wetzoeker

Artikel 56 Faillissementswet BES

Van de gevolgen der faillietverklaring

1 De schuldeiser die retentierecht heeft op een aan de schuldenaar toebehorende zaak, verliest dit recht niet door de faillietverklaring.

2 De zaak kan door de curator worden opgeëist en met toepassing van de artikelen 96 of 169, vierde en vijfde lid, worden verkocht, onverminderd de voorrang, aan de schuldeiser in artikel 292 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek BES toegekend. De curator kan ook, indien dit in het belang is van de boedel, de zaak in de boedel terugbrengen door voldoening van de vordering waarvoor het retentierecht kan worden uitgeoefend.

3 De schuldeiser kan de curator een redelijke termijn stellen om tot toepassing van het tweede lid over te gaan. Heeft de curator de zaak niet binnen deze termijn verkocht, dan kan de schuldeiser haar verkopen met overeenkomstige toepassing van de bepalingen, betreffende parate executie door een pandhouder, of, als het een registergoed betreft, die betreffende parate executie door een hypotheekhouder. De rechter-commissaris kan de termijn op verzoek van de curator een of meer malen te verlengen.

4 Betreft het een registergoed, dan zegt de schuldeiser, op straffe van verval van het recht van parate executie, binnen veertien dagen na het verstrijken van de in het derde lid bedoelde termijn, aan de curator bij exploit aan dat hij tot executie overgaat, en doet dit exploit in de openbare registers inschrijven.

Regeling
Faillissementswet BES
Soort
wet-BES
Geldend vanaf
10-10-2010
BWB-id
BWBR0028917
Versie
2010-10-10_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl