wetzoeker

Artikel 2.150 Douane- en Accijnswet BES

Algemene bepalingen van strafvordering

1 Met betrekking tot bij dit hoofdstuk of de daarop berustende bepalingen strafbaar gestelde feiten is de inspecteur bevoegd een van een misdrijf verdachte persoon naar een plaats voor verhoor te geleiden dan wel diens aanhouding of voorgeleiding te bevelen.

2 Indien de inspecteur die de verdachte heeft aangehouden of voor wie de verdachte wordt geleid de inverzekeringstelling of de bewaring van de verdachte nodig oordeelt, doet hij de verdachte voorgeleiden voor de officier van justitie of voor een hulpofficier van justitie.

3 Indien de verdachte niet voor de officier van justitie of voor een hulpofficier van justitie wordt voorgeleid, wordt de verdachte, na te zijn verhoord, dadelijk in vrijheid gesteld.

4 De verdachte mag niet langer dan zes uren voor verhoor worden opgehouden met dien verstande dat de tijd tussen 10 uur ’s avonds en 8 uur ’s morgens, alsmede de tijd benodigd voor de overbrenging van de plaats van aanhouding naar de plaats van verhoor, niet wordt meegerekend.

Regeling
Douane- en Accijnswet BES
Soort
wet-BES
Geldend vanaf
01-01-2025
BWB-id
BWBR0029236
Versie
2025-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl