wetzoeker

Wijzigingswet Mededingingswet (invoering regels ondernemingen die deel uitmaken van een publiekrechtelijke rechtspersoon of hiermee zijn verbonden)

Wet van 24 maart 2011 tot wijziging van de Mededingingswet ter invoering van regels inzake ondernemingen die deel uitmaken van een publiekrechtelijke rechtspersoon of die hiermee zijn verbonden (aanpassing Mededingingswet ter invoering van gedragsregels voor de overheid)

Soort
Wet
Geldend vanaf
01-07-2012
Rechtsgebied
Mededingingsrecht
Ministerie
Economische Zaken
BWB-id
BWBR0029818
Versie
2012-07-01_0
SHA-256 bron
66057f41b400cab1537f19f551e6801feb7112e38a753328df0985828abf8fab

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (4)
  1. Artikel I
  2. Artikel II
  3. Artikel III
  4. Artikel IV

Artikel I

Wijzigt de Mededingingswet.

Artikel II

1 Gedurende twee jaar vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet is artikel 25i niet van toepassing op economische activiteiten die ook voor dat tijdstip werden verricht.

2 Gedurende twee jaar na het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet is artikel 25j niet van toepassing op bepalingen in overeenkomsten die zijn gesloten voor het genoemde tijdstip en die in strijd zijn met dat artikel.

3 Gedurende twee jaar na het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet is artikel 25k niet van toepassing op bepalingen in overeenkomsten die zijn gesloten voor het genoemde tijdstip en die in strijd zijn met dat artikel.

4 Gedurende een jaar na het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet is artikel 25l niet van toepassing op economische activiteiten die ook voor dat tijdstip werden verricht.

Artikel III

Onze Minister zendt binnen drie jaar na de inwerkingtreding van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk.

Artikel IV

1 Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

2 Deze wet vervalt vijf jaar na het tijdstip van inwerkingtreding en de door deze wet in de Mededingingswet gewijzigde bepalingen komen alsdan te luiden zoals zij luidden voor het tijdstip van de inwerkingtreding van deze wet en met inachtneming van wijzigingen die na dat tijdstip in werking zijn getreden, tenzij voorafgaand aan het hiervoor bedoelde tijdstip van het vervallen van deze wet bij algemene maatregel van bestuur over de geldingsduur anders is bepaald.

3 De voordracht voor een krachtens het tweede lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.