wetzoeker

Regeling DNA-onderzoek in strafzaken

Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
27-02-2018
Rechtsgebied
Procesrecht, Strafprocesrecht, Strafrecht, Strafrecht (algemeen)
Ministerie
Veiligheid en Justitie
BWB-id
BWBR0030748
Versie
2018-02-27_0
SHA-256 bron
615f9a55265a454f08abac3f92653eb673fc5a8bf373b10ecc4b86c356e89155

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (11)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3
  4. Artikel 4
  5. Artikel 5
  6. Artikel 6
  7. Artikel 7
  8. Artikel 8
  9. Artikel 9
  10. Artikel 10
  11. Artikel 11

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder besluit: het Besluit DNA-onderzoek in strafzaken.

Artikel 2

Voor het afnemen van wangslijm, bedoeld in de artikelen 2 en 3 van het besluit, wordt gebruik gemaakt van de afnameset van COPAN FLOCK TECHNOLOGIES SRL, productnummer A33908.

Artikel 3

Voor het afnemen van bloed, bedoeld in de artikelen 2 en 3 van het besluit, wordt gebruik gemaakt van de afnameset van firma De Ridder, productnummer R000520040.

Artikel 4

Voor het afnemen van haarwortels, bedoeld in de artikelen 2 en 3 van het besluit, wordt gebruik gemaakt van de afnameset van firma De Ridder, productnummer R000520030.

Artikel 5

1 Voor het afnemen van wangslijm, bedoeld in de artikelen 2 en 3 van het besluit, kan tot 1 januari 2019 tevens gebruik worden gemaakt van ongepoederde plastic handschoenen en een steriel wangslijmvliesborsteltje, waarvan het borsteltje:

a. bestaat uit filterpapier,

b. afwerpbaar is, en

c. een maximale lengte heeft van 2,2 centimeter.

2 Voor het afnemen van haarwortels, bedoeld in de artikelen 2 en 3 van het besluit, kan tot 1 januari 2019 tevens gebruik worden gemaakt van ongepoederde plastic handschoenen.

3 Voor het afnemen van bloed, bedoeld in de artikelen 2 en 3 van het besluit, kan tot 1 januari 2019 tevens gebruik worden gemaakt van een bloedlancet en ongepoederde plastic handschoenen.

Artikel 6

Tijdens het afnemen van celmateriaal, bedoeld in de artikelen 2 tot en met 4, wordt gebruik gemaakt van persoonlijke beschermingsmiddelen waarmee de contaminatie van het afgenomen celmateriaal met het celmateriaal van degene die het celmateriaal afneemt, wordt voorkomen.

Artikel 7

Vervallen

Artikel 8

1 De opsporingsambtenaar, bedoeld in artikel 2, zevende lid, en 3, tweede en derde lid, van het besluit, dient:

a. met goed gevolg de door de Politieacademie verzorgde opleiding ‘Afname celmateriaal van personen ten behoeve van DNA-onderzoek’ te hebben afgelegd, en

b. niet betrokken te zijn bij het opsporingsonderzoek in het kader waarvan het celmateriaal wordt afgenomen.

2 De door de directeur van de inrichting of instelling aangewezen persoon als bedoeld in artikel 3, derde lid, van het besluit, dient met goed gevolg de door het Opleidingsinstituut DJI verzorgde en door de Stichting CEDEO erkende opleiding ‘DNA-afname bij veroordeelden’ te hebben afgelegd.

Artikel 9

De Regeling DNA-onderzoeken wordt ingetrokken.

Artikel 10

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag waarop het Besluit DNA-onderzoek in strafzaken in werking treedt.

Artikel 11

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling DNA-onderzoek in strafzaken.