wetzoeker

Artikel 3 Reglement Participatiefonds voor de Expertisecentra voor het schooljaar 2011–2012

Instroomtoets

3.1 Vergoedingsverzoek

De kosten van werkloosheidsuitkeringen, suppleties inzake arbeidsongeschiktheid alsmede uitkeringen wegens ziekte en arbeidsongeschiktheid van gewezen personeel anders dan op grond van de Ziektewet, worden conform artikel 132, derde lid van de WEC door het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap in mindering gebracht op de door het bevoegd gezag verkregen vergoeding van de uitgaven voor het personeel, tenzij het Participatiefonds instemt met het verzoek de uitkeringskosten ten laste van dit fonds te laten komen. Dit vergoedingsverzoek wordt aan de hand van een door het bevoegd gezag ingediende melding beoordeeld.

3.2 Melden

Van elk ontslag per of na 1 augustus 2011 wordt bij de Uitvoeringsorganisatie Participatiefonds melding gedaan. De melding wordt in ieder geval gedaan binnen 4 weken na de datum van beëindiging van het dienstverband. De beoordeling van het vergoedingsverzoek geschiedt door middel van een toetsing van deze melding.

3.3 Rappel

Indien de melding het Participatiefonds niet heeft bereikt, rappelleert deze het bevoegd gezag éénmaal. Dit rappel geschiedt op basis van een periodieke vergelijking van de door UWV toegekende uitkeringen en de bij het Participatiefonds gemelde ontslagen.

3.3.1 Fatale termijn

Als de melding niet binnen 6 weken na het rappel door het Participatiefonds wordt ontvangen, kan er geen vergoedingsverzoek meer worden ingediend. Deze termijn van 6 weken is een fatale termijn. Indien de melding buiten deze termijn wordt ontvangen, wordt deze niet in behandeling genomen en blijven de uitkeringskosten welke voortvloeien uit het ontslag op basis van artikel 132, derde lid van de WEC dus voor rekening van het bevoegd gezag.

De fatale termijn blijft buiten toepassing:

a. Indien het gaat om het eindigen van een vervangingsbetrekking waaraan geen reguliere aanstelling vooraf is gegaan. Het bevoegd gezag toont in die gevallen door middel van het overleggen van een akte van aanstelling danwel een akte van benoeming aan dat er daadwerkelijk sprake is van de beëindiging van een vervangingsbetrekking.

b. Indien het gaat om een ontslag op eigen verzoek van betrokkene. Het bevoegd gezag toont aan dat voldaan is aan het bepaalde in artikel 9i.

c. Indien de termijnoverschrijding niet aan het bevoegd gezag is toe te rekenen.

3.4 Onderbouwing

Het vergoedingsverzoek wordt door het bevoegd gezag in ieder geval onderbouwd op de punten waar het reglement dit vereist.

3.4.1 Wanneer het vergoedingsverzoek niet compleet is, wordt het bevoegd gezag verzocht binnen 6 weken na dagtekening van de kennisgeving omtrent de onvolledigheid de opgave te completeren. Als het vergoedingsverzoek niet binnen 6 weken geheel gecompleteerd is, wordt het vergoedingsverzoek getoetst op basis van de gegevens welke bij het Participatiefonds aanwezig zijn, tenzij de termijnoverschrijding niet aan het bevoegd gezag is toe te rekenen.

3.4.2 Een vergoedingsverzoek zonder enige onderbouwing van de reden van ontslag wordt niet in behandeling genomen.

3.5 Beslistermijn

Zonder tegenbericht wordt binnen 8 weken nadat de melding door het Participatiefonds is ontvangen een beschikking gegeven.

In het geval waarbij het Participatiefonds om aanvullende informatie heeft verzocht, wordt binnen 8 weken na het ontvangen van de aanvullende gegevens een beschikking gegeven.

Regeling
Reglement Participatiefonds voor de Expertisecentra voor het schooljaar 2011–2012
Soort
ZBO-regeling
Geldend vanaf
01-02-2012
BWB-id
BWBR0030145
Versie
2012-02-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl