wetzoeker

Wijzigingswet Wet milieubeheer, enz. (Verdere invulling van hoofdstuk 9)

Wet van 12 mei 2011 tot wijziging van de Wet milieubeheer en diverse aanverwante wetten (Verdere invulling van hoofdstuk 9)

Soort
Wet
Geldend vanaf
01-01-2012
Rechtsgebied
Milieurecht, Ruimtelijke ordening en milieu
Ministerie
Infrastructuur en Milieu
BWB-id
BWBR0030069
Versie
2012-01-01_0
SHA-256 bron
ec13b6fb159928d96cf3cc138aaf6203e77c7f109a69f7de215dd6abe66b108a

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (10)
  1. Artikel I
  2. Artikel II
  3. Artikel III
  4. Artikel IV
  5. Artikel V
  6. Artikel VI
  7. Artikel VII
  8. Artikel VIII
  9. Artikel IX
  10. Artikel X

Artikel I

Wijzigt de Wet milieubeheer.

Artikel II

Wijzigt de Wet geluidhinder.

Artikel III

Wijzigt de Wet inzake de luchtverontreiniging.

Artikel IV

Wijzigt de Wet op de economische delicten.

Artikel V

1 Na de inwerkingtreding van artikel I, onder D, berusten de algemene maatregelen van bestuur voor zover deze berustten op de artikelen 2, 8, 9, 10 of 170 van de Wet geluidhinder dan wel de artikelen 13 of 86 van de Wet inzake de luchtverontreiniging, onderscheidenlijk de artikelen 10.15 tot en met 10.19 van de Wet milieubeheer, zoals die artikelen luidden op de dag voor de datum van inwerkingtreding van dat onderdeel, op de artikelen 9.5.1 en 9.5.6 van de Wet milieubeheer, onderscheidenlijk de artikelen 9.5.2 en 9.5.6 van de Wet milieubeheer.

2 Na de inwerkingtreding van artikel I, onder D, berusten de ministeriële regelingen voor zover deze berustten op de artikelen 2, derde lid, 8, 9 of 10 van de Wet geluidhinder, onderscheidenlijk de artikelen 10.16 tot en met 10.19 en 21.6, vijfde lid, van de Wet milieubeheer, zoals die artikelen luidden op de dag voor de datum van inwerkingtreding van dat onderdeel, op de artikelen 9.5.1 en 21.6, vijfde lid, van de Wet milieubeheer onderscheidenlijk artikel 9.5.2 en 21.6, vijfde lid, van de Wet milieubeheer.

3 Na de inwerkingtreding van artikel I, onder D, berusten de ministeriële regelingen voor zover deze berustten op een algemene maatregel van bestuur krachtens de artikelen 2, 6 of 10 van de Wet geluidhinder of de artikelen 13 of 17 van de Wet inzake de luchtverontreiniging, zoals die artikelen luidden op de dag voor de datum van inwerkingtreding van dat onderdeel, op artikel 9.5.1, zesde lid, van de Wet milieubeheer.

4 Na de inwerkingtreding van artikel I, onder D, berusten de ministeriële regelingen voor zover deze berustten op de artikelen 10.15, vijfde lid, en 10.16, derde lid, van de Wet milieubeheer, zoals die artikelen luidden op de dag voor de datum van inwerkingtreding van dat onderdeel, op artikel 9.5.2, zesde lid, van de Wet milieubeheer.

5 Na de inwerkingtreding van artikel I, onder D, berust een door Onze Minister aangegeven aanduiding voor zover deze berustte op artikel 10.16, eerste lid, van de Wet milieubeheer, zoals dat artikel luidde op de dag voor de datum van inwerkingtreding van dat onderdeel, op artikel 9.5.2, derde lid, onder a, van de Wet milieubeheer.

Artikel VI

1 Indien de aanvraag om een ontheffing op grond van artikel 86 van de Wet inzake de luchtverontreiniging, artikel 170 van de Wet geluidhinder of artikel 10.63 van de Wet milieubeheer is ingediend voor het tijdstip waarop deze wet met betrekking tot een zodanige beschikking in werking treedt, blijft het voor dat tijdstip ten aanzien van zodanige beschikkingen geldende recht van toepassing tot het tijdstip waarop de beschikking onherroepelijk is geworden.

2 Een ontheffing, die voor het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, onder D, is verleend krachtens artikel 170 van de Wet geluidhinder, artikel 86 van de Wet inzake de luchtverontreiniging of artikel 10.63, vierde lid, van de Wet milieubeheer met betrekking tot het bepaalde krachtens de artikelen 10.15 tot en met 10.19 van die wet dan wel met toepassing van het eerste lid na dat tijdstip, wordt gelijkgesteld met een ontheffing verleend krachtens artikel 9.5.5 van de Wet milieubeheer.

3 Een vergunning die voor het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, onder D, is verleend krachtens artikel 3 van het Besluit luchtkussenvoertuigen Wet geluidhinder, wordt gelijkgesteld met een ontheffing verleend krachtens artikel 9.5.5, tweede lid, van de Wet milieubeheer.

4 Indien voor het tijdstip waarop artikel I, onder D, in werking treedt, een beschikking tot toepassing van bestuursdwang is gegeven dan wel een last onder dwangsom is opgelegd wegens overtreding van het krachtens de artikelen 2, 8, 9 of 10 van de Wet geluidhinder, artikel 13 van de Wet inzake de luchtverontreiniging, of de artikelen 10.15 tot en met 10.19 van de Wet milieubeheer bepaalde, blijft het voor dat tijdstip ten aanzien van een zodanige beschikking geldende recht van toepassing tot het tijdstip waarop die beschikking onherroepelijk is geworden.

5 Een aanwijzing van een instantie die voor het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel D, heeft plaatsgevonden krachtens artikel 6 van de Wet geluidhinder of artikel 17 van de Wet inzake de luchtverontreiniging, wordt gelijkgesteld met een aanwijzing krachtens artikel 9.5.1, zevende lid, van de Wet milieubeheer.

Artikel VII

[vervallen]

Artikel VIII

[vervallen]

Artikel IX

[vervallen]

Artikel X

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.