wetzoeker

Hoogte last onder dwangsom Beleidsregel last onder dwangsom Wet wegvervoer goederen overbelading

Hieronder wordt per type relevante overtreding van de maximale aslasten of het totale voertuiggewicht de hoogte van de dwangsom onderbouwd. Daarbij worden in het kader van de verstoring van het evenwicht in de vervoersmarkt met name twee componenten – zijnde 1) maatschappelijke kosten en 2) economisch gewin – van belang geacht.

Ad 1) Maatschappelijke kosten

Er hebben diverse onderzoeken plaats gevonden om de effecten van overbelading zichtbaar te maken en te kwantificeren

1 Ondermeer door dr. J.M.M. Sopers in zake ‘Kwantificering effecten overbelading vrachtverkeer’ van 16 juli 2008

. De kosten van extra verhardingsonderhoud en van filevorming door extra wegwerkzaamheden blijken, weliswaar met een bandbreedte, redelijk betrouwbaar te kunnen worden geraamd. Het daarnaast betrouwbaar kwalificeren van de effecten op kunstwerken is om diverse redenen nog niet goed mogelijk. Oorzaken hiervan zijn onder ander de relatief lange ontwerp-levensduren van kunstwerken, de grote variëteit in ontwerpen, ontwerpeisen en constructies en de complexe interacties tussen diverse schadeveroorzakende factoren. Het lijkt echter op grond van de onderzoeken aannemelijk dat de aan overbelading toe te rekenen kosten van extra onderhoud aan kunstwerken minimaal op een vergelijkbaar niveau zullen komen te liggen als bij het verhardingsonderhoud. Uitgaande van de diverse onderzoeken en gelet op het feit dat de daarbij vastgestelde kosten alleen betrekking hebben op het hoofdwegennet kunnen de totale maatschappelijke kosten als gevolg van overbelading in ieder geval op minimaal € 100 miljoen worden begroot.

Uit de proefmetingenvan WIM blijkt dat op jaarbasis sprake is van zeker 1.000.000 normoverschrijdende vrachtauto’s. Uitgaande van 1.000.000 ritten van normoverschrijdende vrachtauto’s kunnen de maatschappelijke kosten per rit waarbij overbelading plaatsvindt dan ook becijferd worden op een bedrag van €100,- per rit, namelijk €100 miljoen gedeeld door het aantal ritten van normoverschrijdende vrachtauto’s.

Ad 2) Economisch gewin

Om te komen tot het economisch gewin worden drie soorten overbelading onderscheiden:

a) Overbelading op het kentekengewicht;

b) Overbelading van het maximaal toegelaten gewicht van 50 ton;

c) Overbelading van assen.

Ad a)

Via het kenteken is kenbaar welk totaalgewicht een vrachtauto mag laden. Het WIM-systeem kan, op basis van asconfiguraties, vaststellen of en deels ook in welke mate een bepaalde vrachtauto in overtreding is met betrekking tot het gekentekende totaalgewicht. Uit de berekening van het NEA blijkt dat bij overbelading op kentekengewicht er per overbeladingsrit sprake is van een meeropbrengst van circa € 5,98 per ton overbelading. Bij een rit waarbij sprake is van een overbelading van bijvoorbeeld drie ton is er derhalve sprake van een gemiddeld economisch gewin van € 17,93.

Ad b)

Bij overbelading van het maximale gewicht van 50 ton wordt in principe meer lading meegenomen dan wettelijk toegestaan. Deze extra lading resulteert in meer vrachtopbrengst per rit of een lagere transportkostprijs per vervoerde eenheid product. Van deze beide vormen van economisch gewin is in een onderzoek van de NEA

2 NEA-rapport Overbelading in het goederenvervoer over de weg, Bepaling van het economisch gewin van individuele transportbedrijven door overbelading van het vrachtvoertuig, februari 2011.

een berekening gemaakt in de vorm van het economisch gewin per ton overschrijding. Deze berekening resulteert bij deze vorm van overbelading per rit in een gemiddelde meeropbrengst van circa € 6,29 per ton overbelading. Bij een rit waarbij sprake is van een overbelading van bijvoorbeeld drie ton is er derhalve sprake van een gemiddeld economisch gewin van € 18,87.

Ad c)

Tot slot is bij overbelading van assen en niet tevens een overbelading op maximaal totaal- of kentekengewicht geen sprake van een feitelijke meeropbrengst. De vervoerder realiseert in dit geval een kostenreductie door het niet tussentijds herschikken van de lading in het voertuig. De besparing is hier, volgens de berekening van het NEA, per rit circa € 6,12 euro per ton overbelading van de assen. Bij een rit waarbij sprake is van een overbelading van bijvoorbeeld drie ton is er derhalve sprake van een gemiddeld economisch gewin van € 18,37.

Regeling
Beleidsregel last onder dwangsom Wet wegvervoer goederen overbelading
Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
22-12-2011
BWB-id
BWBR0030878
Versie
2011-12-22_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl