wetzoeker

Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2012

Regeling van de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie van 17 februari 2012, nr. WJZ/12001252, houdende aanwijzing van categorieën van productie-installaties voor de stimulering van duurzame energieproductie in het jaar 2012 (Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2012)

Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
13-02-2014
Rechtsgebied
Ondernemingspraktijk
Ministerie
Economische Zaken
BWB-id
BWBR0031291
Versie
2014-02-13_0
SHA-256 bron
e613fe575b0074d755cacbe88801db8cb2de4ba9784e0aaa4c2aaf412916678d

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (151)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3
  4. Artikel 4
  5. Artikel 5
  6. Artikel 6
  7. Artikel 7
  8. Artikel 8
  9. Artikel 9
  10. Artikel 10
  11. Artikel 11
  12. Artikel 12
  13. Artikel 13
  14. Artikel 14
  15. Artikel 15
  16. Artikel 16
  17. Artikel 17
  18. Artikel 18
  19. Artikel 19
  20. Artikel 20
  21. Artikel 21
  22. Artikel 22
  23. Artikel 23
  24. Artikel 24
  25. Artikel 25
  26. Artikel 26
  27. Artikel 27
  28. Artikel 28
  29. Artikel 29
  30. Artikel 30
  31. Artikel 31
  32. Artikel 32
  33. Artikel 33
  34. Artikel 34
  35. Artikel 35
  36. Artikel 36
  37. Artikel 37
  38. Artikel 38
  39. Artikel 39
  40. Artikel 40
  41. Artikel 41
  42. Artikel 42
  43. Artikel 43
  44. Artikel 44
  45. Artikel 45
  46. Artikel 46
  47. Artikel 47
  48. Artikel 48
  49. Artikel 49
  50. Artikel 50
  51. Artikel 51
  52. Artikel 52
  53. Artikel 53
  54. Artikel 54
  55. Artikel 55
  56. Artikel 56
  57. Artikel 57
  58. Artikel 58
  59. Artikel 59
  60. Artikel 60
  61. Artikel 61
  62. Artikel 62
  63. Artikel 63
  64. Artikel 64
  65. Artikel 65
  66. Artikel 66
  67. Artikel 67
  68. Artikel 68
  69. Artikel 69
  70. Artikel 70
  71. Artikel 71
  72. Artikel 72
  73. Artikel 73
  74. Artikel 74
  75. Artikel 75
  76. Artikel 76
  77. Artikel 77
  78. Artikel 78
  79. Artikel 79
  80. Artikel 80
  81. Artikel 81
  82. Artikel 82
  83. Artikel 83
  84. Artikel 84
  85. Artikel 85
  86. Artikel 86
  87. Artikel 87
  88. Artikel 88
  89. Artikel 89
  90. Artikel 90
  91. Artikel 91
  92. Artikel 92
  93. Artikel 93
  94. Artikel 94
  95. Artikel 95
  96. Artikel 96
  97. Artikel 97
  98. Artikel 98
  99. Artikel 99
  100. Artikel 100
  101. Artikel 101
  102. Artikel 102
  103. Artikel 103
  104. Artikel 104
  105. Artikel 105
  106. Artikel 106
  107. Artikel 107
  108. Artikel 108
  109. Artikel 109
  110. Artikel 110
  111. Artikel 111
  112. Artikel 112
  113. Artikel 113
  114. Artikel 114
  115. Artikel 115
  116. Artikel 116
  117. Artikel 117
  118. Artikel 118
  119. Artikel 119
  120. Artikel 120
  121. Artikel 121
  122. Artikel 122
  123. Artikel 123
  124. Artikel 124
  125. Artikel 125
  126. Artikel 126
  127. Artikel 127
  128. Artikel 128
  129. Artikel 129
  130. Artikel 130
  131. Artikel 131
  132. Artikel 132
  133. Artikel 133
  134. Artikel 134
  135. Artikel 135
  136. Artikel 136
  137. Artikel 137
  138. Artikel 138
  139. Artikel 139
  140. Artikel 140
  141. Artikel 141
  142. Bijlage 1 — behorende bij artikel 2, vijfde lid, van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2012
  143. Artikel 1 — Tijdige ingebruikname van de productie-installatie
  144. Artikel 2 — Inhoud en omvang van de garantie
  145. Artikel 3 — Vrijval van de garantie
  146. Artikel 4 — Boetes
  147. Artikel 5 — Aanvang en einde Uitvoeringsovereenkomst
  148. Artikel 6 — Domiciliekeuze en berichtgevingen
  149. Artikel 7 — Rechtskeuze
  150. Artikel 8 — Citeertitel
  151. Model bankgarantie

§ 1 — Begripsbepalingen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

– algemene uitvoeringsregeling: de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie;

– allesvergisting: de biologische afbraakreacties van biomassa als bedoeld in de NTA 8003: 2008, met uitzondering van de nummers 410, 420, 500, 550 tot en met 559;

– besluit: het Besluit stimulering duurzame energieproductie;

– groen gas hub: een verzameling van productie-installaties voor de productie van hernieuwbaar gas waarvoor voor de invoeding van het hernieuwbaar gas op een gasnet gezamenlijk een of meerdere aansluitingen worden gebruikt, waarmee gezamenlijk hernieuwbare warmte wordt geproduceerd die nuttig wordt gebruikt of waarmee gezamenlijk hernieuwbare elektriciteit wordt geproduceerd die op een elektriciteitsnet of installatie, met uitzondering van de productie-installatie, wordt ingevoed;

– minister: de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie;

– NTA 8003:2008: de Nederlandse Technische Afspraak 8003, Classificatie van biomassa voor energietoepassing, uitgegeven door het Nederlands Normalisatie-instituut, zoals deze luidde op 31 december 2008;

– richtlijn hernieuwbare energie: richtlijn nr. 2009/28/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen en houdende wijziging en intrekking van Richtlijn 2001/77/EG en Richtlijn 2003/30/EG (PbEU 2009, L 140);

– thermische conversie van vaste of vloeibare biomassa: de omzetting van vaste of vloeibare biomassa door middel van:

1°. verbranding,

2°. een andere thermische behandeling dan bedoeld onder 1° ingeval de producten daarvan vervolgens worden verbrand of

3°. de verbranding van producten die voortkomen uit thermische behandeling;

– valhoogte: het verschil in waterpeil voor en achter de installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van waterkracht waarbij het maximaal elektrisch ontwerpvermogen van de turbine of de generator wordt gerealiseerd;

– vergisting en co-vergisting van dierlijke mest: de biologische afbraakreacties van in hoofdzaak verpompbare vaste en vloeibare uitwerpselen van dieren, al dan niet aangevuld met een of meer producten genoemd in de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet, waarbij het restant na vergisting als meststof mag worden verhandeld.

§ 2 — Algemene bepalingen

Artikel 2

1 Het subsidieplafond voor het verlenen van subsidie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit, hernieuwbaar gas en hernieuwbare warmte op grond van de artikelen 4, eerste lid, 9, eerste lid, 14, eerste lid, 19, eerste lid, 24, eerste lid, 28, eerste lid, 32, eerste lid, 36, eerste lid, 49, eerste lid, 54, eerste lid, 59, eerste lid, 64, eerste lid, 76, eerste lid, 81, eerste lid, 86, eerste lid, 91, eerste lid, 96, eerste lid, 101, eerste lid, 106, eerste lid, 111, eerste lid, 116, eerste lid, 121, eerste lid en 126, eerste lid, die is aangevraagd in de periode van 13 maart 2012, 9:00 uur, tot 27 december 2012, 17:00 uur, bedraagt € 1.700.000.000,00.

2 De minister verdeelt het bedrag, genoemd in het eerste lid, op volgorde van binnenkomst van de aanvragen.

3 Per categorie productie-installaties kan in de periode, genoemd in het eerste lid, per adres waarop een productie-installatie wordt geplaatst maximaal één aanvraag worden ingediend.

4 De minister beslist afwijzend op een aanvraag om subsidie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit, hernieuwbaar gas of hernieuwbare warmte door een productie-installatie van een categorie als bedoeld in het eerste lid indien op het moment van indienen van de aanvraag geen toestemming van de eigenaar van de beoogde locatie is verkregen voor het plaatsen van de productie-installatie.

5 Een subsidie als bedoeld in het eerste lid van meer dan € 400.000.000 wordt verleend onder de opschortende voorwaarde dat binnen zes weken na afgifte van deze beschikking een uitvoeringsovereenkomst overeenkomstig de overeenkomst opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 1 tot stand is gekomen tussen de Staat en de subsidie-aanvrager.

§ 2 — Algemene bepalingen

Artikel 3

1 Productie-installaties als bedoeld in de artikelen 4, 9, 28, 32 en 36 worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in artikel 15, tweede lid, van het besluit.

2 Productie-installaties als bedoeld in de artikelen 4, 9, 14, 19, 24, 28, 32 en 36 worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in artikel 15, vierde lid, van het besluit.

3 Productie-installaties als bedoeld in de artikelen 49, 54, 59 en 64 worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in artikel 32, tweede lid, van het besluit.

4 Productie-installaties als bedoeld in de artikelen 76, 81, 86, 91, 96, 101, 106, 111, 116, 121 en 126 worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in artikel 48, tweede lid, van het besluit.

5 Productie-installaties als bedoeld in de artikelen 86, 106, 111 en 126 worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in artikel 48, vijfde lid, van het besluit.

§ 3 — Hernieuwbare elektriciteit › § 3.1 — Waterkracht

Artikel 4

1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie waarmee door hydro-mechanisch-elektrische omzetting hernieuwbare elektriciteit wordt geproduceerd uit potentiële dan wel kinetische energie van stromend water dat niet specifiek ten behoeve van de elektriciteitsproductie omhoog is gepompt:

a. in installaties met een valhoogte gelijk aan of groter dan 50 centimeter en kleiner dan 5 meter;

b. in installaties met een valhoogte gelijk aan of groter dan 5 meter.

2 Aanvragen om subsidie als bedoeld in:

a. het eerste lid, onderdeel a, worden ontvangen in de periode van 3 september 2012, 17:00 uur, tot 27 december 2012, 17:00 uur;

b. het eerste lid, onderdeel b, worden ontvangen in de periode van 1 mei 2012, 17:00 uur, tot 27 december 2012, 17:00 uur.

3 Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 2.

§ 3 — Hernieuwbare elektriciteit › § 3.1 — Waterkracht

Artikel 5

1 Subsidie als bedoeld in artikel 4, eerste lid, wordt voor een periode van 15 jaar verstrekt.

2 De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 4, eerste lid, binnen 4 jaar na de datum van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 3 — Hernieuwbare elektriciteit › § 3.1 — Waterkracht

Artikel 6

Het maximaal aantal vollasturen voor een productie-installatie als bedoeld in:

a. artikel 4, eerste lid, onderdeel a, bedraagt 7000 uren per jaar.

b. artikel 4, eerste lid, onderdeel b, bedraagt 4800 uren per jaar.

§ 3 — Hernieuwbare elektriciteit › § 3.1 — Waterkracht

Artikel 7

Het basisbedrag, bedoeld in artikel 11 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 4, eerste lid, bedraagt voor een productie-installatie als bedoeld in:

a. artikel 4, eerste lid, onderdeel a, in de periode, genoemd in artikel 4, tweede lid, onderdeel a: € 0,118 per kWh;

b. artikel 4, eerste lid, onderdeel b, in de periode, genoemd in artikel 4, tweede lid, onderdeel b: € 0,071 per kWh.

§ 3 — Hernieuwbare elektriciteit › § 3.1 — Waterkracht

Artikel 8

De basiselektriciteitsprijs, bedoeld in artikel 12 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdelen a en b, bedraagt € 0,045 per kWh.

§ 3 — Hernieuwbare elektriciteit › § 3.2 — Afvalwater- of rioolwaterzuiveringsinstallaties

Artikel 9

1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie waarmee hernieuwbare elektriciteit wordt geproduceerd uit gas dat vrijkomt tengevolge van biologische afbraakreacties bij de zuivering van huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater en afvloeiend hemelwater, gebruik makende van thermische drukhydrolyse.

2 Aanvragen om subsidie als bedoeld in het eerste lid, worden ontvangen in de periode van 18 juni 2012, 17:00 uur, tot 27 december 2012, 17:00 uur.

3 Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 3.

§ 3 — Hernieuwbare elektriciteit › § 3.2 — Afvalwater- of rioolwaterzuiveringsinstallaties

Artikel 10

1 Subsidie als bedoeld in artikel 9, eerste lid, wordt voor een periode van 12 jaar verstrekt.

2 De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 9, eerste lid, binnen 4 jaar na de datum van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 3 — Hernieuwbare elektriciteit › § 3.2 — Afvalwater- of rioolwaterzuiveringsinstallaties

Artikel 11

Het maximaal aantal vollasturen voor een productie-installatie als bedoeld in artikel 9, eerste lid, bedraagt 8000 uren per jaar.

§ 3 — Hernieuwbare elektriciteit › § 3.2 — Afvalwater- of rioolwaterzuiveringsinstallaties

Artikel 12

Het basisbedrag, bedoeld in artikel 11 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 9, eerste lid, bedraagt in de periode, genoemd in artikel 9, tweede lid, € 0,096 per kWh.

§ 3 — Hernieuwbare elektriciteit › § 3.2 — Afvalwater- of rioolwaterzuiveringsinstallaties

Artikel 13

De basiselektriciteitsprijs, bedoeld in artikel 12 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 9, eerste lid, bedraagt € 0,045 per kWh.

§ 3 — Hernieuwbare elektriciteit › § 3.3 — Wind op land

Artikel 14

1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie die niet is opgericht in de territoriale zee of in de Nederlandse exclusieve economische zone:

a. met een nominaal vermogen per turbine kleiner dan 6,0 MW;

b. met een nominaal vermogen per turbine kleiner dan 6,0 MW, die meer dan 1760 vollasturen kan produceren;

c. met een nominaal vermogen per turbine gelijk aan of groter dan 6,0 MW.

2 Aanvragen om subsidie als bedoeld in:

a. het eerste lid, onderdeel b, worden ontvangen in de periode van 1 mei 2012, 17:00 uur, tot 27 december 2012, 17:00 uur.

b. het eerste lid, onderdelen a en c, worden ontvangen in de periode van 18 juni 2012, 17:00 uur, tot 27 december 2012, 17:00 uur.

3 Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 4.

§ 3 — Hernieuwbare elektriciteit › § 3.3 — Wind op land

Artikel 15

1 Subsidie als bedoeld in artikel 14, eerste lid, wordt voor een periode van 15 jaar verstrekt.

2 De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 14, eerste lid, binnen 4 jaar na de datum van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 3 — Hernieuwbare elektriciteit › § 3.3 — Wind op land

Artikel 16

Het maximaal aantal vollasturen voor een productie-installatie:

a. als bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel a, bedraagt 1760 uren per jaar;

b. als bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel b, bedraagt 2120 uren per jaar;

c. als bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel c, bedraagt 2400 uren per jaar.

§ 3 — Hernieuwbare elektriciteit › § 3.3 — Wind op land

Artikel 17

Het basisbedrag, bedoeld in artikel 11 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in:

a. artikel 14, eerste lid, onderdeel b, bedraagt in de periode, genoemd in artikel 14, tweede lid, onderdeel a, € 0,106 per kWh;

b. artikel 14, eerste lid, onderdelen a en c, bedraagt in de periode, genoemd in artikel 14, tweede lid, onderdeel b, € 0,120 per kWh.

§ 3 — Hernieuwbare elektriciteit › § 3.3 — Wind op land

Artikel 18

De basiselektriciteitsprijs, bedoeld in artikel 12 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 14, eerste lid, bedraagt voor een productie-installatie als bedoeld in:

a. artikel 14, eerste lid, onderdeel a: € 0,050 per kWh;

b. artikel 14, eerste lid, onderdeel b: € 0,051 per kWh;

c. artikel 14, eerste lid, onderdeel c: € 0,052 per kWh.

§ 3 — Hernieuwbare elektriciteit › § 3.4 — Wind in meer

Artikel 19

1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie die niet is opgericht in de territoriale zee of in de Nederlandse exclusieve economische zone en waarvan de fundering in een meer van minimaal één vierkante kilometer staat.

2 Aanvragen om subsidie als bedoeld in het eerste lid worden ontvangen in de periode van 3 september 2012, 17:00 uur, tot 27 december 2012, 17:00 uur.

3 Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 4.

§ 3 — Hernieuwbare elektriciteit › § 3.4 — Wind in meer

Artikel 20

1 Subsidie als bedoeld in artikel 19, eerste lid, wordt voor een periode van 15 jaar verstrekt.

2 De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 19, eerste lid, binnen 4 jaar na de datum van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 3 — Hernieuwbare elektriciteit › § 3.4 — Wind in meer

Artikel 21

Het maximaal aantal vollasturen voor een productie-installatie als bedoeld in artikel 19, eerste lid, bedraagt 2480 uren per jaar.

§ 3 — Hernieuwbare elektriciteit › § 3.4 — Wind in meer

Artikel 22

Het basisbedrag, bedoeld in artikel 11 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 19, eerste lid, bedraagt in de periode, genoemd in artikel 19, tweede lid, € 0,154 per kWh.

§ 3 — Hernieuwbare elektriciteit › § 3.4 — Wind in meer

Artikel 23

De basiselektriciteitsprijs, bedoeld in artikel 12 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 19, eerste lid, bedraagt € 0,052 per kWh.

§ 3 — Hernieuwbare elektriciteit › § 3.5 — Vrije categorie › § 3.5.1 — Productie-installaties uitsluitend in vrije categorie › § 3.5.1.1 — Wind op zee

Artikel 24

1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie op zee.

2 Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 4.

§ 3 — Hernieuwbare elektriciteit › § 3.5 — Vrije categorie › § 3.5.1 — Productie-installaties uitsluitend in vrije categorie › § 3.5.1.1 — Wind op zee

Artikel 25

1 Subsidie als bedoeld in artikel 24, eerste lid, wordt voor een periode van 15 jaar verstrekt.

2 De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 24, eerste lid, binnen 5 jaar na de datum van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 3 — Hernieuwbare elektriciteit › § 3.5 — Vrije categorie › § 3.5.1 — Productie-installaties uitsluitend in vrije categorie › § 3.5.1.1 — Wind op zee

Artikel 26

Het maximaal aantal vollasturen voor een productie-installatie als bedoeld in artikel 24, eerste lid, bedraagt 3200 uren per jaar.

§ 3 — Hernieuwbare elektriciteit › § 3.5 — Vrije categorie › § 3.5.1 — Productie-installaties uitsluitend in vrije categorie › § 3.5.1.1 — Wind op zee

Artikel 27

De basiselektriciteitsprijs, bedoeld in artikel 12 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 24, eerste lid, bedraagt € 0,052623 per kWh.

§ 3 — Hernieuwbare elektriciteit › § 3.5 — Vrije categorie › § 3.5.1 — Productie-installaties uitsluitend in vrije categorie › § 3.5.1.2 — Fotovoltaïsche zonnepanelen

Artikel 28

1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit uit zonlicht met behulp van fotovoltaïsche zonnepanelen met een vermogen groter dan of gelijk aan 15 kWp, die is aangesloten op een elektriciteitsnet via een aansluiting met een totale maximale doorlaatwaarde van meer dan 3*80 A.

2 Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 5.

§ 3 — Hernieuwbare elektriciteit › § 3.5 — Vrije categorie › § 3.5.1 — Productie-installaties uitsluitend in vrije categorie › § 3.5.1.2 — Fotovoltaïsche zonnepanelen

Artikel 29

1 Subsidie als bedoeld in artikel 28, eerste lid, wordt voor een periode van 15 jaar verstrekt.

2 De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 28, eerste lid, binnen 3 jaar na de datum van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 3 — Hernieuwbare elektriciteit › § 3.5 — Vrije categorie › § 3.5.1 — Productie-installaties uitsluitend in vrije categorie › § 3.5.1.2 — Fotovoltaïsche zonnepanelen

Artikel 30

Het maximaal aantal vollasturen voor een productie-installatie als bedoeld in artikel 28, eerste lid, bedraagt 1000 uren per jaar.

§ 3 — Hernieuwbare elektriciteit › § 3.5 — Vrije categorie › § 3.5.1 — Productie-installaties uitsluitend in vrije categorie › § 3.5.1.2 — Fotovoltaïsche zonnepanelen

Artikel 31

De basiselektriciteitsprijs, bedoeld in artikel 12 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 28, eerste lid, bedraagt: € 0,057 per kWh.

§ 3 — Hernieuwbare elektriciteit › § 3.5 — Vrije categorie › § 3.5.1 — Productie-installaties uitsluitend in vrije categorie › § 3.5.1.3 — Osmose

Artikel 32

1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie waarmee hernieuwbare elektriciteit wordt gegenereerd uitsluitend ten gevolge van het verschil in zoutconcentratie tussen twee watermassa’s.

2 Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 2.

§ 3 — Hernieuwbare elektriciteit › § 3.5 — Vrije categorie › § 3.5.1 — Productie-installaties uitsluitend in vrije categorie › § 3.5.1.3 — Osmose

Artikel 33

1 Subsidie als bedoeld in artikel 32, eerste lid, wordt voor een periode van 15 jaar verstrekt.

2 De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 32, eerste lid, binnen 4 jaar na de datum van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 3 — Hernieuwbare elektriciteit › § 3.5 — Vrije categorie › § 3.5.1 — Productie-installaties uitsluitend in vrije categorie › § 3.5.1.3 — Osmose

Artikel 34

Het maximaal aantal vollasturen voor een productie-installatie als bedoeld in artikel 32, eerste lid, bedraagt 8000 uren per jaar.

§ 3 — Hernieuwbare elektriciteit › § 3.5 — Vrije categorie › § 3.5.1 — Productie-installaties uitsluitend in vrije categorie › § 3.5.1.3 — Osmose

Artikel 35

De basiselektriciteitsprijs, bedoeld in artikel 12 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 32, eerste lid, bedraagt € 0,045 per kWh.

§ 3 — Hernieuwbare elektriciteit › § 3.5 — Vrije categorie › § 3.5.1 — Productie-installaties uitsluitend in vrije categorie › § 3.5.1.4 — Vrije stromingsenergie

Artikel 36

1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie waarmee door hydro-mechanisch-elektrische omzetting hernieuwbare elektriciteit wordt geproduceerd uit potentiële dan wel kinetische energie van stromend water dat niet specifiek ten behoeve van de elektriciteitsproductie omhoog is gepompt in installaties met een valhoogte kleiner dan 50 centimeter.

2 Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 2.

§ 3 — Hernieuwbare elektriciteit › § 3.5 — Vrije categorie › § 3.5.1 — Productie-installaties uitsluitend in vrije categorie › § 3.5.1.4 — Vrije stromingsenergie

Artikel 37

1 Subsidie als bedoeld in artikel 36, eerste lid, wordt voor een periode van 15 jaar verstrekt.

2 De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 36, eerste lid, binnen 4 jaar na de datum van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 3 — Hernieuwbare elektriciteit › § 3.5 — Vrije categorie › § 3.5.1 — Productie-installaties uitsluitend in vrije categorie › § 3.5.1.4 — Vrije stromingsenergie

Artikel 38

Het maximaal aantal vollasturen voor een productie-installatie als bedoeld in artikel 36, eerste lid, bedraagt 2800 uren per jaar.

§ 3 — Hernieuwbare elektriciteit › § 3.5 — Vrije categorie › § 3.5.1 — Productie-installaties uitsluitend in vrije categorie › § 3.5.1.4 — Vrije stromingsenergie

Artikel 39

De basiselektriciteitsprijs, bedoeld in artikel 12 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 36, eerste lid, bedraagt € 0,045 per kWh.

§ 3 — Hernieuwbare elektriciteit › § 3.5 — Vrije categorie › § 3.5.2 — Vrije categorie fase 1

Artikel 40

Aanvragen om subsidie als bedoeld in:

a. artikel 4, eerste lid;

b. artikel 9, eerste lid;

c. artikel 14, eerste lid;

d. artikel 19, eerste lid;

e. artikel 24, eerste lid;

f. artikel 28, eerste lid;

g. artikel 32, eerste lid;

h. artikel 36, eerste lid;

worden ontvangen in de periode van 13 maart 2012, 9:00 uur, tot 1 mei 2012, 17:00 uur.

§ 3 — Hernieuwbare elektriciteit › § 3.5 — Vrije categorie › § 3.5.2 — Vrije categorie fase 1

Artikel 41

1 Het basisbedrag, bedoeld in artikel 11 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 40, onderdelen a, b, f, g en h bedraagt in de periode, genoemd in artikel 40: € 0,070 per kWh.

2 Het basisbedrag, bedoeld in artikel 11 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 40, onderdelen c, d en e bedraagt in de periode, genoemd in artikel 40: € 0,088 per kWh.

§ 3 — Hernieuwbare elektriciteit › § 3.5 — Vrije categorie › § 3.5.3 — Vrije categorie fase 2

Artikel 42

Aanvragen om subsidie als bedoeld in:

a. artikel 4, eerste lid, onderdeel a;

b. artikel 9, eerste lid;

c. artikel 14, eerste lid, onderdelen a en c;

d. artikel 19, eerste lid;

e. artikel 24, eerste lid;

f. artikel 28, eerste lid;

g. artikel 32, eerste lid;

h. artikel 36, eerste lid;

worden ontvangen in de periode van 1 mei 2012, 17:00 uur, tot 18 juni 2012, 17:00 uur.

§ 3 — Hernieuwbare elektriciteit › § 3.5 — Vrije categorie › § 3.5.3 — Vrije categorie fase 2

Artikel 43

1 Het basisbedrag, bedoeld in artikel 11 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 42, onderdelen a, b, f, g en h bedraagt in de periode, genoemd in artikel 42: € 0,090 per kWh.

2 Het basisbedrag, bedoeld in artikel 11 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 42, onderdelen c, d en e bedraagt in de periode, genoemd in artikel 42: € 0,113 per kWh.

§ 3 — Hernieuwbare elektriciteit › § 3.5 — Vrije categorie › § 3.5.4 — Vrije categorie fase 3

Artikel 44

Aanvragen om subsidie als bedoeld in:

a. artikel 4, eerste lid, onderdeel a;

b. artikel 19, eerste lid;

c. artikel 24, eerste lid;

d. artikel 28, eerste lid;

e. artikel 32, eerste lid;

f. artikel 36, eerste lid;

worden ontvangen in de periode van 18 juni 2012, 17:00 uur, tot 3 september 2012, 17:00 uur.

§ 3 — Hernieuwbare elektriciteit › § 3.5 — Vrije categorie › § 3.5.4 — Vrije categorie fase 3

Artikel 45

1 Het basisbedrag, bedoeld in artikel 11 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 44, onderdelen a, d, e en f bedraagt voor aanvragen ontvangen in de periode, genoemd in artikel 44: € 0,110 per kWh.

2 Het basisbedrag, bedoeld in artikel 11 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 44, onderdelen b en c bedraagt voor aanvragen ontvangen in de periode, genoemd in artikel 44: € 0,138 per kWh.

§ 3 — Hernieuwbare elektriciteit › § 3.5 — Vrije categorie › § 3.5.5 — Vrije categorie fases 4 en 5

Artikel 46

Aanvragen om subsidie als bedoeld in:

a. artikel 24, eerste lid;

b. artikel 28, eerste lid;

c. artikel 32, eerste lid;

d. artikel 36, eerste lid;

worden ontvangen in de periode van 3 september, 17:00 uur, tot 27 december 2012, 17:00 uur.

§ 3 — Hernieuwbare elektriciteit › § 3.5 — Vrije categorie › § 3.5.5 — Vrije categorie fases 4 en 5

Artikel 47

1 Het basisbedrag, bedoeld in artikel 11 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 46, onderdeel a, bedraagt voor aanvragen ontvangen in de periode:

a. van 3 september 2012, 17:00 uur, tot 5 november 2012, 17:00 uur € 0,163 per kWh;

b. van 5 november 2012, 17:00 uur, tot 27 december 2012, 17:00 uur € 0,188 per kWh.

2 Het basisbedrag, bedoeld in artikel 11 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 46, onderdelen b, c en d, bedraagt voor aanvragen ontvangen in de periode:

a. van 3 september 2012, 17:00 uur, tot 5 november 2012, 17:00 uur € 0,130 per kWh;

b. van 5 november 2012, 17:00 uur, tot 27 december 2012, 17:00 uur € 0,150 per kWh.

§ 3 — Hernieuwbare elektriciteit › § 3.6 — Correctiebedragen voorschotverlening productie van hernieuwbare elektriciteit

Artikel 48

De correcties op het basisbedrag voor subsidie voor een productie-installatie als bedoeld in het in de eerste kolom van onderstaande tabel genoemde artikel, worden voor 2012 vastgesteld voor wat betreft de elektriciteitsprijs, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel a, van het besluit het in de tweede kolom genoemde bedrag in € per kWh en voor wat betreft de correcties, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdelen b en c, het in het derde kolom genoemde bedrag in € per kWh.

1 | 2 | 3

artikel 4, eerste lid | 0,052 | 0

artikel 9, eerste lid | 0,052 | 0

artikel 14, eerste lid, onderdeel a | 0,058 | 0

artikel 14, eerste lid, onderdeel b | 0,059 | 0

artikel 14, eerste lid, onderdeel c | 0,060 | 0

artikel 19, eerste lid | 0,060 | 0

artikel 24, eerste lid | 0,060964 | 0

artikel 28, eerste lid | 0,057 | 0

artikel 32, eerste lid | 0,052 | 0

artikel 36, eerste lid | 0,052 | 0

§ 4 — Hernieuwbaar gas › § 4.1 — Biomassavergisting

Artikel 49

1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbaar gas geproduceerd door:

a. een productie-installatie bestaande uit een vergistingsinstallatie en een installatie voor het opwerken van hernieuwbaar gas tot aardgaskwaliteit, waarmee hernieuwbaar gas wordt geproduceerd met gebruik van uitsluitend biogas uit allesvergisting;

b. een productie-installatie bestaande uit een vergistingsinstallatie en een installatie voor het opwerken van hernieuwbaar gas tot aardgaskwaliteit, waarmee hernieuwbaar gas wordt geproduceerd met gebruik van uitsluitend biogas uit vergisting en co-vergisting van dierlijke mest;

c. een productie-installatie waarmee hernieuwbaar gas wordt geproduceerd met gebruik van uitsluitend biogas uit allesvergisting die onderdeel uitmaakt van een groen gas hub voor de gezamenlijke invoeding van het hernieuwbaar gas op een gasnet;

d. een productie-installatie waarmee hernieuwbaar gas wordt geproduceerd met gebruik van uitsluitend biogas uit vergisting en co-vergisting van dierlijke mest die onderdeel uitmaakt van een groen gas hub voor de gezamenlijke invoeding van het hernieuwbaar gas op een gasnet.

2 Productie-installaties als bedoeld in het eerste lid, onderdelen c en d, worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in de artikelen 32, vierde lid, en 56, eerste lid, tweede volzin, van het besluit.

3 Aanvragen om subsidie als bedoeld in:

a. het eerste lid, onderdelen a en c, worden ontvangen in de periode van 1 mei 2012, 17:00 uur, tot 27 december 2012, 17:00 uur;

b. het eerste lid, onderdelen b en d, worden ontvangen in de periode van 18 juni 2012, 17:00 uur, tot 27 december 2012, 17:00 uur.

4 Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 6.

§ 4 — Hernieuwbaar gas › § 4.1 — Biomassavergisting

Artikel 50

1 Subsidie als bedoeld in artikel 49, eerste lid, wordt voor een periode van 12 jaar verstrekt.

2 De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 49, eerste lid, binnen 4 jaar na de datum van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 4 — Hernieuwbaar gas › § 4.1 — Biomassavergisting

Artikel 51

Het maximaal aantal vollasturen voor een productie-installatie bedoeld in artikel 49, eerste lid, bedraagt 8000 uren per jaar.

§ 4 — Hernieuwbaar gas › § 4.1 — Biomassavergisting

Artikel 52

Het basisbedrag, bedoeld in artikel 28 van het besluit, bedraagt voor subsidie als bedoeld in:

a. artikel 49, eerste lid, onderdelen a en c, in de periode, genoemd in artikel 49, derde lid, onderdeel a: € 0,592 per Nm3;

b. artikel 49, eerste lid, onderdeel b, in de periode, genoemd in artikel 49, derde lid, onderdeel b: € 0,729 per Nm3;

c. artikel 49, eerste lid, onderdeel d, in de periode, genoemd in artikel 49, derde lid, onderdeel b: € 0,708 per Nm3.

§ 4 — Hernieuwbaar gas › § 4.1 — Biomassavergisting

Artikel 53

De basisenergieprijs, bedoeld in artikel 29 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 49, eerste lid, bedraagt € 0,187 per Nm3.

