wetzoeker

Artikel 233 Faillissementswet BES

Van de verleening van surséance van betaling en hare gevolgen

1 Gedurende acht dagen na den dag der beschikking heeft, in geval van intrekking der surséance geweigerd is, hij, die het verzoek tot intrekking heeft gedaan, recht van hooger beroep tegen de beschikking van den rechter in eersten aanleg.

2 Het hooger beroep wordt ingesteld door indiening van eene memorie ter griffie van het gerecht in eerste aanleg, in het openbaar lichaam, waar de surséance is ingetrokken of de intrekking daarvan geweigerd is.

3 De griffier geeft hiervan ten spoedigste aan hen, die het verzoek tot intrekking hebben gedaan, den schuldenaar en de bewindvoerders schriftelijk kennis en zendt de terzake betrekkelijke stukken, waaronder een afschrift van de beschikking waarvan beroep, zoo spoedig mogelijk aan het Hof van Justitie.

4 Artikel 211 vindt overeenkomstige toepassing.

5 De beschikking van het Hof wordt door den griffier terstond medegedeeld aan de griffie van het gerecht in eerste aanleg, in het openbaar lichaam bedoeld in het tweede lid.

Regeling
Faillissementswet BES
Soort
wet-BES
Geldend vanaf
10-10-2010
BWB-id
BWBR0028917
Versie
2010-10-10_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl