Deelregeling projectsubsidies Fonds Podiumkunsten
- Soort
- ZBO-regeling
- Geldend vanaf
- 01-07-2026
- Rechtsgebied
- Cultureel recht
- Ministerie
- Stichting Nederlands Fonds voor Podiumkunsten
- BWB-id
- BWBR0029367
- Versie
- 2026-07-01_0
- SHA-256 bron
- b77f261fe8eb2f34f6c7ea7964fabe56792c3ef4a6c4b18c3364b4a7fc2128c9
Inhoud (32)
- Artikel 1.1
- Artikel 1.2
- Artikel 1.3
- Artikel 1.4
- Artikel 1.5
- Artikel 1.6
- Artikel 1.7
- Artikel 2.1
- Artikel 2.2
- Artikel 2.3
- Artikel 2.4
- Artikel 2.5
- Artikel 2.6
- Artikel 3.1
- Artikel 3.2
- Artikel 3.3
- Artikel 3.4
- Artikel 3.5
- Artikel 3.6
- Artikel 4.1
- Artikel 4.2
- Artikel 4.3
- Artikel 4.4
- Artikel 4.5
- Artikel 4.6
- Artikel 5.1
- Artikel 5.2
- Artikel 5.3
- Artikel 5.4
- Artikel 5.5
- Artikel 5.6
- Artikel 5.7
Artikel 1.1
In deze regeling wordt verstaan onder:
algemeen reglement: het Algemeen Reglement Fonds Podiumkunsten;
bestuur: de raad van bestuur van de stichting Nederlands Fonds voor Podiumkunsten;
concours: een competitie gericht op podiumkunstenaars die aan het begin van een professionele carrière staan waarbij het wedstrijdelement het verbindende element tussen de activiteiten vormt;
eigen inkomsten: bijdragen uit private fondsen, sponsoring en publieksinkomsten;
Fonds Podiumkunsten: de stichting Nederlands Fonds voor Podiumkunsten;
maker: een podiumkunstenaar die of collectief podiumkunstenaars dat artistiek-inhoudelijk eindverantwoordelijk is voor de totstandkoming van producties;
G4: de gemeenten Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht;
G9: de gemeenten Arnhem, Eindhoven, Enschede, Groningen, Maastricht,
Nederland: het Koninkrijk der Nederlanden bestaande uit Nederland, inclusief Bonaire, Sint-Eustatius en Saba en Aruba, Curaçao en Sint-Maarten;
podiumkunstenaar: een natuurlijk persoon die artistiek scheppend actief is in de podiumkunsten en in die hoedanigheid aantoonbaar geïntegreerd is in de professionele podiumkunstpraktijk in Nederland;
professionele podiumkunstpraktijk: beroepsmatige beoefening van podiumkunsten vanuit een artistieke drijfveer door een podiumkunstenaar, die voor zijn werkzaamheden een passende financiële vergoeding ontvangt of dient te ontvangen;
productie: een podiumkunstuiting voor publiek, bijvoorbeeld een concert, voorstelling of performance die wordt uitgevoerd door een of meerdere podiumkunstenaar(s);
regio’s: Noord (provincies Friesland, Groningen en Drenthe); Oost (provincies Overijssel en Gelderland); Midden (provincies Flevoland en Utrecht); Zuid (provincies Zeeland, Noord-Brabant en Limburg); West (provincies Noord-Holland en Zuid-Holland).
Artikel 1.2
Het bestuur kan subsidie verstrekken in de volgende vormen:
a. Productiesubsidie;
b. Subsidie nieuwe makers.
Artikel 1.3
1 Een aanvraag wordt digitaal ingediend met behulp van een door het bestuur opgesteld aanvraagformulier voor de betreffende subsidievorm en dient vergezeld te gaan van de in het aanvraagformulier vermelde bijlagen.
2 Het bestuur kan besluiten om per subsidievorm eisen te stellen aan bijlagen waaronder:
a. het maximale aantal pagina’s,
b. het te gebruiken lettertype en lettergrootte.
3 Het bestuur kan besluiten dat bijlagen die niet aan de gestelde vereisten voldoen, al dan niet gedeeltelijk, buiten beschouwing worden gelaten bij de besluitvorming over de aanvraag.
4 Het bestuur kan door de aanvrager bijgevoegde maar niet op het aanvraagformulier vermelde bijlagen geheel of gedeeltelijk buiten beschouwing laten.
5 Na de uiterste indiendatum worden aanvragen getoetst aan de formele voorwaarden van deze regeling en het algemeen reglement. Ontbrekende informatie wordt na de uiterste indiendatum niet opgevraagd. Alleen in geval van een kennelijke fout in de aanvraag neemt het bestuur na de uiterste indiendatum contact op met de aanvrager.
6 Een aanvraag kan schriftelijk worden ingediend indien digitale indiening niet mogelijk is.
7 Besluiten als bedoeld in het tweede lid en derde lid worden bekendgemaakt door kennisgeving daarvan in de Staatscourant en op de website van Fonds Podiumkunsten.
Artikel 1.4
1 Het bestuur kan per jaar per subsidievorm een of meer aanvraagrondes vaststellen. De bijbehorende indiendata worden bekendgemaakt door kennisgeving van het besluit in de Staatscourant en op de website van Fonds Podiumkunsten.
2 Het bestuur kan advies vragen over ingediende aanvragen. Adviseurs beoordelen de aan hen voorgelegde aanvragen met inachtneming van het bepaalde in deze regeling.
3 Het bestuur informeert de aanvrager binnen 16 weken na de uiterste indiendatum schriftelijk over zijn besluit. Als voor de motivering van het besluit wordt verwezen naar een over de aanvraag uitgebracht advies wordt de tekst van het advies aan de aanvrager toegezonden.
4 Indien het digitaal indienen van aanvragen wegens een technische storing in de elektronische voorzieningen van Fonds Podiumkunsten niet mogelijk is binnen de laatste 24 uur voorafgaand aan het verstrijken van de indieningstermijn, kan het bestuur besluiten de indieningstermijn te verlengen met een minimum van één werkdag.
5 Onder een technische storing als bedoeld in het vierde lid wordt uitsluitend verstaan een storing aan de zijde van Fonds Podiumkunsten. Storingen in apparatuur, programmatuur of internetverbindingen aan de zijde van de aanvrager blijven voor rekening en risico van de aanvrager.
6 Fonds Podiumkunsten doet van de in het vierde lid bedoelde verlenging zo spoedig mogelijk mededeling op een zodanige wijze dat aanvragers die gebruikmaken van de desbetreffende wijze van elektronische verzending binnen een lopende aanvraagronde hiervan tijdig kennis kunnen nemen.
7 Een besluit als bedoeld in het vierde lid wordt bekendgemaakt door kennisgeving daarvan op de website van Fonds Podiumkunsten.
Artikel 1.5
1 Het bestuur kan een of meer subsidieplafonds vaststellen voor de subsidievormen als bedoeld in artikel 1.2.
2 Het bestuur kan eerder vastgestelde subsidieplafonds verhogen.
3 Een besluit tot het vaststellen of verhogen van een subsidieplafond wordt bekendgemaakt door kennisgeving van het besluit in de Staatscourant en via de website van Fonds Podiumkunsten.
Artikel 1.6
1 Aanvragen met een eindscore van 5 punten of meer ontvangen een positief advies en komen in aanmerking voor honorering.
2 Aanvragen met een eindscore van 4 punten of minder ontvangen een negatief advies en worden niet gehonoreerd.
3 Als een subsidieplafond ontoereikend is om alle aanvragen met een positief advies te honoreren, plaatst het bestuur deze aanvragen in een rangorde op basis van de toegekende totaalscores.
4 Aanvragen die een gelijke score hebben behaald, worden gerangschikt op basis van de behaalde scores op de beoordelingscriteria in de volgorde:
1. artistieke kwaliteit van het plan;
2. bijdrage aan de pluriformiteit van het podiumkunstenaanbod in Nederland;
3. ondernemerschap;
4. geografische spreiding.
5 Aanvragen die na toepassing van het vierde lid alsnog gelijk eindigen in de rangorde, worden gerangschikt door middel van loting door een notaris.
6 Het bestuur honoreert de aanvragen zoals bedoeld in het eerste lid voor het te honoreren subsidiebedrag in volgorde van de rangorde totdat het subsidieplafond is bereikt. De resterende aanvragen worden afgewezen wegens overschrijding van het subsidiebudget.
7 Indien het bestuur een subsidieplafond verhoogt, wordt eerst het subsidiebedrag van een aanvraag die wegens ontoereikendheid van het budget gedeeltelijk was gehonoreerd alsnog verhoogd tot het volledig te honoreren subsidiebedrag.
Artikel 1.7
1 Het bestuur weigert, onverminderd het bepaalde in artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht, subsidie;
a. als voor dezelfde activiteit reeds eerder subsidie is aangevraagd en het bestuur daarbij heeft verwezen naar een advies van een adviescommissie;
b. als de aanvraag betrekking heeft op een geheel of gedeeltelijk voltooide activiteit;
c. als de eerste openbare activiteit waarvoor de subsidie bestemd is of mede bestemd is, plaatsvindt voor de uiterste indiendatum of binnen 16 weken na de uiterste indiendatum;
d. als voor de activiteiten al eerder op basis van onderhavige of een andere regeling van Fonds Podiumkunsten subsidie is verstrekt;
e. als de aanvraag niet aan het bepaalde in deze regeling voldoet;
f. als de aanvraag niet tijdig is ontvangen;
g. als de aanvrager geen rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid zonder winstoogmerk is;
h. als de subsidie niet zal leiden tot een of meer openbare activiteiten;
i. als de aanvraag amateuraanbod betreft;
j. als het project gemaakt, geproduceerd of uitgevoerd wordt door studenten.
2 De subsidie kan worden geweigerd:
a. als de aanvrager niet voldoet aan de voor de betreffende organisatie gebruikelijke normen met betrekking tot fair practice, diversiteit & inclusie en good governance op het terrein van goed bestuur, adequaat toezicht en transparante verantwoording;
b. als de aanvrager in de voorafgaande twee jaren niet heeft voldaan aan een of meer aan een subsidie verbonden voorwaarden of verplichtingen, waaronder in elk geval ook vallen het juist en tijdig afronden van de gesubsidieerde activiteiten, het tijdig melden van relevante veranderingen in de realisatie en het juist en tijdig verantwoorden van de activiteiten;
c. als de aanvraag onvoldoende concreet is of onvoldoende gegevens zijn verstrekt voor de beoordeling van de aanvraag.
Paragraaf 2: — Productiesubsidies
Artikel 2.1
Het bestuur verstrekt productiesubsidies voor het ontwikkelen, uitvoeren of hernemen van producties om bij te dragen aan de kwaliteit en diversiteit in de podiumkunsten in Nederland en het opbouwen en bereiken van een publiek daarvoor.
Paragraaf 2: — Productiesubsidies
Artikel 2.2
1 Een productiesubsidie kan uitsluitend worden aangevraagd door een organisatie die primair gericht is op het zelf ontwikkelen en produceren van producties door professionele podiumkunstenaars of het organiseren van een concours.
2 Een aanvrager kan per aanvraagronde maximaal 1 aanvraag indienen.
Paragraaf 2: — Productiesubsidies
Artikel 2.3
1 Een aanvraag heeft betrekking op één specifieke productie of één specifieke editie van een concours.
2 Als in het kader van de aanvraag tevens een compositie of theatertekst tot stand komt, wordt de aanvraag als geheel beoordeeld op basis van het bepaalde in deze paragraaf.
Paragraaf 2: — Productiesubsidies
Artikel 2.4
Het bestuur weigert subsidie:
1. als de verantwoordelijke maker of makers minder dan twee jaar actief zijn en niet ten minste 2 producties hebben voortgebracht.
2. als minder dan 50 procent van de uitvoeringen waarvoor subsidie wordt aangevraagd in Nederland plaatsvindt.
3. als de gevraagde subsidie niet in een redelijke verhouding staat tot het aantal te realiseren activiteiten of de te behalen eigen inkomsten. Hiervan is in elk geval sprake als niet minimaal 20 procent van de subsidiabele kosten worden gedekt door eigen inkomsten.
4. als aanvrager reeds een instellingssubsidie van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap of een meerjarige subsidie van het Fonds Podiumkunsten ontvangt.
5. als in het geval van een coproductie de betrokken partijen niet ieder een proportionele artistieke en financiële bijdrage leveren.
Paragraaf 2: — Productiesubsidies
Artikel 2.5
1 Aanvragen worden beoordeeld aan de hand van de volgende criteria:
1. artistieke kwaliteit van het plan;
2. ondernemerschap;
3. bijdrage aan de pluriformiteit van het podiumkunstenaanbod in Nederland;
4. geografische spreiding.
2 Het bestuur stelt nadere regels vast voor de berekening van de score binnen het criterium geografische spreiding als bedoeld in het eerste lid onder 4.
3 Een besluit als bedoeld in het tweede lid wordt bekendgemaakt door kennisgeving daarvan in de Staatscourant en op de website van Fonds Podiumkunsten.
Paragraaf 2: — Productiesubsidies
Artikel 2.6
1 Voor subsidiering komen uitsluitend de volgende kosten in aanmerking:
a. personeelskosten;
b. voorbereidings- en uitvoeringskosten;
c. kosten voor marketing en publiciteit;
d. bureau- en huisvestingskosten.
2 Niet voor subsidiëring in aanmerking komen:
a. kosten voor activiteiten die op het moment van indiening van de aanvraag reeds zijn gerealiseerd;
b. structurele investeringen, zoals kosten die betrekking hebben op exploitatie, investeringen in accommodaties en de aanschaf van instrumenten;
c. kosten die redelijkerwijs niet voor subsidie in aanmerking komen.
3 De aanvrager moet kunnen aantonen dat de kosten waarvoor subsidie wordt gevraagd redelijkerwijs toe te rekenen zijn aan de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd. Daarvan is in ieder geval geen sprake voor zover kosten hoger zijn dan bestaande normen of anderszins afwijken van wat de gangbare praktijk in het veld is.
4 Als de aanvraag betrekking heeft op het hernemen van een eerder ontwikkelde productie bedraagt de subsidie maximaal 40 procent van de subsidiabele kosten.
5 Het bestuur kan bepalen dat een productiesubsidie nooit meer bedraagt dan een bepaald bedrag.
6 Het bestuur kan, in afwijking van artikel 2.4 derde lid, bepalen dat bij een vastgesteld of nog vast te stellen maximaal subsidiebedrag, geldt dat ten minste 50 procent van de subsidiabele kosten wordt gedekt door eigen inkomsten.
7 Een besluit als bedoeld in het vijfde en zesde lid wordt bekendgemaakt door kennisgeving daarvan in de Staatscourant en op de website van Fonds Podiumkunsten.
Paragraaf 3: — Subsidie nieuwe makers
Artikel 3.1
Het bestuur verstrekt subsidies nieuwe makers als bijdrage in een ontwikkelingstraject van makers aan het begin van hun carrière om bij te dragen aan een pluriform en kwalitatief hoogstaand aanbod van podiumkunsten in Nederland.
Paragraaf 3: — Subsidie nieuwe makers
Artikel 3.2
1 Een subsidie nieuwe maker kan worden aangevraagd door een instelling die primair gericht is op het zelf ontwikkelen en produceren van voorstellingen of concerten op het terrein van de podiumkunsten of het presenteren daarvan.
2 Een aanvrager kan per aanvraagronde maximaal 3 aanvragen indienen.
3 Een aanvraag wordt afgewezen als reeds tweemaal eerder voor dezelfde activiteit subsidie is aangevraagd waarbij is verwezen naar een uitgebracht advies.
Paragraaf 3: — Subsidie nieuwe makers
Artikel 3.3
Een aanvraag heeft betrekking op een ontwikkelingstraject met een looptijd van maximaal twee jaar voor een door de aanvrager gekozen maker of als collectief opererende groep makers die zich nog niet of maar beperkt als zodanig heeft of hebben gemanifesteerd in het Nederlandse podiumkunstenveld.
Paragraaf 3: — Subsidie nieuwe makers
Artikel 3.4
1 Een subsidie nieuwe maker kan worden verstrekt als:
a. de maker of groep makers op wie de aanvraag betrekking heeft minimaal twee producties zullen maken en deze in Nederland worden gepresenteerd; en
b. er is voorzien in deskundige begeleiding en ondersteuning; en
c. voor de betreffende maker of groep makers niet vaker dan eenmaal eerder een subsidie nieuwe maker is toegekend.
2 Als de aanvrager zelf niet beschikt over faciliteiten om de producties die tot stand zullen komen te presenteren, dient de aanvraag vergezeld te gaan van een of meer verklaringen van een of meer instellingen die de voorstellingen of concerten zullen presenteren.
3 Subsidie wordt niet verstrekt aan aanvragers die reeds een instellingssubsidie ontvangen van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
Paragraaf 3: — Subsidie nieuwe makers
Artikel 3.5
1 Aanvragen worden beoordeeld aan de hand van de volgende criteria:
a. motivering van de beoogde samenwerking tussen de aanvrager en de maker of groep makers ;
b. ondernemerschap;
c. verwachte bijdrage aan de ontwikkeling van de maker of groep makers;
d. bijdrage aan de pluriformiteit van het podiumkunstenaanbod in Nederland.
2 Als onderdeel van de beoordelingsprocedure kunnen de aanvrager en de maker of groep makers worden uitgenodigd hun plannen mondeling toe te lichten.
3 In afwijking van artikel 1.6 vierde lid worden aanvragen die een gelijke score hebben behaald, gerangschikt op basis van de behaalde scores op de beoordelingscriteria in de volgorde:
1. ondernemerschap;
2. bijdrage aan de pluriformiteit van het podiumkunstenaanbod in Nederland;
3. motivering van de beoogde samenwerking tussen de aanvrager en de maker of groep makers;
4. verwachte bijdrage aan de ontwikkeling van de maker of groep makers.
Paragraaf 3: — Subsidie nieuwe makers
Artikel 3.6
1 De subsidie bedraagt nooit meer dan 50 procent van de subsidiabele kosten als deze € 125.000 of meer bedragen en nooit meer dan 80 procent van de subsidiabele kosten als deze minder dan € 125.000 bedragen.
2 Bij het bepalen van de subsidiabele kosten is het bepaalde in artikel 2.6 van overeenkomstige toepassing.
3 Het bestuur kan bepalen dat een subsidie nieuwe maker nooit meer bedraagt dan een bepaald bedrag.
4 Een besluit als bedoeld in het derde lid wordt bekendgemaakt door kennisgeving daarvan in de Staatscourant en op de website van Fonds Podiumkunsten.
Paragraaf 4: — Subsidie doorstroom nieuwe maker (reprise grote zaal)
Artikel 4.1
Vervallen
Paragraaf 4: — Subsidie doorstroom nieuwe maker (reprise grote zaal)
Artikel 4.2
Vervallen
Paragraaf 4: — Subsidie doorstroom nieuwe maker (reprise grote zaal)
Artikel 4.3
Vervallen
Paragraaf 4: — Subsidie doorstroom nieuwe maker (reprise grote zaal)
Artikel 4.4
Vervallen
Paragraaf 4: — Subsidie doorstroom nieuwe maker (reprise grote zaal)
Artikel 4.5
Vervallen
Paragraaf 4: — Subsidie doorstroom nieuwe maker (reprise grote zaal)
Artikel 4.6
Vervallen
Paragraaf 5: — Overige bepalingen
Artikel 5.1
1 De ontvanger van het subsidie meldt onverwijld aan het bestuur als:
a. de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt niet of niet geheel zullen doorgaan;
b. niet of niet geheel aan de aan het subsidie verbonden verplichtingen zal worden voldaan; of
c. er aanzienlijke wijzigingen zijn ten opzichte van het plan op basis waarvan subsidie is verstrekt.
2 De ontvanger van het subsidie plaatst het logo of de naam van het Fonds Podiumkunsten op alle publiciteitsuitingen die betrekking hebben op de gesubsidieerde activiteiten.
3 Het bestuur kan bij beschikking andere dan de in het eerste en tweede lid opgenomen verplichtingen aan het subsidie verbinden.
Paragraaf 5: — Overige bepalingen
Artikel 5.2
1 Als de verstrekte subsidie kleiner is dan € 25.000, kan het bestuur na het verstrijken van de in de beschikking opgenomen einddatum de ontvanger van het subsidie verzoeken bewijsstukken te overleggen waarmee kan worden aangetoond dat de gesubsidieerde activiteiten volgens plan hebben plaatsgevonden.
2 Als de ontvanger van het subsidie niet kan aantonen dat de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt volgens plan hebben plaatsgevonden, kan het bestuur het subsidie lager vaststellen of intrekken.
3 Als op enig moment blijkt dat niet is voldaan aan een enige verplichting, kan het bestuur het subsidie lager vaststellen of intrekken.
4 Binnen 22 weken na het verstrijken van de in de aanvraag opgenomen afrondingsdatum stelt het bestuur het subsidie ambtshalve vast, tenzij dit niet mogelijk is omdat het bestuur de ontvanger van het subsidie heeft verzocht bewijsstukken als bedoeld in het eerste lid in te sturen.
5 Als de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, zijn gerealiseerd en geheel aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan, stelt het bestuur de subsidie overeenkomstig de verlening vast.
6 De subsidieontvanger wordt vooraf geïnformeerd over een voornemen tot intrekking of wijziging van de subsidie.
Paragraaf 5: — Overige bepalingen
Artikel 5.3
1 Als de verstrekte subsidie € 25.000 of meer bedraagt, stuurt de ontvanger van het subsidie binnen 3 maanden na het verstrijken van de in de beschikking opgenomen einddatum een korte verantwoording in over de verrichte activiteiten waarmee kan worden aangetoond dat de gesubsidieerde activiteiten volgens plan hebben plaatsgevonden.
2 Als de verstrekte subsidie € 125.000 of meer bedraagt, stuurt de ontvanger van het subsidie binnen 3 maanden na het verstrijken van de in de beschikking opgenomen einddatum tevens een financiële verantwoording met daarbij een verklaring omtrent de getrouwheid en de rechtmatigheid afgegeven door een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.
3 Artikel 5.2 tweede tot en met zesde lid is van overeenkomstige toepassing.
Paragraaf 5: — Overige bepalingen
Artikel 5.4
Subsidie wordt verleend onder voorbehoud van verstrekking van de bijbehorende middelen door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
Paragraaf 5: — Overige bepalingen
Artikel 5.5
Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
Paragraaf 5: — Overige bepalingen
Artikel 5.6
1 De Deelregeling projectsubsidies voor podiumkunstinstellingen van het Nederlands Fonds voor de Podiumkunsten+ 2009-2010 wordt ingetrokken.
2 Op subsidies die zijn verleend op basis van de in het eerste lid genoemde regeling, blijft het bepaalde in die regeling van toepassing.
3 Op subsidies die zijn verleend op basis van de Deelregeling Projectsubsidies Fonds Podiumkunsten, blijft het op het tijdstip van subsidieverlening bepaalde in die regeling van toepassing zelfs nadat de gewijzigde regeling in werking is getreden.
Paragraaf 5: — Overige bepalingen
Artikel 5.7
Deze regeling wordt aangehaald als: Deelregeling projectsubsidies Fonds Podiumkunsten.