§ 4 — Hernieuwbaar gas › § 4.2 — Biomassavergisting hubs hernieuwbare warmte en hernieuwbare elektriciteit

Artikel 54

1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbaar gas geproduceerd door:

a. een productie-installatie waarmee hernieuwbaar gas wordt geproduceerd met gebruik van uitsluitend biogas uit allesvergisting die onderdeel uitmaakt van een groen gas hub waarmee hernieuwbare warmte wordt geproduceerd;

b. een productie-installatie waarmee hernieuwbaar gas wordt geproduceerd met gebruik van uitsluitend biogas uit vergisting en co-vergisting van dierlijke mest die onderdeel uitmaakt van een groen gas hub waarmee hernieuwbare warmte wordt geproduceerd;

c. een productie-installatie waarmee hernieuwbaar gas wordt geproduceerd met gebruik van uitsluitend biogas uit allesvergisting die onderdeel uitmaakt van een groen gas hub en waarbij het nominaal elektrisch vermogen ten minste 30% van de som van het nominale warmte en elektrisch vermogen bedraagt;

d. een productie-installatie waarmee hernieuwbaar gas wordt geproduceerd met gebruik van uitsluitend biogas uit vergisting en co-vergisting van dierlijke mest die onderdeel uitmaakt van een groen gas hub en waarbij het nominaal elektrisch vermogen ten minste 30% van de som van nominale warmte en elektrisch vermogen bedraagt.

2 Productie-installaties als bedoeld in het eerste lid, worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in artikel 32, vijfde lid, en 56, eerste lid, tweede volzin, van het besluit.

3 Aanvragen om subsidie als bedoeld in:

a. het eerste lid, onderdelen a tot en met c, worden ontvangen in de periode van 13 maart 2012, 9:00 uur, 17:00 uur, tot 27 december 2012, 17:00 uur;

b. het eerste lid, onderdeel d, worden ontvangen in de periode van 1 mei 2012, 17:00 uur, tot 27 december 2012, 17:00 uur.

4 Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 3.

§ 4 — Hernieuwbaar gas › § 4.2 — Biomassavergisting hubs hernieuwbare warmte en hernieuwbare elektriciteit

Artikel 55

1 Subsidie als bedoeld in artikel 54, eerste lid, wordt voor een periode van 12 jaar verstrekt.

2 De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 54, eerste lid, binnen 4 jaar na de datum van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 4 — Hernieuwbaar gas › § 4.2 — Biomassavergisting hubs hernieuwbare warmte en hernieuwbare elektriciteit

Artikel 56

Het maximaal aantal vollasturen bedraagt voor een productie-installatie bedoeld in:

a. artikel 54, eerste lid, onderdelen a en b: 7000 uren per jaar;

b. artikel 54, eerste lid, onderdelen c en d: 5935 uren per jaar.

§ 4 — Hernieuwbaar gas › § 4.2 — Biomassavergisting hubs hernieuwbare warmte en hernieuwbare elektriciteit

Artikel 57

Het basisbedrag, bedoeld in artikel 28 van het besluit, bedraagt voor subsidie als bedoeld in:

a. artikel 54, eerste lid, onderdeel a, in de periode, genoemd in artikel 54, derde lid, onderdeel a: € 14,8 per GJ;

b. artikel 54, eerste lid, onderdeel b, in de periode, genoemd in artikel 54, derde lid, onderdeel a: € 17,7 per GJ;

c. artikel 54, eerste lid, onderdeel c, in de periode, genoemd in artikel 54, derde lid, onderdeel a: € 19,2 per GJ;

d. artikel 54, eerste lid, onderdeel d, in de periode, genoemd in artikel 54, derde lid, onderdeel b: € 22,5 per GJ.

§ 4 — Hernieuwbaar gas › § 4.2 — Biomassavergisting hubs hernieuwbare warmte en hernieuwbare elektriciteit

Artikel 58

1 De basisenergieprijs, bedoeld in artikel 29 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 54, eerste lid, onderdelen a en b, bedraagt € 4,1 per GJ.

2 De basisenergieprijs, bedoeld in artikel 29 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 54, eerste lid, onderdelen c en d, bedraagt € 9,6 per GJ.

§ 4 — Hernieuwbaar gas › § 4.3 — Biomassavergassing

Artikel 59

1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbaar gas geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbaar gas uit biomassa als bedoeld in de NTA 8003: 2008, met uitzondering van biomassa als bedoeld in de nummers 100, 150, 170 tot en met 179, 500, 550 tot en met 559 van de NTA 8003: 2008, door middel van vergassing.

2 Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid draagt er zorg voor dat ten minste 95% van de energetische waarde van de voor de productie gebruikte brandstof biogeen is.

3 Aanvragen om subsidie als bedoeld in het eerste lid worden ontvangen in de periode van 5 november 2012, 17:00 uur, tot 27 december 2012, 17:00 uur.

4 Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 6.

§ 4 — Hernieuwbaar gas › § 4.3 — Biomassavergassing

Artikel 60

1 Subsidie als bedoeld in artikel 59, eerste lid, wordt voor een periode van 12 jaar verstrekt.

2 De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 59, eerste lid, binnen 4 jaar na de datum van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 4 — Hernieuwbaar gas › § 4.3 — Biomassavergassing

Artikel 61

Het maximaal aantal vollasturen voor een productie-installatie bedoeld in artikel 59, eerste lid, bedraagt 7500 uren per jaar.

§ 4 — Hernieuwbaar gas › § 4.3 — Biomassavergassing

Artikel 62

Het basisbedrag, bedoeld in artikel 28 van het besluit, bedraagt voor subsidie als bedoeld in artikel 59, eerste lid, in de periode genoemd in artikel 59, derde lid, € 0,975 per Nm3.

§ 4 — Hernieuwbaar gas › § 4.3 — Biomassavergassing

Artikel 63

De basisenergieprijs, bedoeld in artikel 29 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 59, eerste lid, bedraagt € 0,187 per Nm3.

§ 4 — Hernieuwbaar gas › § 4.4 — Verlengde levensduur bestaande installaties

Artikel 64

1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbaar gas geproduceerd door een bestaande productie-installatie van ten minste 8,5 jaar oud:

a. waarmee hernieuwbaar gas wordt geproduceerd met gebruik van uitsluitend biogas uit allesvergisting;

b. waarmee hernieuwbaar gas wordt geproduceerd met gebruik van uitsluitend biogas uit vergisting en co-vergisting van dierlijke mest.

2 Productie-installaties als bedoeld in het eerste lid worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in de artikelen 3, eerste lid, onderdeel d, en tweede lid, onderdeel a, 32, vierde lid, en 56, eerste lid, tweede volzin, van het besluit.

3 Aanvragen om subsidie:

a. als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, worden ontvangen in de periode van 13 maart 2012, 9:00 uur, tot 27 december 2012, 17:00 uur;

b. als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, worden ontvangen in de periode van 1 mei 2012, 17:00 uur, tot 27 december 2012, 17:00 uur.

4 Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 6.

§ 4 — Hernieuwbaar gas › § 4.4 — Verlengde levensduur bestaande installaties

Artikel 65

1 Subsidie als bedoeld in artikel 64, eerste lid, wordt voor een periode van 12 jaar, die niet eerder ingaat dan nadat de aanvraag om subsidie is gedaan, verstrekt.

2 De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 64, eerste lid, binnen 3 jaar na de datum van de beschikking tot subsidieverlening opnieuw in gebruik.

§ 4 — Hernieuwbaar gas › § 4.4 — Verlengde levensduur bestaande installaties

Artikel 66

Het maximaal aantal vollasturen voor een productie-installatie als bedoeld in artikel 64, eerste lid, bedraagt 8.000 uren per jaar.

§ 4 — Hernieuwbaar gas › § 4.4 — Verlengde levensduur bestaande installaties

Artikel 67

Het basisbedrag, bedoeld in artikel 28 van het besluit, bedraagt voor subsidie als bedoeld in:

a. artikel 64, eerste lid, onderdeel a, in de periode, genoemd in artikel 64, derde lid, onderdeel a, € 0,482 per Nm3;

b. artikel 64, eerste lid, onderdeel b, in de periode, genoemd in artikel 64, derde lid, onderdeel b, € 0,551 per Nm3.

§ 4 — Hernieuwbaar gas › § 4.4 — Verlengde levensduur bestaande installaties

Artikel 68

De basisenergieprijs, bedoeld in artikel 29 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 64, eerste lid, bedraagt € 0,187 per Nm3.

§ 4 — Hernieuwbaar gas › § 4.5 — Vrije categorie › § 4.5.1 — Vrije categorie fase 1

Artikel 69

Aanvragen om subsidie als bedoeld in:

a. artikel 49, eerste lid;

b. artikel 54, eerste lid, onderdeel d;

c. artikel 59, eerste lid;

d. artikel 64, eerste lid, onderdeel b;

worden ontvangen in de periode van 13 maart 2012, 9:00 uur, tot 1 mei 2012, 17:00 uur.

§ 4 — Hernieuwbaar gas › § 4.5 — Vrije categorie › § 4.5.1 — Vrije categorie fase 1

Artikel 70

Het basisbedrag, bedoeld in artikel 28 van het besluit, voor subsidie:

a. als bedoeld in artikel 69, onderdelen a, c en d, bedraagt in de periode, genoemd in artikel 69, € 0,4827 per Nm3;

b. als bedoeld in artikel 69, onderdeel b, bedraagt in de periode, genoemd in artikel 69, € 19,444 per GJ.

§ 4 — Hernieuwbaar gas › § 4.5 — Vrije categorie › § 4.5.2 — Vrije categorie fase 2

Artikel 71

Aanvragen om subsidie als bedoeld in:

a. artikel 49, eerste lid, onderdelen b en d;

b. artikel 59, eerste lid;

worden ontvangen in de periode van 1 mei 2012, 17:00 uur, tot 18 juni 2012, 17:00 uur.

§ 4 — Hernieuwbaar gas › § 4.5 — Vrije categorie › § 4.5.2 — Vrije categorie fase 2

Artikel 72

Het basisbedrag, bedoeld in artikel 28 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 71 bedraagt in de periode, genoemd in artikel 71: € 0,6207 per Nm3.

§ 4 — Hernieuwbaar gas › § 4.5 — Vrije categorie › § 4.5.3 — Vrije categorie fases 3 en 4

Artikel 73

Aanvragen om subsidie als bedoeld in artikel 59, eerste lid, worden ontvangen in de periode van 18 juni 2012, 17:00 uur, tot 5 november 2012, 17:00 uur.

§ 4 — Hernieuwbaar gas › § 4.5 — Vrije categorie › § 4.5.3 — Vrije categorie fases 3 en 4

Artikel 74

Het basisbedrag, bedoeld in artikel 28 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 73 bedraagt voor aanvragen ontvangen in de periode:

a. van 18 juni 2012, 17:00 uur, tot 3 september 2012, 17:00 uur € 0,7586 per Nm3;

b. van 3 september 2012, 17:00 uur, tot 5 november 2012, 17:00 uur € 0,8965 per Nm3.

§ 4 — Hernieuwbaar gas › § 4.6 — Correctiebedragen voorschotverlening productie van hernieuwbaar gas

Artikel 75

De correcties op het basisbedrag voor subsidie voor een productie-installatie als bedoeld in het in de eerste kolom genoemde artikel, worden voor 2012 vastgesteld voor wat betreft de gasprijs, bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel a, van het besluit het in de tweede kolom genoemde bedrag en voor wat betreft de correcties, bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdelen b en c, het in het derde kolom genoemde bedrag.

1 | 2 | 3

artikel 49, eerste lid | € 0,247 per Nm3 | € 0 per Nm3

artikel 54, eerste lid, onderdeel a | € 5,5 per GJ | € 0 per GJ

artikel 54, eerste lid, onderdeel b | € 5,5 per GJ | € 0 per GJ

artikel 54, eerste lid, onderdeel c | € 11,4 per GJ | € 0 per GJ

artikel 54, eerste lid, onderdeel d | € 11,4 per GJ | € 0 per GJ

artikel 59, eerste lid | € 0,247 per Nm3 | € 0 per Nm3

artikel 64, eerste lid | € 0,247 per Nm3 | € 0 per Nm3

§ 5 — Hernieuwbare warmte en gecombineerde opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte › § 5.1 — Ketel vaste biomassa warmte

Artikel 76

1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte geproduceerd door een ketel met een nominaal thermisch vermogen groter dan of gelijk aan 0,5 MW, voor de productie van warmte uit verbranding van vaste of vloeibare biomassa als bedoeld in de NTA 8003: 2008, met uitzondering van biomassa als bedoeld in de nummers 100, 150, 170 tot en met 179, 500, 550 tot en met 559 van de NTA 8003: 2008.

2 Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid draagt er zorg voor dat ten minste 95% van de energetische waarde van de voor de productie gebruikte brandstof biogeen is.

3 De minister verstrekt uitsluitend subsidie als bedoeld in het eerste lid voor productie van hernieuwbare warmte met behulp van vloeibare biomassa indien de producent aantoont dat de gebruikte vloeibare biomassa voldoet aan de duurzaamheidscriteria, bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de richtlijn hernieuwbare energie.

4 Aanvragen om subsidie als bedoeld in het eerste lid worden ontvangen in de periode van 13 maart 2012, 9:00 uur, tot 27 december 2012, 17:00 uur.

5 Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 3.

§ 5 — Hernieuwbare warmte en gecombineerde opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte › § 5.1 — Ketel vaste biomassa warmte

Artikel 77

1 Subsidie als bedoeld in artikel 76, eerste lid, wordt voor een periode van 12 jaar verstrekt.

2 De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 76, eerste lid, binnen 4 jaar na de datum van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 5 — Hernieuwbare warmte en gecombineerde opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte › § 5.1 — Ketel vaste biomassa warmte

Artikel 78

Het maximaal aantal vollasturen voor een productie-installatie bedoeld in artikel 76, eerste lid, bedraagt 7000 uren per jaar.

§ 5 — Hernieuwbare warmte en gecombineerde opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte › § 5.1 — Ketel vaste biomassa warmte

Artikel 79

Het basisbedrag, bedoeld in artikel 44 van het besluit, bedraagt voor subsidie als bedoeld in artikel 76, eerste lid, in de periode genoemd in artikel 76, vierde lid, € 10,9 per GJ.

§ 5 — Hernieuwbare warmte en gecombineerde opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte › § 5.1 — Ketel vaste biomassa warmte

Artikel 80

De basisenergieprijs, bedoeld in artikel 45 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 76, eerste lid, bedraagt € 7,0 per GJ.

§ 5 — Hernieuwbare warmte en gecombineerde opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte › § 5.2 — Geothermie warmte

Artikel 81

1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte geproduceerd door een productie-installatie waarmee hernieuwbare warmte wordt geproduceerd uit warmte die uitsluitend afkomstig is van een of meerdere geothermische bronnen met een diepte van minimaal 500 meter.

2 Aanvragen om subsidie als bedoeld in het eerste lid worden ontvangen in de periode van 13 maart 2012, 9:00 uur, tot 27 december 2012, 17:00 uur.

3 Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 7.

§ 5 — Hernieuwbare warmte en gecombineerde opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte › § 5.2 — Geothermie warmte

Artikel 82

1 Subsidie als bedoeld in artikel 81, eerste lid, wordt voor een periode van 15 jaar verstrekt.

2 De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 81, eerste lid, binnen 4 jaar na de datum van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 5 — Hernieuwbare warmte en gecombineerde opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte › § 5.2 — Geothermie warmte

Artikel 83

Het maximaal aantal vollasturen voor een productie-installatie bedoeld in artikel 81, eerste lid, bedraagt 7000 uren per jaar.

§ 5 — Hernieuwbare warmte en gecombineerde opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte › § 5.2 — Geothermie warmte

Artikel 84

Het basisbedrag, bedoeld in artikel 44 van het besluit, bedraagt voor subsidie als bedoeld in artikel 81, eerste lid, in de periode genoemd in artikel 81, tweede lid, € 10,9 per GJ.

§ 5 — Hernieuwbare warmte en gecombineerde opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte › § 5.2 — Geothermie warmte

Artikel 85

De basisenergieprijs, bedoeld in artikel 45 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 81, eerste lid, bedraagt € 4,1 per GJ.

§ 5 — Hernieuwbare warmte en gecombineerde opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte › § 5.3 — Geothermie gecombineerde opwekking

Artikel 86

1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte geproduceerd uit warmte die uitsluitend afkomstig is van een of meerdere geothermische bronnen met een diepte van minimaal 500 meter, uit een productie-installatie waarbij het nominaal elektrisch vermogen ten minste 5% van de som van het nominale warmte en elektrisch vermogen bedraagt.

2 Aanvragen om subsidie als bedoeld in het eerste lid worden ontvangen in de periode van 13 maart 2012, 9:00 uur, tot 27 december 2012, 17:00 uur.

3 Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 7.

§ 5 — Hernieuwbare warmte en gecombineerde opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte › § 5.3 — Geothermie gecombineerde opwekking

Artikel 87

1 Subsidie als bedoeld in artikel 86, eerste lid, wordt voor een periode van 15 jaar verstrekt.

2 De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 86, eerste lid, binnen 4 jaar na de datum van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 5 — Hernieuwbare warmte en gecombineerde opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte › § 5.3 — Geothermie gecombineerde opwekking

Artikel 88

Het maximaal aantal vollasturen voor een productie-installatie bedoeld in artikel 86, eerste lid, bedraagt 4.667 uren per jaar.

§ 5 — Hernieuwbare warmte en gecombineerde opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte › § 5.3 — Geothermie gecombineerde opwekking

Artikel 89

Het basisbedrag, bedoeld in artikel 44 van het besluit, bedraagt voor subsidie als bedoeld in artikel 86, eerste lid, in de periode genoemd in artikel 86, tweede lid, € 18,9 per GJ.

§ 5 — Hernieuwbare warmte en gecombineerde opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte › § 5.3 — Geothermie gecombineerde opwekking

Artikel 90

De basisprijs, bedoeld in artikel 45 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 86, eerste lid, bedraagt € 6,5 per GJ.

§ 5 — Hernieuwbare warmte en gecombineerde opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte › § 5.4 — Biomassavergisting warmte

Artikel 91

1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte geproduceerd door:

a. een productie-installatie bestaande uit een vergistingsinstallatie en een installatie voor het produceren van hernieuwbare warmte, waarmee hernieuwbare warmte wordt geproduceerd met gebruik van uitsluitend biogas uit allesvergisting;

b. een productie-installatie bestaande uit een vergistingsinstallatie en een installatie voor het produceren van hernieuwbare warmte, waarmee hernieuwbare warmte wordt geproduceerd met gebruik van uitsluitend biogas uit vergisting en co-vergisting van dierlijke mest.

2 Aanvragen om subsidie als bedoeld in het eerste lid worden ontvangen in de periode van 13 maart 2012, 9:00 uur, tot 27 december 2012, 17:00 uur.

3 Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 3.

§ 5 — Hernieuwbare warmte en gecombineerde opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte › § 5.4 — Biomassavergisting warmte

Artikel 92

1 Subsidie als bedoeld in artikel 91, eerste lid, wordt voor een periode van 12 jaar verstrekt.

2 De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 91, eerste lid, binnen 4 jaar na de datum van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 5 — Hernieuwbare warmte en gecombineerde opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte › § 5.4 — Biomassavergisting warmte

Artikel 93

Het maximaal aantal vollasturen voor een productie-installatie bedoeld in artikel 91, eerste lid, bedraagt 7000 uren per jaar.

§ 5 — Hernieuwbare warmte en gecombineerde opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte › § 5.4 — Biomassavergisting warmte

Artikel 94

Het basisbedrag, bedoeld in artikel 44 van het besluit, bedraagt voor subsidie:

a. als bedoeld artikel 91, eerste lid, onderdeel a, in de periode genoemd in artikel 91, tweede lid, € 14,8 per GJ;

b. als bedoeld artikel 91, eerste lid, onderdeel b, in de periode genoemd in artikel 91, tweede lid, € 17,7 per GJ;

§ 5 — Hernieuwbare warmte en gecombineerde opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte › § 5.4 — Biomassavergisting warmte

Artikel 95

De basisenergieprijs, bedoeld in artikel 45 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 91, eerste lid, bedraagt € 7,0 per GJ.

§ 5 — Hernieuwbare warmte en gecombineerde opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte › § 5.6 — Uitbreiding bestaande afvalverbranding met warmte

Artikel 96

1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte van wie de hernieuwbare warmte voor het eerst nuttig wordt gebruikt en die de hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte uitsluitend of in hoofdzaak produceert door middel van:

a. de verbranding van huishoudelijk afval of vergelijkbaar bedrijfsafval of

b. een andere thermische behandeling van huishoudelijk afval of vergelijkbaar bedrijfsafval dan bedoeld in onderdeel a ingeval de producten daarvan vervolgens worden verbrand.

2 Productie-installaties als bedoeld in het eerste lid worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in artikel 3, vierde lid, onderdeel d, van het besluit.

3 Aanvragen om subsidie als bedoeld in het eerste lid worden ontvangen in de periode van 13 maart 2012, 9:00 uur, tot 27 december 2012, 17:00 uur.

4 Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 3.

§ 5 — Hernieuwbare warmte en gecombineerde opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte › § 5.6 — Uitbreiding bestaande afvalverbranding met warmte

Artikel 97

1 Subsidie als bedoeld in artikel 96, eerste lid, wordt voor een periode van 15 jaar verstrekt.

2 De subsidie-ontvanger draagt er zorg voor dat de hernieuwbare warmte nuttig wordt gebruikt binnen 18 maanden na de datum van de beschikking tot subsidieverlening.

§ 5 — Hernieuwbare warmte en gecombineerde opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte › § 5.6 — Uitbreiding bestaande afvalverbranding met warmte

Artikel 98

Het maximaal aantal vollasturen voor een productie-installatie als bedoeld in artikel 96, eerste lid, bedraagt 3710 uren per jaar.

§ 5 — Hernieuwbare warmte en gecombineerde opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte › § 5.6 — Uitbreiding bestaande afvalverbranding met warmte

Artikel 99

Het basisbedrag, bedoeld in artikel 44 van het besluit, bedraagt voor subsidie als bedoeld in artikel 96, eerste lid, in de periode genoemd in artikel 96, derde lid, € 11,9 per GJ.

§ 5 — Hernieuwbare warmte en gecombineerde opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte › § 5.6 — Uitbreiding bestaande afvalverbranding met warmte

Artikel 100

De basisenergieprijs, bedoeld in artikel 45 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 96, eerste lid, bedraagt € 7,8 per GJ.

§ 5 — Hernieuwbare warmte en gecombineerde opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte › § 5.7 — Ketel vloeibare biomassa warmte

Artikel 101

1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte geproduceerd door een productie-installatie bestaande uit een ketel met een nominaal thermisch vermogen groter dan of gelijk aan 0,5 MW voor de productie van warmte uit verbranding van vloeibare biomassa als bedoeld in de nummers 560 tot en met 573, 587, 592, 594, 596 en 802 van de NTA 8003: 2008.

2 De minister verstrekt uitsluitend subsidie als bedoeld in het eerste lid voor productie van hernieuwbare warmte met behulp van vloeibare biomassa indien de producent aantoont dat de gebruikte vloeibare biomassa voldoet aan de duurzaamheidscriteria, bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de richtlijn hernieuwbare energie.

3 Aanvragen om subsidie als bedoeld in het eerste lid worden ontvangen in de periode van 1 mei 2012, 17:00 uur, tot 27 december 2012, 17:00 uur.

4 Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 3.

§ 5 — Hernieuwbare warmte en gecombineerde opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte › § 5.7 — Ketel vloeibare biomassa warmte

Artikel 102

1 Subsidie als bedoeld in artikel 101, eerste lid, wordt voor een periode van 12 jaar verstrekt.

2 De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 101, eerste lid, binnen 4 jaar na de datum van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 5 — Hernieuwbare warmte en gecombineerde opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte › § 5.7 — Ketel vloeibare biomassa warmte

Artikel 103

Het maximaal aantal vollasturen voor een productie-installatie bedoeld in artikel 101, eerste lid, bedraagt 7000 uren per jaar.

§ 5 — Hernieuwbare warmte en gecombineerde opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte › § 5.7 — Ketel vloeibare biomassa warmte

Artikel 104

Het basisbedrag, bedoeld in artikel 44 van het besluit, bedraagt voor subsidie als bedoeld in artikel 101, eerste lid, in de periode genoemd in artikel 101, derde lid, € 20,8 per GJ.

§ 5 — Hernieuwbare warmte en gecombineerde opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte › § 5.7 — Ketel vloeibare biomassa warmte

Artikel 105

De basisenergieprijs, bedoeld in artikel 45 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 101, eerste lid, bedraagt € 7,0 per GJ.

§ 5 — Hernieuwbare warmte en gecombineerde opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte › § 5.8 — Thermische conversie biomassa gecombineerde opwekking

Artikel 106

1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte door inzet van warmte verkregen uit thermische conversie van vaste of vloeibare biomassa als bedoeld in de NTA 8003: 2008, met uitzondering van biomassa als bedoeld in de nummers 100, 150, 170 tot en met 179 en 550 tot en met 559 van de NTA 8003: 2008:

a. met een nominaal elektrisch vermogen groter dan 10 MW en kleiner dan of gelijk aan 100 MW en waarbij het nominaal elektrisch vermogen ten minste 10% van de som van het nominale warmte en elektrisch vermogen bedraagt;

b. met een nominaal elektrisch vermogen kleiner dan of gelijk aan 10 MW en waarbij het nominaal elektrisch vermogen ten minste 6% van de som van het nominale warmte en elektrisch vermogen bedraagt.

2 Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid draagt er zorg voor dat ten minste 95% van de energetische waarde van de voor de productie gebruikte brandstof biogeen is.

3 De minister verstrekt uitsluitend subsidie als bedoeld in het eerste lid voor productie van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte met behulp van vloeibare biomassa indien de producent aantoont dat de gebruikte vloeibare biomassa voldoet aan de duurzaamheidscriteria, bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de richtlijn hernieuwbare energie.

4 Aanvragen om subsidie als bedoeld in:

a. het eerste lid, onderdeel a, worden ontvangen in de periode van 1 mei 2012, 17:00 uur, tot 27 december 2012, 17:00 uur;

b. het eerste lid, onderdeel b, worden ontvangen in de periode van 5 november 2012, 17:00 uur, tot 27 december 2012, 17:00 uur

5 Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 3.

§ 5 — Hernieuwbare warmte en gecombineerde opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte › § 5.8 — Thermische conversie biomassa gecombineerde opwekking

Artikel 107

1 Subsidie als bedoeld in artikel 106, eerste lid, wordt voor een periode van 12 jaar verstrekt.

2 De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 106, eerste lid, binnen 4 jaar na de datum van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 5 — Hernieuwbare warmte en gecombineerde opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte › § 5.8 — Thermische conversie biomassa gecombineerde opwekking

Artikel 108

Het maximaal aantal vollasturen voor een productie-installatie als bedoeld in:

a. artikel 106, eerste lid, onderdeel a, bedraagt 6351 uren per jaar.

b. artikel 106, eerste lid, onderdeel b, bedraagt 4241 uren per jaar.

§ 5 — Hernieuwbare warmte en gecombineerde opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte › § 5.8 — Thermische conversie biomassa gecombineerde opwekking

Artikel 109

Het basisbedrag, bedoeld in artikel 44 van het besluit, bedraagt voor subsidie:

a. als bedoeld in artikel 106, eerste lid, onderdeel a, in de periode genoemd in artikel 106, vierde lid, onderdeel a, € 22,2 per GJ;

b. als bedoeld in artikel 106, eerste lid, onderdeel b, in de periode genoemd in artikel 106, vierde lid, onderdeel b, € 38,2 per GJ.

§ 5 — Hernieuwbare warmte en gecombineerde opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte › § 5.8 — Thermische conversie biomassa gecombineerde opwekking

Artikel 110

De basisprijs, bedoeld in artikel 45 van het besluit, voor subsidie:

a. als bedoeld in artikel 106, eerste lid, onderdeel a, bedraagt € 5,7 per GJ;

b. als bedoeld in artikel 106, eerste lid, onderdeel b, bedraagt € 6,6 per GJ.

§ 5 — Hernieuwbare warmte en gecombineerde opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte › § 5.9 — Biomassavergisting gecombineerde opwekking

Artikel 111

1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte geproduceerd door:

a. een productie-installatie bestaande uit een vergistingsinstallatie en een installatie voor het produceren van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte, waarbij het nominaal elektrisch vermogen ten minste 30% van de som van het nominale warmte en elektrisch vermogen bedraagt, met gebruik van uitsluitend biogas uit allesvergisting;

b. een productie-installatie bestaande uit een vergistingsinstallatie en een installatie voor het produceren van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte, waarbij het nominaal elektrisch vermogen ten minste 30% van de som van het nominale warmte en elektrisch vermogen bedraagt, met gebruik van uitsluitend biogas uit vergisting en co-vergisting van dierlijke mest.

2 Aanvragen om subsidie:

a. als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, worden ontvangen in de periode van 18 juni 2012, 17:00 uur, tot 27 december 2012, 17:00 uur;

b. als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, worden ontvangen in de periode van 3 september 2012, 17:00 uur, tot 27 december 2012, 17:00 uur;

3 Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 3.

§ 5 — Hernieuwbare warmte en gecombineerde opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte › § 5.9 — Biomassavergisting gecombineerde opwekking

Artikel 112

1 Subsidie als bedoeld in artikel 111, eerste lid, wordt voor een periode van 12 jaar verstrekt.

2 De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 111, eerste lid, binnen 4 jaar na de datum van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 5 — Hernieuwbare warmte en gecombineerde opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte › § 5.9 — Biomassavergisting gecombineerde opwekking

Artikel 113

Het maximaal aantal vollasturen voor een productie-installatie als bedoeld in:

a. artikel 111, eerste lid, onderdeel a bedraagt 5739 uren per jaar.

a. artikel 111, eerste lid, onderdeel b bedraagt 5732 uren per jaar.

§ 5 — Hernieuwbare warmte en gecombineerde opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte › § 5.9 — Biomassavergisting gecombineerde opwekking

Artikel 114

Het basisbedrag, bedoeld in artikel 44 van het besluit, bedraagt voor subsidie:

a. als bedoeld in artikel 111, eerste lid, onderdeel a, in de periode genoemd in artikel 111, tweede lid, € 27,3 per GJ;

b. als bedoeld in artikel 111, eerste lid, onderdeel b, in de periode genoemd in artikel 111, tweede lid, € 30,8 per GJ.

§ 5 — Hernieuwbare warmte en gecombineerde opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte › § 5.9 — Biomassavergisting gecombineerde opwekking

Artikel 115

De basisprijs, bedoeld in artikel 45 van het besluit, voor subsidie

a. als bedoeld in artikel 111, eerste lid, onderdeel a, bedraagt € 9,3 per GJ;

b. als bedoeld in artikel 111, eerste lid, onderdeel b, bedraagt € 9,2 per GJ.

§ 5 — Hernieuwbare warmte en gecombineerde opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte › § 5.10 — Bestaande toepassing biomassa uitbreiding warmte

Artikel 116

1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte van wie hernieuwbare warmte voor het eerst nuttig wordt gebruikt en die de hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte produceert door middel van:

a. een productie-installatie waarmee elektriciteit en hernieuwbare warmte wordt geproduceerd met gebruik van uitsluitend biogas uit allesvergisting;

b. een productie-installatie waarmee elektriciteit en hernieuwbare warmte wordt geproduceerd met gebruik van uitsluitend biogas uit vergisting en co-vergisting van dierlijke mest;

c. een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte door inzet van warmte verkregen uit thermische conversie van vaste of vloeibare biomassa.

2 Productie-installaties als bedoeld in het eerste lid worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a en tweede lid, onderdeel d, van het besluit.

3 De minister verstrekt uitsluitend subsidie als bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, voor productie van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte met behulp van vloeibare biomassa indien de producent aantoont dat de gebruikte vloeibare biomassa voldoet aan de duurzaamheidscriteria, bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de richtlijn hernieuwbare energie.

4 Aanvragen om subsidie als bedoeld in het eerste lid worden ontvangen in de periode van 13 maart 2012, 9:00 uur, tot 27 december 2012, 17:00 uur.

5 Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 3.

§ 5 — Hernieuwbare warmte en gecombineerde opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte › § 5.10 — Bestaande toepassing biomassa uitbreiding warmte

Artikel 117

1 Subsidie als bedoeld in artikel 116, eerste lid, wordt voor een periode van 5 jaar verstrekt.

2 De subsidie-ontvanger draagt er zorg voor dat de hernieuwbare warmte nuttig wordt gebruikt binnen 18 maanden na de datum van de beschikking tot subsidieverlening.

§ 5 — Hernieuwbare warmte en gecombineerde opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte › § 5.10 — Bestaande toepassing biomassa uitbreiding warmte

Artikel 118

Het maximaal aantal vollasturen voor een productie-installatie:

a. als bedoeld in artikel 116, eerste lid, onderdeel a, bedraagt 7000 uren per jaar.

b. als bedoeld in artikel 116, eerste lid, onderdeel b, bedraagt 4000 uren per jaar.

c. als bedoeld in artikel 116, eerste lid, onderdeel c, bedraagt 7000 uren per jaar.

§ 5 — Hernieuwbare warmte en gecombineerde opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte › § 5.10 — Bestaande toepassing biomassa uitbreiding warmte

Artikel 119

Het basisbedrag, bedoeld in artikel 44 van het besluit, bedraagt voor subsidie:

a. als bedoeld in artikel 116, eerste lid, onderdeel a, in de periode genoemd in artikel 116, vierde lid, € 6,3 per GJ;

b. als bedoeld in artikel 116, eerste lid, onderdeel b, in de periode genoemd in artikel 116, vierde lid, € 8,2 per GJ;

c. als bedoeld in artikel 116, eerste lid, onderdeel c, in de periode genoemd in artikel 116, vierde lid, € 6,3 per GJ.

§ 5 — Hernieuwbare warmte en gecombineerde opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte › § 5.10 — Bestaande toepassing biomassa uitbreiding warmte

Artikel 120

De basisenergieprijs, bedoeld in artikel 45 van het besluit, voor subsidie:

a. als bedoeld in artikel 116, eerste lid, onderdeel a, bedraagt € 4,1 per GJ;

b. als bedoeld in artikel 116, eerste lid, onderdeel b, bedraagt € 0,0 per GJ;

c. als bedoeld in artikel 116, eerste lid, onderdeel c, bedraagt € 4,1 per GJ.

§ 5 — Hernieuwbare warmte en gecombineerde opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte › § 5.11 — Zonthermie

Artikel 121

1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare warmte uit zonne-energie, met een apertuuroppervlakte van 100 vierkante meter of meer, waarbij uitsluitend gebruik wordt gemaakt van afgedekte collectoren.

2 Aanvragen om subsidie als bedoeld in het eerste lid worden ontvangen in de periode van 3 september 2012, 17:00 uur, tot 27 december 2012, 17:00 uur.

3 Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 5.

§ 5 — Hernieuwbare warmte en gecombineerde opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte › § 5.11 — Zonthermie

Artikel 122

1 Subsidie als bedoeld in artikel 121, eerste lid, wordt voor een periode van 15 jaar verstrekt.

2 De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 121, eerste lid, binnen 3 jaar na de datum van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 5 — Hernieuwbare warmte en gecombineerde opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte › § 5.11 — Zonthermie

Artikel 123

Het maximaal aantal vollasturen voor een productie-installatie bedoeld in artikel 121, eerste lid, bedraagt 700 uren per jaar.

§ 5 — Hernieuwbare warmte en gecombineerde opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte › § 5.11 — Zonthermie

Artikel 124

Het basisbedrag, bedoeld in artikel 44 van het besluit, bedraagt voor subsidie als bedoeld in artikel 121, eerste lid, in de periode genoemd in artikel 121, tweede lid, € 36,1 per GJ.

§ 5 — Hernieuwbare warmte en gecombineerde opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte › § 5.11 — Zonthermie

Artikel 125

De basisenergieprijs, bedoeld in artikel 45 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 121, eerste lid, bedraagt € 11,5 per GJ.

§ 5 — Hernieuwbare warmte en gecombineerde opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte › § 5.12 — Verlengde levensduur biomassa gecombineerde opwekking

Artikel 126

1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte, geproduceerd door een bestaande productie-installatie van ten minste 8,5 jaar oud:

a. waarmee hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte wordt geproduceerd met gebruik van uitsluitend biogas uit allesvergisting en waarbij het nominaal elektrisch vermogen ten minste 30% van de som van het nominale warmte en elektrisch vermogen bedraagt;

b. waarmee hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte wordt geproduceerd met gebruik van uitsluitend biogas uit vergisting en co-vergisting van dierlijke mest en waarbij het nominaal elektrisch vermogen ten minste 30% van de som van het nominale warmte en elektrisch vermogen bedraagt;

c. voor de productie van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte door inzet van warmte verkregen uit thermische conversie van vaste of vloeibare biomassa en waarbij het nominaal elektrisch vermogen ten minste 6% van de som van het nominale warmte en elektrisch vermogen bedraagt.

2 Productie-installaties als bedoeld in het eerste lid worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel d en tweede lid, onderdeel a, van het besluit.

3 Aanvragen om subsidie als bedoeld in:

a. het eerste lid, onderdeel a worden ontvangen in de periode van 1 mei 2012, 17:00 uur, tot 27 december 2012, 17:00 uur.

b. het eerste lid, onderdeel b worden ontvangen in de periode van 18 juni 2012, 17:00 uur, tot 27 december 2012, 17:00 uur.

c. het eerste lid, onderdeel c worden ontvangen in de periode van 13 maart 2012, 17:00 uur, tot 27 december 2012, 17:00 uur.

4 Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 3.

§ 5 — Hernieuwbare warmte en gecombineerde opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte › § 5.12 — Verlengde levensduur biomassa gecombineerde opwekking

Artikel 127

1 Subsidie als bedoeld in artikel 126, eerste lid, wordt voor een periode van 12 jaar, die niet eerder ingaat dan nadat de aanvraag om subsidie is gedaan, verstrekt.

2 De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 126, eerste lid, binnen 3 jaar na de datum van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 5 — Hernieuwbare warmte en gecombineerde opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte › § 5.12 — Verlengde levensduur biomassa gecombineerde opwekking

Artikel 128

Het maximaal aantal vollasturen voor een productie-installatie als bedoeld in:

a. artikel 126, eerste lid, onderdelen a en b, bedraagt 5749 uren per jaar;

b. artikel 126, eerste lid, onderdeel c, bedraagt 4429 uren per jaar.

§ 5 — Hernieuwbare warmte en gecombineerde opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte › § 5.12 — Verlengde levensduur biomassa gecombineerde opwekking

Artikel 129

Het basisbedrag, bedoeld in artikel 44 van het besluit, bedraagt voor subsidie als bedoeld in:

a. artikel 126, eerste lid, onderdeel a, in de periode, genoemd in artikel 126, derde lid, € 22,5 per GJ;

b. artikel 126, eerste lid, onderdeel b, in de periode, genoemd in artikel 126, derde lid, € 25,9 per GJ;

c. artikel 126, eerste lid, onderdeel c, in de periode, genoemd in artikel 126, derde lid, € 18,7 per GJ.

§ 5 — Hernieuwbare warmte en gecombineerde opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte › § 5.12 — Verlengde levensduur biomassa gecombineerde opwekking

Artikel 130

De basisenergieprijs, bedoeld in artikel 45 van het besluit, bedraagt voor subsidie als bedoeld in:

a. artikel 126, eerste lid, onderdelen a en b, € 9,3 per GJ;

b. artikel 126, eerste lid, onderdeel c, € 7,1 per GJ.

§ 5 — Hernieuwbare warmte en gecombineerde opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte › § 5.13 — Vrije categorie › § 5.13.1 — Vrije categorie fase 1

Artikel 131

Aanvragen om subsidie als bedoeld in:

a. artikel 101, eerste lid;

b. artikel 106, eerste lid;

c. artikel 111, eerste lid;

d. artikel 121, eerste lid;

e. artikel 126, eerste lid, onderdelen a en b;

worden ontvangen in de periode van 13 maart 2012, 9:00 uur, tot 1 mei 2012, 17:00 uur.

§ 5 — Hernieuwbare warmte en gecombineerde opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte › § 5.13 — Vrije categorie › § 5.13.1 — Vrije categorie fase 1

Artikel 132

Het basisbedrag, bedoeld in artikel 44 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 131 bedraagt in de periode, genoemd in artikel 131: € 19,444 per GJ.

§ 5 — Hernieuwbare warmte en gecombineerde opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte › § 5.13 — Vrije categorie › § 5.13.2 — Vrije categorie fase 2

Artikel 133

Aanvragen om subsidie als bedoeld in:

a. artikel 106, eerste lid, onderdeel b;

b. artikel 111, eerste lid;

c. artikel 121, eerste lid;

d. artikel 126, eerste lid, onderdeel b;

worden ontvangen in de periode van 1 mei 2012, 17:00 uur, tot 18 juni 2012, 17:00 uur.

§ 5 — Hernieuwbare warmte en gecombineerde opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte › § 5.13 — Vrije categorie › § 5.13.2 — Vrije categorie fase 2

Artikel 134

Het basisbedrag, bedoeld in artikel 44 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 133 bedraagt in de periode, genoemd in artikel 133: € 25,000 per GJ.

§ 5 — Hernieuwbare warmte en gecombineerde opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte › § 5.13 — Vrije categorie › § 5.13.3 — Vrije categorie fase 3

Artikel 135

Aanvragen om subsidie als bedoeld in:

a. artikel 106, eerste lid, onderdeel b;

b. artikel 111, eerste lid, onderdeel b;

c. artikel 121, eerste lid;

worden ontvangen in de periode van 18 juni 2012, 17:00 uur, tot 3 september 2012, 17:00 uur.

§ 5 — Hernieuwbare warmte en gecombineerde opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte › § 5.13 — Vrije categorie › § 5.13.3 — Vrije categorie fase 3

Artikel 136

Het basisbedrag, bedoeld in artikel 44 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 135 bedraagt in de periode, genoemd in artikel 135: € 30,556 per GJ.

§ 5 — Hernieuwbare warmte en gecombineerde opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte › § 5.13 — Vrije categorie › § 5.13.4 — Vrije categorie fase 4

Artikel 137

Aanvragen om subsidie als bedoeld in artikel 106, eerste lid, onderdeel b, worden ontvangen in de periode van 3 september 2012, 17:00 uur, tot 5 november 2012, 17:00 uur.

§ 5 — Hernieuwbare warmte en gecombineerde opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte › § 5.13 — Vrije categorie › § 5.13.4 — Vrije categorie fase 4

Artikel 138

Het basisbedrag, bedoeld in artikel 44 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 137 bedraagt in de periode, genoemd in artikel 137: € 36,111 per GJ.

§ 5 — Hernieuwbare warmte en gecombineerde opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte › § 5.13 — Vrije categorie › § 5.14 — Correctiebedragen voorschotverlening productie van hernieuwbare warmte of gecombineerde opwekking

Artikel 139

De correcties op het basisbedrag voor subsidie voor een productie-installatie als bedoeld in het in de eerste kolom genoemde artikel, worden voor 2012 vastgesteld voor wat betreft de warmteprijs of de warmte/elektriciteitsprijs, bedoeld in artikel 47, eerste lid, onderdeel a, van het besluit het in de tweede kolom genoemde bedrag in € per GJ en voor wat betreft de correcties, bedoeld in artikel 47, eerste lid, onderdelen b en c, het in het derde kolom genoemde bedrag in € per GJ.

1 | 2 | 3

artikel 76, eerste lid | 9,1 | 0

artikel 81, eerste lid | 5,5 | 0

artikel 86, eerste lid | 8,1 | 0

artikel 91, eerste lid | 9,1 | 0

artikel 96, eerste lid | 10,4 | 0

artikel 101, eerste lid | 9,1 | 0

artikel 106, eerste lid, onderdeel a | 7,1 | 0

artikel 106, eerste lid, onderdeel b | 8,1 | 0

artikel 111, eerste lid | 11,0 | 0

artikel 116, eerste lid, onderdelen a en c | 5,5 | 0

artikel 116, eerste lid, onderdeel b | 0 | 0

artikel 121, eerste lid | 13,7 | 0

artikel 126, eerste lid, onderdelen a en b | 11,0 | 0

artikel 126, eerste lid, onderdeel c | 8,7 | 0

§ 5 — Hernieuwbare warmte en gecombineerde opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte › § 5.13 — Vrije categorie › § 5.14 — Correctiebedragen voorschotverlening productie van hernieuwbare warmte of gecombineerde opwekking

Artikel 140

Deze regeling treedt in werking met ingang van 13 maart 2012.

§ 5 — Hernieuwbare warmte en gecombineerde opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte › § 5.13 — Vrije categorie › § 5.14 — Correctiebedragen voorschotverlening productie van hernieuwbare warmte of gecombineerde opwekking

Artikel 141

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2012.

Bijlage 1 — behorende bij artikel 2, vijfde lid, van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2012

Bijlage 1 — behorende bij artikel 2, vijfde lid, van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2012

1. De Staat der Nederlanden, (hierna te noemen: de Staat), te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie;

en

2. ..... ....., gevestigd te ..... (hierna te noemen: Ondernemer);

.....

(hierna te samen ook te noemen: Partijen);

overwegen:

a. de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie heeft blijkens een beschikking met kenmerk ....., hierna te noemen Beschikking, waarvan een kopie als Bijlage A bij deze overeenkomst is gevoegd aan de Ondernemer een subsidie verleend van meer dan € 400 miljoen op grond van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2012 (hierna: Regeling).

b. de Beschikking bevat de opschortende voorwaarde dat binnen acht weken na afgifte van de beschikking de onderhavige uitvoeringsovereenkomst, hierna te noemen Uitvoeringsovereenkomst, tot stand is gekomen tussen de Staat en de subsidieaanvrager;

c. de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie beoogt door middel van deze Uitvoeringsovereenkomst te verzekeren dat de Ondernemer de productie-installatie bedoeld in de Beschikking tijdig in gebruik zal nemen.

Partijen komen daartoe het volgende overeen:

Aldus overeengekomen en in tweevoud ondertekend

te .....

Ondernemer

te 's-Gravenhage op .....

De Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie

Bijlage 1 — behorende bij artikel 2, vijfde lid, van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2012 › Artikel 1 — Tijdige ingebruikname van de productie-installatie

Artikel 1 — Tijdige ingebruikname van de productie-installatie

De Ondernemer verplicht zich jegens de Staat de productie-installatie tijdig in gebruik te nemen en wel binnen de in artikel 61 van het Besluit stimulering duurzame energieproductie bedoelde periode of, indien op grond van artikel 62, derde lid, van het Besluit stimulering duurzame energieproductie een ontheffing is verleend, binnen de in de ontheffing opgenomen periode.

Bijlage 1 — behorende bij artikel 2, vijfde lid, van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2012 › Artikel 2 — Inhoud en omvang van de garantie

Artikel 2 — Inhoud en omvang van de garantie

De Ondernemer verplicht zich om tot zekerheid voor de nakoming van de in artikel 1 bedoelde verplichting, alsmede de bij niet tijdige nakoming verschuldigde boetes, binnen acht weken nadat de Beschikking in werking is getreden ten behoeve van de Staat financiële zekerheid te stellen en gesteld houden voor een bedrag groot 2% van de maximale hoogte van de subsidie, bedoeld in de artikelen 16, 33 en 49 van het Besluit stimulering duurzame energieproductie, door middel van de afgifte aan de Staat van een door een binnen de Europese Unie gevestigde bank afgegeven bankgarantie welke is opgemaakt onder gebruikmaking van het model bankgarantie.

Bijlage 1 — behorende bij artikel 2, vijfde lid, van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2012 › Artikel 3 — Vrijval van de garantie

Artikel 3 — Vrijval van de garantie

1. De verplichting de in artikel 2 bedoelde bankgarantie te blijven stellen vervalt uitsluitend door het schriftelijk bericht van de Staat aan de Bank dat de verplichting geheel of gedeeltelijk is vervallen. De Ondernemer ontvangt een kopie van het bericht van verval.

2. Zodra de verplichting geheel is vervallen zal de Staat de bankgarantie retourneren aan de Ondernemer.

Bijlage 1 — behorende bij artikel 2, vijfde lid, van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2012 › Artikel 4 — Boetes

Artikel 4 — Boetes

1. Indien de Ondernemer de productie-installatie niet binnen de in artikel 1 bedoelde periode in gebruik heeft genomen, is de Ondernemer aan de Staat bij wijze van boete een bedrag verschuldigd groot 0,2% van het beschikte bedrag enkel door het verloop van die termijn en zonder dat enige ingebrekestelling nodig is.

2. Indien de Ondernemer daarna nog in gebreke blijft met het tijdig in gebruik nemen van de productie-installatie is de Ondernemer maandelijks een boete van telkens 0,2% van de maximale hoogte van de subsidie, bedoeld in de artikelen 16, 33 en 49 van het Besluit stimulering duurzame energieproductie, verschuldigd voor zover hij de productie-installatie op de eerste van elke volgende maand niet in gebruik heeft genomen.

3. De boetes bedoeld in het eerste en tweede lid, waarvan de som ten hoogste 2% van het beschikte bedrag bedraagt, zijn telkens verschuldigd voor het enkele verloop van de termijn en zonder dat enige ingebrekestelling nodig is.

4. De Ondernemer machtigt bij deze de Staat onherroepelijk tot het innen van de boetes door het inroepen van de bankgarantie voor het bedrag van de boete, telkens wanneer er een boete verschuldigd is geworden.

Bijlage 1 — behorende bij artikel 2, vijfde lid, van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2012 › Artikel 5 — Aanvang en einde Uitvoeringsovereenkomst

Artikel 5 — Aanvang en einde Uitvoeringsovereenkomst

1. Deze Uitvoeringsovereenkomst treedt in werking door de ondertekening daarvan door de Partijen met dien verstande dat de inwerkingtreding wordt opgeschort totdat de Beschikking in werking is getreden en de Staat de Ondernemer daarvan schriftelijk bericht heeft gestuurd.

2. Deze Uitvoeringsovereenkomst eindigt van rechtswege door de teruggave van de bankgarantie door de Staat aan de Ondernemer.

Bijlage 1 — behorende bij artikel 2, vijfde lid, van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2012 › Artikel 6 — Domiciliekeuze en berichtgevingen

Artikel 6 — Domiciliekeuze en berichtgevingen

1. De Staat kiest voor uitvoering van deze Uitvoeringsovereenkomst domicilie ten kantore van Agentschap NL, agentschap van het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, Hanzelaan 310, 8017 JK Zwolle.

2. Onverminderd het bepaalde in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering dienen alle mededelingen, aanzeggingen, verzoeken, toestemmingen en andere berichten uit hoofde van deze uitvoeringsovereenkomst schriftelijk te worden gedaan.

3. Mededelingen, aanzeggingen, verzoeken, toestemmingen en andere berichten die niet in overeenstemming met het tweede lid zijn gedaan blijven zonder rechtsgevolg.

4. De Staat is bevoegd eenzijdig van het bepaalde in het eerste lid af te wijken.

Bijlage 1 — behorende bij artikel 2, vijfde lid, van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2012 › Artikel 7 — Rechtskeuze

Artikel 7 — Rechtskeuze

1. Op deze Uitvoeringsovereenkomst is uitsluitend Nederlands recht van toepassing.

2. Alle geschillen in verband met deze uitvoeringsovereenkomst of met afspraken die daarmee samenhangen zullen worden beslecht door de bevoegde rechter te Den Haag.

Bijlage 1 — behorende bij artikel 2, vijfde lid, van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2012 › Artikel 8 — Citeertitel

Artikel 8 — Citeertitel

Deze Uitvoeringsovereenkomst wordt tussen partijen aangeduid als ‘Uitvoeringsovereenkomst duurzame energieproductie Staat/.....’.

Bijlage 1 — behorende bij artikel 2, vijfde lid, van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2012 › Model bankgarantie

Model bankgarantie

DE ONDERGETEKENDE,

....., gevestigd te ....., hierna te noemen de ‘Bank’,

IN AANMERKING NEMENDE DAT:

A. ..... , gevestigd te ..... , (hierna te noemen de Ondernemer) en de STAAT der NEDERLANDEN, (hierna te noemen: Staat), waarvan de zetel is gevestigd te Den Haag, te dezen vertegenwoordigd door ....., hierbij vertegenwoordigd door de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie op ..... de ‘Uitvoeringsovereenkomst duurzame energieproductie Staat/..... ’ (hierna: uitvoeringsovereenkomst) hebben getekend;

B. de Ondernemer volgens artikel 2 van de overeenkomst binnen acht weken nadat deze overeenkomst in werking is getreden ten behoeve van de Staat financiële zekerheid dient te stellen en gesteld houden voor een bedrag groot € .....,– door de afgifte aan de Staat van een door een bank afgegeven bankgarantie;

C. de Bank bereid is de desbetreffende bankgarantie ten gunste van de Staat te stellen onder de hierna te noemen voorwaarden.

VERKLAART ALS VOLGT

1. De Bank stelt zich hierbij als zelfstandige verbintenis tegenover de Staat onherroepelijk en onvoorwaardelijk garant voor al hetgeen de Staat van de Ondernemer op grond van de uitvoeringsovereenkomst te vorderen heeft tot een maximumbedrag van € .....,–.

2. Deze bankgarantie is een abstracte afroepgarantie. De Bank komt in geen geval een beroep toe op de onderliggende rechtsverhouding tussen de Staat en de Ondernemer als vervat in de Uitvoeringsovereenkomst.

3. De Bank zal op eerste schriftelijk verzoek van de Staat, zonder opgaaf van redenen te verlangen of nader bewijs te vragen, overgaan tot uitbetaling van al hetgeen de Ondernemer, volgens verklaring van de Staat, verschuldigd is uit hoofde van de Uitvoeringsovereenkomst.

4. Deze bankgarantie vervalt uitsluitend door het schriftelijk bericht van de Staat aan de Bank dat de verplichting geheel of gedeeltelijk is vervallen.

5. De Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie zendt de bankgarantie zo spoedig mogelijk nadat deze geheel is vervallen retour aan de Bank.

6. Op deze bankgarantie is uitsluitend Nederlands recht van toepassing. Alle geschillen die mochten ontstaan over of naar aanleiding van deze bankgarantie zullen worden beslecht door de bevoegde rechter te ’s-Gravenhage.

7. Indien deze bankgarantie dient te worden geretourneerd geschiedt dat door toezending aan adres: .....

Getekend te

op

De Bank