wetzoeker

Artikel I Afspraken over de harmonisatie arbeidsvoorwaarden politie, tweede tranche

In de eerste plaats geldt op grond van artikel 1, eerste lid, onderdeel a, het criterium dat de functie niet hoger mag zijn gewaardeerd dan schaal 11 van bijlage I van het Besluit bezoldiging politie.

In de tweede plaats is het criterium ‘bezwarende werkomstandigheden’ verduidelijkt (artikel 1, eerste lid, onderdeel b). In de nieuwe tekst van het artikel worden vier omstandigheden genoemd die kunnen wijzen op bezwarende werkomstandigheden. Voordat er sprake kan zijn van een aangewezen functie moet er sprake zijn van ten minste twee van de vier genoemde omstandigheden. Met ‘psychisch letsel uit eerstehandservaring’ (door fysieke aanwezigheid bij, of horen of zien van bepaalde gebeurtenissen) wordt bedoeld psychisch letsel direct voortvloeiend uit de opgedragen werkzaamheden, waarop de ambtenaar zich niet kan voorbereiden. Daaronder wordt bijvoorbeeld niet begrepen het lezen van processen verbaal, of het aanhoren van een collega, noch de werkzaamheden in een klinische omgeving waar men vooraf al bekend is met de omstandigheden. Maar wel de medewerker van de meldkamer die via de telefoon direct geconfronteerd wordt met geschreeuw of het geluid van geweld.

Ten slotte is het ‘dienstrooster-criterium’ (artikel 1, eerste lid, onderdeel c) verder uitgewerkt. Volgens de oude regeling hield dit in dat gewerkt wordt volgens een dienstrooster dat vergelijkbaar is met een dienstrooster van een ambtenaar die is aangesteld voor de uitvoering van de politietaak. Er zijn echter politie-ambtenaren, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, die in overwegende mate werken binnen kantoortijden. De dienstroosters van de aangewezen functies dienen in het algemeen ook buiten kantooruren te worden uitgevoerd. Het criterium dat het dienstrooster overwegend overeen moet komen met dat van ambtenaren, aangesteld voor de politietaak, is vervangen door de omschrijving dat sprake moet zijn van een in overwegende mate volcontinue dienstrooster of een dienstrooster met geregelde consignatiediensten (elke 16 weken tenminste 16 maal consignatie, niet gemeten in de vakantieperiode, zie ook artikel 5:9, vijfde en zesde lid, van de Arbeidstijdenwet) tussen 0.00 uur–06.00 uur.

De functies die bijvoorbeeld vaak voldoen aan deze criteria (voor zover de betrokkenen niet als executief ambtenaar zijn aangesteld), zijn:

– arrestantenbewaarders/verzorgers

– technisch rechercheurs

– medewerkers van de meldkamer/112 centrale

Deze opsomming is overigens niet limitatief.

In enkele gevallen zijn ook parketwachters/parketpolitie en medewerkers van de publieksbalie/ receptie aangewezen, maar dat is niet de grote lijn. De vraag of een functie voor aanwijzing in aanmerking komt, is mede afhankelijk van de bedrijfsvoering. Een arrestantenverzorger die alleen dagdiensten draait omdat de wachtcommandant ‘s nachts de zorg overneemt, komt bij voorbeeld niet in aanmerking voor aanwijzing.

Het criterium dat ‘de aard van de aan de functie verbonden werkzaamheden vergelijkbaar is met die van een ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak’ is geschrapt, aangezien dit criterium voldoende wordt afgedekt door de overige criteria. Ter illustratie: een nachtdienstdoende ICT-er kan wellicht voldoen aan de aanwijzingseisen ten aanzien van de inschaling en het dienstrooster maar zal niet worden aangewezen omdat hij in het geheel niet te maken heeft met de omschreven risico’s en ongemakken.

Regeling
Afspraken over de harmonisatie arbeidsvoorwaarden politie, tweede tranche
Soort
Circulaire
Geldend vanaf
08-12-2010
BWB-id
BWBR0029054
Versie
2010-12-08_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl