wetzoeker

Artikel 8.54 Belastingwet BES

Invordering in tweede aanleg

1 Al degenen, die gelden aan belastingschuldigen toekomende onder zich hebben alsmede allen, die schuldenaar zijn van opeisbare vorderingen van belastingschuldigen, zijn verplicht op de daartoe gedane vordering van de ontvanger, voor zover de gelden die onder hen berusten of door hen verschuldigd strekken voor rekening van de belastingschuldige en vatbaar zijn voor beslag, de door deze verschuldigde sommen te betalen zonder daartoe een rangregeling, verificatie of rechterlijk bevel af te wachten, tenzij onder hen beslag is gelegd of verzet gedaan is ter zake van vorderingen waaraan voorrang boven de vorderingen van ‘s Rijks schatkist is toegekend. Zij zijn zelfs bevoegd de betaling uit eigen beweging te doen, voordat zij tot afgifte van de gelden of tot voldoening van het door hen verschuldigde overgaan. Voldoening aan de vordering geldt als betaling aan de belastingschuldige.

2 De belastingschuldige kan op voet van artikel 8.53 in verzet komen tegen de vordering als ware deze de tenuitvoerlegging van een dwangschrift.

3 De ontvanger vervolgt degene die in gebreke blijft aan de vordering te voldoen bij executoriaal beslag volgens de regels in Boek 2, titel 2, afdeling 2, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering BES. De kosten van vervolging komen voor rekening van degene die in gebreke blijft aan de vordering te voldoen, zonder recht van verhaal op de belastingschuldige.

Regeling
Belastingwet BES
Soort
wet-BES
Geldend vanaf
11-04-2026
BWB-id
BWBR0029244
Versie
2026-04-11_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl