wetzoeker

I — De ondergetekende Regeling vaststelling eenmalig bedrag uitgifte kavel A7 2011

De ondergetekende

..... (naam van een bank die is gevestigd in een van de lidstaten van de Europese Unie of in een van de overige staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte), statutair gevestigd te ....., mede kantoorhoudende te ....., hierna te noemen: ‘de Bank’;

In aanmerking nemende:

A. dat artikel 3.3, eerste lid, van de Telecommunicatiewet bepaalt dat voor het gebruik van frequentieruimte een vergunning is vereist van de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (hierna: ‘de Minister’);

B. dat regels zijn gesteld over de verlening van de vergunning voor landelijke commerciële radio-omroep voor kavel A7 of A8 onder gelijktijdige verlening van een vergunning voor digitale radio-omroep. Deze regels zijn vastgelegd in de Regeling aanvraag en vergelijkende toets vergunningen kavels A7 en A8 in de FM-band en aanvraag vergunningen voor frequentieruimte in band III (hierna: Regeling aanvraag) en in deRegeling vaststelling eenmalig bedrag uitgifte A7 2011 (hierna: Regeling eenmalig bedrag);

C. dat degene die een aanvraag om de vergunningen voor kavel A7 en/of voor kavel A8 voor digitale radio-omroep indient:

1. op grond van artikel 5 van de Regeling aanvraag verplicht is een bedrag ter grootte van zijn financiële bod dan wel zijn financiële biedingen voor de vergunning voor kavel A7 en/of voor kavel A8 te storten dan wel voor dat bedrag een bankgarantie te verstrekken, en/of

2. op grond van artikel 6 van de Regeling aanvraag verplicht is bij de indiening daarvan een waarborgsom of een bankgarantie te verstrekken ter grootte van een zesde deel van het bedrag dat hij verschuldigd is op grond van artikel 2, eerste of tweede lid, van de Regeling eenmalig bedrag;

D. dat op grond van artikel 4:94 van de Awb op aanvraag bij beschikking uitstel van betaling kan worden verleend voor het bedrag dat op grond de Regeling eenmalig bedrag verschuldigd is en dat aan deze beschikking de voorschriften worden verbonden dat het verschuldigde bedrag wordt betaald in zes gelijke termijnen die steeds jaarlijks vervallen op 1 september, voor het eerst op 1 september 2011, en dat de verkrijger respectievelijk de houder van de vergunningen een waarborgsom verstrekt of een bankgarantie volgens het model, opgenomen in bijlage 2 bij de Regeling aanvraag en de bijlage bij de Regeling eenmalig bedrag, overlegt ter hoogte van een zesde deel van het verschuldigde bedrag;

E. dat ..... (naam aanvrager/houder van de vergunningen), rechtspersoon naar ..... (het recht van een van de lidstaten van de Europese Unie of van een van de overige staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte) recht, statutair gevestigd te ....., kantoorhoudende te ....., hierna te noemen: ‘de Aanvrager/Houder’, op grond hiervan is gehouden een waarborgsom te storten of een bankgarantie te doen stellen ter zekerheid van al hetgeen de aanvrager ter zekerheid verschuldigd is, hierna te noemen: ‘de Vordering’, aan de Staat der Nederlanden, rechtspersoon naar Nederlands recht, waarvan de statutaire zetel is gevestigd te ’s-Gravenhage, hierna te noemen: ‘de Staat’;

F. dat de Aanvrager de Bank heeft verzocht een onherroepelijke en onafhankelijke bankgarantie te stellen ten behoeve van de Staat, welke op eerste verzoek van de Staat betaalbaar is;

Regeling
Regeling vaststelling eenmalig bedrag uitgifte kavel A7 2011
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
30-04-2011
BWB-id
BWBR0029920
Versie
2011-04-30_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl