wetzoeker

Artikel 8.34 Belastingwet BES

Voorschriften inzake het opleggen van bestuurlijke boeten

1 Een opgelegde boete vervalt indien de belastingplichtige of inhoudingsplichtige wegens het vergrijp op grond waarvan de boete verschuldigd is, bij onherroepelijke rechterlijke uitspraak is vrijgesproken, ontslagen van rechtsvervolging of veroordeeld.

2 De inspecteur legt een in deze afdeling bedoelde vergrijpboete niet op voor zover het niet aan opzet of grove schuld van de belastingplichtige of inhoudingsplichtige is te wijten dat te weinig belasting is geheven.

3 Ingeval na het opleggen van een vergrijpboete blijkt dat de grondslag daarvoor ontbreekt maar wel een grondslag aanwezig is voor een verzuimboete, kan deze lagere boete daarvoor in de plaats worden gesteld. De reeds opgelegde boete wordt dan verminderd tot het bedrag van de verzuimboete.

Regeling
Belastingwet BES
Soort
wet-BES
Geldend vanaf
11-04-2026
BWB-id
BWBR0029244
Versie
2026-04-11_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl