wetzoeker

Artikel 98 Uitvoeringsregeling zeevisserij

Algemene voorwaarden voor toegang tot wateren en hulpbronnen

1 Een vismachtiging wordt uitsluitend verleend indien de ondernemer voor het betrokken vissersvaartuig over een geldige visvergunning beschikt.

2 Voor zover het een vismachtiging voor de in artikel 5, eerste of derde lid, van verordening 2016/2336 bedoelde visserij onderscheidenlijk visserijactiviteiten betreft, wordt de vismachtiging slechts verleend indien voldaan is aan artikel 14 en aan artikel 8 van verordening 2016/2336.

3 Voor zover het een vismachtiging voor de in artikel 10, derde lid, aanhef en onderdelen c of d, van de verordening vangstmogelijkheden bedoelde visserijactiviteiten betreft, wordt de vismachtiging slechts verleend indien voldaan is aan artikel 84a.

4 Voor zover het een vismachtiging voor de in artikel 1, eerste lid, van verordening 2018/973 bedoelde visserijactiviteiten betreft, die worden verricht in het deelgebied en in de sectoren, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder a, van deze verordening, met een van de vistuigen, bedoeld in artikel 12, tweede lid, van deze verordening, wordt de vismachtiging slechts verleend indien voldaan is aan artikel 86a.

5 Voor zover het een vismachtiging voor de in artikel 25, eerste lid, onder c, van verordening 2019/1241 bedoelde visserijactiviteiten betreft, wordt de vismachtiging slechts verleend indien voldaan is aan artikel 55.

6 De minister kan weigeren een vismachtiging te verlenen indien hij dit noodzakelijk acht ter nakoming van verplichtingen van de Europese Unie.

7 De minister kan aan een vismachtiging voorschriften verbinden of de daaraan verbonden voorschriften wijzigen.

8 Het is verboden in strijd te handelen met de aan de vismachtiging verbonden voorschriften.

Regeling
Uitvoeringsregeling zeevisserij
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-09-2026
BWB-id
BWBR0030288
Versie
2026-09-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl