wetzoeker

Artikel 3.66 Douane- en Accijnswet BES

Vrijstellingen bij definitieve invoer

1 Vrijstelling van invoerrechten wordt verleend voor de invoer van monsters van goederen waarvan de waarde onbeduidend is en die slechts kunnen dienen ter verkrijging van bestellingen voor goederen van het soort dat zij vertegenwoordigen, met het oog op de invoer daarvan op de BES eilanden.

2 Onder monsters van goederen als bedoeld in het eerste lid, wordt verstaan artikelen die representatief zijn voor een categorie van handelswaar, en die op grond van hun aard, hoeveelheid, verpakking, opmaak of daarop voorkomende aanwijzingen ongeschikt zijn om voor andere doeleinden te worden gebruikt dan voor klantenwerving.

3 Voor de beoordeling van de vraag of monsters al dan niet een onbeduidende waarde hebben, wordt de gezamenlijke waarde van alle monsters die van eenzelfde zending deel uitmaken, in aanmerking genomen. De waarden van de zendingen door dezelfde afzender aan verschillende geadresseerden verzonden, worden niet samengeteld, ook al worden de zendingen gelijktijdig ingevoerd.

4 De inspecteur kan eisen dat bepaalde artikelen, enkel in aanmerking komen voor vrijstelling, indien deze definitief onbruikbaar worden gemaakt door versnijding, doorboring, het aanbrengen van een duidelijk zichtbaar en onuitwisbaar kenteken of enig ander procédé, zonder dat deze behandeling evenwel tot gevolg mag hebben dat hun hoedanigheid van monster daardoor verloren gaat.

Regeling
Douane- en Accijnswet BES
Soort
wet-BES
Geldend vanaf
01-01-2025
BWB-id
BWBR0029236
Versie
2025-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl