wetzoeker

Artikel 2.55 Douane- en Accijnswet BES

Algemeen

1 De inspecteur is bevoegd identificatiemaatregelen, waaronder sluitingsmiddelen mede worden verstaan, te treffen met betrekking tot goederen, bergingsmiddelen, verpakkingsmiddelen, werktuigen, leidingen, vervoermiddelen, gebouwen, terreinen of delen daarvan.

2 De beheerder van de zaken, bedoeld in het eerste lid, die door de inspecteur van het voornemen om een identificatiemaatregel tot stand te brengen in kennis is gesteld, draagt ervoor zorg dat de inspecteur deze maatregel op een deugdelijke wijze tot stand kan brengen. Sluitingsmiddelen worden zodanig aangebracht dat, zonder verwijdering of schending daarvan dan wel zonder braak, geen goederen kunnen worden onttrokken of toegevoegd.

3 Behoudens in gevallen van overmacht, draagt de beheerder ervoor zorg dat de identificatiemaatregel die door de inspecteur is getroffen, in stand blijft.

4 Het bestaan van overmacht wordt door de inspecteur niet aanvaard, tenzij de beheerder daar onverwijld aan de inspecteur mededeling van doet.

5 Bij regeling van Onze Minister van Financiën kunnen regels worden gesteld omtrent de wijze waarop de identificatiemaatregelen, bedoeld in het eerste lid, worden getroffen of verwijderd door anderen dan de inspecteur.

Regeling
Douane- en Accijnswet BES
Soort
wet-BES
Geldend vanaf
01-01-2025
BWB-id
BWBR0029236
Versie
2025-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl