wetzoeker

Artikel 2.21 Uitvoeringsregeling Douane- en Accijnswet BES

Lossing en tijdelijke opslag

1 De goedkeuring van een ruimte voor de tijdelijke opslag van goederen, bedoeld in artikel 2.12, eerste lid, van de wet, is gebonden aan een vergunning tot beheer van de desbetreffende ruimte.

2 Degene die een ruimte als bedoeld in het eerste lid wenst te beheren, dient daartoe een schriftelijk verzoek in bij de inspecteur. Het verzoek bevat een beschrijving van de ligging, van de afscheiding van andere percelen en, waar nodig, van de bouw en de inrichting van de ruimte.

3 Het verzoek, bedoeld in het tweede lid, bevat gegevens waaruit blijkt dat er een economische behoefte bestaat aan het gebruik van de ruimte voor de tijdelijke opslag van goederen onder douaneverband.

4 In de vergunning, bedoeld in het eerste lid, wordt onder meer bepaald voor welke soort goederen de vergunning wordt verleend en de wijze en hoogte van de zekerheidstelling. De inspecteur kan de opslag van goederen aan beperkingen onderwerpen of de opslag daarvan verbieden.

5 De overname van de aansprakelijkheid voor een eventuele douaneschuld geschiedt bij ondertekende en gedagtekende verklaring van de beheerder van een ruimte voor tijdelijke opslag, op de akte tot inklaring of op een andere door de inspecteur te bepalen wijze.

Regeling
Uitvoeringsregeling Douane- en Accijnswet BES
Soort
Ministeriële regeling BES
Geldend vanaf
01-01-2025
BWB-id
BWBR0029309
Versie
2025-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl