wetzoeker

Artikel 18.01 Reglement betreffende het scheepvaartpersoneel op de Rijn (RSP)

Exploitatiewijzen, verplichte rusttijd, vaartijdenboek

1. Men onderscheidt de volgende exploitatiewijzen:

A1 vaart van ten hoogste 14 uur,

A2 vaart van ten hoogste 18 uur,

B vaart van ten hoogste 24 uur,

telkens binnen een periode van 24 uur.

2. Bij exploitatiewijze A1 mag de vaart eenmaal per kalenderweek tot maximaal 16 uur worden verlengd, indien de vaartijd kan worden aangetoond met de registraties van een tachograaf die voldoet aan de eisen van Bijlage 5, Onderdeel V van de ES-TRIN betreffende minimumeisen en voorschriften omtrent de inbouw en de controle van het functioneren van tachografen in de binnenvaart, en wanneer afgezien van de schipper nog een ander bemanningslid van de minimumbemanning een kwalificatiecertificaat stuurman heeft.

3. Een schip dat in exploitatiewijze A1, respectievelijk A2 wordt geëxploiteerd, moet de vaart gedurende acht, respectievelijk zes aaneengesloten uren onderbreken, te weten:

a) in de exploitatiewijze A1 tussen 22.00 en 06.00 uur, en

b) in de exploitatiewijze A2 tussen 23.00 en 05.00 uur.

Er mag van deze tijden worden afgeweken, indien de vaartijd wordt geregistreerd door middel van een tachograaf die voldoet aan de eisen van Bijlage 5, Onderdeel V van de ES-TRIN betreffende minimumeisen en voorschriften omtrent de inbouw en de controle van het functioneren van tachografen in de binnenvaart, en naar behoren functioneert. De tachograaf moet ten minste vanaf het begin van de laatste ononderbroken rusttijd van acht, respectievelijk zes uur zijn ingeschakeld en voor de controlerende diensten te allen tijde bereikbaar zijn.

Regeling
Reglement betreffende het scheepvaartpersoneel op de Rijn (RSP)
Afkortingen
Rsp
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-01-2026
BWB-id
BWBR0030215
Versie
2026-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl