wetzoeker

Intrekkingswet Wet stedelijke vernieuwing

Wet van 7 april 2011 tot intrekking van de Wet stedelijke vernieuwing in verband met de decentralisatie van het investeringsbudget stedelijke vernieuwing (Intrekkingswet Wet stedelijke vernieuwing)

Soort
Wet
Geldend vanaf
28-04-2011
Rechtsgebied
Omgevingsrecht, Ruimtelijke ordening en milieu
Ministerie
Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
BWB-id
BWBR0029910
Versie
2011-04-28_0
SHA-256 bron
e9fce737f7c2a45970e10f36acab9171244a9c9765472714b0adee009cf41844

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (7)
  1. Artikel I
  2. Artikel II
  3. Artikel IIa
  4. Artikel III
  5. Artikel IV
  6. Artikel V
  7. Artikel VI

Artikel I

De Wet stedelijke vernieuwing wordt ingetrokken.

Artikel II

Wijzigt de Algemene wet bestuursrecht.

Artikel IIa

Wijzigt de Crisis-en herstelwet.

Artikel III

Wijzigt de Woningwet.

Artikel IV

1 In dit artikel wordt verstaan onder:

a. eerste investeringstijdvak: de jaren 2000 tot en met 2004;

b. tweede investeringstijdvak: de jaren 2005 tot en met 2009;

c. derde investeringstijdvak: de jaren 2010 tot en met 2014.

2 Ten aanzien van investeringsbudget als bedoeld in artikel 5, eerste respectievelijk vierde lid, van de Wet stedelijke vernieuwing, verleend voor het eerste of tweede investeringstijdvak, waarvan het bedrag op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet nog niet is vastgesteld overeenkomstig artikel 14 of 15 van die wet, blijft het bij of krachtens de Wet stedelijke vernieuwing bepaalde van toepassing.

3 Het bedrag van het voor het derde investeringstijdvak verleende investeringsbudget als bedoeld in artikel 5, eerste respectievelijk vierde lid, van de Wet stedelijke vernieuwing, wordt vastgesteld op het in 2010 inzake dat investeringsbudget verleende voorschot, bedoeld in artikel 12 van de Wet stedelijke vernieuwing.

4 De krachtens artikel 6, vierde lid, van de Wet stedelijke vernieuwing vastgestelde provinciale verordeningen blijven van kracht met betrekking tot het derde investeringstijdvak, en berusten vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet op dit artikel.

5 Krachtens artikel 20 van de Wet stedelijke vernieuwing vastgestelde ministeriële regelingen, zoals die laatstelijk luidden op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet, blijven, behoudens intrekking voor dat tijdstip, van kracht tot de in die ministeriële regelingen bepaalde datum van intrekking, en berusten vanaf eerderbedoeld tijdstip op dit artikel.

Artikel V

Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst. De artikelen I, II, en III werken terug tot en met 1 januari 2011.

Artikel VI

Deze wet wordt aangehaald als: Intrekkingswet Wet stedelijke vernieuwing.