wetzoeker

Artikel 45 Besluit buitengewone agenten van politie BES

Algemeen

1 De opsporingsbevoegdheid vervalt met ingang van de dag na de datum waarop

a. de titel van opsporingsbevoegdheid vervalt of wijzigt, tenzij de akte van beëdiging is gewijzigd zoals bedoeld in artikel 22, tweede lid

b. is vastgesteld dat de bekwaamheid of betrouwbaarheid voor de uitvoering van opsporingsbevoegdheden niet meer aanwezig is;

c. is vastgesteld dat het dienstverband met de werkgever is beëindigd dan wel dat de opsporing van strafbare feit geen onderdeel meer uitmaakt van de functie van de desbetreffende persoon;

d. door Onze Minister de opsporingsbevoegdheid van een buitengewoon agent van politie is beëindigd;

e. de aanstelling als buitengewoon agent van politie is beëindigd.

2 Onze Minister kan de opsporingsbevoegdheid van een buitengewoon agent van politie beëindigen:

a. op een daartoe strekkende aanvraag van de werkgever of van de desbetreffende buitengewoon agent van politie;

b. indien de buitengewoon agent van politie misbruik maakt van zijn bevoegdheden;

c. indien de buitengewoon agent van politie de aanwijzingen van het bevoegd gezag de toezichthouder en de direct toezichthouder niet nakomt;

d. indien de buitengewoon agent van politie heeft gehandeld in strijd met enige andere bepaling bij of krachtens dit besluit.

3 Onze Minister kan de opsporingsbevoegdheid van een buitengewoon agent van politie opschorten voor de duur van

a. het onderzoek naar de in het tweede lid, onder b tot en met d genoemde, handelingen;

b. de schorsing op grond van artikel 35, eerste lid, onder b, artikel 36 of artikel 37, eerste lid.

Regeling
Besluit buitengewone agenten van politie BES
Soort
AMvB-BES
Geldend vanaf
01-01-2011
BWB-id
BWBR0029175
Versie
2011-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl