wetzoeker

Regeling bevoegdheidsverklaring leraren BES

Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 14 december 2010, nr. WJZ/258717 (8308), ter uitvoering van artikel 2, vijfde lid, van het Besluit bevoegdheidsverklaring leraren BES (Regeling bevoegdheidsverklaring leraren BES)

Soort
Ministeriële regeling BES
Geldend vanaf
23-12-2010
Rechtsgebied
Onderwijsrecht
Ministerie
Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
BWB-id
BWBR0029186
Versie
2010-12-23_0
SHA-256 bron
03664d6819dbf59207df0be118232cabb5a41db6897a49ebf1a8b6bd26a161d0

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (4)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3
  4. Bijlage behorende bij de Regeling bevoegdheidsverklaring leraren BES

Artikel 1

De verklaring, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van het Besluit bevoegdheidsverklaring leraren BES, wordt opgesteld overeenkomstig het model, opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage.

Artikel 2

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 10 oktober 2010 om 00:00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

Artikel 3

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling bevoegdheidsverklaring leraren BES.

Bijlage behorende bij de Regeling bevoegdheidsverklaring leraren BES

Bijlage behorende bij de Regeling bevoegdheidsverklaring leraren BES

Gelezen:

het verzoek van ..... te ..... ;

Overwegende:

dat voor het voortgezet onderwijs in het vak ..... geen bewijs van bekwaamheid is aangewezen;

Gelet op:

Artikel 36, derde lid, van de Wet voortgezet onderwijs BES;

Gezien:

het advies van de inspectie;

V E R K L A A R T:

dat te rekenen van .....

De heer/mevrouw .....,

geboren ..... te ..... geacht wordt in het bezit

te zijn van een bewijs van bekwaamheid tot het geven van voortgezet onderwijs in de/het vak(ken) ..... aan de in de bijlage, bedoeld in artikel 36, eerste lid, van de Wet voortgezet onderwijs BES, met het/de codenummer(s) ..... aangeduide soort(en) van onderwijs, en tevens geacht wordt in het bezit te zijn van een bewijs van pedagogische en didactische voorbereiding.