wetzoeker

Artikel 8:2 Wet financiële markten BES

Bijzondere prudentiële maatregelen kredietinstellingen

1 De Nederlandsche Bank kan, indien een kredietinstelling niet voldoet aan de bij of krachtens de artikelen 3:9, eerste en tweede lid, onderdeel b, en 3:17 met betrekking tot de beheerste bedrijfsuitoefening of het toetsingsvermogen gestelde regels, die instelling verplichten om:

a. een groter toetsingsvermogen aan te houden dan op grond van artikel 3:17 is voorgeschreven;

b. in verband met de solvabiliteitsvereisten een specifiek voorzieningenbeleid te voeren of de activa van de onderneming op een specifieke wijze te behandelen;

c. het risico dat door de onderneming worden gelopen, te beperken.

2 Indien de Nederlandsche Bank op grond van de evaluatie, bedoeld in artikel 8:1, van oordeel is dat de bedrijfsvoering of het toetsingsvermogen van een kredietinstelling onvoldoende waarborgen biedt voor een beheerste en duurzame dekking van haar risico’s en dat andere maatregelen er redelijkerwijs niet toe kunnen leiden dat de beheerste en duurzame dekking van die risico’s alsnog binnen een redelijke termijn gewaarborgd wordt, kan zij de betrokken kredietinstelling verplichten om een groter toetsingsvermogen aan te houden.

3 De Nederlandsche Bank heft een maatregel als bedoeld in het eerste lid op, zodra de kredietinstelling weer aan de bij of krachtens de artikelen 3:9, eerste en tweede lid, onderdeel b, en 3:17 gestelde regels voldoet. Zij heft een maatregel als bedoeld in het tweede lid op, zodra de bedrijfsvoering en het toetsingsvermogen van de kredietinstelling een beheerste en duurzame dekking van de risico’s van die instelling weer voldoende waarborgen.

Regeling
Wet financiële markten BES
Soort
wet-BES
Geldend vanaf
01-07-2023
BWB-id
BWBR0030883
Versie
2023-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl