wetzoeker

Artikel 14 Wet College voor de rechten van de mens

Samenstelling en werkwijze

1 Het College bestaat uit minimaal negen en maximaal twaalf leden, onder wie een voorzitter en twee ondervoorzitters. Voorts kunnen plaatsvervangende leden worden benoemd.

2 De voorzitter en een van beide ondervoorzitters voldoen aan de vereisten voor benoembaarheid tot rechterlijk ambtenaar, gesteld bij of krachtens artikel 5, eerste en tweede lid, van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren. Bij de benoeming van de voorzitter van het College kan in bijzondere gevallen van het bepaalde in de eerste volzin worden afgeweken.

3 Het College wordt vertegenwoordigd door de voorzitter of, bij afwezigheid, door een ondervoorzitter.

Regeling
Wet College voor de rechten van de mens
Soort
Wet
Geldend vanaf
01-01-2026
BWB-id
BWBR0030733
Versie
2026-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl