wetzoeker

Wijzigingsbesluit Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001, enz.

Besluit van 23 december 2010 tot wijziging van enige fiscale uitvoeringsbesluiten

Soort
AMvB
Geldend vanaf
24-02-2011
Rechtsgebied
Belastingrecht
Ministerie
Financiën
BWB-id
BWBR0029375
Versie
2011-02-24_0
SHA-256 bron
06f342fa0d0b632147afa0b2c509f4b05202af7aa133292bc8cfbf7f94fdd194

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (19)
  1. Artikel I
  2. Artikel II
  3. Artikel III
  4. Artikel IV
  5. Artikel V
  6. Artikel VI
  7. Artikel VII
  8. Artikel VIII
  9. Artikel IX
  10. Artikel X
  11. Artikel XI
  12. Artikel XII
  13. Artikel XIII
  14. Artikel XIV
  15. Artikel XV
  16. Artikel XVI
  17. Artikel XVII
  18. Artikel XVIII
  19. Artikel XIX

Artikel I

Wijzigt het Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001.

Artikel II

Wijzigt het Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965.

Artikel III

Wijzigt het Uitvoeringsbesluit vennootschapsbelasting 1971.

Artikel IV

Wijzigt het Besluit fiscale eenheid 2003.

Artikel V

Met betrekking tot immateriële activa die na 31 december 2007, maar voor 1 januari 2010 tot de bedrijfsmiddelen van de belastingplichtige zijn gaan behoren en waarvoor aan hem een S&O-verklaring is afgegeven als bedoeld in de Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen, blijven de artikelen 7a en 16a van het Besluit fiscale eenheid 2003 zoals deze luidden op 31 december 2009 van toepassing.

Artikel VI

Wijzigt het Besluit winstbepaling en reserves verzekeraars 2001.

Artikel VII

Wijzigt het Uitvoeringsbesluit Successiewet 1956.

Artikel VIII

Wijzigt het Uitvoeringsbesluit omzetbelasting 1968.

Artikel IX

Voor de toepassing van artikel 7, tweede lid, van het Uitvoeringsbesluit omzetbelasting 1968 wordt:

a. een ondernemer die was genoemd in bijlage B, onderdeel a, zoals dat onderdeel luidde op 31 december 2005;

b. een ondernemer aan wie schriftelijk te kennen is gegeven dat het voornemen bestaat om te bevorderen dat de ondernemer zal worden opgenomen in bijlage B, onderdeel a, zoals dat onderdeel luidde op 31 december 2005;

c. een ondernemer die erkend is op grond van bijlage B, onderdeel c, zoals dat onderdeel luidde op 31 december 2010;

aangemerkt als een instelling die door de inspecteur is erkend als een instelling van sociale of culturele aard. Hierbij blijven de voorwaarden en beperkingen van kracht die met betrekking tot het verlenen van de vrijstelling zijn gesteld.

Artikel X

Wijzigt het Algemeen douanebesluit.

Artikel XI

Wijzigt het Uitvoeringsbesluit belasting van personenauto’s en motorrijwielen 1992.

Artikel XII

Wijzigt het Uitvoeringsbesluit motorrijtuigenbelasting 1994.

Artikel XIII

Wijzigt het Uitvoeringsbesluit accijns.

Artikel XIV

Wijzigt het Uitvoeringsbesluit verbruiksbelastingen van alcoholvrije dranken en van enkele andere produkten.

Artikel XV

Wijzigt het Uitvoeringsbesluit belastingen op milieugrondslag.

Artikel XVI

Wijzigt het Uitvoeringsbesluit Algemene wet inzake rijksbelastingen 1964.

Artikel XVII

Wijzigt het Uitvoeringsbesluit Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen.

Artikel XVIII

Wijzigt het Besluit voorkoming dubbele belasting 2001.

Artikel XIX

1 Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2011, met dien verstande dat:

a. artikel I, onderdeel C, terugwerkt tot en met 1 januari 2002;

b. artikel VI terugwerkt tot en met 1 januari 2002 en voor het eerst toepassing vindt met betrekking tot jaren die aanvangen op of na 1 januari 2002;

c. artikel XVIII terugwerkt tot en met 1 januari 2010 en:

1°. met betrekking tot de Wet inkomstenbelasting 2001, met uitzondering van artikel XVIII, onderdeel D, en artikel XVIII, onderdeel J, voor het eerst toepassing vindt voor belastingjaren die aanvangen op of na 1 januari 2010;

2°. met betrekking tot de Successiewet 1956 voor het eerst toepassing vindt voor belastbare feiten die zich hebben voorgedaan op of na 1 januari 2010.

d. artikel XVII terugwerkt tot en met 1 mei 2010;

e. de artikelen I, onderdeel G, II, onderdeel E, en XVI terugwerken tot en met 10 oktober 2010;

f. artikel III voor het eerst toepassing vindt met betrekking tot boekjaren die aanvangen op of na 1 januari 2012.

2 In afwijking van het eerste lid treden de artikelen IV en V in werking met ingang van de dag die is gelegen acht weken na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het besluit is geplaatst en werken die artikelen terug tot en met 1 januari 2010.