wetzoeker

Artikel 22a Scheepsafvalstoffenregeling Rijn- en binnenvaart

Boordzuiveringsinstallaties

1 Het effluent dat wordt geloosd uit een zuiveringsinstallatie als bedoeld in artikel 77, derde lid, van het besluit, waarin het bedrijfsafvalwater is behandeld:

a. mag geen zichtbare verontreiniging in de vorm van drijvende vaste deeltjes of verkleuring van het ontvangende oppervlaktewaterlichaam veroorzaken, en;

b. voldoet aan de normen uit hoofdstuk 4.1 van resolutie MEPC.159(55).

c. controle hierop vindt plaats op basis van een willekeurig genomen steekmonster, waarbij wordt getoetst op de volgende eisen:

i. BZV5: 40 mg/l;

ii. CZV: 180 mg/l;

iii. pH: 6–8,5;

iv. vrij chloor: 0,5 mg/l.

2 Een zuiveringsinstallatie is voldoende gedimensioneerd, is aantoonbaar in een goede staat van onderhoud en wordt op kundige wijze beheerd.

3 Het uit een zuiveringsinstallatie afkomstige zuiveringsslib mag niet in een oppervlaktewaterlichaam worden gebracht.

Regeling
Scheepsafvalstoffenregeling Rijn- en binnenvaart
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
09-10-2025
BWB-id
BWBR0031351
Versie
2025-10-09_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl