wetzoeker

I — De Rijn van kmr 335,92 (sluis Iffezheim) tot kmr 352,07 (Duits-Franse grens) Reglement betreffende het scheepvaartpersoneel op de Rijn (RSP)

De Rijn van kmr 335,92 (sluis Iffezheim) tot kmr 352,07 (Duits-Franse grens)

Aanvullende competentie

Een schipper die met een vaartuig dit binnenwaterwegtraject met specifieke risico’s bevaart, moet met het oog op de veiligheid de eigenschappen en plaatselijke omstandigheden van dit gedeelte van de Rijn kennen.

1. Hij moet de vaarweg in de op- en afvaart kunnen beschrijven.

2. Afgezien daarvan moet hij beschikken over

a. gedetailleerde kennis van de kenmerken van dit riviergedeelte

b. gedetailleerde kennis van de afmetingen van de vaarweg.

3. Bovendien moet de schipper

a) de stromingspatronen en -snelheden op dit gedeelte van de Rijn kennen en moet hij weten hoe hij op dit riviergedeelte het vaartuig moet besturen. Daartoe moet hij met name:

(1) de specifieke werking en het belang van de kribben in dit riviergedeelte kennen;

(2) weten dat de ontmoetingskant op talrijke plaatsen van bakboord naar stuurboord en omgekeerd wisselt en dat het vaartuig daarvoor vaak een scherpe bocht moet maken;

(3) de plaats van de kribvakken kennen om de invloed op de stroming in te kunnen schatten;

(4) de bijzonder talrijke mondingen van zijtakken kennen;

(5) de specifieke regelingen kennen voor vaartuigen vanaf een bepaalde lengte;

(6) weten waar de vaarweg bijzonder smal is en op welke plaatsen een ontmoeting met duwstellen vermeden moet worden;

(7) op de hoogte zijn van de sterk wisselende stromingspatronen en stromingssnelheden die kunnen optreden;

(8) weten welke voorschriften er gelden met betrekking tot de minimale snelheid van duwstellen;

(9) weten welke bijzondere eisen voortvloeien uit de aanwezigheid van talkrijke kleine vaartuigen,

b) de hydromorfologische eigenschappen van dit gedeelte van de Rijn kennen en weten hoe hij daarmee om moet gaan. Daartoe moet hij met name:

(1) op de hoogte zijn van de steeds veranderende eigenschappen van de rivierbedding, van grindbanken tot kribvlakken en fijn sediment;

(2) weten dat er een sterke tendens is tot verzanding waardoor in de vaargeul plaatsen met een ondiepte kunnen ontstaan;

(3) weten welke diepten ter beschikking staan in de vaarweg om bij het oplopen van vaartuigen in de afvaart uit te kunnen wijken of in de opvaart de vaarweg optimaal te kunnen benutten;

(4) weten waar zich noodligplaatsen bevinden en hoe deze gelegen zijn, respectievelijk weten waar het mogelijk is te keren in geval van nood als de waterweg onverwacht gestremd zou zijn;

(5) de talrijke gevaarlijke plaatsen kennen.

Regeling
Reglement betreffende het scheepvaartpersoneel op de Rijn (RSP)
Afkortingen
Rsp
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-01-2026
BWB-id
BWBR0030215
Versie
2026-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl