wetzoeker

Artikel 8.4 Belastingwet BES

De aangifte

1 Met betrekking tot belastingen welke bij wege van aanslag worden geheven, moet het aangiftebiljet binnen een door de inspecteur gestelde termijn van ten minste twee maanden na uitreiking van het biljet bij de inspecteur worden ingeleverd.

2 De inspecteur maant, na verloop van de in het eerste lid bedoelde termijn, de belastingplichtige aan binnen een door hem te stellen termijn van ten minste vijf werkdagen aangifte te doen, tenzij uitstel voor het doen van aangifte overeenkomstig artikel 8.6 is verleend.

3 Bij de inlevering van het aangiftebiljet wordt op verzoek een ontvangstbewijs afgegeven.

4 De belastingplichtige aan wie niet binnen zes maanden na het ontstaan van de belastingschuld een aangiftebiljet is uitgereikt, is gehouden binnen vijftien dagen na afloop van deze termijn de inspecteur te verzoeken een aangiftebiljet uit te reiken.

5 Het vierde lid is niet van toepassing indien redelijkerwijs kan worden aangenomen dat over dat tijdvak, na verrekening van voorheffingen, geen belasting verschuldigd is of geen aanslag zal worden opgelegd.

Regeling
Belastingwet BES
Soort
wet-BES
Geldend vanaf
11-04-2026
BWB-id
BWBR0029244
Versie
2026-04-11_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl