Overig Afspraken over de harmonisatie arbeidsvoorwaarden politie, tweede tranche
Arbeidsvoorwaardelijke aangelegenheden
Het Barp kent concreet de volgende verlofmogelijkheden waarbij in geval van rouw op kan worden teruggevallen:
Buitengewoon verlof (artikel 37 Barp):
Buitengewoon verlof met behoud van salaris bestaat o.a. bij overlijden van familie in de eerste of tweede graad, vier c.q. twee dagen.
Zorgverlof (artikel 40b Barp):
Zorgverlof met behoud van salaris wordt verleend bij: ziekte (ernstig en niet ernstig) van inwonende kinderen, ouders en echtgenoten bij ernstig ziekte van uitwonende kinderen, ouders en echtgenoten. Dit verlof bedraagt per kalenderjaar ten hoogste tweemaal de arbeidsduur per week.
Wil de medewerker langer buitengewoon verlof c.q. zorgverlof hebben dan moet hij terugvallen op de algemene bevoegdheid (niet plicht) die het korps heeft om buitengewoon verlof te verlenen, al dan niet doorbetaalt (artikel 39 en 43 Barp).
Naast deze mogelijkheden, is het redelijk wanneer de medewerker over een verlofstuwmeer beschikt, om een gedeelte van dit verlofstuwmeer in te zetten, al dan niet gecombineerd met een gedeelte buitengewoon verlof (betaald). De medewerker heeft hierin immers ook een eigen belang.
De uitvoering van het onderstaande vindt plaats onder verantwoordelijkheid van de leidinggevende van het onderdeel en wordt uitgevoerd door de personeelsmanagementadviseur van het district/de dienst waar het korpslid is ingedeeld:
• Zo spoedig mogelijk na het overlijden wordt aan de weduwe of weduwnaar een bedrag uitgekeerd gelijk aan de bezoldiging over het tijdvak van drie maanden, conform artikel 46 lid 2 Bbp. Als maatstaf geldt de bezoldiging die het korpslid op de dag van het overlijden genoot, of indien hij aanspraak maakt op een WAO/WIA-uitkering en een bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering, zou hebben genoten, als hij niet arbeidsongeschikt zou zijn geweest. De desbetreffende personeelsmanagementadviseur informeert bij de nabestaande(n) op welke bank- of girorekening dit bedrag gestort dient te worden. Bankinstellingen gaan divers om met het al dan niet blokkeren van een ‘en/of rekening’ bij overlijden;
• Indien het korpslid komt te overlijden ten gevolge van een dienstongeval of een door het verrichten van zijn arbeid opgelopen beroepsziekte, dan ontvangt de weduwe/weduwnaar een aanvullende uitkering conform artikel 46b, eerste lid van het Bbp en daarnaast een extra aanvullende korpsuitkering voor gelijke duur. Laatstgenoemde uitkering is beschreven in dienstvoorschrift ‘Bovenwettelijke sociale zekerheid’ (nr. 04.21.9) ???;
• In artikel 54 a van het Barp is een regeling getroffen ter verzekering van de financiële risico’s van dienstongeval en beroepsziekte. Bij overlijden, als gevolg van een dienstongeval of beroepsziekte, wordt een bedrag uitgekeerd aan de weduwe of weduwnaar van wie het overleden korpslid niet duurzaam gescheiden leefde. Deze verzekeringsdekking is van kracht voor alle ongevallen welke zich tijdens de dienstuitoefening voordoen, inclusief het woon-werkverkeer. Een verzekerd ongeval behoeft dus niet meteen een dienstongeval te zijn; immers ongevallen op weg van huis naar het werk en omgekeerd worden niet aangemerkt als dienstongevallen. De uitkering moet uiterlijk 48 uur voor de begrafenis of crematie bij Winterthur worden aangevraagd, vergezeld van de acte van overlijden en de erfrechttoestand;
• Naast de landelijk overeengekomen collectieve ongevallenverzekering, voor ongevallen tijdens de dienst of tijdens woon-werkverkeer, heeft het korps Amsterdam...........???;
• Indien het korpslid gebruikt maakt van de Tijdelijke Ouderen Regeling (TOR), dan wordt bij overlijden een uitkering verstrekt aan de weduwe of weduwnaar, conform artikel 29k van het Bbp;
• Aan de langstlevende of een minderjarig kind van het korpslid aan wie een ziektewetuitkering of een WAO/WIA-uitkering is toegekend, wordt conform artikel 35 van de Ziektewet, respectievelijk artikel 53 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsuitkering of een overlijdensuitkering uitbetaald op grond van artikel 74 van de Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen. Op de uitkering van het korps (artikel 46 lid 2 Bbp) worden de eventuele uitkeringen op grond van de Ziektewet en de WAO/WIA in mindering gebracht;
• Uitbetalen van het opgebouwde levenslooptegoed onder inhouding van belastingen;
• Uitbetalen van restant verlofuren;
• Uitbetalen teveel gewerkte uren;
• Bemiddelen bij aanvraag weduwnaar-/weduwepensioen bij het ABP.
