wetzoeker

Artikel 1.2 Uitvoeringsregeling Belastingwet BES

Inleidende bepalingen

Met betrekking tot de algemene bestedingsbelasting worden niet als personenauto of bestelauto aangemerkt, motorrijtuigen die:

a. zijn ingericht om te worden gebruikt door de politie en als zodanig uiterlijk kenbaar zijn;

b. zijn ingericht om te worden gebruikt door de brandweer en als zodanig uiterlijk kenbaar zijn;

c. zijn ingericht om te worden gebruikt door de Koninklijke Marechaussee en als zodanig uiterlijk kenbaar zijn;

d. zijn ingericht om te worden gebruikt door de Belastingdienst/Douane en als zodanig uiterlijk kenbaar zijn;

e. zijn ingericht voor het vervoer van zieken en gewonden en als zodanig uiterlijk kenbaar zijn;

f. zijn ingericht voor het vervoer van stoffelijke overschotten en als zodanig uiterlijk kenbaar zijn;

g. zijn ingericht voor het vervoer van gevangenen en als zodanig uiterlijk kenbaar zijn;

h. zijn ingericht en uitsluitend worden gebruikt voor het vervoer van rolstoelgebruikers in groepsverband;

i. zijn ingericht voor het vervoer van zieke of gewonde dieren en als zodanig uiterlijk kenbaar zijn; of

j. zijn ingericht voor geldtransport en als zodanig uiterlijk kenbaar zijn.

Regeling
Uitvoeringsregeling Belastingwet BES
Soort
Ministeriële regeling BES
Geldend vanaf
01-01-2025
BWB-id
BWBR0029332
Versie
2025-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl