wetzoeker

Artikel 4 Regeling technische voorschriften voor lieren, sleepauto’s en sleepkabels

Lieren

1 De kapinrichting is zodanig uitgevoerd dat in ieder geval:

a. de kabel onder alle omstandigheden snel geheel kan worden doorgesneden;

b. de kabel na het doorsnijden niet verward of geklemd kan raken tussen delen van de lier;

c. het bedieningspersoneel geen gevaar loopt tijdens het doorsnijden van de kabel.

2 De lierman moet vanaf zijn standplaats onmiddellijk en duidelijk kunnen waarnemen of de kapinrichting al dan niet geblokkeerd is.

3 De in rust zijnde, gespannen kabel bevindt zich altijd op een afstand van ten minste 5 mm ten opzichte van enig deel van de kapinrichting.

4 De lierman kan de kapinrichting vanaf zijn standplaats gemakkelijk en snel in werking stellen door middel van een daartoe op de bedieningshefboom uit te oefenen kracht van maximaal 150 N.

5 De slag van de bedieningshefboom bedraagt ten hoogste 30 cm.

6 De veiligheidsfactor tegen blijvende vervorming, die bij de sterkteberekening van de bedieningsinrichting verplicht gebruikt is, bedraagt 6.

Regeling
Regeling technische voorschriften voor lieren, sleepauto’s en sleepkabels
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
08-03-2011
BWB-id
BWBR0029692
Versie
2011-03-08_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl