wetzoeker

Bijlage 2 — Bij artikel 9 van de Regeling aanwijzing internationale en buitenlandse scholen: criteria onderwijs in de Nederlandse taal aan leerlingen met de Nederlandse nationaliteit Regeling aanwijzing internationale en buitenlandse scholen

Bij artikel 9 van de Regeling aanwijzing internationale en buitenlandse scholen: criteria onderwijs in de Nederlandse taal aan leerlingen met de Nederlandse nationaliteit

In deze bijlage worden de in het Nederlandse onderwijs gebruikelijke termen ‘primair onderwijs’ en ‘voortgezet onderwijs’ gehanteerd. Voor de toepassing van de criteria van deze bijlage worden bedoeld met het primaire onderwijs: de eerste acht leerjaren van kinderen van 4 tot en met 11 of 12 jaar, en met het voortgezet onderwijs: de leerjaren daarna van kinderen tot 18 jaar of ouder. Met ‘bovenbouw van het voortgezet onderwijs’ wordt bedoeld de laatste twee, drie of vier leerjaren daarvan.

1. Bij het toezicht op het onderwijs in de Nederlandse taal aan leerlingen met de Nederlandse nationaliteit hanteert de Inspectie de volgende criteria.

a. De aangeboden leerinhouden voor de Nederlandse taal zijn dekkend voor de kerndoelen, bedoeld in de Wet op het primair onderwijs en de Wet voortgezet onderwijs 2020. In de bovenbouw van het voortgezet onderwijs leiden de leerinhouden toe naar examens Nederlandse taal, dan wel naar een vergelijkbare beheersing van het Nederlands binnen het betreffende internationale curriculum.

b. Bij het aanbieden van de leerinhouden voor Nederlandse taal en het toewerken naar examens Nederlandse taal houdt de school rekening met de taal- en onderwijsachtergrond van de leerlingen die het Nederlandse taalonderwijs volgen.

c. De school neemt in het primair onderwijs voor de kerndoelen Nederlandse taal de referentieniveaus Nederlandse taal 1F en 2F als uitgangspunt, zoals opgenomen in bijlage 1 van het Besluit referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen. Bij de verzorging van onderwijs Nederlandse taal in het voortgezet onderwijs neemt de school de referentieniveaus Nederlandse taal tot uitgangspunt die corresponderen met die van de Nederlandse afsluitende schoolexamens voortgezet onderwijs dan wel met het niveau van examens NT2 of Certificaat Nederlands als Vreemde Taal (CNaVT).

d. De school gebruikt een samenhangend systeem van instrumenten en procedures voor het volgen en meten van de prestaties en de ontwikkeling van de leerlingen.

e. De Inspectie beoordeelt de leerresultaten aan het einde van de schoolperiode overeenkomstig de in Nederland vigerende beoordeling van opbrengsten voor Nederlandse taal, zij het dat daarbij rekening wordt gehouden met de eerdere schoolloopbaan van de leerlingen, indien dit heeft geleid tot een langdurig of structureel verminderd Nederlands taalaanbod. In het voortgezet onderwijs hanteert de Inspectie als criterium dat het niveau van de (school)examens voor Nederlandse taal niet afwijkt van het te verwachten niveau op grond van de kenmerken van de leerlingenpopulatie, en dat eveneens de examenresultaten hiermee overeenkomen.

2. Als de resultaten zoals bedoeld onder 1.e. achterblijven hanteert de Inspectie daarnaast de onderwijstijd als criterium, waarbij geldt dat deze dient te zijn afgestemd op de ontwikkeling van de leerling, de voortgang in ontwikkeling van de leerling en het te bereiken taalniveau.

3. Voor zover op basis van het toezicht als bedoeld in artikel 4 van de regeling aan het bevoegd gezag aanbevelingen zijn gedaan of aanwijzingen zijn gegeven het onderwijs betreffende, draagt het bevoegd gezag er zorg voor dat deze aanbevelingen of aanwijzingen, voor zover van toepassing, tevens voor het onderwijs Nederlandse taal worden uitgewerkt.

Regeling
Regeling aanwijzing internationale en buitenlandse scholen
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
19-07-2025
BWB-id
BWBR0029599
Versie
2025-07-19_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl