wetzoeker

2.2 — Verschuldigdheid Erfbelasting, fictieve verkrijging, levensverzekering en derdenbeding, premiesplitsing

Verschuldigdheid

Bij de beoordeling van de vraag of voor een verzekeringsuitkering een onttrekking aan het vermogen van de erflater heeft plaatsgevonden, is onder meer van belang door wie de verzekeringspremie aan de verzekeraar verschuldigd was. Volgens vaste jurisprudentie wordt aangesloten bij de verschuldigdheid van de premie, en niet bij de betaling. Het arrest van de Hoge Raad van 17 februari 1954, BNB 1954/140, geldt volgens latere uitspraken van gerechtshoven nog steeds als leidraad.

Met verschuldigdheid van premie wordt in dit kader bedoeld verschuldigdheid aan de verzekeraar. De verschuldigdheid moet zijn overeengekomen tussen de verzekeraar en degene die premie verschuldigd is (hierna: de premieplichtige). Indien er twee of meer premieplichtigen zijn, blijkt de verschuldigdheid van premie door elk van hen uit:

– een door alle premieplichtigen ondertekend en gedagtekend aanvraagformulier, én

– de polis of een bij de polis behorend clausuleblad.

Een gesplitste premie houdt niet automatisch in dat er ook premieverschuldigdheid door meer dan één persoon bestaat. Een afspraak over premieverschuldigdheid waarbij de verzekeraar of een premieplichtige geen partij is, mist in dit verband fiscale betekenis. Een eenzijdige verklaring van een verzekeraar of een andere persoon (bijvoorbeeld de begunstigde) dat premie is verschuldigd, is bijvoorbeeld niet voldoende.

Regeling
Erfbelasting, fictieve verkrijging, levensverzekering en derdenbeding, premiesplitsing
Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
02-12-2022
BWB-id
BWBR0029172
Versie
2022-12-02_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl