Besluit begroting en verantwoording openbare lichamen BES
Besluit van 20 mei 2011, houdende de regels voor de begrotings- en verantwoordingsdocumenten van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba (Besluit begroting en verantwoording openbare lichamen BES)
- Soort
- AMvB-BES
- Geldend vanaf
- 08-06-2011
- Rechtsgebied
- Staats- en bestuursrecht, Staatsrecht
- Ministerie
- Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
- BWB-id
- BWBR0030060
- Versie
- 2011-06-08_0
- SHA-256 bron
- b8748eabd40c6d3608f75b2b68a147fc6f4cbfd590a2ad83fdac62f2c0f3ed53
Inhoud (61)
- Artikel 1
- Artikel 2
- Artikel 3
- Artikel 4
- Artikel 5
- Artikel 6
- Artikel 7
- Artikel 8
- Artikel 9
- Artikel 10
- Artikel 11
- Artikel 12
- Artikel 13
- Artikel 14
- Artikel 15
- Artikel 16
- Artikel 17
- Artikel 18
- Artikel 19
- Artikel 20
- Artikel 21
- Artikel 22
- Artikel 23
- Artikel 24
- Artikel 25
- Artikel 26
- Artikel 27
- Artikel 28
- Artikel 29
- Artikel 30
- Artikel 31
- Artikel 32
- Artikel 33
- Artikel 34
- Artikel 35
- Artikel 36
- Artikel 37
- Artikel 38
- Artikel 39
- Artikel 40
- Artikel 41
- Artikel 42
- Artikel 43
- Artikel 44
- Artikel 45
- Artikel 46
- Artikel 47
- Artikel 48
- Artikel 49
- Artikel 50
- Artikel 51
- Artikel 52
- Artikel 53
- Artikel 54
- Artikel 55
- Artikel 56
- Artikel 57
- Artikel 58
- Artikel 59
- Artikel 60
- Artikel 61
Hoofdstuk I — Algemene bepalingen
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. deelneming: een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie waarin het openbaar lichaam een bestuurlijk en een financieel belang heeft;
b. financieel belang: een aan de deelneming ter beschikking gesteld bedrag dat niet verhaalbaar is indien de deelneming failliet gaat onderscheidenlijk het bedrag waarvoor aansprakelijkheid bestaat indien de deelneming haar verplichtingen niet nakomt;
c. bestuurlijk belang: zeggenschap, hetzij uit hoofde van vertegenwoordiging in het bestuur hetzij uit hoofde van stemrecht;
d. hoofdfuncties en functies: zorggebieden, gerangschikt overeenkomstig de indeling, opgenomen in de ministeriële regeling, bedoeld in artikel 16, tweede lid;
e. subfunctie: een door de eilandsraad verbijzonderd onderdeel van een functie;
f. de wet: de Wet financiën openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba;
Hoofdstuk I — Algemene bepalingen
Artikel 2
1 De baten en de lasten van het begrotingsjaar worden in de begroting en de jaarstukken opgenomen, onverschillig of zij tot inkomsten of uitgaven in dat jaar leiden, onderscheidenlijk hebben geleid.
2 De baten en lasten worden geraamd dan wel verantwoord tot hun brutobedrag.
Hoofdstuk I — Algemene bepalingen
Artikel 3
1 De begroting met de daarin opgenomen meerjarenraming en de jaarstukken geven volgens normen die als aanvaardbaar worden beschouwd een zodanig inzicht dat een verantwoord oordeel kan worden gevormd over de financiële positie van het openbaar lichaam en over de baten en de lasten. In het bijzonder de eilandsraad en het College financieel toezicht moeten in staat zijn zich een zodanig oordeel te vormen.
2 De begroting met de daarin opgenomen meerjarenraming en toelichting geeft duidelijk en stelselmatig de omvang van alle geraamde baten en lasten, alsmede het saldo ervan weer.
3 De jaarstukken met de daarin opgenomen toelichtingen geven getrouw, duidelijk en stelselmatig de baten en lasten van het begrotingsjaar, alsmede het saldo ervan weer. De jaarrekening geeft tevens een getrouw, duidelijk en stelselmatig inzicht in de financiële positie aan het einde van het begrotingsjaar.
Hoofdstuk I — Algemene bepalingen
Artikel 4
1 De indeling van de begroting en de jaarstukken is identiek.
2 Indien de indeling van de begroting, de meerjarenraming en de jaarstukken afwijkt van die van het voorafgaande begrotingsjaar worden in de toelichting de verschillen aangegeven en worden de redenen die tot de afwijking hebben geleid uiteengezet.
Hoofdstuk I — Algemene bepalingen
Artikel 5
Deelnemingen worden niet geconsolideerd in de begroting en jaarstukken.
Hoofdstuk II — De begroting en de toelichting › Titel 2.1 — Algemeen
Artikel 6
1 De begroting bestaat ten minste uit:
a. de beleidsbegroting;
b. de financiële begroting.
2 De beleidsbegroting bestaat ten minste uit:
a. het beleidsplan;
b. de paragrafen.
3 De financiële begroting bestaat ten minste uit:
a. het overzicht van baten en lasten en de toelichting;
b. het overzicht van voorgenomen investeringen;
c. het overzicht reserves en voorzieningen.
Hoofdstuk II — De begroting en de toelichting › Titel 2.2 — De beleidsbegroting
Artikel 7
In het beleidsplan wordt ten minste ingegaan op de doelstellingen van het beleid, alsmede op de activiteiten die nodig geacht worden ter realisering van die doelstellingen en de kosten daarvan voor het begrotingsjaar, en voor de periode van de meerjarenraming, waarbij op nieuw beleid separaat wordt ingegaan.
Hoofdstuk II — De begroting en de toelichting › Titel 2.2 — De beleidsbegroting
Artikel 8
1 In de begroting worden in afzonderlijke paragrafen de beleidslijnen vastgelegd met betrekking tot relevante beheersmatige aspecten, alsmede tot de lokale heffingen.
2 De begroting bevat ten minste de volgende paragrafen:
a. lokale heffingen;
b. weerstandsvermogen;
c. onderhoud kapitaalgoederen;
d. bedrijfsvoering;
e. deelnemingen;
f. grondbeleid;
g. collectieve sector.
Hoofdstuk II — De begroting en de toelichting › Titel 2.2 — De beleidsbegroting
Artikel 9
De paragraaf betreffende de lokale heffingen bevat ten minste:
a. de geraamde inkomsten;
b. het beleid ten aanzien van de lokale heffingen;
c. een overzicht op hoofdlijnen van de diverse heffingen;
d. een aanduiding van de lokale lastendruk;
e. een beschrijving van het kwijtscheldingsbeleid.
Hoofdstuk II — De begroting en de toelichting › Titel 2.2 — De beleidsbegroting
Artikel 10
1 Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen:
a. de weerstandscapaciteit, zijnde de middelen en mogelijkheden waarover het openbaar lichaam beschikt of kan beschikken om niet begrote lasten te dekken, en
b. alle risico's waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie.
2 De paragraaf betreffende het weerstandsvermogen bevat ten minste:
a. een inventarisatie van de weerstandscapaciteit;
b. een inventarisatie van de risico's, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b;
c. het beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico’s.
Hoofdstuk II — De begroting en de toelichting › Titel 2.2 — De beleidsbegroting
Artikel 11
1 De paragraaf betreffende het onderhoud van kapitaalgoederen bevat ten minste de volgende kapitaalgoederen:
a. wegen;
b. riolering;
c. water;
d. groen;
e. gebouwen.
2 Van de kapitaalgoederen, bedoeld in het eerste lid, wordt aangegeven:
a. het beleidskader;
b. de uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties;
c. de vertaling van de financiële consequenties in de begroting.
Hoofdstuk II — De begroting en de toelichting › Titel 2.2 — De beleidsbegroting
Artikel 12
De paragraaf betreffende de bedrijfsvoering geeft ten minste inzicht in de stand van zaken en de beleidsvoornemens ten aanzien van de bedrijfsvoering.
Hoofdstuk II — De begroting en de toelichting › Titel 2.2 — De beleidsbegroting
Artikel 13
1 De paragraaf betreffende de deelnemingen bevat ten minste:
a. de visie op deelnemingen in relatie tot de realisatie van de doelstellingen van het beleid die zijn opgenomen in de begroting;
b. de lijst van deelnemingen.
2 In de lijst van deelnemingen wordt ten minste de volgende informatie verstrekt over elk van de deelnemingen:
a. de naam en de vestigingsplaats;
b. de rechtsvorm;
c. het openbaar belang dat op deze wijze behartigd wordt;
d. het belang dat het openbaar lichaam in de deelneming heeft;
e. de beleidsvoornemens omtrent de deelneming.
Hoofdstuk II — De begroting en de toelichting › Titel 2.2 — De beleidsbegroting
Artikel 14
De paragraaf betreffende het grondbeleid bevat ten minste:
a. een visie op het grondbeleid in relatie tot de realisatie van de doelstellingen van het beleid die zijn opgenomen in de begroting;
b. een aanduiding van de wijze waarop het openbaar lichaam het grondbeleid uitvoert;
c. een actuele prognose van de te verwachten resultaten van de totale grondexploitatie;
d. een onderbouwing van de geraamde winstneming;
e. de beleidsuitgangspunten omtrent de reserves voor grondzaken in relatie tot de risico's van de grondzaken.
Hoofdstuk II — De begroting en de toelichting › Titel 2.2 — De beleidsbegroting
Artikel 15
De paragraaf betreffende de collectieve sector bevat tenminste:
a. een overzicht van de rechtspersonen die samen de collectieve sector vormen;
b. een beschrijving van de betrokkenheid van het openbaar lichaam in elk van de rechtspersonen die deel uitmaken van de collectieve sector, niet zijnde het openbaar lichaam zelf;
c. een overzicht van de uitgaven-, inkomsten- tekort- en schuldcijfers van elk van de rechtspersonen die deel uitmaken van de collectieve sector over de drie jaren voorafgaand aan het jaar waarin de begroting wordt ingediend;
d. een overzicht van de schulden aan het begin van het begrotingsjaar en van de voorziene nieuwe schulden die in het begrotingsjaar worden aangegaan, en voor zover van toepassing de rentebetalingen op elk van die schulden, per rechtspersoon die deel uitmaakt van de collectieve sector;
e. een aanduiding van het financieringsbeleid van de collectieve sector dat het openbaar lichaam voorstaat en van de wijze waarop het dat wil realiseren.
Hoofdstuk II — De begroting en de toelichting › Titel 2.3 — De financiële begroting
Artikel 16
1 Het overzicht van baten en lasten wordt ingedeeld naar hoofdfuncties en functies, en bevat per functie de raming van de baten en lasten en het saldo. Het overzicht bevat voorts een post onvoorzien.
2 De functionele indeling wordt bij regeling van Onze Minister vastgesteld.
3 De eilandsraad kan de onderscheiden functies uitsplitsen naar subfuncties van eigen keuze.
4 Onderdeel van het overzicht van baten en lasten is een recapitulatie per hoofdfunctie van de baten en lasten en het saldo daarvan.
Hoofdstuk II — De begroting en de toelichting › Titel 2.3 — De financiële begroting
Artikel 17
Het overzicht van voorgenomen investeringen vermeldt voor het begrotingsjaar en voor minimaal de drie daarop volgende jaren per investering ten minste:
a. het bedrag van de voorgenomen investering, en de wijze van financiering;
b. de afschrijvingslasten, onder vermelding van het laatste begrotingsjaar waarin de desbetreffende lasten gedekt moeten worden;
c. de onderhoudslasten;
d. indien van toepassing: de naam en omvang van de voor de investering opgebouwde bestemmingsreserve.
Hoofdstuk II — De begroting en de toelichting › Titel 2.3 — De financiële begroting
Artikel 18
1 In het overzicht van reserves en voorzieningen wordt voor het begrotingsjaar per reserve en per voorziening het verloop gedurende het jaar weergegeven. Daaruit blijken:
a. het geraamde saldo aan het begin van het begrotingsjaar;
b. de geraamde toevoegingen of onttrekkingen;
c. de geraamde toevoegingen of onttrekkingen uit hoofde van de bestemming van het resultaat van het voorgaande boekjaar;
d. de geraamde verminderingen in verband met afschrijvingen op activa waarvoor een specifieke bestemmingsreserve is gevormd;
e. het geraamde saldo aan het einde van het begrotingsjaar.
2 Het overzicht geeft tevens per reserve en per voorziening het verloop gedurende de drie op het begrotingsjaar volgende jaren weer.
Hoofdstuk II — De begroting en de toelichting › Titel 2.3 — De financiële begroting
Artikel 19
1 In een besluit tot wijziging van de begroting worden per functie de mutatie en het nieuwe geraamde bedrag vastgesteld.
2 De eilandsraad kan het bestuurscollege machtigen tot overschrijving van begrotingsbedragen tussen functies onder de volgende voorwaarden:
a. overschrijvingen zijn alleen toegestaan als deze passen binnen het vastgestelde beleid;
b. overschrijvingen mogen het begrotingssaldo niet beïnvloeden;
c. de eilandsraad wijst van te voren clusters van functies aan waarbinnen overschrijvingen mogen plaatsvinden;
d. de eilandsraad bepaalt van te voren tot welk maximaal bedrag of percentage de overschrijvingen mogen geschieden.
Hoofdstuk II — De begroting en de toelichting › Titel 2.3 — De financiële begroting
Artikel 20
De toelichting op het overzicht van baten en lasten bevat ten minste:
a. het gerealiseerde bedrag van het voorvorig begrotingsjaar, het geraamde bedrag van het vorig begrotingsjaar na wijziging, het geraamde bedrag voor het begrotingsjaar, en de geraamde bedragen voor de eerste drie jaren volgend op het begrotingsjaar.
b. de gronden waarop de ramingen zijn gebaseerd en, in geval van aanmerkelijk verschil met de raming, respectievelijk de realisatie, van het vorig respectievelijk voorvorig begrotingsjaar: de oorzaken van het verschil;
c. een overzicht van geraamde incidentele baten en lasten;
d. een overzicht van vrije uitkeringen, waarin per jaar voor ten minste de periode van het begrotingsjaar en de drie daarop volgende jaren worden toegelicht de omvang van de vrije uitkeringen en de afzonderlijke inhoudingen voor afschrijvingen vanwege door het Rijk verstrekte renteloze leningen als bedoeld in artikel 89 van de wet, onder vermelding van het laatste begrotingsjaar waarvoor de desbetreffende inhouding plaatsvindt;
e. een overzicht personeel, waarin op basis van de organisatiestructuur ten minste wordt vermeld het aantal personeelsleden in fulltime-eenheden en de salarislasten, uitgesplitst naar formatieve functies en tijdelijke projectfuncties;
f. een overzicht geactiveerde kapitaaluitgaven, waarin per actief ten minste wordt vermeld de boekwaarde aan het begin van het begrotingsjaar en de ramingen van de afzonderlijke mutaties;
g. een overzicht subsidies en inkomensoverdrachten, waarin per subsidie en per uitkering wordt vermeld de omschrijving, de grondslag en het geraamde bedrag.
Hoofdstuk III — De jaarstukken en de toelichting › Titel 3.1 — Algemeen
Artikel 21
1 De jaarstukken bestaan ten minste uit:
a. het jaarverslag;
b. de jaarrekening.
2 Het jaarverslag bestaat ten minste uit:
a. de beleidsverantwoording;
b. de paragrafen.
3 De jaarrekening bestaat uit:
a. de rekening en de toelichting;
b. de balans en de toelichting;
c. het overzicht verantwoordingsinformatie bijzondere uitkeringen.
Hoofdstuk III — De jaarstukken en de toelichting › Titel 3.2 — De beleidsverantwoording
Artikel 22
De beleidsverantwoording bestaat ten minste uit de verantwoording over de realisatie van de beleidsdoelstellingen en activiteiten voor het begrotingsjaar.
Hoofdstuk III — De jaarstukken en de toelichting › Titel 3.3 — De paragrafen
Artikel 23
Het jaarverslag bevat de paragrafen die ingevolge artikel 8 in de begroting zijn opgenomen. Ze bevatten de verantwoording van hetgeen in de overeenkomstige paragrafen in de begroting is opgenomen.
Hoofdstuk III — De jaarstukken en de toelichting › Titel 3.4 — De rekening en de toelichting
Artikel 24
De rekening bevat ten minste:
a. het overzicht van gerealiseerde baten en lasten, het resultaat en de toelichting;
b. de ramingen uit de begroting voor en na wijziging.
Hoofdstuk III — De jaarstukken en de toelichting › Titel 3.4 — De rekening en de toelichting
Artikel 25
De toelichting op de rekening bevat ten minste:
a. een analyse van de afwijkingen tussen de begroting na wijziging en de rekening;
b. een overzicht van de aanwending van het bedrag voor onvoorzien;
c. een overzicht «personeel»;
d. een overzicht «subsidies en inkomensoverdrachten»;
e. een overzicht «deelnemingen».
Hoofdstuk III — De jaarstukken en de toelichting › Titel 3.4 — De rekening en de toelichting
Artikel 26
De rekening wordt vastgesteld met inachtneming van hetgeen omtrent de financiële positie op de balansdatum is gebleken tussen het moment van opmaken van de rekening en het tijdstip van vaststelling daarvan, voor zover deze aanvullende informatie onontbeerlijk is voor het in artikel 3, eerste lid, bedoelde inzicht.
Hoofdstuk III — De jaarstukken en de toelichting › Titel 3.5 — De balans en de toelichting › Paragraaf 3.5.1 — Algemeen
Artikel 27
In de balans worden naast de cijfers per balansdatum tevens de cijfers van de balans van het vorig begrotingsjaar opgenomen.
Hoofdstuk III — De jaarstukken en de toelichting › Titel 3.5 — De balans en de toelichting › Paragraaf 3.5.2 — Hoofdindeling van de balans
Artikel 28
Op de balans worden de activa onderscheiden in vaste en vlottende activa, al naar gelang zij zijn bestemd om de uitoefening van de werkzaamheid van het openbaar lichaam al dan niet duurzaam te dienen.
Hoofdstuk III — De jaarstukken en de toelichting › Titel 3.5 — De balans en de toelichting › Paragraaf 3.5.2 — Hoofdindeling van de balans
Artikel 29
Op de balans worden de passiva onderscheiden in vaste en vlottende passiva.
Hoofdstuk III — De jaarstukken en de toelichting › Titel 3.5 — De balans en de toelichting › Paragraaf 3.5.3 — Vaste activa
Artikel 30
Onder de vaste activa worden afzonderlijk opgenomen de materiële en de financiële vaste activa.
Hoofdstuk III — De jaarstukken en de toelichting › Titel 3.5 — De balans en de toelichting › Paragraaf 3.5.3 — Vaste activa
Artikel 31
1 In de balans worden de materiële vaste activa onderscheiden naar:
a. gronden en terreinen;
b. woonruimten en bedrijfsgebouwen;
c. grond-, weg- en waterbouwkundige werken;
d. overige duurzame bedrijfsmiddelen;
e. vervoermiddelen;
f. machines, apparaten en installaties;
g. automatiseringsmiddelen;
h. overige materiële vaste activa.
2 Van de materiële vaste activa wordt aangegeven welke in erfpacht zijn uitgegeven.
Hoofdstuk III — De jaarstukken en de toelichting › Titel 3.5 — De balans en de toelichting › Paragraaf 3.5.3 — Vaste activa
Artikel 32
In de balans worden onder de financiële vaste activa afzonderlijk opgenomen:
a. kapitaalverstrekkingen aan deelnemingen;
b. leningen aan deelnemingen;
c. overige langlopende leningen.
d. overige vorderingen met een looptijd van twee jaar of langer.
Hoofdstuk III — De jaarstukken en de toelichting › Titel 3.5 — De balans en de toelichting › Paragraaf 3.5.4 — Vlottende activa
Artikel 33
Onder de vlottende activa worden afzonderlijk opgenomen de voorraden, de vorderingen met een looptijd korter dan twee jaar, de liquide middelen en de overlopende activa.
Hoofdstuk III — De jaarstukken en de toelichting › Titel 3.5 — De balans en de toelichting › Paragraaf 3.5.4 — Vlottende activa
Artikel 34
In de balans worden onder de voorraden afzonderlijk opgenomen:
a. grond- en hulpstoffen;
b. onderhanden werk, waaronder bouwgronden in exploitatie;
c. gereed product en handelsgoederen.
Hoofdstuk III — De jaarstukken en de toelichting › Titel 3.5 — De balans en de toelichting › Paragraaf 3.5.4 — Vlottende activa
Artikel 35
In de balans worden onder de vorderingen met een looptijd korter dan twee jaar afzonderlijk opgenomen:
a. vorderingen op openbare lichamen;
b. rekening-courantverhoudingen met niet-financiële instellingen;
c. overige vorderingen.
Hoofdstuk III — De jaarstukken en de toelichting › Titel 3.5 — De balans en de toelichting › Paragraaf 3.5.4 — Vlottende activa
Artikel 36
In de balans worden onder de liquide middelen afzonderlijk de kas-, bank- en girosaldi en de rekening-courantverhouding bij het College financieel toezicht opgenomen.
Hoofdstuk III — De jaarstukken en de toelichting › Titel 3.5 — De balans en de toelichting › Paragraaf 3.5.4 — Vlottende activa
Artikel 37
In de balans worden onder de overlopende activa afzonderlijk opgenomen:
a. de van Europese en Nederlandse overheidslichamen nog te ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op bijzondere uitkeringen;
b. overige nog te ontvangen bedragen;
c. de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen.
Hoofdstuk III — De jaarstukken en de toelichting › Titel 3.5 — De balans en de toelichting › Paragraaf 3.5.5 — Vaste passiva
Artikel 38
Onder de vaste passiva worden afzonderlijk opgenomen het eigen vermogen, de voorzieningen en de vaste schulden, met een looptijd van twee jaar of langer.
Hoofdstuk III — De jaarstukken en de toelichting › Titel 3.5 — De balans en de toelichting › Paragraaf 3.5.5 — Vaste passiva
Artikel 39
1 Het eigen vermogen bestaat uit de reserves en het rekeningresultaat.
2 Het rekeningresultaat wordt afzonderlijk opgenomen als onderdeel van het eigen vermogen.
Hoofdstuk III — De jaarstukken en de toelichting › Titel 3.5 — De balans en de toelichting › Paragraaf 3.5.5 — Vaste passiva
Artikel 40
1 In de balans worden de reserves onderscheiden naar:
a. de algemene reserve;
b. de bestemmingsreserves.
2 Een bestemmingsreserve is een reserve waaraan de eilandsraad een bepaalde bestemming heeft gegeven.
Hoofdstuk III — De jaarstukken en de toelichting › Titel 3.5 — De balans en de toelichting › Paragraaf 3.5.5 — Vaste passiva
Artikel 41
Voorzieningen worden gevormd wegens:
a. verplichtingen en verliezen waarvan de omvang op de balansdatum onzeker is, doch redelijkerwijs te schatten;
b. op de balansdatum bestaande risico’s ter zake van bepaalde te verwachten verplichtingen of verliezen waarvan de omvang redelijkerwijs is te schatten;
c. kosten die in een volgend begrotingsjaar zullen worden gemaakt, mits het maken van die kosten zijn oorsprong mede vindt in het begrotingsjaar of in een voorafgaand begrotingsjaar en de voorziening strekt tot gelijkmatige verdeling van lasten over een aantal begrotingsjaren.
Hoofdstuk III — De jaarstukken en de toelichting › Titel 3.5 — De balans en de toelichting › Paragraaf 3.5.5 — Vaste passiva
Artikel 42
In de balans worden onder de vaste schulden afzonderlijk opgenomen de nog openstaande schulden vanwege de door de departementen aan een openbaar lichaam verstrekte renteloze leningen als bedoeld in artikel 89 van de wet.
Hoofdstuk III — De jaarstukken en de toelichting › Titel 3.5 — De balans en de toelichting › Paragraaf 3.5.6 — Vlottende passiva
Artikel 43
Onder de vlottende passiva worden afzonderlijk opgenomen de schulden met een looptijd korter dan twee jaar en de overlopende passiva.
Hoofdstuk III — De jaarstukken en de toelichting › Titel 3.5 — De balans en de toelichting › Paragraaf 3.5.6 — Vlottende passiva
Artikel 44
In de balans worden onder de overlopende passiva afzonderlijk opgenomen:
a. verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen;
b. de van Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor bijzondere uitkeringen die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren;
c. overige vooruit ontvangen bedragen die ten bate van volgende begrotingsjaren komen.
Hoofdstuk III — De jaarstukken en de toelichting › Titel 3.5 — De balans en de toelichting › Paragraaf 3.5.7 — De toelichting op de balans
Artikel 45
In de toelichting op de balans wordt aangegeven volgens welke methoden de afschrijvingen worden berekend.
Hoofdstuk III — De jaarstukken en de toelichting › Titel 3.5 — De balans en de toelichting › Paragraaf 3.5.7 — De toelichting op de balans
Artikel 46
In de toelichting op de balans wordt van elk van de materiële vaste activa het verloop gedurende het begrotingsjaar in een sluitend overzicht weergegeven. Daaruit blijken, voor zover van toepassing:
a. de boekwaarde aan het begin van het begrotingsjaar;
b. de investeringen of desinvesteringen;
c. de afschrijvingen;
d. bijdragen van derden direct gerelateerd aan een actief;
e. afwaarderingen wegens duurzame waardeverminderingen;
f. de boekwaarde aan het einde van het begrotingsjaar.
Hoofdstuk III — De jaarstukken en de toelichting › Titel 3.5 — De balans en de toelichting › Paragraaf 3.5.7 — De toelichting op de balans
Artikel 47
1 In de toelichting op de balans wordt in een overzicht per bijzondere uitkering waarvoor aan het begin dan wel eind van het begrotingsjaar een vooruit ontvangen voorschotbedrag als bedoeld in artikel 44 onder b dan wel een nog te ontvangen voorschotbedrag als bedoeld in artikel 37 onder a op de balans staat het verloop van die balanspost gedurende het begrotingsjaar weergegeven. Daaruit blijken:
a. het saldo aan het begin van het begrotingsjaar;
b. de ontvangen voorschotbedragen, of indien dat van toepassing is de nog te ontvangen bedragen voor het begrotingsjaar;
c. het lastenbedrag voor het begrotingsjaar dat gedekt wordt met middelen van de betreffende bijzondere uitkering, met vermelding van de functie(s) waarop de lasten van de desbetreffende bijzondere uitkering worden verantwoord;
d. het saldo aan het einde van het begrotingsjaar.
2 In de toelichting op de balans wordt in een overzicht een specificatie gegeven van de overige nog te ontvangen bedragen als bedoeld in artikel 37 onder b en van de vooruitbetaalde bedragen als bedoeld in artikel 37 onder c.
3 In de toelichting op de balans wordt in een overzicht een specificatie gegeven van de nog te betalen bedragen verplichtingen als bedoeld in artikel 44 onder a, en van de overige vooruit ontvangen bedragen als bedoeld in artikel 44 onder c.
Hoofdstuk III — De jaarstukken en de toelichting › Titel 3.5 — De balans en de toelichting › Paragraaf 3.5.7 — De toelichting op de balans
Artikel 48
In de toelichting op de balans wordt een overzicht opgenomen van de niet in de balans opgenomen belangrijke financiële verplichtingen waaraan het openbaar lichaam voor toekomstige jaren is gebonden.
Hoofdstuk III — De jaarstukken en de toelichting › Titel 3.5 — De balans en de toelichting › Paragraaf 3.5.7 — De toelichting op de balans
Artikel 49
1 In de toelichting op de balans worden de aard en reden van elke reserve en de toevoegingen en onttrekkingen daaraan toegelicht.
2 Per reserve wordt het verloop gedurende het jaar in een overzicht weergegeven. Daaruit blijken:
a. het saldo aan het begin van het begrotingsjaar;
b. de toevoegingen of onttrekkingen;
c. de toevoegingen of onttrekkingen uit hoofde van de bestemming van het resultaat van het voorgaande boekjaar;
d. de verminderingen in verband met afschrijvingen op activa waarvoor een specifieke bestemmingsreserve is gevormd;
e. het saldo aan het einde van het begrotingsjaar.
Hoofdstuk III — De jaarstukken en de toelichting › Titel 3.5 — De balans en de toelichting › Paragraaf 3.5.7 — De toelichting op de balans
Artikel 50
1 In de toelichting op de balans worden de aard en reden van de voorzieningen, bedoeld in artikel 41, en de wijzigingen daarin toegelicht.
2 Per voorziening wordt het verloop gedurende het jaar in een overzicht weergegeven. Daaruit blijken:
a. het saldo aan het begin van het begrotingsjaar;
b. de toevoegingen;
c. ten gunste van de rekening van baten en lasten vrijgevallen bedragen;
d. de aanwendingen;
e. het saldo aan het einde van het begrotingsjaar.
Hoofdstuk III — De jaarstukken en de toelichting › Titel 3.5 — De balans en de toelichting › Paragraaf 3.5.7 — De toelichting op de balans
Artikel 51
In de toelichting op de balans worden van elke vaste schuld, bedoeld in artikel 42, vermeld:
a. een omschrijving van de renteloze lening, en het departement dat de desbetreffende lening heeft verstrekt;
b. het schuldbedrag van de lening aan het begin van het begrotingsjaar;
c. het in het begrotingsjaar afgeloste bedrag door inhouding op de vrije uitkering;
d. het schuldbedrag van de lening aan het eind van het begrotingsjaar.
Hoofdstuk III — De jaarstukken en de toelichting › Titel 3.5 — De balans en de toelichting › Paragraaf 3.5.7 — De toelichting op de balans
Artikel 52
Artikel 26 is van overeenkomstige toepassing op de balans.
Hoofdstuk IV — Waarderen, activeren en afschrijven
Artikel 53
1 Alle investeringen worden geactiveerd.
2 In afwijking van het eerste lid worden kunstvoorwerpen met een cultuur-historische waarde niet geactiveerd.
Hoofdstuk IV — Waarderen, activeren en afschrijven
Artikel 54
1 Alle vaste activa worden voor het bedrag van de investering geactiveerd.
2 Bijdragen van derden die in directe relatie staan met een actief mogen op de waardering daarvan in mindering worden gebracht.
Hoofdstuk IV — Waarderen, activeren en afschrijven
Artikel 55
1 Activa worden gewaardeerd op basis van de verkrijgings- of vervaardigingsprijs.
2 De verkrijgingsprijs omvat de inkoopprijs en de bijkomende kosten.
3 De vervaardigingsprijs omvat de aanschaffingskosten van de gebruikte grond- en hulpstoffen en de overige kosten, welke rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend.
4 Voor in erfpacht uitgegeven gronden geldt de uitgifteprijs van eerste uitgifte als verkrijgingsprijs. Gronden in eeuwigdurende erfpacht worden gewaardeerd tegen registratiewaarde.
5 Passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde.
Hoofdstuk IV — Waarderen, activeren en afschrijven
Artikel 56
1 De afschrijvingen geschieden onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar.
2 Op vaste activa met een beperkte gebruiksduur wordt jaarlijks in gelijke jaarschijven afgeschreven volgens een stelsel dat is afgestemd op de verwachte toekomstige gebruiksduur.
Hoofdstuk IV — Waarderen, activeren en afschrijven
Artikel 57
1 Naar verwachting duurzame waardeverminderingen van vaste activa worden onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar in aanmerking genomen.
2 Voorraden en deelnemingen worden tegen de marktwaarde gewaardeerd indien de marktwaarde lager is dan de verkrijgings- of vervaardigingsprijs.
3 Een actief dat buiten gebruik wordt gesteld wordt afgewaardeerd op het moment van buitengebruikstelling, indien de restwaarde lager is dan de boekwaarde.
Hoofdstuk V — Overgangs- en slotbepalingen
Artikel 58
1 In afwijking van artikel 42 worden de schulden die dateren van vóór 10 oktober 2010 ook in de balans opgenomen onder de vaste schulden.
2 De schulden, bedoeld in het eerste lid, worden afzonderlijk opgenomen onder de vaste schulden door zowel het totaalbedrag als een omschrijving van de afzonderlijke schulden en de met die afzonderlijke schulden gemoeide bedragen op te nemen.
3 Zolang de in het eerste lid bedoelde schulden niet zijn afgelost wordt in de financiële begroting, bedoeld in artikel 6, derde lid, ook opgenomen: het overzicht schulden die dateren van vóór 10 oktober 2010.
4 In het in het derde lid bedoelde overzicht wordt voor elke schuld ten minste vermeld:
a. de omschrijving van de schuld;
b. het bedrag van de schuld aan het begin van het begrotingsjaar;
c. het bedrag dat wordt afgelost, voor zowel het begrotingsjaar als voor de drie daarop volgende jaren.
Hoofdstuk V — Overgangs- en slotbepalingen
Artikel 59
1 Het College financieel toezicht kan een openbaar lichaam voor de begrotingsjaren 2012 tot en met uiterlijk 2015 toestemming verlenen in de begroting, de begrotingswijzigingen, de jaarrekening en het jaarverslag op onderdelen af te wijken van de voorschriften in onderhavig besluit. Het bestuurscollege kan daartoe een verzoek doen tot 1 juli van het jaar, voorafgaande aan het begrotingsjaar.
2 Het in het eerste lid bedoelde verzoek bevat een voorstel voor de onderdelen waarvan het bestuurscollege tijdelijk wenst af te wijken en, indien van toepassing, welke alternatieve informatie in elk van de betrokken begrotingsjaren zal worden opgenomen.
3 Het College financieel toezicht kan niet afwijken van het voorstel, bedoeld in het tweede lid, dan nadat het College het bestuurscollege van het desbetreffend openbaar lichaam in de gelegenheid heeft gesteld om te worden gehoord.
4 Het College financieel toezicht betrekt de toepassing van dit artikel bij zijn halfjaarlijkse rapportage, bedoeld in artikel 4, tweede lid, van de wet, aan Onze Minister.
Hoofdstuk V — Overgangs- en slotbepalingen
Artikel 60
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst en wordt voor het eerst toegepast voor het begrotingsjaar 2012.
Hoofdstuk V — Overgangs- en slotbepalingen
Artikel 61
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit begroting en verantwoording openbare lichamen BES.