wetzoeker

Artikel 100 Uitvoeringsregeling zeevisserij

Algemene voorwaarden voor toegang tot wateren en hulpbronnen

1 De minister schorst de vismachtiging of trekt deze in in de situatie, bedoeld in artikel 7, vierde lid, van de controleverordening.

2 De minister kan de vismachtiging voor een bepaalde periode geheel of gedeeltelijk schorsen of intrekken indien naar het oordeel van de minister de desbetreffende ondernemer, of diens gemachtigde, niet voldoet aan de aan de vismachtiging verbonden voorschriften.

3 Voor zover het een vismachtiging voor de in artikel 5, eerste of derde lid, van verordening 2016/2336 bedoelde visserij onderscheidenlijk visserijactiviteiten betreft, schorst de minister de vismachtiging voor ten minste 2 maanden in de gevallen, bedoeld in artikel 14, onder a en b, van verordening 2016/2336.

Regeling
Uitvoeringsregeling zeevisserij
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-09-2026
BWB-id
BWBR0030288
Versie
2026-09-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl