wetzoeker

Artikel 2.146 Douane- en Accijnswet BES

Algemene bepalingen van strafvordering

1 Met het opsporen van bij dit hoofdstuk of de daarop berustende bepalingen strafbaar gestelde feiten zijn behalve de in artikel 184 van het Wetboek van Strafvordering BES bedoelde personen belast, de inspecteur, de ambtenaren van de rijksbelastingdienst, bevoegd inzake douane, dan wel de ambtenaren die bij regeling van Onze Minister van Financiën in overeenstemming met Onze Minister wie het mede aangaat zijn aangewezen.

2 Bij het opsporen van bij dit hoofdstuk strafbaar gestelde feiten gelden de opsporingsbevoegdheden en procedures van het Wetboek van Strafvordering BES, tenzij in deze afdeling hiervan afwijkende bepalingen zijn opgenomen.

3 Alle processen-verbaal betreffende bij dit hoofdstuk of de op daarop berustende bepalingen strafbaar gestelde feiten worden ingezonden bij de inspecteur. De inspecteur doet de processen-verbaal betreffende strafbare feiten, ter zake waarvan inverzekeringstelling of voorlopige hechtenis is toegepast dan wel een woning tegen de wil van de bewoner is binnengetreden, met de in beslag genomen voorwerpen onverwijld toekomen aan de officier van justitie. De overige processen-verbaal doet de inspecteur, met de in beslag genomen voorwerpen, toekomen aan de officier van justitie, indien hij een vervolging wenselijk acht.

4 De officier van justitie is bevoegd, de zaak ter afdoening weer in handen van de inspecteur te stellen, welke daarmede alsdan kan handelen overeenkomstig artikel 2 147.

5 Artikel 14 van het Wetboek van Strafvordering BES vindt geen toepassing in zaken, waarin de inspecteur het procesverbaal niet aan de officier van justitie heeft doen toekomen.

Regeling
Douane- en Accijnswet BES
Soort
wet-BES
Geldend vanaf
01-01-2025
BWB-id
BWBR0029236
Versie
2025-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl