wetzoeker

Artikel 160 Burgerlijk Wetboek Boek 10

Enkele bepalingen met betrekking tot het zeerecht, het binnenvaartrecht en het luchtrecht

1 Indien in Nederland in geval van faillissement of van uitwinning de opbrengst van een teboekstaand schip moet worden verdeeld, wordt de vraag of, en zo ja, tot welke omvang, een daarbij geldend gemaakte vordering bestaat, beantwoord naar het recht dat die vordering beheerst.

2 Of een vordering als bedoeld in het voorgaande lid bevoorrecht is en welke de omvang, de rangorde en de gevolgen van dat voorrecht zijn, wordt beslist naar het recht van de staat waar het schip ten tijde van de aanvang van het faillissement of de uitwinning teboekstond. Evenwel wordt bij de bepaling van de rangorde van vorderingen slechts aan die vorderingen voorrang toegekend boven door hypotheek gedekte vorderingen, die ook naar Nederlands recht een zodanige voorrang genieten.

3 Aan een vordering die naar het daarop toepasselijke recht niet op het schip bevoorrecht is, wordt geen voorrang toegekend.

4 De leden 2 en 3 zijn van overeenkomstige toepassing op de verhaalbaarheid van een vordering op het schip.

Regeling
Burgerlijk Wetboek Boek 10
Afkortingen
BW, BW Boek 10, BW10
Soort
Wet
Geldend vanaf
01-07-2026
BWB-id
BWBR0030068
Versie
2026-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl