wetzoeker

I.1 — Bediening van het motorrijtuig Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid 2011

Bediening van het motorrijtuig

1. Een onjuiste bediening van het koppelingspedaal dan wel het gaspedaal, zich manifesterend in het bij herhaling afslaan van de motor dan wel schokkend en slingerend rijden en bochten te ruim nemen dan wel het intrappen van het onjuiste pedaal of het niet intrappen van het juiste pedaal;

2. een onjuiste bediening van het versnellingsmechanisme, al dan niet in combinatie met het koppelings- of het gaspedaal, waardoor hoorbaar regelmatig de verkeerde versnelling wordt gekozen, langdurig in een te hoge of te lage versnelling wordt gereden en met een te laag of te hoog toerental;

3. een onjuiste bediening van de rem, waardoor bij herhaling abrupt wordt vertraagd en gestopt of met blokkerende wielen wordt geremd;

4. een onjuist gebruik of nalaten van het gebruik van mechanismen en apparatuur van het motorrijtuig die van belang zijn voor de verkeersveiligheid, zoals ruitenwissers, richtingaanwijzers, verlichting en voorruitverwarming.

Regeling
Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid 2011
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-04-2023
BWB-id
BWBR0030613
Versie
2023-04-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl