wetzoeker

Wijzigingswet Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten en Zorgverzekeringswet (opsporing en verzekering onverzekerden zorgverzekering)

Wet van 26 februari 2011 tot wijziging van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten en de Zorgverzekeringswet, houdende maatregelen tot opsporing en verzekering van personen die ondanks hun verzekeringsplicht geen zorgverzekering hebben en beperking van het aantal zorgverzekeringen tot één per verzekeringsplichtige (opsporing en verzekering onverzekerden zorgverzekering)

Soort
Wet
Geldend vanaf
15-03-2015
Rechtsgebied
Gezondheidsrecht en farmaceutisch recht
Ministerie
Volksgezondheid, Welzijn en Sport
BWB-id
BWBR0029695
Versie
2015-03-15_0
SHA-256 bron
478055e9a511f3ed3c842527d3dcaa01fb4c81abb84ed65d97ce7be3450cc154

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (14)
  1. Artikel I
  2. Artikel II
  3. Artikel III
  4. Artikel IV
  5. Artikel V
  6. Artikel VI
  7. Artikel VII
  8. Artikel VIII
  9. Artikel IX
  10. Artikel X
  11. Artikel XI
  12. Artikel XIA
  13. Artikel XII
  14. Artikel XIII

Artikel I

Wijzigt de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten.

Artikel II

Wijzigt de Zorgverzekeringswet.

Artikel III

Wijzigt de Wet op de zorgtoeslag.

Artikel IV

Wijzigt de Algemene wet bestuursrecht.

Artikel V

Wijzigt de Beroepswet.

Artikel VI

Wijzigt de Wijzigingswet Zorgverzekeringswet, Wet op de zorgtoeslag, enz. (structurele maatregelen wanbetalers zorgverzekering).

Artikel VII

Wijzigt de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten.

Artikel VIII

Wijzigt de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten.

Artikel IX

1 Indien een meerderjarige verzekeringsplichtige op de datum van inwerkingtreding van dit artikel krachtens meer dan een zorgverzekering verzekerd is, eindigen deze zorgverzekeringen, met uitzondering van de eerstgesloten verzekering, met ingang van die datum.

2 Indien een minderjarige verzekeringsplichtige op de datum van inwerkingtreding van dit artikel krachtens meer dan een zorgverzekering verzekerd is, eindigen deze zorgverzekeringen, met uitzondering van een door degene of degenen die het gezag over de minderjarige uitoefent of gezamenlijk uitoefenen aangewezen zorgverzekering, met ingang van die datum.

3 Indien het gezag over een minderjarige door meer dan één persoon gezamenlijk wordt uitgeoefend en deze personen niet tot een aanwijzing als bedoeld in het tweede lid komen, bepaalt de persoon tot wiens huishouden het kind behoort, welke zorgverzekering als enige voor de minderjarige blijft voortbestaan.

Artikel X

1 Beschikkingen tot oplegging van een boete als bedoeld in artikel 96 van de Zorgverzekeringswet, zoals dat artikel luidde op de dag voorafgaande aan de datum van inwerkingtreding van dit artikel, worden ingetrokken indien op eerstbedoelde dag tegen deze beschikkingen nog bezwaar of beroep kon worden ingesteld dan wel indien op die dag bezwaar of beroep was ingesteld en nog niet op dat bezwaar of beroep was beslist.

2 Beschikkingen tot oplegging van een boete als bedoeld in artikel 69 van de Zorgverzekeringswet, zoals dat artikel luidde op de dag voorafgaande aan de datum van inwerkingtreding van dit artikel, worden herzien indien op eerstbedoelde dag tegen deze beschikkingen nog bezwaar of beroep kon worden ingesteld dan wel indien op die dag bezwaar of beroep was ingesteld en nog niet op dat bezwaar of beroep was beslist, en een boete op grond van dat artikel zoals dat na inwerkingtreding van artikel II, onderdeel P luidt voor de overtreder tot een lager boetebedrag leidt dan de opgelegde boete.

Artikel XI

Vervallen

Artikel XIA

Op beroepen inzake een beschikking als bedoeld in artikel 5, vierde lid, tweede volzin, van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten, zoals die volzin luidde onmiddellijk voorafgaande aan de inwerkingtreding van artikel I, onderdeel B, beslist de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Artikel XII

Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport zendt binnen drie jaar na de inwerkingtreding van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk.

Artikel XIII

1 De artikelen van deze wet treden in werking met ingang van een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

2 Artikel VI, onderdeel A, werkt terug tot en met 1 september 2009.

3 In het koninklijk besluit, bedoeld in het eerste lid, kan worden bepaald dat artikel II, onderdelen P en S, en artikel X, terugwerken tot en met een in dat besluit te bepalen tijdstip.