Artikel 6a Inschrijvingsvoorwaarden advocatuur 2012 krachtens de Wet op de Rechtsbijstand
De vereisten voor de toelating tot de inschrijving in strafzaken zijn:
1. met succes voltooid hebben van het onderdeel strafrecht in de beroepsopleiding van de NOVA ( of toelating als raio), en
2. onder begeleiding van een reeds op het terrein van het strafrecht ingeschreven rechtsbijstandverlener behandeld hebben van 5 strafzaken.
De vereisten voor de voortgezette inschrijving in strafzaken zijn:
1. de behandeling van tenminste tien zaken op dit rechtsgebied in het afgelopen jaar, waaronder jeugdstrafzaken; de Raad gaat hierbij uit van toevoegingen. De advocaat kan desgewenst aantonen dat hij dit aantal zaken heeft gedaan door ook betalende zaken aan te geven; en
2. het desgevraagd kunnen overleggen van certificaten van het behalen van tenminste 8 studiepunten per 2 jaar op het terrein van strafrecht in het kader van de permanente beroepsopleiding, te verhogen met tenminste 4 punten op het terrein van kinder-/jeugdstrafrecht
3 Als voor de regio waarin de advocaat werkt een apart piketrooster voor jeugdstrafzaken is opgemaakt, hoeft de advocaat die dat niet wil, geen punten voor kinder-/jeugdstrafrecht te halen. Onverminderd geldt dan wel de eis van twaalf studiepunten per twee jaar.
, dan wel op het terrein van civiele jeugdmaatregelen. Dit opleidingsvereiste geldt niet voor stagiaires gedurende de looptijd van hun stage.
De vereisten voor de toelating tot het strafpiket zijn:
Voor de toelating tot het strafpiket gelden de bovengenoemde algemene voorwaarden alsmede:
1. het met succes gevolgd hebben van een door de Raad goedgekeurde piketcursus
4 Per 1 januari 2011 zijn goedgekeurd de strafpiketcursussen van OSR, Haagrecht advocaten, Seebregts en Saey en Maastricht University.
,
2. het onder begeleiding van een reeds voor het strafpiket ingeschreven rechtsbijstandverlener behandeld hebben van 6 piketzaken, waarvan tenminste 1 kinder-/jeugdzaak, en waarvan tevens tenminste 3 zaken tot en met de behandeling door de rechter-commissaris.
Afwijkingsbevoegdheid:
De Raad kan in uitzonderlijke gevallen afwijken van het vereiste dat het onderdeel strafrecht in de beroepsopleiding van de NOVA met succes voltooid is.
5 Bij de volgende omstandigheden neemt de Raad een beroep op de afwijkingsbevoegdheid in overweging:
a) de mededeling van een plaatselijke Deken van de Orde, dat een bepaalde advocaat – in de opvatting van die Deken – ook zonder de beroepsopleiding te hebben gevolgd aan de te stellen eisen voldoet;
b) de omstandigheid dat een advocaat als stagiaire verbonden is/zal zijn aan een te goeder naam bekend staand advocatenkantoor waarin specialisatie op het strafterrein voorhanden is;
c) voor het strafrecht is ervaring opgedaan als griffier/secretaris/beleidsmedewerker bij de rechtbank of anderszins;
d) de omstandigheid dat de wachttijd voor de beroepsopleiding van dien aard is dat het voor de advocaat in kwestie en/of voor het kantoor dat hem of haar begeleidt lastig zal worden om zonder dispensatie tot een dienstverband te besluiten.
De omstandigheden genoemd onder a, b, c en d leiden niet zonder meer tot ontheffing, maar kunnen wel aanleiding zijn nadere inlichtingen van het betrokken advocatenkantoor te vragen. Uit die nadere inlichtingen moet de Raad kunnen opmaken, dat de advocaat:
– in het recente verleden in ruime mate relevante werkervaring op het terrein van het straf(proces-)recht heeft opgedaan. Hiervoor geldt als richtlijn dat de ervaring dateert van minder dan drie jaar geleden en de opgedane ervaring zich uitstrekt over meerdere jaren.
Verder moet het advocatenkantoor dat de betrokken advocaat zal begeleiden op schrift stellen hoe aan deze begeleiding in de praktijk vorm zal worden gegeven.
Als voldaan is aan voornoemde criteria kan de Raad het beroep op de afwijkingsbevoegdheid honoreren.
- Regeling
- Inschrijvingsvoorwaarden advocatuur 2012 krachtens de Wet op de Rechtsbijstand
- Soort
- ZBO-regeling
- Geldend vanaf
- 27-12-2011
- BWB-id
- BWBR0030979
- Versie
- 2011-12-27_0