Omstandigheid waaronder het overlijden plaatsvond | Uitkering 3 maanden 46, lid 2 Bbp | Aanvullende uitkering 46b Bbp | Aanvullende korpsuitkering | Winterthur smarten geld | Winterthur pre dispositie | Winterthur 24 uurs ong. verzek.
Overlijden tijdens de dienst als gevolg van een dienstongeval | Ja | Ja | Ja | Ja | Nee | Nee
Overlijden tijdens de dienst niet als gevolg van een dienstongeval | Ja | Nee | Nee | Nee | Ja | Nee
Overlijden buiten de dienst als gevolg van een ongeval tijdens woon-werkverkeer | Ja | Nee | Nee | Ja | Nee | Nee
Overlijden buiten de dienst als gevolg van een ongeval niet tijdens woon-werkverkeer | Ja | Nee | Nee | Nee | Nee | Ja
Overlijden buiten de dienst niet als gevolg van een ongeval | Ja | Nee | Nee | Nee | Nee | Nee
Privé
• Bank en/of girorekeningen op naam nabestaande;
• Eigen woning notariële akte i.v.m. vruchtgebruik langstlevende;
• Hypotheek en/of persoonlijke leningen i.v.m. overlijdensclausule;
• Andere verzekeringen, waarop mogelijke uitkeringen worden gedaan in kennis stellen;
• Vakbond informeren;
• Kan/wenst nabestaande deelnemer te blijven bij CZ;
• Kinderbijslag op naam van nabestaande;
• Toeziend voogd regelen bij Kantonrechter, daarna benoeming en afgifte verklaring;
• Nabestaandenpensioen;
• Sociale Verzekeringsbank;
• Spaarloonregeling/lijfrente.
Extra aandacht
Als er tijdens het leven sprake was van samenleving op basis van een notarieel verleden acte, dan dient deze actie aan zowel het korps als het ABP tijdens het leven verstrekt te zijn. In geval dat niet heeft plaatsgevonden, zullen het korps en het ABP geen uitkering aan de nabestaande(n) verstrekken. Het alleen overleggen van een samenlevingscontract aan het korps is in dit verband voor het ABP onvoldoende.
Innemen van diensteigendommen
• (Politie)legitimatiebewijs, toegangspas, OV kaart;
• Uniformkleding;
• Uitrustingsstukken w.o. wapen, wapenstok, pepperspray, handboeien, telefoon;
• Eventuele sleutels van kamer, kast en/of bureau en andere diensteigendommen;
Administratieve verwerking in de (personeels)informatiesystemen.
- Regeling
- Afspraken over de harmonisatie arbeidsvoorwaarden politie, tweede tranche
- Soort
- Circulaire
- Geldend vanaf
- 08-12-2010
- BWB-id
- BWBR0029054
- Versie
- 2010-12-08_0