in bijlage 8 van deze beleidsregels;

i. de gewichten kosten van dbc-zorgproducten in het vrije segment per verzekerde per MHK klasse 2012, genoemd in bijlage 9 van deze beleidsregels.

2 Het college vermenigvuldigt de gewichten kosten van dbc-zorgproducten in het vrije segment per verzekerde per klasse naar leeftijd en geslacht 2012 per overeenkomstige klasse met het per zorgverzekeraar geraamde aantal verzekerden per klasse naar leeftijd en geslacht 2012. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd.

3 Het college vermenigvuldigt de gewichten kosten van dbc-zorgproducten in het vrije segment per verzekerde per FKG klasse 2012 per overeenkomstige FKG met het per zorgverzekeraar geraamde aantal verzekerden FKG 2012. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd en toegevoegd aan het resultaat van het tweede lid.

4 Het college vermenigvuldigt de gewichten kosten van dbc-zorgproducten in het vrije segment per verzekerde per DKG klasse 2012 per overeenkomstige DKG klasse met het geraamde aantal verzekerden per DKG klasse 2012. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd en toegevoegd aan het resultaat van het derde lid.

5 Het college vermenigvuldigt de gewichten kosten van dbc-zorgproducten in het vrije segment per verzekerde per aard van het inkomenklasse 2012 per overeenkomstige aard van het inkomenklasse met het per zorgverzekeraar geraamde aantal verzekerden per aard van het inkomenklasse 2012. Het college sommeert de uitkomsten per zorgverzekeraar en voegt deze toe aan het resultaat van het vierde lid.

6 Het college vermenigvuldigt de gewichten kosten van dbc-zorgproducten in het vrije segment per verzekerde per regioklasse 2012 per overeenkomstige regioklasse met het per zorgverzekeraar geraamde aantal verzekerden per regioklasse 2012. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd en toegevoegd aan het resultaat van het vijfde lid.

7 Het college vermenigvuldigt de gewichten kosten van dbc-zorproducten in het vrije segment per verzekerde per SES klasse 2012 per overeenkomstige SES klasse met het per zorgverzekeraar geraamde aantal verzekerden per SES klasse 2012. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd en toegevoegd aan het resultaat van het zesde lid.

8 Het college vermenigvuldigt de gewichten kosten van dbc-zorgproducten in het vrije segment per verzekerde per MHK klasse 2012 per overeenkomstige MHK klasse met het per zorgverzekeraar geraamde aantal verzekerden per MHK klasse 2012. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd en toegevoegd aan het resultaat van het zevende lid.

9 Het resultaat van het achtste lid wordt aangeduid als het deelbedrag kosten van dbc-zorgproducten in het vrije segment 2012.

Hoofdstuk II — Toekenning van de vereveningsbijdrage 2012 aan een zorgverzekeraar

Artikel 8

1 Voor de verdeling van het macro-deelbedrag variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp hanteert het college de volgende gewichten als uitgangspunten:

a. de gewichten variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp per verzekerde per klasse 2012 naar leeftijd en geslacht, genoemd in bijlage 10 van deze beleidsregels;

b. de gewichten variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp per verzekerde per FKG klasse 0 tot en met 25 2012, genoemd in bijlage 11 van deze beleidsregels;

c. voor verzekerden woonachtig in het buitenland 45% van het normgewicht van de FKG klasse 0;

d. de gewichten variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp per verzekerde per DKG klasse 0 tot en met 13 2012, genoemd in bijlage 12 van deze beleidsregels;

e. voor verzekerden woonachtig in het buitenland 55% van het normgewicht voor de DKG klasse 0;

f. de gewichten variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp per verzekerde per aard van het inkomenklasse 2012, genoemd in bijlage 13 van deze beleidsregels;

g. de gewichten variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp per verzekerde per regioklasse 2012, genoemd in bijlage 14 van deze beleidsregels;

h. de gewichten variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp per verzekerde per SES klasse 2012, genoemd in bijlage 15 van deze beleidsregels;

i. de gewichten variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp per verzekerde per MHK klasse 2012, genoemd in bijlage 16 van deze beleidsregels.

2 Het college vermenigvuldigt de gewichten variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp per verzekerde per klasse naar leeftijd en geslacht 2012 per overeenkomstige klasse met het per zorgverzekeraar geraamde aantal verzekerden per klasse naar leeftijd en geslacht 2012. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd.

3 Het college vermenigvuldigt de gewichten variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp per verzekerde per FKG klasse 2012 per overeenkomstige FKG klasse met het per zorgverzekeraar geraamde aantal verzekerden per FKG klasse 2012. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd en toegevoegd aan het resultaat van het tweede lid.

4 Het college vermenigvuldigt de gewichten variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp per verzekerde per DKG klasse 2012 per overeenkomstige DKG klasse met het per zorgverzekeraar geraamde aantal verzekerden per DKG klasse 2012. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd en toegevoegd aan het resultaat van het derde lid.

5 Het college vermenigvuldigt de gewichten variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp per verzekerde per aard van het inkomenklasse 2012 per overeenkomstige aard van het inkomenklasse met het per zorgverzekeraar geraamde aantal verzekerden per aard van het inkomenklasse 2012. Het college sommeert de uitkomsten per zorgverzekeraar en voegt deze toe aan het resultaat van het vierde lid.

6 Het college vermenigvuldigt de gewichten variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp per verzekerde per regioklasse 2012 per overeenkomstige regioklasse met het per zorgverzekeraar geraamde aantal verzekerden per regioklasse 2012. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd en toegevoegd aan het resultaat van het vijfde lid.

7 Het college vermenigvuldigt de gewichten variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp per verzekerde per SES klasse 2012 per overeenkomstige SES klasse met het per zorgverzekeraar geraamde aantal verzekerden per SES klasse 2012. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd en toegevoegd aan het resultaat van het zesde lid.

8 Het college vermenigvuldigt de gewichten variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp per verzekerde per MHK klasse 2012 per overeenkomstige MHK klasse met het per zorgverzekeraar geraamde aantal verzekerden per MHK klasse 2012. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd en toegevoegd aan het resultaat van het zevende lid.

9 Het resultaat van het achtste lid wordt aangeduid als het deelbedrag variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp 2012.

Hoofdstuk II — Toekenning van de vereveningsbijdrage 2012 aan een zorgverzekeraar

Artikel 9

1 Het college bepaalt het deelbedrag vaste kosten van ziekenhuisverpleging 2012 als volgt:

a. Het college berekent de gemiddelde vaste kosten van ziekenhuisverpleging per verzekerde per zorgverzekeraar in 2010 op basis van gegevens over de kosten uit de opgave jaarstaat 2010 per 1 juni 2011 van de zorgverzekeraar;

b. Per zorgverzekeraar vermenigvuldigt het college de geraamde aantallen verzekerden 2012 met het berekende bedrag in onderdeel a;

c. Vervolgens berekent het college de landelijke vastekostenfactor 2012 door het macro-deelbedrag vaste kosten van ziekenhuisverpleging 2012, als genoemd in artikel 2, tweede lid, onder c, van de Regeling risicoverevening 2012 te delen door de som over alle zorgverzekeraars van het resultaat onder b;

d. Het college vermenigvuldigt het in onderdeel a berekende bedrag per zorgverzekeraar met de in onderdeel c berekende landelijke vastekostenfactor 2012. Het resultaat wordt aangeduid als het zorgverzekeraarspecifieke bedrag vaste kosten van ziekenhuisverpleging per geraamde verzekerde 2012.

2 Indien het gemiddelde aantal verzekerden van een zorgverzekeraar in 2010 minder dan 10.000 bedraagt, wordt voor deze zorgverzekeraar bij de berekening bedoeld in het eerste lid uitgegaan van de gemiddelde vaste kosten van ziekenhuisverpleging 2010 van alle zorgverzekeraars. Deze werkwijze wordt ook gevolgd wanneer de zorgverzekeraar een onjuiste of een onvolledige opgave over 2010 aan het college heeft gedaan of wanneer een opgave niet mogelijk is.

3 Het college berekent per zorgverzekeraar het deelbedrag vaste kosten van ziekenhuisverpleging 2012 door het zorgverzekeraarspecifieke bedrag vaste kosten van ziekenhuisverpleging per geraamde verzekerde 2012 te vermenigvuldigen met het totaal aantal geraamde verzekerden 2012.

4 Het resultaat van het derde lid wordt aangeduid als het deelbedrag vaste kosten van ziekenhuisverpleging 2012.

Hoofdstuk II — Toekenning van de vereveningsbijdrage 2012 aan een zorgverzekeraar

Artikel 10

1 Voor de verdeling van het macro-deelbedrag geneeskundige geestelijke gezondheidszorg hanteert het college als uitgangspunten:

a. De gewichten geneeskundige geestelijke gezondheidszorg per verzekerde per jonger dan 18 jaarklasse, genoemd in bijlage 17 van deze beleidsregels;

b. De gewichten geneeskundige geestelijke gezondheidszorg per verzekerde per klasse 2012 naar leeftijd en geslacht, genoemd in bijlage 18 van deze beleidsregels;

c. De gewichten geneeskundige geestelijke gezondheidszorg per verzekerde naar FKG GGZ klasse 0 tot en met 5 2012, genoemd in bijlage 19 van deze beleidsregels;

d. De gewichten geneeskundige geestelijke gezondheidszorg per verzekerde per aard van het inkomenklasse 2012, genoemd in bijlage 20 van deze beleidsregels;

e. De gewichten geneeskundige geestelijke gezondheidszorg per verzekerde per GGZ-regioklasse 2012, genoemd in bijlage 21van deze beleidsregels;

f. De gewichten geneeskundige geestelijke gezondheidszorg per verzekerde per SES klasse 2012, genoemd in bijlage 22 van deze beleidsregels;

g. De gewichten geneeskundige geestelijke gezondheidszorg per verzekerde per éénpersoonsadresklasse 2012, genoemd in bijlage 23 van deze beleidsregels;

h. De gewichten geneeskundige geestelijke gezondheidszorg per verzekerde per geneeskundige GGZ kosten lage drempelklasse, genoemd in bijlage 24 van deze beleidsregels;

i. De gewichten geneeskundige geestelijke gezondheidszorg per verzekerde per geneeskundige GGZ kosten hoge drempelklasse, genoemd in bijlage 25 van deze beleidsregels.

2 De gewichten geneeskundige geestelijke gezondheidszorg per verzekerde per jonger dan 18 jaarklasse 2012 worden per overeenkomstige jonger dan 18 jaarklasse 2012 vermenigvuldigd met het per zorgverzekeraar geraamde aantal verzekerden per jonger dan 18 jaarklasse 2012. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd.

3 De gewichten geneeskundige geestelijke gezondheidszorg per verzekerde per klasse 2012 naar leeftijd en geslacht worden per overeenkomstige klasse vermenigvuldigd met het per zorgverzekeraar geraamde aantal verzekerden van 18 jaar en ouder per klasse naar leeftijd en geslacht 2012. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd.

4 De gewichten geneeskundige geestelijke gezondheidszorg per verzekerde per FKG GGZ 2012 klasse worden per overeenkomstige klasse vermenigvuldigd met het per zorgverzekeraar geraamde aantal verzekerden van 18 jaar en ouder 2012. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd en toegevoegd aan de som van uitkomsten per zorgverzekeraar bedoeld in het derde lid.

5 De gewichten geneeskundige geestelijke gezondheidszorg per verzekerde per aard van het inkomenklasse 2012 worden per overeenkomstige aard van het inkomenklasse vermenigvuldigd met het per zorgverzekeraar geraamde aantal verzekerden van 18 jaar en ouder per aard van het inkomenklasse 2012. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd en toegevoegd aan het resultaat van het vierde lid.

6 De gewichten geneeskundige geestelijke gezondheidszorg per verzekerde per GGZ-regioklasse 2012 worden per overeenkomstige GGZ-regioklasse vermenigvuldigd met het per zorgverzekeraar geraamde aantal verzekerden van 18 jaar en ouder per GGZ-regio klasse 2012. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd en toegevoegd aan het resultaat van het vijfde lid.

7 De gewichten geneeskundige geestelijke gezondheidszorg per verzekerde per SES klasse 2012 worden per overeenkomstige SES klasse vermenigvuldigd met het per zorgverzekeraar geraamde aantal verzekerden van 18 jaar en ouder per SES klasse 2012. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd en toegevoegd aan het resultaat van het zesde lid.

8 De gewichten geneeskundige geestelijke gezondheidszorg per verzekerde per éénpersoonsadresklasse 2012 worden per overeenkomstige éénpersoonsadresklasse vermenigvuldigd met het per zorgverzekeraar geraamde aantal verzekerden van 18 jaar en ouder per éénpersoonsadresklasse 2012. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd en toegevoegd aan het resultaat van het zevende lid.

9 De gewichten geneeskundige geestelijke gezondheidszorg per verzekerde per geneeskundige GGZ kosten lage drempelklasse 2012 worden per overeenkomstige GGZ kosten lage drempelklasse 2012 vermenigvuldigd met het per zorgverzekeraar geraamde aantal verzekerden van 18 jaar en ouder per GGZ kosten lage drempelklasse 2012. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd en toegevoegd aan het resultaat van het achtste lid.

10 De gewichten geneeskundige geestelijke gezondheidszorg per verzekerde per geneeskundige GGZ kosten hoge drempelklasse 2012 worden per overeenkomstige GGZ kosten hoge drempelklasse 2012 vermenigvuldigd met het per zorgverzekeraar geraamde aantal verzekerden van 18 jaar en ouder per GGZ kosten hoge drempelklasse 2012. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd en toegevoegd aan het resultaat van het negende lid.

11 De som van het resultaat van het tweede en tiende lid wordt aangeduid als het deelbedrag geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2012.

Hoofdstuk II — Toekenning van de vereveningsbijdrage 2012 aan een zorgverzekeraar

Artikel 11

1 Voor de verdeling van het macro-deelbedrag kosten van overige prestaties hanteert het college als uitgangspunten:

a. de gewichten kosten van overige prestaties per verzekerde per klasse 2012 naar leeftijd en geslacht, genoemd in bijlage 26 van deze beleidsregels;

b. de gewichten kosten van overige prestaties per verzekerde per FKG klasse 0 tot en met 25 2012, genoemd in bijlage 27 van deze beleidsregels;

c. voor verzekerden woonachtig in het buitenland 45% van het normgewicht FKG klasse 0;

d. de gewichten kosten van overige prestaties per verzekerde per DKG klasse 0 tot en met 13 2012, genoemd in bijlage 28 van deze beleidsregels;

e. voor verzekerden woonachtig in het buitenland 55% van het normgewicht voor DKG klasse 0;

f. de gewichten kosten van overige prestaties per verzekerde per aard van het inkomenklasse 2012, genoemd in bijlage 29 van deze beleidsregels;

g. de gewichten kosten van overige prestaties per verzekerde per regioklasse 2012, genoemd in bijlage 30 van deze beleidsregels;

h. de gewichten kosten van overige prestaties per verzekerde per SES klasse 2012, genoemd in bijlage 31 van deze beleidsregels;

i. de gewichten kosten van overige prestaties per verzekerde per MHK klasse 2012, genoemd in bijlage 32 van deze beleidsregels.

2 De gewichten kosten van de overige prestaties per verzekerde per klasse naar leeftijd en geslacht 2012 worden per overeenkomstige klasse vermenigvuldigd met het per zorgverzekeraar geraamde aantal verzekerden per klasse naar leeftijd en geslacht 2012. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd.

3 De gewichten kosten van de overige prestaties per verzekerde per FKG 2012 klasse worden per overeenkomstige FKG klasse vermenigvuldigd met het per zorgverzekeraar geraamde aantal verzekerden per FKG 2012 klasse. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd en toegevoegd aan het resultaat van het tweede lid.

4 De gewichten kosten van de overige prestaties per verzekerde per DKG 2012 klasse worden per overeenkomstige DKG vermenigvuldigd met het per zorgverzekeraar geraamde aantal verzekerden per DKG 2012 klasse. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd en toegevoegd aan het resultaat van het derde lid.

5 De gewichten kosten van de overige prestaties per verzekerde per aard van het inkomenklasse 2012 worden per overeenkomstige aard van het inkomenklasse vermenigvuldigd met het per zorgverzekeraar geraamde aantal verzekerden per aard van het inkomenklasse 2012. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd en toegevoegd aan het resultaat van het vierde lid.

6 De gewichten kosten van de overige prestaties per verzekerde per regioklasse 2012 worden per overeenkomstige regioklasse vermenigvuldigd met het per zorgverzekeraar geraamde aantal verzekerden per regioklasse 2012. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd en toegevoegd aan het resultaat van het vijfde lid.

7 De gewichten kosten van de overige prestaties per verzekerde per SES klasse 2012 worden per overeenkomstige SES klasse vermenigvuldigd met het per zorgverzekeraar geraamde aantal verzekerden per SES klasse 2012. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd en toegevoegd aan het resultaat van het zesde lid.

8 De gewichten kosten van de overige prestaties per verzekerde per MHK klasse 2012 worden per overeenkomstige MHK klasse vermenigvuldigd met het per zorgverzekeraar geraamde aantal verzekerden per MHK klasse 2012. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd en toegevoegd aan het resultaat van het zevende lid.

9 Het resultaat van het achtste lid wordt aangeduid als deelbedrag kosten van overige prestaties 2012.

Hoofdstuk II — Toekenning van de vereveningsbijdrage 2012 aan een zorgverzekeraar

Artikel 12

1 Het college berekent de geraamde normatieve eigen risico opbrengst 2012 voor verzekerden met een FKG klasse 1 tot en met 25 2012 per zorgverzekeraar door het aantal verzekerden van 18 jaar en ouder met een FKG klasse 1 tot en met 25 2012, bepaald in artikel 6, vijfde lid te vermenigvuldigen met een bedrag van EUR 220 per verzekerde.

2 Het college vermindert de uitkomst van het eerste lid met 0,08258 procent vanwege de geraamde gederfde inkomsten voor verzekerden van 18 jaar en ouder, voor wie op grond van artikel 24 Zorgverzekeringswet geen nominale premies worden ontvangen.

3 Voor de raming van de normatieve eigen risico opbrengst voor verzekerden zonder een FKG klasse 1 tot en met 25 2012 hanteert het college als uitgangspunten:

a. de gewichten eigen risico opbrengst per verzekerde per klasse naar leeftijd en geslacht 2012, genoemd in bijlage 33 van deze beleidsregels;

b. de gewichten eigen risico opbrengst per verzekerde per aard van het inkomenklasse 2012, genoemd in bijlage 34 van deze beleidsregels;

c. de gewichten eigen risico opbrengst per verzekerde per regioklasse 2012, genoemd in bijlage 35 van deze beleidsregels.

4 De gewichten eigen risico opbrengst per verzekerde per klasse 2012 naar leeftijd en geslacht worden per overeenkomstige klasse vermenigvuldigd met het per zorgverzekeraar geraamde aantal verzekerden van 18 jaar en ouder zonder een FKG klasse 1 tot en met 25, zoals bepaald in artikel 6, achtste en negende lid van deze Beleidsregels. De uitkomsten worden per klasse 2012 per zorgverzekeraar gesommeerd.

5 De gewichten eigen risico opbrengst per verzekerde per aard van het inkomenklasse 2012 worden per overeenkomstige aard van het inkomenklasse vermenigvuldigd met het per zorgverzekeraar geraamde aantal verzekerden van 18 jaar en ouder per aard van het inkomenklasse 2012, zoals bepaald in artikel 6, tiende tot en met twaalfde lid van deze Beleidsregels. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd en toegevoegd aan het resultaat van het vierde lid.

6 De gewichten eigen risico opbrengst per verzekerde per regioklasse 2012 worden per overeenkomstige regioklasse vermenigvuldigd met het per zorgverzekeraar geraamde aantal verzekerden van 18 jaar en ouder per regioklasse 2012, zoals bepaald in artikel 6, dertiende en veertiende lid van deze Beleidsregels. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd en toegevoegd aan het resultaat van het vijfde lid.

7 Het college vermindert de uitkomst van het zesde lid met 0,08258 procent vanwege de geraamde gederfde inkomsten voor verzekerden van 18 jaar en ouder, voor wie op grond van artikel 24 Zorgverzekeringswet geen nominale premies worden ontvangen.

8 De totale raming van de normatieve eigen risico opbrengst per zorgverzekeraar is de som van het resultaat van het tweede en het zevende lid.

Hoofdstuk II — Toekenning van de vereveningsbijdrage 2012 aan een zorgverzekeraar

Artikel 13

1 Het college berekent het normatieve bedrag 2012 van een zorgverzekeraar als de som van het volgens dit hoofdstuk berekende deelbedrag kosten dbc-zorgproducten in het vrije segment 2012, het deelbedrag variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp 2012, het deelbedrag vaste kosten van ziekenhuisverpleging 2012, het deelbedrag geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2012 en het deelbedrag kosten van overige prestaties 2012.

2 Het college raamt de opbrengst 2012 van de nominale rekenpremie per zorgverzekeraar door de geraamde aantallen verzekerden van 18 jaar en ouder 2012 per zorgverzekeraar te vermenigvuldigen met de nominale rekenpremie 2012.

3 Het college vermindert het resultaat van het tweede lid met 0,08258 procent vanwege de geraamde gederfde inkomsten voor verzekerden van 18 jaar en ouder waarvoor op grond van artikel 24 Zorgverzekeringswet geen nominale premies worden ontvangen.

4 Het college berekent de vereveningsbijdrage 2012 voor een zorgverzekeraar door op het normatieve bedrag 2012 de geraamde normatieve eigen risico opbrengst 2012 en de volgens het derde lid geraamde opbrengst van de nominale rekenpremie 2012 in mindering te brengen.

5 Het college berekent per zorgverzekeraar de uitkering in verband met uitvoeringskosten van verzekerden jonger dan 18 jaar 2012. Deze uitkering bedraagt het aantal geraamde verzekerden jonger dan 18 jaar vermenigvuldigd met EUR 50.

6 Het college kent de vereveningsbijdrage 2012 ter hoogte van de bijdrage berekend in het vierde lid, aangevuld met het bedrag berekend in het vijfde lid, aan de zorgverzekeraar toe.

Hoofdstuk II — Toekenning van de vereveningsbijdrage 2012 aan een zorgverzekeraar

Artikel 14

Indien een zorgverzekeraar na de toekenning van de vereveningsbijdrage 2012 besluit zich te splitsen, deelt de zorgverzekeraar aan het college mee hoe naar zijn verwachting de geraamde verzekerdenaantallen 2012 verdeeld zullen worden, over nieuwe dan wel bestaande zorgverzekeraars. Het college kan de toegekende vereveningsbijdrage herzien en de bijdragen aan nieuwe dan wel bestaande zorgverzekeraars toekennen, rekening houdend met de meegedeelde geraamde verzekerdenaantallen en het tijdstip waarop de splitsing wordt gerealiseerd.

Hoofdstuk II — Toekenning van de vereveningsbijdrage 2012 aan een zorgverzekeraar

Artikel 15

1 Het college herberekent de toekenning van de vereveningsbijdrage op basis van de werkelijke verzekerdenaantallen 2012 volgens de opgaven van de zorgverzekeraars aan het college op 7 maart 2012.

2 Het college bepaalt de herberekening van de toegekende vereveningsbijdrage 2012 als volgt:

het college deelt het totaal aantal verzekerden uit de opgaven in het eerste lid door het totaal aantal verzekerden, zoals bepaald op grond van artikel 4, twaalfde lid en vermenigvuldigt deze uitkomst met de bijdrage 2012 zoals toegekend op grond van artikel 13, zesde lid van deze Beleidsregels.

3 Het college herziet de op grond van artikel 13, zesde lid, toegekende vereveningsbijdrage 2012 overeenkomstig de herberekening uit het tweede lid.

Hoofdstuk III — De eerste voorlopige vaststelling van de vereveningsbijdrage voor een zorgverzekeraar

Artikel 16

1 Het college bepaalt de verzekerdenaantallen 2012 voor het macro-deelbedrag kosten van dbc-zorgproducten in het vrije segment, voor het macro-deelbedrag variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp en voor het macro-deelbedrag kosten van overige prestaties per criterium met inachtneming van het bepaalde in de volgende leden.

2 Het college baseert zich bij de bepaling van de verzekerdenaantallen per zorgverzekeraar op het VPPKB 2012, zoals de zorgverzekeraars dat hebben aangeleverd op 1 juli 2013.

3 Wanneer een verzekerde gedurende een bepaalde periode in 2012 bij meerdere zorgverzekeraars tegelijkertijd is ingeschreven, bepaalt het college de verzekeringsduur voor die verzekerde naar rato van het aantal zorgverzekeraars waar de verzekerde gedurende die periode ingeschreven is geweest.

4 Het college baseert zich voor het aantal verzekerden voor het criterium leeftijd en geslacht per zorgverzekeraar op:

a. het PKB 2012, zoals zorgverzekeraars dat op 15 juni 2012 bij het college hebben aangeleverd. De peildatum van de opgave is de datum voor de nominale premieprolongatie voor de maand juni 2012;

b. Het VPPKB 2012 indien een verzekerde niet is opgenomen in het PKB 2012.

5 Het college baseert zich voor het aantal verzekerden voor het criterium aard van het inkomen per zorgverzekeraar met betrekking tot:

a. de leeftijd, op het PKB 2012;

b. de leeftijd in het geval een verzekerde niet is opgenomen in het PKB 2012, op het VPPKB 2012;

c. de zelfstandigen, op de opgave per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van de Belastingdienst naar inkomensbron over 2012, met peildatum 30 juni 2012;

d. de arbeidsongeschikten, bijstandsgerechtigden en de refentiegroep, op de opgave per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van het UWV naar inkomensbron over 2012, met peildatum 30 juni 2012;

e. de arbeidsongeschikten, bijstandsgerechtigden en de referentiegroep indien de opgave van het UWV betreffende een gemeente onvoldoende gegevens bevat, op de gegevens over 2011, met als peildatum 30 juni 2011 voor verzekerden uit die gemeente;

f. Het college hanteert per verzekerde voor de gepseudonimiseerde opgave van de Belastingdienst dezelfde peildatum als het gebruikt voor de opgave van het UWV.

6 Het college deelt een verzekerde die in meerdere klassen voor het criterium aard van het inkomen, is in te delen, in op basis van het bepaalde in artikel 4, achtste lid van deze Beleidsregels.

7 Het college baseert zich voor het aantal verzekerden voor het criterium regio per zorgverzekeraar met betrekking tot:

a. de indeling, op de regioclusters somatisch naar viercijferige postcode voor 2012 uit bijlage 9 bij de brief van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 30 september 2011 Z/F-3084546;

b. de viercijferige postcode, op het PKB 2012;

c. de viercijferige postcode indien een verzekerde niet is opgenomen in het PKB 2012, op het VPPKB 2012.

8 Het college baseert zich voor het aantal verzekerden voor het criterium FKG’s per zorgverzekeraar op:

a. op de indeling in de FKG’s somatische zorg 2012 uit bijlage 6 bij de brief van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 30 september 2011 Z/F-3084546;

b. de opgave per 1 juni 2012 van declaraties farmaceutische hulp 2011 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van de zorgverzekeraars aan het college.

9 Bij de bepaling van de FKG’s zijn de volgende farmaceutische middelen uitgesloten:

a. middelen die in de G-standaard van Z-Index zijn aangemerkt als niet voor vergoeding in aanmerking komend op grond van artikel 2.8 Besluit zorgverzekering;

b. middelen die in de G-standaard van Z-Index zijn aangemerkt als grond- en hulpstoffen.

10 Het college hanteert een drempel van meer dan 180 standaarddagdoseringen. Beneden deze drempel kent het college geen FKG aan een verzekerde toe.

11 Onverminderd het bepaalde in het tiende lid hanteert het college voor de FKG Kanker een drempel van ten minste 3 receptregels. Beneden deze drempel kent het college geen FKG Kanker aan een verzekerde toe.

12 Het college koppelt de opgave bedoeld in het achtste lid, onderdeel b, met behulp van het gepseudonimiseerde burgerservicenummer aan het VPPKB 2012 en bepaalt op basis hiervan en met inachtneming van de drempels bedoeld in het tiende en elfde lid in welke FKG klassen 1 tot en met 25 de verzekerde valt, met inachtneming van het bepaalde met betrekking tot de samenloop van FKG’s, bedoeld in artikel 4, zeventiende lid.

13 Als een verzekerde niet in een FKG klasse 1 tot en met 25 valt, deelt het college deze verzekerde in bij FKG klasse 0.

14 Het college baseert zich voor het aantal verzekerden voor het criterium DKG’s per zorgverzekeraar op:

a. de indeling in DKG’s uit bijlage 8 bij de brief van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 30 september 2011 Z/F-3084546;

b. de opgave van de zorgverzekeraar aan het college per 1 juni 2013 van de declaraties per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van alle dbc’s die in 2011 geopend zijn.

15 Het college bepaalt door een koppeling op basis van het gepseudonimiseerde burgerservicenummer tussen de opgave bedoeld in het dertiende lid, onderdeel b en het VPPKB per verzekerde in welke DKG klasse 1 tot en met 13 de verzekerde valt.

16 Als een verzekerde niet in een DKG klasse 1 tot en met 13 valt, deelt het college deze verzekerde in bij DKG klasse 0.

17 Het college baseert zich voor het aantal verzekerden voor het criterium SES per zorgverzekeraar met betrekking tot:

a. de leeftijd, op het PKB 2012;

b. het inkomen, op de opgave per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van de Belastingdienst over 2011;

c. het inkomen in het geval een verzekerde niet is opgenomen in de opgave over 2011, op de opgave over 2010 en indien een verzekerde ook niet is opgenomen in de opgave over 2010, op de opgave over 2009;

d. de adresgegevens, op het gepseudonimiseerde adres per gepseudonimiseerd burgerservicenummer in de opgave van de Belastingdienst over 2012;

e. de adresgegevens in het geval een verzekerde niet is opgenomen in de opgave van de Belastingdienst op het PKB 2012 en indien een verzekerde ook niet is opgenomen in het PKB op het VPPKB 2012.

18 Het college baseert zich voor het aantal verzekerden voor het criterium MHK per zorgverzekeraar op:

a. declaraties 2009 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer voor de deelbedragen variabele kosten van ziekenhuisverpleging en specialistische hulp, de kosten van B-Dbc’s en de kosten van overige prestaties tot en met 31 december 2011, zoals zorgverzekeraars die op 1 juni 2012 bij het college hebben aangeleverd;

b. declaraties 2010 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer voor de deelbedragen variabele kosten van ziekenhuisverpleging en specialistische hulp, de kosten van B-Dbc’s en de kosten van overige prestaties tot en met 31 december 2012, zoals zorgverzekeraars die op 1 juni 2013 bij het college hebben aangeleverd;

c. declaraties 2011 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer voor de deelbedragen variabele kosten van ziekenhuisverpleging en specialistische hulp, de kosten van B-Dbc’s en de kosten van overige prestaties, zoals zorgverzekeraars die op 1 juni 2013 bij het college hebben aangeleverd.

19 Het college herleidt de percentages van de risicoklassen MHK met betrekking tot vereveningsjaar 2009, 2010 respectievelijk 2011 tot drempelbedragen MHK 2009, 2010 respectievelijk 2011.

20 Het college bepaalt op basis van de drempelbedragen uit het vorige lid en een koppeling met het VPPKB 2012 in welke MHK-klasse een verzekerde valt.

21 Als een verzekerde niet in een MHK-klasse 1 tot en met 6 valt, deelt het college deze verzekerde in bij MHK 0 Geen MHK.

22 Voor de toepassing van artikel 21bepaalt het college per zorgverzekeraar het totaal aantal verzekerden.

23 Het college deelt verzekerden zonder burgerservicenummer en verzekerden zonder geverifieerd burgerservicenummer uitsluitend in bij de criteria leeftijd en geslacht en regio.

24 Het college deelt verzekerden woonachtig in het buitenland uitsluitend in bij de criteria leeftijd en geslacht, aard van het inkomen en MHK.

Hoofdstuk III — De eerste voorlopige vaststelling van de vereveningsbijdrage voor een zorgverzekeraar

Artikel 17

1 Het college bepaalt de verzekerdenaantallen 2012 voor het macro-deelbedrag geneeskundige geestelijke gezondheidszorg met inachtneming van het bepaalde in de volgende leden.

2 Het college baseert zich bij de bepaling van de verzekerdenaantallen per zorgverzekeraar op het VPPKB 2012, zoals zorgverzekeraars dat hebben aangeleverd op 1 juli 2013.

3 Wanneer een verzekerde gedurende een bepaalde periode in 2012 bij meerdere zorgverzekeraars tegelijkertijd is ingeschreven, bepaalt het college de verzekeringsduur voor die verzekerde naar rato van het aantal zorgverzekeraars waar de verzekerde gedurende die periode ingeschreven is geweest.

4 Het college baseert zich voor het aantal verzekerden onder de achttien jaar per zorgverzekeraar op:

a. het PKB 2012, zoals zorgverzekeraars dat op 15 juni 2012 bij het college hebben aangeleverd. De peildatum van de opgave is de datum voor de nominale premieprolongatie voor de maand juni 2012;

b. het VPPKB 2012 indien een verzekerde niet is opgenomen in het PKB 2012.

5 Het college baseert zich voor het aantal verzekerden van achttien jaar en ouder voor het criterium leeftijd en geslacht per zorgverzekeraar op:

a. het PKB 2012, zoals zorgverzekeraars dat op 15 juni 2012 bij het college hebben aangeleverd. De peildatum van de opgave is de datum voor de nominale premieprolongatie voor de maand juni 2012;

b. het VPPKB 2012 indien een verzekerde niet is opgenomen in het PKB 2012.

6 Het college baseert zich voor het aantal verzekerden van achttien jaar en ouder voor het criterium aard van het inkomen per zorgverzekeraar met betrekking tot:

a. de leeftijd, op het PKB 2012;

b. de leeftijd in het geval een verzekerde niet is opgenomen in het PKB 2012, op het VPPKB 2012;

c. de zelfstandigen, op de opgave per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van de Belastingdienst naar inkomensbron over 2012, met peildatum 30 juni 2012;

d. de arbeidsongeschikten, bijstandsgerechtigden en de referentiegroep, op de opgave per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van het UWV naar inkomensbron over 2012, met peildatum 30 juni 2012;

e. de arbeidsongeschikten, bijstandsgerechtigden en de referentiegroep indien de opgave van het UWV betreffende een gemeente onvoldoende gegevens bevat, op gegevens over 2011, met peildatum 30 juni 2011, voor verzekerden uit die gemeente. Het college hanteert per gepseudonimiseerd burgerservicenummer voor de opgave van de Belastingdienst dezelfde peildatum als het gebruikt voor de opgave van het UWV.

7 Het college deelt een verzekerde die in meerdere klassen voor het criterium aard van het inkomen is in te delen, in op basis van het bepaalde in artikel 4, achtste lid.

8 Het college baseert zich voor het aantal verzekerden van achttien jaar en ouder voor het criterium GGZ-regio per zorgverzekeraar met betrekking tot:

a. de indeling, op de regioclusters geneeskundige GGZ naar viercijferige postcode voor 2012 uit bijlage 10 bij de brief van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 30 september 2011 Z/F-3084546;

b. de viercijferige postcode, op het PKB 2012;

c. de viercijferige postcode indien een verzekerde niet is opgenomen in het PKB 2012, op het VPPKB 2012.

9 Het college baseert zich voor het aantal verzekerden van achttien jaar en ouder voor het criterium FKG-GGZ per zorgverzekeraar op:

a. de indeling in FKG GGZ 2012 uit bijlage 7 bij de brief van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 30 september 2011 Z/F-3084546;

b. de opgave per 1 juni 2012 van declaraties farmaceutische hulp 2011 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van de zorgverzekeraars aan het college.

10 Bij de bepaling van de FKG GGZ zijn de volgende farmaceutische middelen uitgesloten:

a. middelen die in de G-standaard van Z-Index zijn aangemerkt als niet voor vergoeding in aanmerking komend op grond van artikel 2.8 Besluit zorgverzekering;

b. middelen die in de G-standaard van Z-Index zijn aangemerkt als grond- en hulpstoffen.

11 Het college hanteert een drempel van meer dan 180 standaarddagdoseringen. Beneden deze drempel kent het college geen FKG GGZ aan een verzekerde toe.

12 Het college koppelt de opgave bedoeld in het negende lid, onderdeel b met behulp van het gepseudonimiseerde burgerservicenummer aan het VPPKB 2012 en bepaalt op basis hiervan en met behulp van de drempel bedoeld in het elfde lid in welke FKG GGZ klassen 1 tot en met 5 de verzekerde valt.

13 Als een verzekerde niet in een FKG GGZ klasse 1 tot en met 5 valt, deelt het college deze verzekerde in bij FKG GGZ klasse 0.

14 Het college baseert zich voor het aantal verzekerden van achttien jaar en ouder voor het criterium SES per zorgverzekeraar met betrekking tot:

a. de leeftijd, op het PKB 2012;

b. het inkomen, op de gepseudonimiseerde opgave van de Belastingdienst over 2011;

c. het inkomen in het geval een verzekerde niet is opgenomen in de opgave over 2011, op de opgave over 2010 en indien een verzekerde ook niet is opgenomen in de opgave over 2010, op de opgave over 2009;

d. de adresgegevens op het gepseudonimiseerde adres per gepseudonimiseerd burgerservicenummer in de opgave van de Belastingdienst over 2012;

e. de adresgegevens in het geval een verzekerde niet is opgenomen in de opgave van de Belastingdienst over 2012, op het PKB 2012 en indien een verzekerde ook niet is opgenomen in het PKB 2012, op het VPPKB 2012.

15 Het college baseert zich voor het aantal verzekerden van achttien jaar en ouder voor het criterium éénpersoonsadres per zorgverzekeraar met betrekking tot:

a. de adresgegevens op het gepseudonimiseerde adres per gepseudonimiseerd burgerservicenummer in de opgave van de Belastingdienst over 2012;

b. de adresgegevens in het geval een verzekerde niet is opgenomen in de opgave van de Belastingdienst op het PKB 2012 en indien een verzekerde ook niet is opgenomen in het PKB 2012, op het verzekerde periode en PKB 2012.

16 Het college baseert zich voor het aantal verzekerden van achttien jaar en ouder voor het criterium GGZ-kosten lage drempel per zorgverzekeraar op declaraties 2011 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer voor het deelbedrag kosten GGZ, zoals zorgverzekeraars die op 1 juni 2013 bij het college hebben aangeleverd.

17 Het college bepaalt door middel van een koppeling op basis van het gepseudonimiseerde burgerservicenummer tussen de opgave uit het vorige lid en het VPPKB per verzekerde of de verzekerde in de GGZ-kosten lage drempelklasse 1 valt.

18 Als een verzekerde niet in de GGZ-kosten lage drempelklasse 1 valt, deelt het college deze verzekerde per zorgverzekeraar in bij GGZ-kosten lage drempelklasse 0.

19 Het college baseert zich voor het aantal verzekerden van achttien jaar en ouder voor het criterium GGZ-kosten hoge drempel per zorgverzekeraar op declaraties 2011 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer voor het deelbedrag kosten GGZ, zoals zorgverzekeraars die op 1 juni 2013 bij het college hebben aangeleverd.

20 Het college bepaalt door een koppeling op basis van het gepseudonimiseerde burgerservicenummer tussen de opgave bedoeld in het negentiende lid en het VPPKB per verzekerde of de verzekerde in de GGZ-kosten hoge drempelklasse 1 2012 valt.

21 Als een verzekerde niet in de GGZ-kosten hoge drempelklasse 1 valt, deelt het college deze verzekerde per zorgverzekeraar in bij GGZ-kosten hoge drempelklasse 0.

22 Het college deelt verzekerden zonder burgerservicenummer en verzekerden zonder geverifieerd burgerservicenummer jonger dan achttien jaar uitsluitend in bij GGZ verzekerden jonger dan achttien jaar. Het college deelt verzekerden zonder burgerservicenummer en verzekerden zonder geverifieerd burgerservicenummer van achttien jaar en ouder uitsluitend in bij de criteria leeftijd en geslacht en GGZ-regio.

23 Het college deelt verzekerden woonachtig in het buitenland jonger dan achttien jaar uitsluitend in bij het criterium leeftijd onder achttien jaar. Het college deelt verzekerden woonachtig in het buitenland van achttien jaar en ouder uitsluitend in bij de criteria leeftijd en geslacht en aard van het inkomen.

Hoofdstuk III — De eerste voorlopige vaststelling van de vereveningsbijdrage voor een zorgverzekeraar

Artikel 18

1 Het college bepaalt de verzekerdenaantallen 2012 voor de normatieve eigen risico opbrengst per criterium met inachtneming van het bepaalde in de volgende leden.

2 Het college baseert zich bij de bepaling van de verzekerdenaantallen per zorgverzekeraar op het VPPKB 2012, zoals zorgverzekeraars dat op 1 juli 2013 bij het college hebben aangeleverd.

3 Wanneer een verzekerde gedurende een bepaalde periode in 2012 bij meerdere zorgverzekeraars tegelijkertijd is ingeschreven, bepaalt het college de verzekeringsduur voor die verzekerde naar rato van het aantal zorgverzekeraars waar de verzekerde gedurende die periode ingeschreven is geweest.

4 Het college bepaalt het aantal verzekerden van 18 jaar en ouder met een FKG klasse 1 tot en met 25 per zorgverzekeraar met inachtneming van artikel 16, achtste tot en met dertiende lid.

5 Het college bepaalt het aantal verzekerden van 18 jaar en ouder zonder een FKG klasse 1 tot en met 25 per zorgverzekeraar met inachtneming van artikel 16, achtste tot en met dertiende lid.

6 Het college baseert zich voor het aantal verzekerden van 18 jaar en ouder zonder een FKG klasse 1 tot en met 25 voor het criterium leeftijd en geslacht per zorgverzekeraar op:

a. het PKB 2012, zoals zorgverzekeraars dat op 15 juni 2012 bij het college hebben aangeleverd. De peildatum van de opgave is de datum voor de nominale premieprolongatie voor de maand juni 2012;

b. het VPPKB 2012 indien een verzekerde niet is opgenomen in het PKB 2012.

7 Het college baseert zich voor het aantal verzekerden van 18 jaar en ouder zonder een FKG klasse 1 tot en met 25 voor het criterium aard van het inkomen per zorgverzekeraar met betrekking tot:

a. de leeftijd, op het PKB 2012;

b. de leeftijd in het geval een verzekerde niet is opgenomen in het PKB 2012, op het VPPKB 2012;

c. de zelfstandigen, op de opgave per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van de Belastingdienst naar inkomensbron over 2012, met peildatum 30 juni 2012;

d. de arbeidsongeschikten, bijstandsgerechtigden en de referentiegroep op de opgave per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van het UWV naar inkomensbron over 2012, met peildatum 30 juni 2012;

e. de arbeidsongeschikten, bijstandsgerechtigden en de referentiegroep indien de opgave van het UWV betreffende een gemeente onvoldoende gegevens bevat, op gegevens over 2011, met peildatum 30 juni 2011, voor verzekerden uit die gemeente. Het college hanteert per gepseudonimiseerd burgerservicenummer voor de opgave van de Belastingdienst dezelfde peildatum als het gebruikt voor de opgave van het UWV.

8 Het college deelt een verzekerde die in meerdere klassen voor het criterium aard van het inkomen is in te delen, in op basis van het bepaalde in artikel 4, achtste lid van deze beleidsregels.

9 Het college baseert zich voor het aantal verzekerden van 18 jaar en ouder zonder een FKG klasse 1 tot en met 25 voor het criterium regio per zorgverzekeraar met betrekking tot:

a. de indeling, op de regioclusters somatisch naar viercijferige postcode voor 2012 uit bijlage 9 bij de brief van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 30 september 2011 Z/F-3084546;

b. de viercijferige postcode, op het PKB 2012;

c. de viercijferige postcode in het geval een verzekerde niet is opgenomen in het PKB 2012, op het VPPKB 2012.

10 Het college deelt verzekerden zonder burgerservicenummer en verzekerden zonder geverifieerd burgerservicenummer van 18 jaar en ouder uitsluitend in bij de criteria leeftijd en geslacht en regio.

11 Het college deelt verzekerden woonachtig in het buitenland van 18 jaar en ouder uitsluitend in bij de criteria leeftijd en geslacht en aard van het inkomen.

Hoofdstuk III — De eerste voorlopige vaststelling van de vereveningsbijdrage voor een zorgverzekeraar

Artikel 19

1 Op basis van de opgave jaarstaat 2012 per 1 juni 2013 en met inachtneming van de artikelen 12, 13 en 14 van de Regeling risicoverevening 2012 bepaalt het college de kosten van dbc-zorgproducten in het vrije segment 2012 voor iedere zorgverzekeraar afzonderlijk, alsmede voor het totaal van de zorgverzekeraars.

2 Het college herberekent het gewicht kosten van dbc-zorgproducten in het vrije segment per verzekerde voor de MHK klasse 0 door het totaal aantal verzekerden per MHK klasse 1 tot en met 6 te vermenigvuldigen met het overeenkomstige gewicht en het resultaat vervolgens te delen door het totaal aantal verzekerden MHK klasse 0, dat af te ronden op twee decimalen en van een negatief teken te voorzien.

3 Het college herberekent met inachtneming van de op grond van artikel 16 bepaalde verzekerdenaantallen het normatieve bedrag kosten van dbc-zorgproducten in het vrije segment 2012 voor iedere zorgverzekeraar afzonderlijk, alsmede voor het totaal van de verzekerden 2012 van alle zorgverzekeraars overeenkomstig artikel 7.

4 Het college berekent de schalingsfactor voor kosten van dbc-zorgproducten in het vrije segment 2012 door de kosten van dbc-zorgproducten in het vrije segment 2012 voor het totaal van de zorgverzekeraars, zoals bepaald in het eerste lid, te delen door het in het derde lid herberekende normatieve bedrag kosten van dbc-zorgproducten in het vrije segment 2012 voor het totaal van de verzekerden 2012 van alle zorgverzekeraars.

5 Het college vermenigvuldigt voor iedere zorgverzekeraar afzonderlijk, alsmede voor het totaal van de zorgverzekeraars het herberekende normatieve bedrag kosten van dbc-zorgproducten in het vrije segment 2012 uit het derde lid met de schalingsfactor berekend in het vierde lid.

6 Het college berekent voor het totaal van de zorgverzekeraars het verschil tussen de uitkomst van de vermenigvuldiging uit het vijfde lid en het herberekende normatieve bedrag uit het derde lid en deelt dit verschil door het totaal aantal ingeschreven verzekerden van achttien jaar en ouder waarop artikel 24 van de wet niet van toepassing is.

7 Het college vermenigvuldigt per zorgverzekeraar het resultaat van het zesde lid met het aantal verzekerden van achttien jaar en ouder waarop artikel 24 van de wet niet van toepassing is, dat bij die zorgverzekeraar is ingeschreven.

8 Het college vermindert per zorgverzekeraar het product voor die zorgverzekeraar berekend in het vijfde lid met het product voor die zorgverzekeraar berekend in het zevende lid. Het resultaat wordt aangeduid als het voorlopige herberekende deelbedrag kosten van dbc-zorgproducten in het vrije segment 2012.

9 Voor de toepassing van artikel 3.17 van het Besluit bepaalt het college per zorgverzekeraar het verschil tussen het voorlopige herberekende deelbedrag kosten van dbc-zorgproducten in het vrije segment 2012 en de kosten van dbc-zorgproducten in het vrije segment 2012 en deelt dit verschil door het aantal verzekerden van 18 jaar en ouder waarop artikel 24 van de wet niet van toepassing is, dat bij die zorgverzekeraar is ingeschreven.

Hoofdstuk III — De eerste voorlopige vaststelling van de vereveningsbijdrage voor een zorgverzekeraar

Artikel 20

1 Op basis van de opgave jaarstaat 2012 per 1 juni 2013 en met inachtneming van de artikelen 12, 13 en 14 van de Regeling risicoverevening 2012, bepaalt het college de variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp 2012 voor iedere zorgverzekeraar afzonderlijk, alsmede voor het totaal van de zorgverzekeraars.

2 Het college herberekent het gewicht variabele kosten van ziekenhuisverpleging en specialistische hulp per verzekerde voor de MHK klasse 0 door het totaal aantal verzekerden per MHK klasse 1 tot en met 6 te vermenigvuldigen met het overeenkomstige gewicht en het resultaat vervolgens te delen door het totaal aantal verzekerden MHK klasse 0, dat af te ronden op twee decimalen en van een negatief teken te voorzien.

3 Het college herberekent met inachtneming van de op grond van artikel 16 bepaalde verzekerdenaantallen het normatieve bedrag variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp 2012 voor iedere zorgverzekeraar afzonderlijk, alsmede voor het totaal van alle verzekerden 2012 van alle zorgverzekeraars overeenkomstig artikel 8.

4 Het college berekent de schalingsfactor voor variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp 2012 door de variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp 2012 voor het totaal van de zorgverzekeraars, zoals bepaald in het eerste lid, te delen door het in het derde lid herberekende normatieve bedrag variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp 2012 voor het totaal van de verzekerden 2012 van alle zorgverzekeraars.

5 Het college vermenigvuldigt voor iedere zorgverzekeraar afzonderlijk, alsmede voor het totaal van de zorgverzekeraars het herberekende normatieve bedrag variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp 2012 uit het derde lid met de schalingsfactor berekend in het vierde lid.

6 Het college berekent voor het totaal van de zorgverzekeraars het verschil tussen de uitkomst van de vermenigvuldiging uit het vijfde lid en het herberekende normatieve bedrag uit het derde lid en deelt dit verschil door het totaal aantal bij alle zorgverzekeraars ingeschreven verzekerden van achttien jaar en ouder waarop artikel 24 van de wet niet van toepassing is.

7 Het college vermenigvuldigt per zorgverzekeraar het resultaat van het zesde lid met het aantal verzekerden van 18 jaar en ouder waarop artikel 24 van de wet niet van toepassing is dat bij die zorgverzekeraar is ingeschreven.

8 Het college vermindert per zorgverzekeraar het product voor die zorgverzekeraar berekend in het vijfde lid met het product voor die zorgverzekeraar berekend in het zevende lid. Het resultaat wordt aangeduid als het voorlopige herberekende deelbedrag variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp 2012.

9 Voor de toepassing van artikel 3.17 van het Besluit bepaalt het college per zorgverzekeraar het verschil tussen het voorlopige herberekende deelbedrag variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp 2012 en de variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp 2012 en deelt dit verschil door het aantal verzekerden van achttien jaar en ouder waarop artikel 24 van de wet niet van toepassing is, dat bij die zorgverzekeraar is ingeschreven.

Hoofdstuk III — De eerste voorlopige vaststelling van de vereveningsbijdrage voor een zorgverzekeraar

Artikel 21

1 Het college bepaalt op basis van de opgave jaarstaat 2012 per 1 juni 2013 per zorgverzekeraar met inachtneming van de artikelen 12, 13 en 16 van de Regeling risicoverevening 2012 de vaste kosten van ziekenhuisverpleging 2012.

2 Het college herberekent het voorlopig deelbedrag vaste kosten van ziekenhuisverpleging 2012 per zorgverzekeraar als volgt:

a. De vaste kosten van ziekenhuisverpleging 2011 worden per zorgverzekeraar gedeeld door het aantal verzekerden 2011. Het resultaat is het bedrag vaste kosten van ziekenhuisverpleging per verzekerde 2011;

b. Het in onderdeel a berekende bedrag vaste kosten van ziekenhuisverpleging per verzekerde 2011 wordt vermenigvuldigd met het totaal aantal verzekerden 2012 per zorgverzekeraar, vastgesteld met toepassing van artikel 16, tiende lid. Het resultaat is het deelbedrag vaste kosten van ziekenhuisverpleging 2012.

3 Het college calculeert per zorgverzekeraar 100 procent na op het verschil tussen de vaste kosten van ziekenhuisverpleging 2012, verkregen in het eerste lid, en het deelbedrag vaste kosten van ziekenhuisverpleging, verkregen in het tweede lid.

4 De som van het resultaat van het tweede en het derde lid wordt aangeduid als het voorlopige herberekende deelbedrag vaste kosten van ziekenhuisverpleging 2012.

Hoofdstuk III — De eerste voorlopige vaststelling van de vereveningsbijdrage voor een zorgverzekeraar

Artikel 22

1 Op basis van de opgave jaarstaat 2012 per 1 juni 2013 en met inachtneming van de artikelen 12, 13 en 17 van de Regeling risicoverevening 2012, bepaalt het college de kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2012 voor verzekerden jonger dan 18 jaar voor iedere zorgverzekeraar afzonderlijk, alsmede voor het totaal van de zorgverzekeraars.

2 Het college herberekent met inachtneming van de op grond van artikel 17 bepaalde verzekerdenaantallen het normatieve bedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2012 voor het totaal van de verzekerden jonger dan 18 jaar van alle zorgverzekeraars overeenkomstig artikel 10, tweede lid.

3 Het college calculeert per zorgverzekeraar 100 procent na over het verschil tussen de kosten van de geneeskundige geestelijke gezondheidszorg verkregen in tweede lid en de kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2012 voor verzekerden jonger dan 18 jaar uit het eerste lid. Het resultaat wordt aangeduid als het voorlopig herberekende deelbedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg voor verzekerden jonger dan 18 jaar.

4 Op basis van de opgave jaarstaat 2012 per 1 juni 2013 en met inachtneming van de artikelen 12, 13 en 18 van de Regeling risicoverevening 2012, bepaalt het college de kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2012 voor verzekerden van 18 jaar en ouder voor iedere zorgverzekeraar afzonderlijk, alsmede voor het totaal van de zorgverzekeraars.

5 Het college herberekent het gewicht kosten van geneeskundige GGZ voor verzekerden van 18 jaar en ouder per verzekerde voor de risicoklasse GGZ kosten lage drempelklasse 0 2012 door het totaal aantal verzekerden per GGZ kosten lage drempelklasse 1 te vermenigvuldigen met het overeenkomstige gewicht en het resultaat vervolgens te delen door het totaal aantal verzekerden GGZ kosten lage drempelklasse 0 2012, dat af te ronden op twee decimalen en van een negatief teken te voorzien.

6 Het college herberekent het gewicht kosten van geneeskundige GGZ voor verzekerden van 18 jaar en ouder per verzekerde voor de risicoklasse GGZ kosten hoge drempelklasse 0 2012 door het totaal aantal verzekerden per GGZ kosten hoge drempelklasse 1 te vermenigvuldigen met het overeenkomstige gewicht en het resultaat vervolgens te delen door het totaal aantal verzekerden GGZ kosten hoge drempelklasse 0 2012, dat af te ronden op twee decimalen en van een negatief teken te voorzien.

7 Het college herberekent met inachtneming van de op grond van artikel 17 bepaalde verzekerdenaantallen het normatieve bedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2012 voor iedere zorgverzekeraar afzonderlijk, alsmede voor het totaal van de verzekerden van 18 jaar en ouder 2012 van alle zorgverzekeraars overeenkomstig artikel 10, derde tot en met elfde lid.

8 Het college berekent de schalingsfactor voor kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2012 voor verzekerden van 18 jaar en ouder 2012 door de kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2012 voor het totaal van de zorgverzekeraars, zoals bepaald in het vierde lid, te delen door het in het zevende lid herberekende normatieve bedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2012 voor het totaal van de verzekerden van 18 jaar en ouder 2012 van alle zorgverzekeraars.

9 Het college vermenigvuldigt voor iedere zorgverzekeraar afzonderlijk, alsmede voor het totaal van de zorgverzekeraars het herberekende normatieve bedrag kosten van geneeskundige gezondheidszorg 2012 voor verzekerden van 18 jaar en ouder uit het zevende lid met de schalingsfactor berekend in het achtste lid.

10 Het college berekent voor het totaal van de zorgverzekeraars het verschil tussen de uitkomst van de vermenigvuldiging uit het negende lid en het herberekende normatieve bedrag uit het zevende lid en deelt dit verschil door het totaal aantal bij alle zorgverzekeraars ingeschreven verzekerden van 18 jaar en ouder waarop artikel 24 van de wet niet van toepassing is.

11 Het college vermenigvuldigt per zorgverzekeraar het resultaat van het tiende lid met het aantal verzekerden van achttien jaar en ouder waarop artikel 24 van de wet niet van toepassing is, dat bij die zorgverzekeraar is ingeschreven.

12 Het college vermindert per zorgverzekeraar het product voor die zorgverzekeraar berekend in het negende lid met het product voor die zorgverzekeraar berekend in het elfde lid. Het resultaat wordt aangeduid als het voorlopig herberekende deelbedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg voor verzekerden van 18 jaar en ouder.

13 Voor de toepassing van artikel 3.17 van het Besluit bepaalt het college per zorgverzekeraar het verschil tussen het voorlopige herberekende deelbedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg voor verzekerden van 18 jaar en ouder 2012 en de kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg voor verzekerden van 18 jaar en ouder 2012 en deelt dit verschil door het aantal verzekerden van achttien jaar en ouder waarop artikel 24 van de wet niet van toepassing is, dat bij die zorgverzekeraar is ingeschreven.

14 De som van het resultaat van het derde en het twaalfde lid wordt aangeduid als het voorlopige herberekende deelbedrag kosten van de geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2012.

Hoofdstuk III — De eerste voorlopige vaststelling van de vereveningsbijdrage voor een zorgverzekeraar

Artikel 23

1 Op basis van de opgave jaarstaat 2012 per 1 juli 2013 en met inachtneming van de artikelen 12, 13 en 19 van de Regeling risicoverevening 2012, bepaalt het college de kosten van overige prestaties 2012 voor iedere zorgverzekeraar afzonderlijk, alsmede voor het totaal van de zorgverzekeraars.

2 Het college herberekent het gewicht kosten van overige prestaties per verzekerde voor de MHK klasse 0 door het totaal aantal verzekerden per MHK klasse 1 tot en met 6 te vermenigvuldigen met het overeenkomstige gewicht en het resultaat vervolgens te delen door het totaal aantal verzekerden MHK klasse 0, dat af te ronden op twee decimalen en van een negatief teken te voorzien.

3 Het college herberekent met inachtneming van de op grond van artikel 16 berekende verzekerdenaantallen het normatieve bedrag kosten van overige prestaties 2012 voor iedere zorgverzekeraar afzonderlijk, alsmede voor het totaal van de verzekerden 2012 van alle zorgverzekeraars overeenkomstig artikel 11.

4 Het college berekent de schalingsfactor voor kosten van overige prestaties 2012 door de kosten van overige prestaties 2012 voor het totaal van de zorgverzekeraars, zoals bepaald in het eerste lid, te delen door het in het derde lid herberekende normatieve bedrag kosten van overige prestaties voor het totaal van de verzekerden 2012 van alle zorgverzekeraars.

5 Het college vermenigvuldigt voor iedere zorgverzekeraar afzonderlijk, alsmede voor het totaal van de zorgverzekeraars het herberekende normatieve bedrag kosten van overige prestaties 2012 uit het derde lid met de schalingsfactor berekend in het vierde lid.

6 Het college berekent voor het totaal van de zorgverzekeraars het verschil tussen de uitkomst van de vermenigvuldiging uit het vijfde lid en het herberekende normatieve bedrag uit het derde lid en deelt dit verschil door het totaal aantal bij alle zorgverzekeraars ingeschreven verzekerden van achttien jaar en ouder waarop artikel 24 van de wet niet van toepassing is.

7 Het college vermenigvuldigt per zorgverzekeraar het resultaat van het zesde lid met het aantal verzekerden van achttien jaar en ouder waarop artikel 24 van de wet niet van toepassing is, dat bij die zorgverzekeraar is ingeschreven.

8 Het college vermindert per zorgverzekeraar het product voor die zorgverzekeraar berekend in het vijfde lid met het product voor die zorgverzekeraar berekend in het zevende lid. Het resultaat wordt aangeduid als het voorlopige herberekende deelbedrag kosten van overige prestaties 2012.

Hoofdstuk III — De eerste voorlopige vaststelling van de vereveningsbijdrage voor een zorgverzekeraar

Artikel 24

1 Uitgangspunt voor de herberekening van de normatieve opbrengst van het eigen risico zijn de opgaven, bedoeld in artikel 18, tweede lid, van de verzekerdenaantallen van de zorgverzekeraar.

2 Het college herberekent overeenkomstig artikel 12 de normatieve eigen risico opbrengst 2012 op basis van de verzekerdenaantallen 2012 van 18 jaar en ouder zoals bepaald in artikel 18.

3 In afwijking van het tweede lid bepaalt het college de gederfde inkomsten voor verzekerden van 18 jaar en ouder voor wie op grond van artikel 24 Zorgverzekeringswet geen nominale premies worden ontvangen, op basis van de opgave jaarstaat 2012 per 1 juli 2013.

Hoofdstuk III — De eerste voorlopige vaststelling van de vereveningsbijdrage voor een zorgverzekeraar

Artikel 25

1 Het college herberekent het normatieve bedrag 2012 voorlopig als de som van het voorlopige herberekende deelbedrag dbc-zorgproducten in het vrije segment 2012, het voorlopig herberekende deelbedrag variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp 2012, het voorlopige herberekende deelbedrag vaste kosten van ziekenhuisverpleging 2012, het voorlopig herberekende deelbedrag geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2012 en het voorlopig herberekende deelbedrag kosten van overige prestaties 2012.

2 Voor de toepassing van artikel 3.17 van het Besluit berekent het college:

a. de som van het bedrag bepaald in artikel 19, negende lid en het bedrag bepaald in artikel 20, negende lid;

b. het gemiddelde marktresultaat voor de deelbedragen kosten van dbc-zorgproducten in het vrije segment en variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp. Het college berekent het gemiddelde marktresultaat door voor het totaal van de zorgverzekeraars het verschil tussen het herberekende normatieve bedrag kosten van dbc-zorgproducten in het vrije segment bedoeld in artikel 19, derde lid en de kosten van dbc zorgproducten in het vrije segment 2012 bedoeld in artikel 19, eerste lid te delen door het aantal verzekerden van achttien jaar en ouder waarop artikel 24 van de wet niet van toepassing is, en het verschil tussen het herberekende normatieve bedrag variabele kosten van ziekenhuisverpleging en specialistische hulp bedoeld in artikel 20, derde lid en de variabele kosten van ziekenhuisverpleging en specialistische hulp bedoeld in artikel 20, eerste lid te delen door het aantal verzekerden van achttien jaar en ouder waarop artikel 24 van de wet niet van toepassing is, en de resultaten voor de deelbedragen te sommeren;

c. indien het verschil tussen het in onderdeel a bepaalde bedrag en het gemiddelde marktresultaat groter is dan EUR 22,50 per verzekerde van 18 jaar en ouder 2012 waarop artikel 24 van de wet niet van toepassing is, dan trekt het college 90 procent van het meerdere af van het normatieve bedrag 2012;

d. indien het verschil tussen het in onderdeel a bepaalde bedrag en het gemiddelde marktresultaat kleiner is dan EUR –22,50 per verzekerde van 18 jaar en ouder 2012 waarop artikel 24 van de wet niet van toepassing is, dan voegt het college 90 procent van het verschil toe aan het normatieve bedrag 2012.

3 Voor de toepassing van artikel 3.17 van het Besluit berekent het college:

a. het bedrag bepaald in artikel 22, dertiende lid;

b. het gemiddelde marktresultaat voor het deelbedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg voor verzekerden van 18 jaar en ouder. Het college berekent het gemiddeld marktresultaat door voor totaal van de zorgverzekeraars het verschil tussen het herberekende normatieve bedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2012 voor verzekerden van 18 jaar en ouder, bedoeld in artikel 22, zevende lid en de kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2012 voor verzekerden van achttien jaar en ouder bedoeld in artikel 22, vierde lid te delen door het aantal verzekerden van achttien jaar en ouder waarop artikel 24 van de wet niet van toepassing is;

c. indien het verschil tussen het in onderdeel a bepaalde bedrag en het gemiddelde marktresultaat groter is dan EUR 7,50 per verzekerde van 18 jaar en ouder 2012 waarop artikel 24 van de wet niet van toepassing is, dan trekt het college 90 procent van het meerdere af van het normatieve bedrag 2012;

d. indien het in onderdeel a bepaalde bedrag kleiner is dan EUR –7,50 per verzekerde van 18 jaar en ouder 2012 waarop artikel 24 van de wet niet van toepassing is, dan voegt het college 90 procent van het verschil toe aan het normatieve bedrag 2012.

4 Het college bepaalt de opbrengst van de nominale rekenpremie per zorgverzekeraar door de verzekerden van 18 jaar en ouder 2012 per zorgverzekeraar te vermenigvuldigen met de nominale rekenpremie 2012.

5 Het college vermindert het resultaat van het vierde lid met het bedrag dat de zorgverzekeraar verantwoordt in de opgave jaarstaat 2012 per 1 juni 2013 als gederfde inkomsten voor verzekerden van 18 jaar en ouder waarvoor als gevolg van de toepasselijkheid van artikel 24 Zorgverzekeringswet geen nominale premies worden ontvangen.

6 Het college herberekent voorlopig de aanvulling op de bijdrage voor de uitkering in verband met uitvoeringskosten van verzekerden jonger dan 18 jaar door het aantal verzekerden jonger dan 18 jaar 2012 te vermenigvuldigen met EUR 50.

7 Het college herberekent de vereveningsbijdrage 2012 voorlopig door de som van het herberekende normatieve bedrag 2012 bedoeld in het eerste lid, met toepassing van het tweede en derde lid en de aanvulling voor uitvoeringskosten van verzekerden jonger dan 18 jaar bedoeld in het zesde lid te verminderen met de voorlopig herberekende normatieve eigen risico opbrengst bedoeld in artikel 24 en de opbrengst van de nominale rekenpremie, bedoeld in het vijfde lid.

8 Het college stelt de vereveningsbijdrage 2012 in september 2013 voorlopig vast ter hoogte van de in het vorige lid berekende bijdrage.

Hoofdstuk IV — De tweede voorlopige vaststelling van de vereveningsbijdrage 2012 voor een zorgverzekeraar

Artikel 26

Het college herberekent het normatieve bedrag voor de tweede keer voorlopig met inachtneming van de opgave hogekostencompensatie 2012, de kosten 2012 uit de opgave jaarstaat 2014 per 1 juni 2015, de opbrengstresultaten 2012 en de correcties die de Nederlandse Zorgautoriteit heeft toegepast.

Hoofdstuk IV — De tweede voorlopige vaststelling van de vereveningsbijdrage 2012 voor een zorgverzekeraar

Artikel 27

1 Het college betrekt de correcties die de Nederlandse Zorgautoriteit heeft toegepast over 2012 bij de verzekerdenaantallen zoals berekend op grond van de artikelen 16, 17 en 18.

2 Voor het criterium SES betrekt het college voor het inkomen de opgave van de Belastingdienst over 2012 bij de verzekerdenaantallen. Indien een verzekerde niet is opgenomen in de opgave over 2012, maakt het college gebruik van de opgave over 2011.

3 Voor het criterium MHK betrekt het college bij de verzekerdenaantallen de declaraties 2011 voor de deelbedragen variabele kosten van ziekenhuisverpleging en specialistische hulp, de kosten van dbc-zorgproducten in het vrije segment en de kosten van overige prestaties per verzekerde tot en met 31 december 2013, zoals zorgverzekeraars die op 1 juni 2014 bij het college hebben aangeleverd.

4 Het college baseert zich voor het aantal verzekerden van achttien jaar en ouder voor het criterium GGZ kosten lage drempel per zorgverzekeraar op declaraties 2011 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer voor het deelbedrag kosten GGZ tot en met 31 december 2013, zoals zorgverzekeraars die op 1 juni 2014 bij het college hebben aangeleverd.

5 Het college baseert zich voor het aantal verzekerden van achttien jaar en ouder voor het criterium GGZ kosten hoge drempel per zorgverzekeraar op declaraties 2011 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer voor het deelbedrag kosten GGZ tot en met 31 december 2013, zoals zorgverzekeraars die op 1 juni 2014 bij het college hebben aangeleverd.

Hoofdstuk IV — De tweede voorlopige vaststelling van de vereveningsbijdrage 2012 voor een zorgverzekeraar

Artikel 28

1 Het college bepaalt met inachtneming van de artikelen 12, 13 en 14 van de Regeling risicoverevening 2012, de kosten van dbc-zorgproducten in het vrije segment 2012 voor iedere zorgverzekeraar afzonderlijk, alsmede voor het totaal van de zorgverzekeraars.

2 Het college herberekent het gewicht kosten van dbc-zorgproducten in het vrije segment per verzekerde voor de MHK klasse 0 door het totaal aantal verzekerden per MHK klasse 1 tot en met 6 te vermenigvuldigen met het overeenkomstige gewicht en het resultaat vervolgens te delen door het totaal aantal verzekerden MHK klasse 0, dat af te ronden op twee decimalen en van een negatief teken te voorzien.

3 Het college herberekent met inachtneming van de op grond van artikel 27 bepaalde verzekerdenaantallen het normatieve bedrag kosten van dbc-zorgproducten in het vrije segment 2012 voor iedere zorgverzekeraar afzonderlijk, alsmede voor het totaal van de verzekerden 2012 van alle zorgverzekeraars overeenkomstig artikel 7.

4 Het college berekent de schalingsfactor voor kosten van dbc-zorgproducten in het vrije segment 2012 door de kosten van dbc-zorgproducten in het vrije segment 2012 voor het totaal van de zorgverzekeraars, zoals bepaald in het eerste lid, te delen door het in het derde lid herberekende normatieve bedrag kosten van dbc-zorgproducten in het vrije segment 2012 voor het totaal van de verzekerden 2012 van alle zorgverzekeraars.

5 Het college vermenigvuldigt voor iedere zorgverzekeraar afzonderlijk, alsmede voor het totaal van de zorgverzekeraars het herberekende normatieve bedrag kosten van dbc-zorgproducten in het vrije segment 2012 uit het derde lid met de schalingsfactor berekend in het vierde lid.

6 Het college berekent voor het totaal van de zorgverzekeraars het verschil tussen de uitkomst van de vermenigvuldiging uit het vijfde lid en het herberekende normatieve bedrag uit het derde lid en deelt dit verschil door het totaal aantal bij alle zorgverzekeraars ingeschreven verzekerden van achttien jaar en ouder waarop artikel 24 van de wet niet van toepassing is.

7 Het college vermenigvuldigt per zorgverzekeraar het resultaat van het zesde lid met het aantal verzekerden van achttien jaar en ouder waarop artikel 24 van de wet niet van toepassing is, dat bij die zorgverzekeraar is ingeschreven.

8 Het college vermindert per zorgverzekeraar het product voor die zorgverzekeraar berekend in het vijfde lid met het product voor die zorgverzekeraar berekend in het zevende lid. Het resultaat wordt aangeduid als het tweede voorlopige herberekende deelbedrag kosten van dbc-zorgproducten in het vrije segment 2012.

9 Voor de toepassing van artikel 3.17 van het Besluit bepaalt het college per zorgverzekeraar het verschil tussen het tweede voorlopige herberekende deelbedrag kosten van dbc-zorgproducten in het vrije segment 2012 en de kosten van dbc-zorgproducten in het vrije segment 2012 en deelt dit verschil door het aantal verzekerden van achttien jaar en ouder waarop artikel 24 van de wet niet van toepassing is, dat bij die zorgverzekeraar is ingeschreven.

Hoofdstuk IV — De tweede voorlopige vaststelling van de vereveningsbijdrage 2012 voor een zorgverzekeraar

Artikel 29

1 Het college bepaalt met inachtneming van de artikelen 12, 13 en 15 van de Regeling risicoverevening 2012, de variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp 2012 voor iedere zorgverzekeraar afzonderlijk, alsmede voor het totaal van de zorgverzekeraars

2 Het college herberekent het gewicht variabele kosten van ziekenhuisverpleging en specialistische hulp per verzekerde voor de MHK klasse 0 door het totaal aantal verzekerden per MHK klasse 1 tot en met 6 te vermenigvuldigen met het overeenkomstige gewicht en het resultaat vervolgens te delen door het totaal aantal verzekerden MHK klasse 0, dat af te ronden op twee decimalen en van een negatief teken te voorzien.

3 Het college herberekent met inachtneming van de op grond van artikel 27 bepaalde verzekerdenaantallen het normatieve bedrag variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp 2012 voor iedere zorgverzekeraar afzonderlijk, alsmede voor het totaal van de verzekerden 2012 van alle zorgverzekeraars overeenkomstig artikel 8.

4 Het college berekent de schalingsfactor voor variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp 2012 door de variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp 2012 voor het totaal van de zorgverzekeraars, zoals bepaald in het eerste lid, te delen door het in het derde lid herberekende normatieve bedrag variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp 2012 voor het totaal van de verzekerden 2012 van alle zorgverzekeraars.

5 Het college vermenigvuldigt voor iedere zorgverzekeraar afzonderlijk, alsmede voor het totaal van de zorgverzekeraars het herberekende normatieve bedrag variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp 2012 uit het derde lid met de schalingsfactor berekend in het vierde lid.

6 Het college berekent voor het totaal van de zorgverzekeraars het verschil tussen de uitkomst van de vermenigvuldiging uit het vijfde lid en het herberekend normatieve bedrag uit het derde lid en deelt dit verschil door het totaal aantal bij alle zorgverzekeraars ingeschreven verzekerden van achttien jaar en ouder waarop artikel 24 van de wet niet van toepassing is.

7 Het college vermenigvuldigt per zorgverzekeraar het resultaat van het zesde lid met het aantal verzekerden van achttien jaar en ouder waarop artikel 24 van de wet niet van toepassing is, dat bij die zorgverzekeraar is ingeschreven.

8 Het college vermindert per zorgverzekeraar het product voor die zorgverzekeraar berekend in het vijfde lid met het product voor die zorgverzekeraar berekend in het zevende lid. Het resultaat wordt aangeduid als het tweede voorlopige herberekende deelbedrag variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp 2012.

9 Voor de toepassing van artikel 3.17 van het Besluit bepaalt het college per zorgverzekeraar het verschil tussen het tweede voorlopige herberekende deelbedrag variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp 2012 en de variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp 2012en deelt dit verschil door het aantal verzekerden van achttien jaar en ouder waarop artikel 24 van de wet niet van toepassing is, dat bij die zorgverzekeraar is ingeschreven.

Hoofdstuk IV — De tweede voorlopige vaststelling van de vereveningsbijdrage 2012 voor een zorgverzekeraar

Artikel 30

Het college herberekent voor de tweede keer voorlopig het deelbedrag vaste kosten van ziekenhuisverpleging 2012 overeenkomstig artikel 21, met inachtneming van artikel 26 en 27.

Hoofdstuk IV — De tweede voorlopige vaststelling van de vereveningsbijdrage 2012 voor een zorgverzekeraar

Artikel 31

1 Het college bepaalt met inachtneming van de artikelen 12, 13 en 17 van de Regeling risicoverevening 2012 de kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2012 voor verzekerden jonger dan 18 jaar voor iedere zorgverzekeraar afzonderlijk, alsmede voor het totaal van de zorgverzekeraars.

2 Het college herberekent met inachtneming van de op grond van artikel 27 bepaalde verzekerdenaantallen het normatieve bedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2012 voor het totaal van de verzekerden jonger dan 18 jaar van alle zorgverzekeraars overeenkomstig artikel 10, tweede lid.

3 Het college calculeert per zorgverzekeraar 100 procent na over het verschil tussen de kosten van de geneeskundige geestelijke gezondheidszorg verkregen in tweede lid en de kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2012 voor verzekerden jonger dan 18 jaar uit het eerste lid. Het resultaat wordt aangeduid als het tweede voorlopige herberekende deelbedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg voor verzekerden jonger dan 18 jaar.

4 Het college hanteert als uitgangspunten voor de verzekerden van 18 jaar en ouder:

a. de gewichten kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg per verzekerde per klasse 2012 naar leeftijd en geslacht, zoals vermeld in bijlage 36 van deze beleidsregels;

b. de gewichten kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg per verzekerde per FKG GGZ klasse 2012, zoals vermeld in bijlage 37 van deze beleidsregels;

c. de gewichten kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg per verzekerde per aard van het inkomenklasse 2012, zoals vermeld in bijlage 38 van deze beleidsregels;

d. de gewichten kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg per verzekerde per GGZ regioklasse 2012, zoals vermeld in bijlage 39 van deze beleidsregels;

e. de gewichten kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg per verzekerde per SES klasse 2012, genoemd in bijlage 40 van deze beleidsregels;

f. de gewichten kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg per verzekerde per éénpersoonsadresklasse 2012, genoemd in bijlage 41 van deze beleidsregels;

g. de gewichten kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg per verzekerde per GGZ-kosten lage drempelklasse 2012, genoemd in bijlage 42 van deze beleidsregels;

h. de gewichten kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg per verzekerde per GGZ-kosten hoge drempelklasse 2012, genoemd in bijlage 43 van deze beleidsregels.

5 Het college bepaalt met inachtneming van de artikelen 12, 13 en 18 van de Regeling risicoverevening 2012, de kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2012 voor verzekerden van 18 jaar en ouder voor iedere zorgverzekeraar afzonderlijk, alsmede voor het totaal van de zorgverzekeraars.

6 Het college herberekent het gewicht kosten van geneeskundige GGZ voor verzekerden van 18 jaar en ouder per verzekerde voor de GGZ kosten lage drempelklasse 0 2012 door het totaal aantal verzekerden per GGZ kosten lage drempelklasse 1 te vermenigvuldigen met het overeenkomstige gewicht en het resultaat vervolgens te delen door het totaal aantal verzekerden GGZ kosten lage drempelklasse 0 2012, dat af te ronden op twee decimalen en van een negatief teken te voorzien.

7 Het college herberekent het gewicht kosten van geneeskundige GGZ voor verzekerden van 18 jaar en ouder per verzekerde voor de GGZ kosten hoge drempelklasse 0 2012 door het totaal aantal verzekerden per GGZ kosten hoge drempelklasse 1 te vermenigvuldigen met het overeenkomstige gewicht en het resultaat vervolgens te delen door het totaal aantal verzekerden GGZ kosten hoge drempelklasse 0 2012, dat af te ronden op twee decimalen en van een negatief teken te voorzien.

8 Het college herberekent met inachtneming van de op grond van artikel 27 bepaalde verzekerdenaantallen het normatieve bedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2012 voor iedere zorgverzekeraar afzonderlijk, alsmede voor het totaal van de verzekerden van 18 jaar en ouder 2012 van alle zorgverzekeraars overeenkomstig artikel 10, derde tot en met tiende lid.

9 Het college berekent de schalingsfactor voor kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2012 voor verzekerden van 18 jaar en ouder 2012 door de kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2012 voor het totaal van de zorgverzekeraars, zoals bepaald in het vijfde lid, te delen door het in het achtste lid herberekende normatieve bedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2012 voor het totaal van de verzekerden van 18 jaar en ouder 2012 van alle zorgverzekeraars.

10 Het college vermenigvuldigt voor iedere zorgverzekeraar afzonderlijk, alsmede voor het totaal van de zorgverzekeraars het herberekende normatieve bedrag kosten van geneeskundige gezondheidszorg voor verzekerden van 18 jaar en ouder uit het achtste lid met de schalingsfactor berekend in het negende lid.

11 Het college berekent voor het totaal van de zorgverzekeraars het verschil tussen de uitkomst van de vermenigvuldiging uit het tiende lid en het herberekende normatieve bedrag uit het achtste lid en deelt dit verschil door het totaal aantal bij alle zorgverzekeraars ingeschreven verzekerden van achttien jaar en ouder waarop artikel 24 van de wet niet van toepassing is.

12 Het college vermenigvuldigt per zorgverzekeraar het resultaat van het elfde lid met het aantal verzekerden van achttien jaar en ouder waarop artikel 24 van de wet niet van toepassing is, dat bij die zorgverzekeraar is ingeschreven.

13 Het college vermindert per zorgverzekeraar het product voor die zorgverzekeraar berekend in het tiende lid met het product voor die zorgverzekeraar berekend in het twaalfde lid.

14 Het college past een hogekostencompensatie toe overeenkomstig artikel 18 van de Regeling risicoverevening 2012 en verrekent dit met de uitkomst van het dertiende lid. Het resultaat wordt aangeduid als het tweede voorlopige herberekende deelbedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg voor verzekerden van 18 jaar en ouder.

15 Voor de toepassing van artikel 3.17 van het Besluit bepaalt het college per zorgverzekeraar het verschil tussen het tweede voorlopige herberekende deelbedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg voor verzekerden van 18 jaar en ouder 2012 en de kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg voor verzekerden van 18 jaar en ouder 2012 en deelt dit verschil door het aantal verzekerden van achttien jaar en ouder waarop artikel 24 van de wet niet van toepassing is, dat bij die zorgverzekeraar is ingeschreven.

16 De som van het resultaat van het derde en het veertiende lid wordt aangeduid als het tweede voorlopige herberekende deelbedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2012.

Hoofdstuk IV — De tweede voorlopige vaststelling van de vereveningsbijdrage 2012 voor een zorgverzekeraar

Artikel 32

1 Het college bepaalt met inachtneming van de artikelen 12, 13 en 19 van de Regeling risicoverevening 2012, de kosten van overige prestaties 2012 voor iedere zorgverzekeraar afzonderlijk, alsmede voor het totaal van de zorgverzekeraars.

2 Het college herberekent het gewicht kosten van overige prestaties per verzekerde voor de MHK klasse 0 door het totaal aantal verzekerden per MHK klasse 1 tot en met 6 te vermenigvuldigen met het overeenkomstige gewicht en het resultaat vervolgens te delen door het totaal aantal verzekerden MHK klasse 0 , dat af te ronden op twee decimalen en van een negatief teken te voorzien.

3 Het college herberekent met inachtneming van de op grond van artikel 27 bepaalde verzekerdenaantallen het normatieve bedrag kosten van overige prestaties 2012 voor iedere zorgverzekeraar afzonderlijk, alsmede voor het totaal van de verzekerden 2012 van alle zorgverzekeraars overeenkomstig artikel 11.

4 Het college berekent de schalingsfactor voor kosten van overige prestaties 2012 door de kosten van overige prestaties 2012 voor het totaal van de zorgverzekeraars, zoals bepaald in het eerste lid, te delen door het in het derde lid herberekende normatieve bedrag kosten van overige prestaties 2012 voor het totaal van de verzekerden 2012 van alle zorgverzekeraars.

5 Het college vermenigvuldigt voor iedere zorgverzekeraar afzonderlijk, alsmede voor het totaal van de zorgverzekeraars het herberekende normatieve bedrag kosten van overige prestaties 2012 uit het derde lid met de schalingsfactor berekend in het vierde lid.

6 Het college berekent voor het totaal van de zorgverzekeraars het verschil de uitkomst van de vermenigvuldiging uit het vijfde lid en het herberekende normatieve bedrag uit het derde lid en deelt dit verschil door het totaal aantal bij alle zorgverzekeraars ingeschreven verzekerden van achttien jaar en ouder waarop artikel 24 van de wet niet van toepassing is.

7 Het college vermenigvuldigt per zorgverzekeraar het resultaat van het zesde lid met het aantal verzekerden van achttien jaar en ouder waarop artikel 24 van de wet niet van toepassing is, dat bij die zorgverzekeraar is ingeschreven.

8 Het college vermindert per zorgverzekeraar het product voor die zorgverzekeraar berekend in het vijfde lid met het product voor die zorgverzekeraar berekend in het zevende lid. Het resultaat wordt aangeduid als het tweede voorlopige herberekende deelbedrag kosten van overige prestaties 2012.

Hoofdstuk IV — De tweede voorlopige vaststelling van de vereveningsbijdrage 2012 voor een zorgverzekeraar

Artikel 33

Het college herberekent voor de tweede keer voorlopig de normatieve eigen risico opbrengst 2012 overeenkomstig artikel 12,met inachtneming van artikel 24 en artikel 27.

Hoofdstuk IV — De tweede voorlopige vaststelling van de vereveningsbijdrage 2012 voor een zorgverzekeraar

Artikel 34

1 Het college herberekent het normatieve bedrag 2012 voor de tweede keer voorlopig als de som van het tweede voorlopige deelbedrag dbc-zorgproducten in het vrije segment 2012, het tweede voorlopige deelbedrag variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp 2012, het tweede voorlopige deelbedrag vaste kosten van ziekenhuisverpleging 2012, het tweede voorlopige deelbedrag geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2012 en het tweede voorlopige deelbedrag kosten van overige prestaties 2012.

2 Voor de toepassing van artikel 3.17 van het Besluit berekent het college:

a. de som van het bedrag bepaald in artikel 28, negende lid en het bedrag bepaald in artikel 29, negende lid;

b. het gemiddelde marktresultaat voor de deelbedragen kosten van dbc-zorgproducten in het vrije segment en variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp. Het college berekent het gemiddelde marktresultaat door voor het totaal van de zorgverzekeraars het verschil tussen het herberekende normatieve bedrag kosten van dbc-zorgproducten in het vrije segment bedoeld in artikel 28, derde lid en de kosten van dbc zorgproducten in het vrije segment 2012 bedoeld in artikel 28, eerste lid te delen door het aantal verzekerden van achttien jaar en ouder waarop artikel 24 van de wet niet van toepassing is, en het verschil tussen het herberekende normatieve bedrag variabele kosten van ziekenhuisverpleging en specialistische hulp bedoeld in artikel 29, derde lid en de variabele kosten van ziekenhuisverpleging en specialistische hulp bedoeld in artikel 29, eerste lid te delen door het aantal verzekerden van achttien jaar en ouder waarop artikel 24 van de wet niet van toepassing is, en de resultaten voor de deelbedragen te sommeren;

c. indien het verschil tussen het in onderdeel a bepaalde bedrag en het gemiddelde marktresultaat groter is dan EUR 22,50 per verzekerden van 18 jaar en ouder 2012 waarop artikel 24 van de wet niet van toepassing is, dan trekt het college 90 procent van het meerdere af van het normatieve bedrag 2012;

d. indien het verschil tussen het in onderdeel a bepaalde bedrag en het gemiddelde marktresultaat kleiner is dan EUR –22,50 per verzekerde van 18 jaar en ouder waarop artikel 24 van de wet niet van toepassing is, dan voegt het college 90 procent van het verschil toe aan het normatieve bedrag 2012.

3 Voor de toepassing van artikel 3.17 van het Besluit berekent het college:

a. de uitkomst van artikel 31, vijftiende lid;

b. het gemiddelde marktresultaat voor het deelbedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg voor verzekerden van 18 jaar en ouder. Het college berekent het gemiddeld marktresultaat door voor totaal van de zorgverzekeraars het verschil tussen het herberekende normatieve bedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2012 voor verzekerden van 18 jaar en ouder, bedoeld in artikel 31, achtste lid en de kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2012 voor verzekerden van achttien jaar en ouder bedoeld in artikel 31, vijfde lid te delen door het aantal verzekerden van achttien jaar en ouder waarop artikel 24 van de wet niet van toepassing is;

c. indien het verschil tussen het in onderdeel a bepaalde bedrag en het gemiddelde marktresultaat groter is dan EUR 7,50 per verzekerde van 18 jaar en ouder 2012 waarop artikel 24 van de wet niet van toepassing is, dan trekt het college 90 procent van het meerdere af van het normatieve bedrag 2012;

d. indien het verschil tussen het in onderdeel a bepaalde bedrag en het gemiddelde marktresultaat kleiner is dan EUR –7,50 per verzekerde van 18 jaar en ouder 2012 waarop artikel 24 van de wet niet van toepassing is, dan voegt het college 90 procent van het verschil toe aan het normatieve bedrag 2012.

4 Het college bepaalt de tweede voorlopige opbrengst van de nominale rekenpremie per zorgverzekeraar door de verzekerden van 18 jaar en ouder 2012 per zorgverzekeraar te vermenigvuldigen met de nominale rekenpremie 2012.

5 Het college vermindert het resultaat van het vierde lid met het bedrag dat de zorgverzekeraar verantwoordt in zijn jaarstaat 2012 per 1 juli 2013 als gederfde inkomsten voor verzekerden van 18 jaar en ouder waarvoor als gevolg van de toepasselijkheid van artikel 24 Zorgverzekeringswet geen nominale premies worden ontvangen.

6 Het college berekent de tweede voorlopige aanvulling op de bijdrage voor de uitkering in verband met uitvoeringskosten van verzekerden jonger dan 18 jaar door het aantal verzekerden jonger dan 18 jaar 2012 te vermenigvuldigen met EUR 50.

7 Het college berekent de vereveningsbijdrage 2012 voor de tweede keer voorlopig door de som van het tweede voorlopige normatieve bedrag 2012 bedoeld in het eerste lid, met toepassing van het tweede lid en de aanvulling voor uitvoeringskosten van verzekerden jonger dan 18 jaar bedoeld in artikel 25, zesde lid, te verminderen met de tweede voorlopige normatieve eigen risico opbrengst bedoeld in artikel 33, en de opbrengst van de nominale rekenpremie, bedoeld in artikel 25, vijfde lid.

8 Het college stelt de vereveningsbijdrage 2012 voor de tweede keer voorlopig vast in september 2015 ter hoogte van de in het vorige lid berekende bijdrage.

Hoofdstuk V — De vaststelling van de vereveningsbijdrage 2012 voor een zorgverzekeraar

Artikel 35

Het college herberekent de vereveningsbijdrage definitief met inachtneming van de correcties die voortkomen uit de reviewrapportage die de Nederlandse Zorgautoriteit uitbrengt over de jaarstaat 2014.

Hoofdstuk V — De vaststelling van de vereveningsbijdrage 2012 voor een zorgverzekeraar

Artikel 36

Het college herberekent definitief het deelbedrag kosten van Dbc-zorgproducten in het vrije segment 2012 overeenkomstig artikel 28, met inachtneming van artikel 35.

Hoofdstuk V — De vaststelling van de vereveningsbijdrage 2012 voor een zorgverzekeraar

Artikel 37

Het college herberekent definitief het deelbedrag variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp 2012 overeenkomstig artikel 29, met inachtneming van artikel 35.

Hoofdstuk V — De vaststelling van de vereveningsbijdrage 2012 voor een zorgverzekeraar

Artikel 38

Het college herberekent definitief het deelbedrag vaste kosten van ziekenhuisverpleging 2012 overeenkomstig artikel 30, met inachtneming van artikel 35.

Hoofdstuk V — De vaststelling van de vereveningsbijdrage 2012 voor een zorgverzekeraar

Artikel 39

Het college herberekent definitief het deelbedrag geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2012 overeenkomstig artikel 31, met inachtneming van artikel 35.

Hoofdstuk V — De vaststelling van de vereveningsbijdrage 2012 voor een zorgverzekeraar

Artikel 40

Het college herberekent definitief het deelbedrag geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2012 overeenkomstig artikel 32, met inachtneming van artikel 35.

Hoofdstuk V — De vaststelling van de vereveningsbijdrage 2012 voor een zorgverzekeraar

Artikel 41

Het college herberekent definitief het deelbedrag normatieve eigen risico opbrengst overeenkomstig artikel 33, met inachtneming van artikel 35.

Hoofdstuk V — De vaststelling van de vereveningsbijdrage 2012 voor een zorgverzekeraar

Artikel 42

1 Het college herberekent definitief het normatieve bedrag 2012 overeenkomstig artikel 34, met inachtneming van artikel 35.

2 Het college stelt de bijdrage 2012 vast in april 2016 ter hoogte van de in het vorige lid definitief berekende bijdrage.

Hoofdstuk VI — De uitkering voor de kosten van prestaties die door het college naar het werkelijk bedrag worden vergoed

Artikel 43

1 Bij gelegenheid van de vaststelling van de bijdrage 2012, bedoeld in artikel 42, stelt het college per zorgverzekeraar ook de uitkering 2012 vast voor de kosten die op grond van de Zorgverzekeringswet naar het werkelijke bedrag door het college worden vergoed.

2 In afwachting van de vaststelling van de uitkering 2012 voor de kosten die op grond van de Zorgverzekeringswet naar het werkelijke bedrag door het college worden vergoed, stelt het college bij de voorlopige vaststelling van de bijdrage 2012, bedoeld in artikel 25, ook de voorlopige uitkering 2012 voor de kosten die op grond van de Zorgverzekeringswet naar het werkelijke bedrag door het college worden vergoed, vast.

3 In afwachting van de vaststelling van de uitkering 2012 voor de kosten die op grond van de Zorgverzekeringswet naar het werkelijke bedrag door het college worden vergoed, stelt het college bij de tweede voorlopige vaststelling van de bijdrage 2012, bedoeld in artikel 34, ook de tweede voorlopige uitkering 2012 voor de kosten die op grond van de Zorgverzekeringswet naar het werkelijke bedrag door het college worden vergoed, vast.

Hoofdstuk VII — De betalingen aan de zorgverzekeraars

Artikel 44

1 Het college betaalt de zorgverzekeraars de vereveningsbijdrage, bedoeld in artikel 13, vierde lid, uit. Het college maakt bij de betaling onderscheid naar de volgende bestanddelen:

a. het deel van het normatieve bedrag 2012 dat betrekking heeft op het deelbedrag kosten van dbc-zorgproductenin het vrije segment, het deelbedrag variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp en het deelbedrag vaste kosten van ziekenhuisverpleging 2012;

b. het deelbedrag geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2012;

c. het deelbedrag overige prestaties 2012;

d. een aftrekpost voor de geraamde normatieve eigen risico opbrengst;

e. een aftrekpost voor de geraamde opbrengst van de nominale rekenpremie.

2 Het college betaalt de zorgverzekeraars de uitkering in verband met uitvoeringskosten van verzekerden jonger dan 18 jaar, bedoeld in artikel 13, vijfde lid, gelijktijdig met de betaling genoemd in het eerste lid uit.

3 Voor de betaling van de kosten, die op grond van de Zorgverzekeringswet naar werkelijke kosten worden vergoed, kan het college ambtshalve een bedrag vaststellen, waarmee de betaling aan de zorgverzekeraars wordt verhoogd.

4 Indien toepassing van onderscheidenlijk het eerste en het tweede lid resulteert in een negatief saldo voor de zorgverzekeraar, schort het college de betalingen aan de zorgverzekeraar op, tot het negatieve saldo is verrekend.

Hoofdstuk VII — De betalingen aan de zorgverzekeraars

Artikel 45

1 Het college bepaalt de som van de bestanddelen genoemd in artikel 44, eerste lid, onder a tot en met c en de uitkering genoemd in artikel 44, tweede lid.

2 Het college deelt het resultaat van artikel 13, zesde lid, door het resultaat van het eerste lid.

3 Het college vermenigvuldigt ieder van de bestanddelen genoemd in artikel 44, eerste lid, onder a tot en met c en de uitkering bedoeld in artikel 44, tweede lid, met het percentage dat het resultaat is van het tweede lid.

4 De resultaten van het derde lid worden respectievelijk genoemd als volgt:

a. het netto te betalen bedrag dat betrekking heeft op het deelbedrag kosten van dbc-zorgproducten in het vrije segment, het deelbedrag variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp en het deelbedrag vaste kosten van ziekenhuisverpleging 2012;

b. het netto te betalen bedrag dat betrekking heeft op het deelbedrag geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2012;

c. het netto te betalen bedrag dat betrekking heeft op het deelbedrag overige prestaties 2012;

d. het netto te betalen bedrag dat betrekking heeft op de uitkering in verband met de uitvoeringskosten van verzekerden jonger dan 18 jaar.

5 Het college betaalt de netto te betalen bedragen genoemd in het vierde lid onder a tot en met d in termijnen op de eerste werkdag van de maand, overeenkomstig onderstaand betalingsschema:

Betalingsschema

Bestanddelen betalingen

Betaalmoment | Artikel 45 vierde lid, onder a | Artikel 45 vierde lid, onder b | Artikel 45 vierde lid, onder c | Artikel 45 vierde lid, onder d

januari 2012 | | 0,5200%

februari 2012 | 0,9195% | 2,0800% | | 8,3333%

maart 2012 | 2,6437% | 4,1700% | 8,3333% | 8,3333%

april 2012 | 4,3678% | 6,2500% | 8,3334% | 8,3334%

mei 2012 | 6,0920% | 7,8100% | 8,3333% | 8,3333%

juni 2012 | 7,6435% | 8,3400% | 8,3333% | 8,3333%

juli 2012 | 8,3333% | 8,3300% | 8,3334% | 8,3334%

augustus 2012 | 8,3333% | 8,3300% | 8,3333% | 8,3333%

september 2012 | 8,3333% | 8,3400% | 8,3333% | 8,3333%

oktober 2012 | 8,3333% | 8,3300% | 8,3334% | 8,3334%

november 2012 | 8,3333% | 8,3300% | 8,3333% | 8,3333%

december 2012 | 8,3333% | 8,3400% | 8,3333% | 8,3333%

januari 2013 | 8,3333% | 7,8100% | 8,3334% | 8,3334%

februari 2013 | 7,4139% | 6,2500% | 8,3333%

maart 2013 | 5,6897% | 4,1700%

april 2013 | 3,9656% | 2,0800%

mei 2013 | 2,2414% | 0,5200%

juni 2013 | 0,6898%

6 Voor een zorgverzekeraar, die zich op grond van artikel 25 van de Zorgverzekeringswet aanmeldt bij de Nederlandse Zorgautoriteit nadat het college de bijdragen voor de zorgverzekeraars heeft toegekend, kan het college voor die zorgverzekeraar afwijken van de vorige leden.

7 Het college kan, indien naar zijn oordeel uit nieuwe informatie blijkt dat de verwachting is dat bij de eerstvolgende herberekening of herziening van de vereveningsbijdrage, de vereveningsbijdrage meer dan 5 procent hoger zal zijn dan bij de laatst toegekende of voorlopig vastgestelde vereveningsbijdrage, afwijken van de vorige leden en de betalingen aan een zorgverzekeraar aanpassen.

Hoofdstuk VII — De betalingen aan de zorgverzekeraars

Artikel 46

1 Bij de herberekening en herziening van de toegekende vereveningsbijdrage 2012 op grond van artikel 15 herziet het college de te betalen termijnen overeenkomstig artikel 45 voor de eerste keer. Het college verrekent het verschil tussen de reeds betaalde termijnen en de voor de eerste keer herziene termijnen.

2 Bij gelegenheid van de eerste voorlopige vaststelling van de bijdrage, op grond van hoofdstuk III, herziet het college voor de tweede keer de te betalen termijnen overeenkomstig artikel 45. Het college verrekent het verschil tussen de reeds betaalde termijnen en de voor de tweede keer herziene termijnen.

3 Bij gelegenheid van de tweede voorlopige vaststelling van de bijdrage, op grond van hoofdstuk IV, herziet het college de te betalen termijnen voor de derde keer overeenkomstig artikel 45. Het college verrekent het verschil tussen de reeds betaalde termijnen en de voor de derde maal herziene termijnen.

4 Bij gelegenheid van de definitieve vaststelling van de bijdrage, op grond van hoofdstuk V, stelt het college de te betalen termijnen definitief vast overeenkomstig artikel 45.

Het college verrekent het verschil tussen de reeds betaalde termijnen en de definitief te betalen termijnen.

5 Indien toepassing van onderscheidenlijk het eerste, tweede, derde en vierde lid, resulteert in een positief saldo voor de zorgverzekeraar, betaalt het college dat saldo ineens aan de zorgverzekeraar, behoudens een eventuele verrekening met een vordering op de zorgverzekeraar uit hoofde van de Zorgverzekeringswet dan wel de AWBZ.

6 Indien toepassing van onderscheidenlijk het eerste, tweede, derde en vierde lid, resulteert in een negatief saldo voor de zorgverzekeraar, de betreffende zorgverzekeraar dat saldo in een keer terug aan het college, behoudens voor zover het college het bedrag heeft verrekend met enige vordering op de zorgverzekeraar op grond van de Zorgverzekeringswet dan wel de AWBZ.

Hoofdstuk VII — De betalingen aan de zorgverzekeraars

Artikel 47

1 De zorgverzekeraar en het college zijn over en weer rente verschuldigd en hebben over en weer aanspraak op rente over de verschillen, bedoeld in artikel 46.

2 De rente, bedoeld in het eerste lid, wordt bij de eerste voorlopige, tweede voorlopige en de definitieve vaststelling van de uitkering door het college verwerkt en zo mogelijk verrekend met andere betalingen die uit deze vaststellingen voortvloeien.

Hoofdstuk VII — De betalingen aan de zorgverzekeraars

Artikel 48

1 Bij de verrekening van verschillen, bedoeld in artikel 46, tweede, derde en vierde lid, berekent het college rente over het verschil vanaf de datum waarop het verschil is ontstaan tot de datum waarop de verschillen worden verrekend.

2 Bij de verrekening van de verschillen, bedoeld in artikel 46, tweede lid, berekent het college rente vanaf de betaaldata, genoemd in artikel 45 en artikel 46, eerste en tweede lid tot de datum van de voorlopige vaststelling van de bijdrage.

3 Bij de verrekening van de verschillen, bedoeld in artikel 46, derde lid, berekent het college rente vanaf de betaaldata, genoemd in artikel 45 en artikel 46, eerste, tweede en derde lid tot de datum van de tweede voorlopige vaststelling van de bijdrage.

4 Bij de verrekening van de verschillen, bedoeld in artikel 46, vierde lid, berekent het college rente vanaf de betaaldata, genoemd in artikel 45 en artikel 46 eerste, tweede, derde en vierde lid tot de datum van de definitieve vaststelling van de bijdrage.

5 Voor een zorgverzekeraar waarvoor krachtens artikel 46, zesde en zevende lid, afwijkende betalingen hebben plaatsgevonden, kan het college bij de renteberekening afwijken van de vorige leden.

6 Het college deelt het bedrag dat de zorgverzekeraar heeft terugbetaald op grond van artikel 46, zesde lid, voor de renteberekening naar rato toe aan de eerste dag van de maand waarin is terugbetaald en de eerste dag van de daaropvolgende maand, waarbij het uitgangspunt is de dag van terugbetaling.

7 Voor het rentepercentage gaat het college uit van het gemiddelde van de maandrentes van het Euro Interbank Offered Rate (Euribortarief) voor driemaands termijngelden zonder onderpand over de periodes, bedoeld in het eerste, tweede, derde en vierde lid. Voor de laatste kalendermaand vóór de betaling gaat het college uit van de rente over de voorafgaande kalendermaand.

8 De rente betreft een samengestelde rente en wordt op maandbasis berekend.

Bij de berekening wordt een maand op 30 en een jaar op 360 dagen gesteld.

9 Indien de situatie zich voordoet dat het in deze paragraaf bedoelde Euro Interbank Offered Rate (Euribortarief) niet meer kan worden toegepast, zal een zoveel als mogelijk overeenkomstig tarief worden gehanteerd.

Hoofdstuk VIII — Slotbepalingen

Artikel 49

1 Deze beleidregels treden in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij worden geplaatst.

2 Deze beleidsregels werken terug tot en met 4 oktober 2011.

Hoofdstuk VIII — Slotbepalingen

Artikel 50

Deze beleidsregels worden aangehaald als: Beleidsregels vereveningsbijdrage zorgverzekering 2012.

Bijlage 1 — Prevalentie-ontwikkeling 2011–2012 per morbiditeitsrisicoklasse per FKG 2012

Bijlage 1 — Prevalentie-ontwikkeling 2011–2012 per morbiditeitsrisicoklasse per FKG 2012

Bron: College voor zorgverzekeringen

FKG somatisch model

Mannen | 0 | 1 | 2 | 3 | 4 | 5

Leeftijd | Geen FKG | Glaucoom | Schildklieraandoeningen | Psychose, Alzheimer en verslaving | Depressie | Neuropathische pijn

0 t/m 17 | 1,000187 | 1,116399 | 0,998510 | 1,138479 | 1,060532 | 1,084681

18 t/m 29 | 0,999794 | 0,962602 | 1,007738 | 0,989532 | 1,009505 | 1,084681

30 t/m 44 | 0,997892 | 1,053413 | 1,032317 | 1,051647 | 1,022447 | 1,042193

45 t/m 59 | 0,994286 | 1,011908 | 1,032283 | 1,085204 | 1,014337 | 1,067853

60 t/m 74 | 0,981521 | 1,004471 | 1,040894 | 1,071108 | 1,036182 | 1,082028

75 e.o. | 0,967270 | 1,010936 | 1,031084 | 1,089224 | 0,983407 | 1,118233

Vrouwen | 0 | 1 | 2 | 3 | 4 | 5

Leeftijd | Geen FKG | Glaucoom | Schildklieraandoeningen | Psychose, Alzheimer en verslaving | Depressie | Neuropathische pijn

0 t/m 17 | 0,999999 | 1,181103 | 1,075707 | 1,010155 | 1,009015 | 0,999333

18 t/m 29 | 0,999525 | 1,073560 | 1,035619 | 1,022530 | 0,975861 | 0,999333

30 t/m 44 | 0,998017 | 1,038146 | 1,040884 | 1,041206 | 0,995949 | 1,061706

45 t/m 59 | 0,992861 | 0,999564 | 1,025515 | 1,047227 | 1,012122 | 1,050432

60 t/m 74 | 0,983665 | 0,998704 | 1,030767 | 1,050887 | 1,019304 | 1,073080

75 e.o. | 0,976215 | 1,004441 | 1,037007 | 1,144741 | 0,997537 | 1,109584

Mannen | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | 11

Leeftijd | Hoog cholesterol | Diabetes type IIb | COPD/zware astma | Astma | Diabetes type IIa | Epilepsie

0 t/m 17 | 1,014705 | 1,124078 | 0,872327 | 0,965477 | 1,238408 | 1,016361

18 t/m 29 | 1,022586 | 1,124078 | 1,007613 | 0,975549 | 1,238408 | 1,006499

30 t/m 44 | 1,019224 | 1,064903 | 1,048554 | 1,004326 | 1,074892 | 1,002695

45 t/m 59 | 1,028231 | 1,028720 | 1,042950 | 1,022589 | 1,042983 | 1,007172

60 t/m 74 | 1,057785 | 0,994028 | 1,014956 | 1,002632 | 1,038728 | 1,017572

75 e.o. | 1,100429 | 0,983403 | 1,002626 | 0,996031 | 1,033936 | 1,002801

Vrouwen | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | 11

Leeftijd | Hoog cholesterol | Diabetes type IIb | COPD/zware astma | Astma | Diabetes type IIa | Epilepsie

0 t/m 17 | 1,020899 | 1,189900 | 0,763606 | 0,974815 | 1,412200 | 1,017260

18 t/m 29 | 1,043497 | 1,189900 | 1,059917 | 1,005847 | 1,412200 | 1,027692

30 t/m 44 | 1,034914 | 1,086334 | 1,032275 | 1,006907 | 1,010587 | 1,004042

45 t/m 59 | 1,053930 | 1,018939 | 1,061475 | 1,023100 | 1,029968 | 1,009694

60 t/m 74 | 1,062491 | 1,002740 | 1,051279 | 1,032009 | 1,013671 | 1,017891

75 e.o. | 1,110410 | 0,957125 | 1,021572 | 1,026579 | 1,008312 | 0,999648

Mannen | 12 | 13 | 14 | 15 | 16 | 17

Leeftijd | Ziekte van Crohn/Colitis Ulcerosa | Hartaandoeningen | Reuma: TNF alfa remmers | Reuma: overige middelen | Parkinson | Diabetes type I

0 t/m 17 | 1,082439 | 1,111243 | 1,703443 | 1,140374 | 1,033671 | 0,998947

18 t/m 29 | 0,981988 | 0,982457 | 1,236557 | 1,209549 | 1,033671 | 1,030762

30 t/m 44 | 0,997269 | 0,968566 | 1,193198 | 1,108539 | 1,033671 | 1,013252

45 t/m 59 | 1,015999 | 0,977418 | 1,162324 | 1,105297 | 0,989206 | 1,008331

60 t/m 74 | 1,017278 | 0,977174 | 1,187363 | 1,086406 | 1,047799 | 1,021105

75 e.o. | 1,002064 | 0,982702 | 1,141854 | 1,113571 | 1,023571 | 1,027447

Vrouwen | 12 | 13 | 14 | 15 | 16 | 17

Leeftijd | Ziekte van Crohn/Colitis Ulcerosa | Hartaandoeningen | Reuma: TNF alfa remmers | Reuma: overige middelen | Parkinson | Diabetes type I

0 t/m 17 | 1,091540 | 1,044840 | 1,059351 | 1,265551 | 0,978355 | 1,008713

18 t/m 29 | 0,993286 | 0,932778 | 1,202615 | 1,152911 | 0,978355 | 1,010987

30 t/m 44 | 0,979896 | 0,982027 | 1,190112 | 1,119831 | 0,978355 | 0,999228

45 t/m 59 | 1,026188 | 0,981501 | 1,145585 | 1,134019 | 1,047289 | 1,007487

60 t/m 74 | 1,043942 | 0,983955 | 1,144698 | 1,115023 | 1,025610 | 0,997371

75 e.o. | 1,021612 | 0,984982 | 1,213136 | 1,122726 | 1,014500 | 1,017704

Mannen | 18 | 19 | 20 | 21 | 22 | 23

Leeftijd | Transplantaties | Cystic fibrosis/pancreas-enzymen | Aand. van hersenen/ruggemerg | Kanker | Hormoongevoelige tumoren | HIV/AIDS

0 t/m 17 | 1,124752 | 0,962296 | 1,004135 | 1,216775 | 0,928631 | 0,978054

18 t/m 29 | 1,038552 | 1,009195 | 1,008058 | 1,127451 | 0,928631 | 1,207389

30 t/m 44 | 1,034255 | 1,073883 | 1,120946 | 1,123318 | 0,930766 | 1,076756

45 t/m 59 | 1,024588 | 0,993711 | 1,070944 | 1,045648 | 1,017636 | 1,130999

60 t/m 74 | 1,076807 | 1,061860 | 1,047418 | 1,057467 | 0,991410 | 1,191936

75 e.o. | 1,051415 | 1,030334 | 1,084875 | 1,031088 | 1,005135 | 1,215024

Vrouwen | 18 | 19 | 20 | 21 | 22 | 23

Leeftijd | Transplantaties | Cystic fibrosis/pancreas-enzymen | Aand. van hersenen/ruggemerg | Kanker | Hormoongevoelige tumoren | HIV/AIDS

0 t/m 17 | 1,221951 | 0,938638 | 1,135215 | 0,903236 | 1,009868 | 1,031866

18 t/m 29 | 1,060502 | 1,153914 | 1,024171 | 1,283533 | 0,939823 | 1,099795

30 t/m 44 | 1,041270 | 1,058923 | 1,052580 | 1,047019 | 1,057162 | 1,082542

45 t/m 59 | 1,036942 | 1,085644 | 1,045976 | 1,026888 | 1,077848 | 1,141219

60 t/m 74 | 1,055070 | 1,070881 | 1,044591 | 1,093309 | 1,069856 | 1,252118

75 e.o. | 0,979683 | 1,032074 | 1,070539 | 1,108595 | 1,020525 | 1,252118

Mannen | 24 | 25

Leeftijd | Nieraandoeningen | Groeihormonen

0 t/m 17 | 0,952264 | 1,110999

18 t/m 29 | 0,952264 | 1,101634

30 t/m 44 | 0,890671 | 1,019411

45 t/m 59 | 0,938241 | 1,124296

60 t/m 74 | 0,893771 | 1,076103

75 e.o. | 1,019869 | 1,076103

Vrouwen | 24 | 25

Leeftijd | Nieraandoeningen | Groeihormonen

0 t/m 17 | 0,830344 | 1,036568

18 t/m 29 | 0,830344 | 0,919865

30 t/m 44 | 0,955372 | 0,984592

45 t/m 59 | 0,919771 | 1,123928

60 t/m 74 | 0,946260 | 1,026666

75 e.o. | 0,988354 | 1,026666

FKG GGZ model

Mannen | 0 | 1 | 2 | 3 | 4 | 5

Leeftijd | Geen FKG GGZ | Psychose | Depressie | Verslaving | Bipolaire stoornis | ADHD

0 t/m 17 | 0,997585 | 1,142636 | 1,063126 | 1,127227 | 0,948671 | 1,004327

18 t/m 29 | 0,998901 | 0,989251 | 1,009943 | 1,201709 | 0,948671 | 1,004327

30 t/m 44 | 0,998524 | 1,055086 | 1,025284 | 1,227323 | 0,997588 | 1,057476

45 t/m 59 | 0,998449 | 1,068250 | 1,022771 | 1,246337 | 0,985660 | 1,160315

60 t/m 74 | 0,998557 | 1,067977 | 1,040425 | 1,210029 | 1,035803 | 1,130180

75 e.o. | 1,000165 | 0,984169 | 0,996409 | 1,210029 | 0,961658 | 0,832066

Vrouwen | 0 | 1 | 2 | 3 | 4 | 5

Leeftijd | Geen FKG GGZ | Psychose | Depressie | Verslaving | Bipolaire stoornis | ADHD

0 t/m 17 | 0,999071 | 1,003596 | 0,999427 | 1,227229 | 1,084691 | 1,077688

18 t/m 29 | 0,999687 | 1,022354 | 0,977303 | 1,289246 | 1,084691 | 1,077688

30 t/m 44 | 0,999463 | 1,040447 | 1,000000 | 1,286303 | 0,984614 | 1,059219

45 t/m 59 | 0,998601 | 1,041261 | 1,015487 | 1,298978 | 0,980997 | 1,098640

60 t/m 74 | 0,998594 | 1,039713 | 1,021827 | 1,328550 | 1,001026 | 1,164519

75 e.o. | 0,999553 | 1,056649 | 1,006510 | 1,328550 | 0,949396 | 1,190829

Bijlage 2 — Toewijzing FKG’s 2012 in het geval van samenloop van FKG’s diabetes (diabetes I, diabetes IIA of diabetes IIB)

Bijlage 2 — Toewijzing FKG’s 2012 in het geval van samenloop van FKG’s diabetes (diabetes I, diabetes IIA of diabetes IIB)

Bron: College voor zorgverzekeringen

Diabetes I | Diabetes II | Hypertensie | Toewijzing FKG

>180 | >180 | >180 | DIA I

>180 | >180 | ≤180 | DIA I

>180 | ≤180 | >180 | DIA I

>180 | ≤180 | ≤180 | DIA I

≤180 | >180 | >180 | DIA IIa

≤180 | >180 | ≤180 | DIA IIb

≤180 | ≤180 | >180 | Geen

≤180 | ≤180 | ≤180 | Geen

Toelichting:

Groter of kleiner dan 180 verwijst naar de dagdosering voor de betreffende FKG. De tabel beschrijft de verschillende situaties die mogelijk zijn bij een samenloop van farmaciegebruik voor diabetes en hypertensie. In de laatste kolom staat aangegeven welke FKG’s toegewezen worden in de betreffende situatie.

Bijlage 3

Bijlage 3

Bron: Bijlage 1 van de Regeling risicoverevening 2012

Bijlage 3 › Gewichten voor het criterium leeftijd en geslacht (in euro’s per verzekerde) voor het deelbedrag kosten van dbc-zorgproducten in het vrije segment

Gewichten voor het criterium leeftijd en geslacht (in euro’s per verzekerde) voor het deelbedrag kosten van dbc-zorgproducten in het vrije segment

klasse | Gewicht in euro’s | Gewicht in euro’s

Mannen | Vrouwen

0-jarigen | 484,51 | 399,65

1 t/m 4 jaar | 429,02 | 370,68

5 t/m 9 jaar | 366,86 | 350,15

10 t/m 14 jaar | 345,60 | 342,81

15 t/m 17 jaar | 403,38 | 422,28

18 t/m 24 jaar | 439,09 | 574,95

25 t/m 29 jaar | 462,79 | 844,27

30 t/m 34 jaar | 475,22 | 898,87

35 t/m 39 jaar | 510,46 | 762,10

40 t/m 44 jaar | 556,29 | 695,52

45 t/m 49 jaar | 636,79 | 784,12

50 t/m 54 jaar | 738,42 | 867,20

55 t/m 59 jaar | 910,77 | 952,43

60 t/m 64 jaar | 1.077,52 | 1.057,75

65 t/m 69 jaar | 1.387,43 | 1.243,12

70 t/m 74 jaar | 1.697,28 | 1.416,60

75 t/m 79 jaar | 2.020,88 | 1.614,79

80 t/m 84 jaar | 2.133,44 | 1.668,87

85 t/m 89 jaar | 2.119,51 | 1.628,18

90 jaar en ouder | 2.095,70 | 1.383,83

Bijlage 4

Bijlage 4

Bron: Bijlage 1 van de Regeling risicoverevening 2012

Bijlage 4 › Gewichten voor het criterium FKG’s (in euro’s per verzekerde) voor het deelbedrag kosten van dbc-zorgproducten in het vrije segment

Gewichten voor het criterium FKG’s (in euro’s per verzekerde) voor het deelbedrag kosten van dbc-zorgproducten in het vrije segment

klasse | FKG 2012 | Gewicht in euro's

0 | Geen FKG | –59,76

1 | Glaucoom | 118,02

2 | Schildklieraandoeningen | 124,52

3 | Psychose, Alzheimer en verslaving | –405,78

4 | Depressie | 60,79

5 | Neuropathische pijn | 483,64

6 | Hoog cholesterol | 88,78

7 | Diabetes type IIb | 141,46

8 | COPD/Zware astma | 651,68

9 | Astma | 194,17

10 | Diabetes type IIa | 203,79

11 | Epilepsie | –52,61

12 | Ziekte van Crohn/Colitis Ulcerosa | 621,09

13 | Hartaandoeningen | 705,39

14 | Reuma: TNF-alfa-remmers | 0,00

15 | Reuma: overige middelen | 640,00

16 | Parkinson | 74,32

17 | Diabetes type I | 169,24

18 | Transplantaties | –691,64

19 | Cystic fibrosis/pancreasenzymen | 603,17

20 | Aandoeningen van hersenen/ruggenmerg | –877,21

21 | Kanker | 1.948,82

22 | Hormoongevoelige tumoren | 682,83

23 | HIV/AIDS | –622,16

24 | Nieraandoeningen | 3.572,42

25 | Groeihormonen | –2.034,44

Bijlage 5

Bijlage 5

Bron: Bijlage 1 van de Regeling risicoverevening 2012

Bijlage 5 › Gewichten voor het criterium DKG’s (in euro’s per verzekerde) voor het deelbedrag kosten van dbc-zorgproducten in het vrije segment

Gewichten voor het criterium DKG’s (in euro’s per verzekerde) voor het deelbedrag kosten van dbc-zorgproducten in het vrije segment

DKG klasse | Gewicht in euro's

0 | –79,09

1 | 792,60

2 | 806,41

3 | 1.142,27

4 | 2.019,75

5 | 3.448,67

6 | 2.708,64

7 | 2.831,31

8 | 3.828,69

9 | 3.525,36

10 | 6.373,81

11 | 7.257,08

12 | 5.880,56

13 | 54.954,48

Bijlage 6

Bijlage 6

Bron: Bijlage 1 van de Regeling risicoverevening 2012

Bijlage 6 › Gewichten voor het criterium aard van het inkomen (in euro’s per verzekerde) voor het deelbedrag kosten van dbc-zorgproducten in het vrije segment

Gewichten voor het criterium aard van het inkomen (in euro’s per verzekerde) voor het deelbedrag kosten van dbc-zorgproducten in het vrije segment

Aard van het inkomen klasse | Gewichten in euro’s

1. 0 t/m 17 jaar of 65 jaar en ouder | 0,00

2. Arbeidsongeschikten | 18–34 jaar | 143,72

35–44 jaar | 201,11

45–54 jaar | 248,17

55–64 jaar | 239,74

3. Bijstand | 18–34 jaar | 105,76

35–44 jaar | 125,31

45–54 jaar | 164,15

55–64 jaar | 79,47

4. Zelfstandigen | 18–34 jaar | –46,41

35–44 jaar | –59,84

45–54 jaar | –86,95

55–64 jaar | –96,81

5. Referentiegroep | 18–34 jaar | –6,28

35–44 jaar | –10,77

45–54 jaar | –22,22

55–64 jaar | –42,50

Bijlage 7

Bijlage 7

Bron: Bijlage 1 van de Regeling risicoverevening 2012

Bijlage 7 › Gewichten voor het regiocriterium (in euro’s per verzekerde) voor het deelbedrag kosten van dbc-zorgproducten in het vrije segment

Gewichten voor het regiocriterium (in euro’s per verzekerde) voor het deelbedrag kosten van dbc-zorgproducten in het vrije segment

Regioklasse | Gewicht in euro’s

Klasse 1 | 46,93

Klasse 2 | 22,71

Klasse 3 | 21,91

Klasse 4 | 8,46

Klasse 5 | 1,32

Klasse 6 | –2,37

Klasse 7 | –9,65

Klasse 8 | –18,58

Klasse 9 | –25,44

Klasse 10 | –45,10

Bijlage 8

Bijlage 8

Bron: Bijlage 1 van de Regeling risicoverevening 2012

Bijlage 8 › Gewichten voor het criterium sociaal economische status (in euro’s per verzekerde) voor het deelbedrag kosten van dbc-zorgproducten in het vrije segment

Gewichten voor het criterium sociaal economische status (in euro’s per verzekerde) voor het deelbedrag kosten van dbc-zorgproducten in het vrije segment

SES klasse | Gewichten in euro’s

> 15 bewoners | 0–17 jaar | 0,21

18–64 jaar | 3,10

65+ | –216,94

SES 1 (1e t/m 3e deciel) | 0–17 jaar | 0,21

18–64 jaar | 31,31

65+ | 283,58

SES 2 (4e t/m 7e deciel) | 0–17 jaar | 0,77

18–64 jaar | 13,52

65+ | –27,78

SES 3 (8e t/m 10e deciel) | 0–17 jaar | –3,24

18–64 jaar | –37,95

65+ | –83,52

Bijlage 9

Bijlage 9

Bron: Bijlage 1 van de Regeling risicoverevening 2012

Bijlage 9 › Gewichten voor het criterium meerjarig hoge kosten (in euro’s per verzekerde) voor het deelbedrag kosten van dbc-zorgproducten in het vrije segment

Gewichten voor het criterium meerjarig hoge kosten (in euro’s per verzekerde) voor het deelbedrag kosten van dbc-zorgproducten in het vrije segment

MHK klasse | Gewichten in euro’s

0 | Geen MHK | –92,33

1 | MHK 2 voorafgaande jaren hoge kosten | 754,17

2 | MHK kosten 3 keer in top 15% | 859,21

3 | MHK kosten 3 keer in top 10% | 1.266,60

4 | MHK kosten 3 keer in top 7% | 1.782,40

5 | MHK kosten 3 keer in top 4% | 2.560,45

6 | MHK kosten 3 keer in top 1,5% | 2.768,63

Bijlage 10

Bijlage 10

Bron: Bijlage 1 van de Regeling risicoverevening 2012

Bijlage 10 › Gewichten voor het criterium leeftijd en geslacht (in euro’s per verzekerde) voor het deelbedrag variabele kosten ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp

Gewichten voor het criterium leeftijd en geslacht (in euro’s per verzekerde) voor het deelbedrag variabele kosten ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp

klasse | Gewicht in euro’s | Gewicht in euro’s

Mannen | Vrouwen

0-jarigen | 2.253,76 | 1.970,03

1 t/m 4 jaar | 323,15 | 262,10

5 t/m 9 jaar | 247,86 | 178,61

10 t/m 14 jaar | 207,73 | 172,07

15 t/m 17 jaar | 185,37 | 182,55

18 t/m 24 jaar | 154,18 | 148,56

25 t/m 29 jaar | 133,23 | 172,49

30 t/m 34 jaar | 129,40 | 182,81

35 t/m 39 jaar | 143,24 | 163,01

40 t/m 44 jaar | 135,70 | 129,70

45 t/m 49 jaar | 157,70 | 119,40

50 t/m 54 jaar | 178,88 | 122,21

55 t/m 59 jaar | 218,55 | 123,93

60 t/m 64 jaar | 233,29 | 116,79

65 t/m 69 jaar | 258,13 | 116,59

70 t/m 74 jaar | 246,54 | 96,75

75 t/m 79 jaar | 206,51 | 67,93

80 t/m 84 jaar | 77,90 | 6,65

85 t/m 89 jaar | 0,36 | –42,88

90 jaar en ouder | –18,67 | –49,27

Bijlage 11

Bijlage 11

Bron: Bijlage 1 van de Regeling risicoverevening 2012

Bijlage 11 › Gewichten voor het criterium FKG’s (in euro’s per verzekerde) voor het deelbedrag variabele kosten ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp

Gewichten voor het criterium FKG’s (in euro’s per verzekerde) voor het deelbedrag variabele kosten ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp

klasse | FKG 2012 | Gewicht in euro's

0 | Geen FKG | 0,80

1 | Glaucoom | –43,47

2 | Schildklieraandoeningen | –16,85

3 | Psychose, Alzheimer en verslaving | –225,81

4 | Depressie | –28,33

5 | Neuropathische pijn | –117,25

6 | Hoog cholesterol | 40,30

7 | Diabetes type IIb | 4,83

8 | COPD/Zware astma | –84,59

9 | Astma | 10,19

10 | Diabetes type IIa | 35,83

11 | Epilepsie | 443,19

12 | Ziekte van Crohn/Colitis Ulcerosa | –125,49

13 | Hartaandoeningen | 172,05

14 | Reuma: TNF-alfa-remmers | 0,00

15 | Reuma: overige middelen | 17,72

16 | Parkinson | –214,21

17 | Diabetes type I | –135,76

18 | Transplantaties | 32,75

19 | Cystic fibrosis/pancreasenzymen | –459,75

20 | Aandoeningen van hersenen/ruggenmerg | –627,84

21 | Kanker | –360,70

22 | Hormoongevoelige tumoren | –273,69

23 | HIV/AIDS | –844,42

24 | Nieraandoeningen | –258,23

25 | Groeihormonen | –1.741,28

Bijlage 12

Bijlage 12

Bron: Bijlage 1 van de Regeling risicoverevening 2012

Bijlage 12 › Gewichten voor het criterium DKG’s (in euro’s per verzekerde) voor het deelbedrag variabele kosten ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp

Gewichten voor het criterium DKG’s (in euro’s per verzekerde) voor het deelbedrag variabele kosten ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp

DKG klasse | Gewicht in euro's

0 | –12,45

1 | 94,95

2 | 392,86

3 | 665,40

4 | 282,70

5 | 231,31

6 | 439,98

7 | 1.777,41

8 | 348,22

9 | 1.082,33

10 | 299,71

11 | 831,72

12 | 2.597,55

13 | 141,03

Bijlage 13

Bijlage 13

Bron: Bijlage 1 van de Regeling risicoverevening 2012

Bijlage 13 › Gewichten voor het criterium aard van het inkomen (in euro’s per verzekerde) voor het deelbedrag variabele kosten ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp

Gewichten voor het criterium aard van het inkomen (in euro’s per verzekerde) voor het deelbedrag variabele kosten ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp

Aard van het inkomenklasse | Gewichten in euro’s

1. 0 t/m 17 jaar of 65 jaar en ouder | 0,00

2. Arbeidsongeschikten | 18–34 jaar | 184,29

35–44 jaar | 123,29

45–54 jaar | 63,12

55–64 jaar | 47,01

3. Bijstand | 18–34 jaar | 28,16

35–44 jaar | 36,78

45–54 jaar | 15,15

55–64 jaar | 20,49

4. Zelfstandigen | 18–34 jaar | –16,46

35–44 jaar | –19,37

45–54 jaar | –20,25

55–64 jaar | –19,96

5. Referentiegroep | 18–34 jaar | –7,29

35–44 jaar | –6,69

45–54 jaar | –4,64

55–64 jaar | –8,47

Bijlage 14

Bijlage 14

Bron: Bijlage 1 van de Regeling risicoverevening 2012

Bijlage 14 › Gewichten voor het regiocriterium (in euro’s per verzekerde) voor het deelbedrag variabele kosten ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp

Gewichten voor het regiocriterium (in euro’s per verzekerde) voor het deelbedrag variabele kosten ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp

Regioklasse | Gewicht in euro’s

Klasse 1 | 8,78

Klasse 2 | 7,33

Klasse 3 | 2,91

Klasse 4 | 8,03

Klasse 5 | –1,34

Klasse 6 | –1,83

Klasse 7 | –2,96

Klasse 8 | –4,11

Klasse 9 | –8,41

Klasse 10 | –8,36

Bijlage 15

Bijlage 15

Bron: Bijlage 1 van de Regeling risicoverevening 2012

Bijlage 15 › Gewichten voor het criterium SES (in euro’s per verzekerde) voor het deelbedrag variabele kosten ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp

Gewichten voor het criterium SES (in euro’s per verzekerde) voor het deelbedrag variabele kosten ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp

SES klasse | Gewichten in euro’s

> 15 bewoners | 0–17 jaar | 8,66

18–64 jaar | 16,64

65+ | –121,21

SES 1 (1e t/m 3e deciel) | 0–17 jaar | 8,66

18–64 jaar | –2,31

65+ | 4,73

SES 2 (4e t/m 7e deciel) | 0–17 jaar | –7,14

18–64 jaar | –2,55

65+ | –3,02

SES 3 (8e t/m 10e deciel) | 0–17 jaar | –12,14

18–64 jaar | 4,07

65+ | 17,77

Bijlage 16

Bijlage 16

Bron: Bijlage 1 van de Regeling risicoverevening 2012

Bijlage 16 › Gewichten voor het criterium meerjarige hoge kosten (MHK) (in euro’s per verzekerde) voor het deelbedrag variabele kosten ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp

Gewichten voor het criterium meerjarige hoge kosten (MHK) (in euro’s per verzekerde) voor het deelbedrag variabele kosten ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp

MHK klasse | Gewichten in euro’s

0 | Geen MHK | –42,69

1 | MHK 2 voorafgaande jaren hoge kosten | 316,58

2 | MHK kosten 3 keer in top 15% | 266,01

3 | MHK kosten 3 keer in top 10% | 371,65

4 | MHK kosten 3 keer in top 7% | 551,51

5 | MHK kosten 3 keer in top 4% | 1.069,55

6 | MHK kosten 3 keer in top 1,5% | 5.563,84

Bijlage 17

Bijlage 17

Bron: Bijlage 2 van de Regeling risicoverevening 2012

Bijlage 17 › Gewichten voor verzekerden onder achttien jaar voor het deelbedrag geneeskundige GGZ voor verzekerden onder achttien jaar

Gewichten voor verzekerden onder achttien jaar voor het deelbedrag geneeskundige GGZ voor verzekerden onder achttien jaar

Leeftijd onder achttien jaar | Gewicht in euro’s

Wel | 185,15

Niet | 0,00

Bijlage 18

Bijlage 18

Bron: Bijlage 2 van de Regeling risicoverevening 2012

Bijlage 18 › Gewichten voor het criterium leeftijd en geslacht (in euro’s per verzekerde) voor het deelbedrag geneeskundige GGZ voor verzekerden van 18 jaar en ouder

Gewichten voor het criterium leeftijd en geslacht (in euro’s per verzekerde) voor het deelbedrag geneeskundige GGZ voor verzekerden van 18 jaar en ouder

klasse | Gewicht in euro’s | Gewicht in euro’s

Mannen | Vrouwen

18 t/m 24 jaar | 283,94 | 284,41

25 t/m 29 jaar | 305,46 | 256,63

30 t/m 34 jaar | 289,22 | 256,63

35 t/m 39 jaar | 273,69 | 245,62

40 t/m 44 jaar | 257,15 | 245,62

45 t/m 49 jaar | 243,08 | 238,47

50 t/m 54 jaar | 232,45 | 232,45

55 t/m 59 jaar | 220,48 | 220,48

60 t/m 64 jaar | 220,48 | 220,48

65 t/m 69 jaar | 207,69 | 208,13

70 t/m 74 jaar | 210,29 | 199,73

75 t/m 79 jaar | 206,22 | 193,89

80 t/m 84 jaar | 212,90 | 193,89

85 t/m 89 jaar | 194,32 | 193,89

90 jaar en ouder | 193,89 | 193,89

Bijlage 19

Bijlage 19

Bron: Bijlage 2 van de Regeling risicoverevening 2012

Bijlage 19 › Gewichten voor het criterium FKG’s psychische aandoeningen (in euro’s per verzekerde) voor het deelbedrag geneeskundige GGZ voor verzekerden van achttien jaar en ouder

Gewichten voor het criterium FKG’s psychische aandoeningen (in euro’s per verzekerde) voor het deelbedrag geneeskundige GGZ voor verzekerden van achttien jaar en ouder

klasse | FKG GGZ 2012 | Gewicht in euro's

0 | Geen FKG GGZ | –31,73

1 | Psychose | 3.465,81

2 | Depressie | 228,68

3 | Verslaving | 2.583,56

4 | Bipolaire stoornis | 1.386,78

5 | ADHD | 271,45

Bijlage 20

Bijlage 20

Bron: Bijlage 2 van de Regeling risicoverevening 2012

Bijlage 20 › Gewichten voor het criterium aard van het inkomen (in euro’s per verzekerde) voor het deelbedrag geneeskundige GGZ voor verzekerden van achttien jaar en ouder

Gewichten voor het criterium aard van het inkomen (in euro’s per verzekerde) voor het deelbedrag geneeskundige GGZ voor verzekerden van achttien jaar en ouder

Aard van het inkomen klasse | Gewichten in euro’s

1. 0 t/m 17 jaar of 65 jaar en ouder | 0,00

2. Arbeidsongeschikten | 18–34 jaar | 834,80

35–44 jaar | 241,31

45–54 jaar | 126,06

55–64 jaar | 28,71

3. Bijstand | 18–34 jaar | 744,29

35–44 jaar | 627,47

45–54 jaar | 271,54

55–64 jaar | 148,23

4. Zelfstandigen | 18–34 jaar | –47,71

35–44 jaar | –36,70

45–54 jaar | –23,53

55–64 jaar | –11,57

5. Referentiegroep | 18–34 jaar | –47,71

35–44 jaar | –36,70

45–54 jaar | –21,95

55–64 jaar | –11,57

Bijlage 21

Bijlage 21

Bron: Bijlage 2 van de Regeling risicoverevening 2012

Bijlage 21 › Gewichten voor het criterium GGZ-regio (in euro’s per verzekerde) voor het deelbedrag geneeskundige GGZ voor verzekerden van achttien jaar en ouder

Gewichten voor het criterium GGZ-regio (in euro’s per verzekerde) voor het deelbedrag geneeskundige GGZ voor verzekerden van achttien jaar en ouder

GGZ Regioklasse | Gewicht in euro’s

Klasse 1 | 78,41

Klasse 2 | 11,26

Klasse 3 | –3,32

Klasse 4 | –9,46

Klasse 5 | –4,26

Klasse 6 | –12,10

Klasse 7 | –15,51

Klasse 8 | –15,51

Klasse 9 | –15,51

Klasse 10 | –15,51

Bijlage 22

Bijlage 22

Bron: Bijlage 2 van de Regeling risicoverevening 2012

Bijlage 22 › Gewichten voor het criterium SES (in euro’s per verzekerde) voor het deelbedrag geneeskundige GGZ voor verzekerden van achttien jaar en ouder

Gewichten voor het criterium SES (in euro’s per verzekerde) voor het deelbedrag geneeskundige GGZ voor verzekerden van achttien jaar en ouder

SES klasse | Gewichten in euro’s

> 15 bewoners | 18–64 jaar | 1.754,46

65+ | 114,39

SES 1 (1e t/m 3e deciel) | 18–64 jaar | –14,36

65+ | 25,49

SES 2 (4e t/m 7e deciel) | 18–64 jaar | –0,69

65+ | –10,77

SES 3 (8e t/m 10e deciel) | 18–64 jaar | –25,79

65+ | –10,77

Bijlage 23

Bijlage 23

Bron: Bijlage 2 van de Regeling risicoverevening 2012

Bijlage 23 › Gewichten voor het criterium woonachtig in Nederland op een éénpersoonsadres (in euro’s per verzekerde) voor het deelbedrag geneeskundige GGZ voor verzekerden van achttien jaar en ouder

Gewichten voor het criterium woonachtig in Nederland op een éénpersoonsadres (in euro’s per verzekerde) voor het deelbedrag geneeskundige GGZ voor verzekerden van achttien jaar en ouder

Eénpersoonsadresklasse | Gewicht in euro’s

Niet | –20,96

Wel | 107,51

Bijlage 24

Bijlage 24

Bron: Bijlage 2 van de Regeling risicoverevening 2012 en eigen berekening CVZ

Bijlage 24 › Gewichten voor het criterium GGZ-kosten lage drempelklasse voor het deelbedrag geneeskundige GGZ voor verzekerden van achttien jaar en ouder

Gewichten voor het criterium GGZ-kosten lage drempelklasse voor het deelbedrag geneeskundige GGZ voor verzekerden van achttien jaar en ouder

GGZ-kosten > lage drempel van 550 euro | Gewicht in euro’s

0 | Niet | –35,95

1 | Wel | 776,22

Bijlage 25

Bijlage 25

Bron: Bijlage 2 van de Regeling risicoverevening 2012 en eigen berekening CVZ

Bijlage 25 › Gewichten voor het criterium GGZ-kosten hoge drempelklasse voor het deelbedrag geneeskundige GGZ voor verzekerden van achttien jaar en ouder

Gewichten voor het criterium GGZ-kosten hoge drempelklasse voor het deelbedrag geneeskundige GGZ voor verzekerden van achttien jaar en ouder

GGZ-kosten > hoge drempel van 2750 euro | Gewicht in euro’s

0 | Niet | –78,97

1 | Wel | 5.523,63

Bijlage 26

Bijlage 26

Bron: Bijlage 1 van de Regeling risicoverevening 2012

Bijlage 26 › Gewichten voor het criterium leeftijd en geslacht (in euro’s per verzekerde) voor het deelbedrag overige prestaties

Gewichten voor het criterium leeftijd en geslacht (in euro’s per verzekerde) voor het deelbedrag overige prestaties

klasse | Gewicht in euro’s | Gewicht in euro’s

Mannen | Vrouwen

0-jarigen | 879,86 | 771,53

1 t/m 4 jaar | 653,54 | 601,11

5 t/m 9 jaar | 742,58 | 670,96

10 t/m 14 jaar | 682,39 | 687,62

15 t/m 17 jaar | 684,64 | 777,44

18 t/m 24 jaar | 499,58 | 688,22

25 t/m 29 jaar | 515,57 | 964,31

30 t/m 34 jaar | 537,00 | 999,11

35 t/m 39 jaar | 555,46 | 774,66

40 t/m 44 jaar | 575,05 | 667,25

45 t/m 49 jaar | 621,33 | 702,70

50 t/m 54 jaar | 673,63 | 755,92

55 t/m 59 jaar | 762,63 | 813,58

60 t/m 64 jaar | 815,73 | 858,01

65 t/m 69 jaar | 939,02 | 961,45

70 t/m 74 jaar | 1.003,49 | 1.038,80

75 t/m 79 jaar | 1.088,74 | 1.143,35

80 t/m 84 jaar | 1.204,30 | 1.295,95

85 t/m 89 jaar | 1.399,87 | 1.499,92

90 jaar en ouder | 1.746,38 | 1.783,16

Bijlage 27

Bijlage 27

Bron: Bijlage 1 van de Regeling risicoverevening 2012

Bijlage 27 › Gewichten voor het criterium FKG’s (in euro’s per verzekerde) voor het deelbedrag overige prestaties

Gewichten voor het criterium FKG’s (in euro’s per verzekerde) voor het deelbedrag overige prestaties

klasse | FKG 2012 | Gewicht in euro's

0 | Geen FKG | –147,69

1 | Glaucoom | 183,32

2 | Schildklieraandoeningen | 106,28

3 | Psychose, Alzheimer en verslaving | 1.000,59

4 | Depressie | 170,32

5 | Neuropathische pijn | 817,01

6 | Hoog cholesterol | 249,43

7 | Diabetes type IIb | 425,64

8 | COPD/Zware astma | 969,29

9 | Astma | 513,71

10 | Diabetes type IIa | 592,49

11 | Epilepsie | 626,46

12 | Ziekte van Crohn/Colitis Ulcerosa | 309,04

13 | Hartaandoeningen | 345,02

14 | Reuma: TNF-alfa-remmers | 0,00

15 | Reuma: overige middelen | 41,64

16 | Parkinson | 2.425,17

17 | Diabetes type I | 1.342,73

18 | Transplantaties | 1.090,22

19 | Cystic fibrosis/pancreasenzymen | 4.846,78

20 | Aandoeningen van hersenen/ruggenmerg | 5.929,31

21 | Kanker | 4.664,51

22 | Hormoongevoelige tumoren | 952,29

23 | HIV/AIDS | 8.635,68

24 | Nieraandoeningen | 3.137,46

25 | Groeihormonen | 14.029,68

Bijlage 28

Bijlage 28

Bron: Bijlage 1 van de Regeling risicoverevening 2012

Bijlage 28 › Gewichten voor het criterium DKG’s (in euro’s per verzekerde) voor het deelbedrag overige prestaties

Gewichten voor het criterium DKG’s (in euro’s per verzekerde) voor het deelbedrag overige prestaties

DKG klasse | Gewicht in euro’s

0 | –22,41

1 | 55,63

2 | 224,33

3 | 422,40

4 | 690,05

5 | 1.050,92

6 | 716,05

7 | 1.312,98

8 | 1.363,46

9 | 2.661,06

10 | 2.158,77

11 | 3.419,87

12 | 5.879,23

13 | 2.605,21

Bijlage 29

Bijlage 29

Bron: Bijlage 1 van de Regeling risicoverevening 2012

Bijlage 29 › Gewichten voor het criterium aard van het inkomen (in euro’s per verzekerde) voor het deelbedrag overige prestaties

Gewichten voor het criterium aard van het inkomen (in euro’s per verzekerde) voor het deelbedrag overige prestaties

Aard van het inkomenklasse | Gewichten in euro’s

1. 0 t/m 17 jaar of 65 jaar en ouder | 0,00

2. Arbeidsongeschikten | 18–34 jaar | 346,06

35–44 jaar | 348,98

45–54 jaar | 297,54

55–64 jaar | 199,90

3. Bijstand | 18–34 jaar | 49,36

35–44 jaar | 149,09

45–54 jaar | 186,68

55–64 jaar | 110,78

4. Zelfstandigen | 18–34 jaar | –56,11

35–44 jaar | –54,64

45–54 jaar | –73,41

55–64 jaar | –86,72

5. Referentiegroep | 18–34 jaar | –12,67

35–44 jaar | –20,84

45–54 jaar | –29,41

55–64 jaar | –36,96

Bijlage 30

Bijlage 30

Bron: Bijlage 1 van de Regeling risicoverevening 2012

Bijlage 30 › Gewichten voor het regiocriterium (in euro’s per verzekerde) voor het deelbedrag overige prestaties

Gewichten voor het regiocriterium (in euro’s per verzekerde) voor het deelbedrag overige prestaties

Regioklasse | Gewicht in euro’s

1 | 14,91

2 | 8,52

3 | 4,08

4 | 1,55

5 | 7,65

6 | 4,12

7 | –2,85

8 | –6,14

9 | –6,68

10 | –25,00

Bijlage 31

Bijlage 31

Bron: Bijlage 1 van de Regeling risicoverevening 2012

Bijlage 31 › Gewichten voor de SES klasse (in euro’s per verzekerde) voor het deelbedrag overige prestaties

Gewichten voor de SES klasse (in euro’s per verzekerde) voor het deelbedrag overige prestaties

SES klasse | Gewichten in euro’s

> 15 bewoners | 0–17 jaar | 12,95

18–64 jaar | –67,61

65+ | 401,67

SES 1 (1e t/m 3e deciel) | 0–17 jaar | 12,95

18–64 jaar | 22,31

65+ | 118,90

SES 2 (4e t/m 7e deciel) | 0–17 jaar | –7,99

18–64 jaar | 18,56

65+ | –15,98

SES 3 (8e t/m 10e deciel) | 0–17 jaar | –26,64

18–64 jaar | –34,92

65+ | –90,35

Bijlage 32

Bijlage 32

Bron: Bijlage 1 van de Regeling risicoverevening 2012

Bijlage 32 › Gewichten voor het criterium meerjarig hoge kosten (MHK) (in euro’s per verzekerde) voor het deelbedrag variabele kosten ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp

Gewichten voor het criterium meerjarig hoge kosten (MHK) (in euro’s per verzekerde) voor het deelbedrag variabele kosten ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp

MHK klasse | Gewichten in euro’s

0 | Geen MHK | –138,31

1 | MHK 2 voorafgaande jaren hoge kosten | 771,11

2 | MHK kosten 3 keer in top 15% | 1.031,64

3 | MHK kosten 3 keer in top 10% | 1.741,83

4 | MHK kosten 3 keer in top 7% | 2.782,49

5 | MHK kosten 3 keer in top 4% | 4.495,80

6 | MHK kosten 3 keer in top 1,5% | 9.466,90

Bijlage 33

Bijlage 33

Bron: Bijlage 4 van de Regeling risicoverevening 2012

Bijlage 33 › Gewichten voor de eigen risico opbrengst per verzekerde per klasse naar leeftijd en geslacht (in euro’s per verzekerde)

Gewichten voor de eigen risico opbrengst per verzekerde per klasse naar leeftijd en geslacht (in euro’s per verzekerde)

klasse | Gewicht in euro’s | Gewicht in euro’s

Mannen | Vrouwen

18 t/m 24 jaar | 89,68 | 135,61

25 t/m 29 jaar | 86,37 | 139,52

30 t/m 34 jaar | 89,85 | 146,04

35 t/m 39 jaar | 94,01 | 136,53

40 t/m 44 jaar | 98,18 | 131,67

45 t/m 49 jaar | 105,09 | 135,36

50 t/m 54 jaar | 114,73 | 142,27

55 t/m 59 jaar | 128,58 | 147,46

60 t/m 64 jaar | 138,36 | 152,74

65 t/m 69 jaar | 153,75 | 163,88

70 t/m 74 jaar | 167,89 | 174,59

75 t/m 79 jaar | 178,84 | 182,81

80 t/m 84 jaar | 184,82 | 186,07

85 t/m 89 jaar | 186,69 | 185,04

90 jaar en ouder | 186,38 | 177,80

Bijlage 34

Bijlage 34

Bron: Bijlage 4 van de Regeling risicoverevening 2012

Bijlage 34 › Gewichten voor de eigen risico opbrengst per verzekerde per klasse naar aard van het inkomen (in euro’s per verzekerde)

Gewichten voor de eigen risico opbrengst per verzekerde per klasse naar aard van het inkomen (in euro’s per verzekerde)

Aard van het inkomenklasse | Gewichten in euro’s

1. 0 t/m 17 jaar of 65 jaar en ouder | 0,00

2. Arbeidsongeschikten | 18–34 jaar | 39,49

35–44 jaar | 41,90

45–54 jaar | 37,30

55–64 jaar | 23,71

3. Bijstand | 18–34 jaar | 28,83

35–44 jaar | 34,03

45–54 jaar | 28,74

55–64 jaar | 9,86

4. Zelfstandigen | 18–34 jaar | –4,10

35–44 jaar | –6,73

45–54 jaar | –8,74

55–64 jaar | –8,62

5. Referentiegroep | 18–34 jaar | –1,69

35–44 jaar | –2,18

45–54 jaar | –2,42

55–64 jaar | –2,76

Bijlage 35

Bijlage 35

Bron: Bijlage 4 van de Regeling risicoverevening 2012

Bijlage 35 › Gewichten voor de eigen risico opbrengst per verzekerde per risicoklasse naar regio (in euro’s per verzekerde)

Gewichten voor de eigen risico opbrengst per verzekerde per risicoklasse naar regio (in euro’s per verzekerde)

Regioklasse 2012 | Gewicht in euro’s

Klasse 1 | 6,96

Klasse 2 | 4,04

Klasse 3 | 3,41

Klasse 4 | 1,60

Klasse 5 | 0,61

Klasse 6 | –0,19

Klasse 7 | –1,28

Klasse 8 | –3,56

Klasse 9 | –4,81

Klasse 10 | –5,88

Bijlage 36

Bijlage 36

Bron: Bijlage 3 van de Regeling risicoverevening 2012

Bijlage 36 › Gewichten voor het criterium leeftijd en geslacht (in euro’s per verzekerde) voor het deelbedrag geneeskundige GGZ voor verzekerden van achttien jaar en ouder

Gewichten voor het criterium leeftijd en geslacht (in euro’s per verzekerde) voor het deelbedrag geneeskundige GGZ voor verzekerden van achttien jaar en ouder

De in deze bijlage genoemde gewichten zijn bedoeld voor de ex post berekening van het normatieve bedrag van een zorgverzekeraar en bevatten een correctie voor HKC.

klasse | Gewicht in euro’s | Gewicht in euro’s

Mannen | Vrouwen

18 t/m 24 jaar | 257,83 | 297,99

25 t/m 29 jaar | 277,56 | 295,92

30 t/m 34 jaar | 278,99 | 274,95

35 t/m 39 jaar | 274,44 | 271,94

40 t/m 44 jaar | 263,58 | 260,23

45 t/m 49 jaar | 254,87 | 259,83

50 t/m 54 jaar | 240,64 | 240,64

55 t/m 59 jaar | 219,34 | 215,12

60 t/m 64 jaar | 210,08 | 210,08

65 t/m 69 jaar | 185,63 | 183,99

70 t/m 74 jaar | 190,78 | 183,99

75 t/m 79 jaar | 191,33 | 183,99

80 t/m 84 jaar | 201,53 | 183,99

85 t/m 89 jaar | 195,63 | 183,99

90 jaar en ouder | 184,33 | 183,99

Bijlage 37

Bijlage 37

Bron: Bijlage 3 van de Regeling risicoverevening 2012

Bijlage 37 › Gewichten voor het criterium FKG psychische aandoeningen (in euro’s per verzekerde) voor het deelbedrag geneeskundige GGZ voor verzekerden van achttien jaar en ouder

Gewichten voor het criterium FKG psychische aandoeningen (in euro’s per verzekerde) voor het deelbedrag geneeskundige GGZ voor verzekerden van achttien jaar en ouder

De in deze bijlage genoemde gewichten zijn bedoeld voor de ex post berekening van het normatieve bedrag van een zorgverzekeraar en bevatten een correctie voor HKC.

klasse | FKG GGZ 2012 | Gewicht in euro's

0 | Geen FKG GGZ | –29,56

1 | Psychose | 2.454,78

2 | Depressie | 327,36

3 | Verslaving | 1.783,63

4 | Bipolaire stoornis | 1.083,27

5 | ADHD | 340,69

Bijlage 38

Bijlage 38

Bron: Bijlage 3 van de Regeling risicoverevening 2012

Bijlage 38 › Gewichten voor het criterium aard van het inkomen (in euro’s per verzekerde) voor het deelbedrag geneeskundige GGZ voor verzekerden van achttien jaar en ouder

Gewichten voor het criterium aard van het inkomen (in euro’s per verzekerde) voor het deelbedrag geneeskundige GGZ voor verzekerden van achttien jaar en ouder

De in deze bijlage genoemde gewichten zijn bedoeld voor de ex post berekening van het normatieve bedrag van een zorgverzekeraar en bevatten een correctie voor HKC.

Aard van het inkomenklasse | Gewichten in euro’s

1. 65 jaar en ouder | 0,00

2. Arbeidsongeschikten | 18–34 jaar | 537,97

35–44 jaar | 297,59

45–54 jaar | 169,10

55–64 jaar | 35,42

3. Bijstand | 18–34 jaar | 557,73

35–44 jaar | 528,52

45–54 jaar | 319,97

55–64 jaar | 106,22

4. Zelfstandigen | 18–34 jaar | –58,75

35–44 jaar | –61,14

45–54 jaar | –41,55

55–64 jaar | –11,00

5. Referentiegroep | 18–34 jaar | –31,43

35–44 jaar | –33,26

45–54 jaar | –26,40

55–64 jaar | –11,00

Bijlage 39

Bijlage 39

Bron: Bijlage 3 van de Regeling risicoverevening 2012

Bijlage 39 › Gewichten voor het criterium GGZ-regio (in euro’s per verzekerde) voor het deelbedrag geneeskundige GGZ voor verzekerden van achttien jaar en ouder

Gewichten voor het criterium GGZ-regio (in euro’s per verzekerde) voor het deelbedrag geneeskundige GGZ voor verzekerden van achttien jaar en ouder

De in deze bijlage genoemde gewichten zijn bedoeld voor de ex post berekening van het normatieve bedrag van een zorgverzekeraar en bevatten een correctie voor HKC.

GGZ Regioklasse | Gewicht in euro’s

Klasse 1 | 53,65

Klasse 2 | 26,60

Klasse 3 | 8,41

Klasse 4 | 2,83

Klasse 5 | –4,01

Klasse 6 | –11,21

Klasse 7 | –19,40

Klasse 8 | –19,40

Klasse 9 | –19,40

Klasse 10 | –19,40

Bijlage 40

Bijlage 40

Bron: Bijlage 3 van de Regeling risicoverevening 2012

Bijlage 40 › Gewichten voor het criterium sociaal economische status (in euro’s per verzekerde) voor het deelbedrag geneeskundige GGZ voor verzekerden van achttien jaar en ouder

Gewichten voor het criterium sociaal economische status (in euro’s per verzekerde) voor het deelbedrag geneeskundige GGZ voor verzekerden van achttien jaar en ouder

De in deze bijlage genoemde gewichten zijn bedoeld voor de ex post berekening van het normatieve bedrag van een zorgverzekeraar en bevatten een correctie voor HKC.

SES klasse | Gewichten in euro’s

> 15 bewoners | 18–64 jaar | 643,91

65+ | 50,34

SES 1 (1e t/m 3e deciel) | 18–64 jaar | –0,15

65+ | 18,84

SES 2 (4e t/m 7e deciel) | 18–64 jaar | 7,45

65+ | –6,33

SES 3 (8e t/m 10e deciel) | 18–64 jaar | –21,42

65+ | –6,33

Bijlage 41

Bijlage 41

Bron: Bijlage 3 van de Regeling risicoverevening 2012

Bijlage 41 › Gewichten voor het criterium woonachtig in Nederland op een éénpersoonsadres (in euro’s per verzekerde) voor het deelbedrag geneeskundige GGZ voor verzekerden van achttien jaar en ouder

Gewichten voor het criterium woonachtig in Nederland op een éénpersoonsadres (in euro’s per verzekerde) voor het deelbedrag geneeskundige GGZ voor verzekerden van achttien jaar en ouder

De in deze bijlage genoemde gewichten zijn bedoeld voor de ex post berekening van het normatieve bedrag van een zorgverzekeraar en bevatten een correctie voor HKC.

Eénpersoonsadresklasse | Gewicht in euro’s

Niet | –18,61

Wel | 95,46

Bijlage 42

Bijlage 42

Bron: Bijlage 3 van de Regeling risicoverevening 2012 en eigen berekening CVZ

Bijlage 42 › Gewichten voor het criterium GGZ-kosten lage drempelklasse voor het deelbedrag geneeskundige GGZ voor verzekerden van achttien jaar en ouder

Gewichten voor het criterium GGZ-kosten lage drempelklasse voor het deelbedrag geneeskundige GGZ voor verzekerden van achttien jaar en ouder

De in deze bijlage genoemde gewichten zijn bedoeld voor de ex post berekening van het normatieve bedrag van een zorgverzekeraar en bevatten een correctie voor HKC.

> lage drempel van 550 euro | Gewicht in euro’s

0 | Niet | –48,93

1 | Wel | 1.056,49

Bijlage 43

Bijlage 43

Bron: Bijlage 3 van de Regeling risicoverevening 2012 en eigen berekening CVZ

Bijlage 43 › Gewichten voor het criterium GGZ-kosten hoge drempelklasse voor het deelbedrag geneeskundige GGZ voor verzekerden van achttien jaar en ouder

Gewichten voor het criterium GGZ-kosten hoge drempelklasse voor het deelbedrag geneeskundige GGZ voor verzekerden van achttien jaar en ouder

De in deze bijlage genoemde gewichten zijn bedoeld voor de ex post berekening van het normatieve bedrag van een zorgverzekeraar en bevatten een correctie voor HKC.

> hoge drempel van 2.750 euro | Gewicht in euro’s

0 | Niet | –61,16

1 | Wel | 4.277,82